Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4152

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
16/338438-24; 05/377357-24; 05/033143-25 (gev. ttz.);
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 45 SrArt. 47 SrArt. 55 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugdstrafrechtelijke veroordeling voor medeplegen oplichting en diefstal via babbeltrucs bij ouderen

De rechtbank Gelderland heeft op 12 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een minderjarige verdachte geboren in 2010, die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere (pogingen tot) oplichting en diefstal bij kwetsbare ouderen. De feiten betreffen babbeltrucs waarbij slachtoffers telefonisch werden benaderd door personen die zich voordeden als politie- of bankmedewerkers, waarna sieraden en pinpassen werden buitgemaakt.

De rechtbank oordeelde dat verdachte medepleger was, gezien zijn actieve deelname aan een groepsapp waarin instructies werden gegeven, zijn aanwezigheid tijdens de delicten en zijn fysieke betrokkenheid bij het ophalen van goederen. Verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van oplichting, poging tot oplichting, diefstal en vernieling.

De straf bestaat uit een voorwaardelijke jeugddetentie van zes maanden met een proeftijd van twee jaar, een werkstraf van 120 uur, en bijzondere voorwaarden waaronder jeugdreclasseringstoezicht en behandeling. Daarnaast werd een eerdere voorwaardelijke werkstraf ten uitvoer gelegd. Schadevergoedingen werden toegewezen aan enkele slachtoffers, terwijl andere vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van zes maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 120 uur wegens medeplegen van oplichting en diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 16/338438-24; 05/377357-24; 05/033143-25 (gev. ttz.);
05/199923-24 (tul)
Datum uitspraak : 12 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. S.J. Nijhof, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Onder parketnummer 16/338438-24 is aan verdachte ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats 2] , gemeente
Bunschoten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer
anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk
te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse
hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van
verdichtsels,
[slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een
dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een inschuld, te weten
sieraden, althans enig goed, door
- te bellen naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en/of
- zich voor te doen als medewerker van de politie, en/of
- (daarbij) diegene te overtuigen dat er woninginbraken hebben plaatsgevonden,
en/of
- (vervolgens) aan te geven dat de sieraden klaargelegd moeten worden om daar
foto's van te maken, en/of
- (vervolgens) in de woning (opnieuw) voor te doen als iemand van de politie en
(vervolgens) de sieraden mee te nemen;
2.
hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats 3] , althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een
valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel
van verdichtsels, [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het
verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van
een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een bankpas en/of
sieraden, althans enig goed, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders
- telefonisch contact opgenomen met het slachtoffer, en/of
- zich voorgedaan als medewerker van de bank, en/of
- diegene overtuigd dat er was geprobeerd geld van de rekening van slachtoffer af te
schrijven, en/of
- (vervolgens) aangegeven dat de bankpas en de sieraden klaargelegd moesten
worden om de bankpas mee te nemen en/of de sieraden te fotograferen, en/of
- (vervolgens) zich naar de woning begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats 2] , gemeente
Bunschoten, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een
valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel
van verdichtsels,
[slachtoffer 3] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het
ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet
doen van een inschuld, te weten
een pinpas en/of de daarbij behorende pincode,
- heeft/hebben gebeld naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en/of
- zich voor heeft/hebben gedaan als een medewerker van de Rabobank, en/of
- heeft/hebben gezegd dat geprobeerd is om 800 euro van haar rekening af te
schrijven en dat de bank dat heeft voorkomen, en/of
- heeft/hebben gevraagd om haar pincode en/of de opdracht heeft gegeven om de
pinpas in een envelop te doen
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats 1] , althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een
valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel
van verdichtsels,
[slachtoffer 4] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter
beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen
van een inschuld, te weten
een pinpas en/of de daarbij behorende pincode,
- heeft/hebben gebeld naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en/of
- zich voor heeft/hebben gedaan als een medewerker van de ING bank, en/of
- heeft/hebben gezegd dat geprobeerd is om 4000 euro van haar rekening af te
schrijven, en/of
- heeft/hebben gevraagd om haar pincode en/of de opdracht heeft/hebben gegeven
om de pinpas in een envelop te doen
- bij voornoemd slachtoffer heeft/hebben aangebeld en/of zich voorgedaan als een
medewerker van de bank die de envelop kwam ophalen
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.
hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats 1] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een pinpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval
aan een ander toebehoorde(n)
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
6.
hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2024 tot en met 26 oktober 2024 te
Houten
opzettelijk en wederrechtelijk een cel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan Politie Midden-Nederland, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft
vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Onder parketnummer 05/377357-24 is aan verdachte ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 22 maart 2024 te Apeldoorn
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
opzettelijk en wederrechtelijk
een auto,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een
ander toebehoorde(n)
heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2.
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 31 mei 2024 tot
en met 11 juni 2024 te Apeldoorn, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een
dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een inschuld, te weten
- een pinpas/bankpas en/of
- (bijbehorende) pincode en/of
- [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een
dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een inschuld, te weten
- een pinpas/bankpas en/of
- (bijbehorende) pincode en/of
- een sieradenkistje en/of
- één of meerdere sieraden en/of
- één of meerdere horloges en/of
- één of meerdere broche(s) en/of
- één of meerdere machetkno(o)p(en) en/of
- [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst,
het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het
teniet doen van een inschuld, te weten
- een pinpas/bankpas en/of
- (bijbehorende) pincode en/of
- [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een
dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een inschuld, te weten
- een pinpas/bankpas en/of
- (bijbehorende) pincode
door:
- meermaals, althans eenmaal, telefonisch contact op te nemen en zich voor te
doen als medewerker van een bank en/of een medewerker van de afdeling fraude
en/of
- die [slachtoffer 6] te melden dat er problemen waren bij de bank en/of dat de politie
al op de hoogte was en/of dat er een huiszoeking gedaan zou worden en/of
- die [slachtoffer 7] te melden dat er gepoogd was geld af te schijven van de
rekening van die [slachtoffer 7] en/of te melden dat die [slachtoffer 7] een andere
bankpas zou krijgen en/of
- die [slachtoffer 9] te melden dat haar ouders een schuld hadden in Polen en/of
- meermaals, althans eenmaal, te melden de pinpas/bankpas en/of (bijbehorende)
pincode in een enveloppe te doen en/of te overhandigen aan een koerier en/of
persoon die aan de deur zou komen en/of
- meermaals, althans eenmaal, hierbij een code te geven ter verificatie en/of
- meermaals, althans eenmaal, naar de woning toe te rijden/gaan en/of
- meermaals, althans eenmaal, aan de deur te komen, voornoemde code door te
geven en/of de enveloppe(s) (met hierin een pinpas/bankpas en/of (bijbehorende)
pincode) en/of pinpas/bankpas en/of (bijbehorende) pincode in ontvangst te
nemen en/of mee te nemen;
3.
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 31 mei 2024 tot
en met 26 juni 2024 te Apeldoorn, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een geldbedrag (te weten: 600 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te
nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
een valse sleutel, door onbevoegd te pinnen met een bankpas/pinpas (behorende
bij [rekeningnummer 1] ) en/of (bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 6] en/of
- een geldbedrag (te weten: 800 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te
nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
een valse sleutel, door onbevoegd te pinnen met een bankpas/pinpas (behorende
bij [rekeningnummer 2] ) en/of (bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 7]
en/of
- een geldbedrag (te weten: 960 en/of 40 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten dele aan [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of
zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te
nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
een valse sleutel, door onbevoegd te pinnen met een bankpas/pinpas (behorende
bij [rekeningnummer 3] ) en/of (bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 9] en/of
- een geldbedrag (te weten: 500 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan [slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te
nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
een valse sleutel, door onbevoegd te pinnen met een bankpas/pinpas (behorende
bij [rekeningnummer 4] ) en/of (bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 10] ;
4.
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 4 juni 2024 tot en
met 10 juni 2024 te Apeldoorn, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een sieradenkistje en/of één of meerdere sieraden en/of één of meerdere horloges
en/of één of meerdere broche(s) en/of één of meerdere machetkno(o)p(en), in elk
geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) en/of
- één of meerdere sieraden en/of één of meerdere munten en/of één of meerdere
horloges en/of één of meerdere broche(hanger)s, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of
zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Onder parketnummer 05/033143-25 is aan verdachte ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Eerbeek, gemeente Brummen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een geldbedrag (te weten: 300 euro),
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 11] , in elk geval aan
een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het
misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder
zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,
door onbevoegd te pinnen met een bankpas/pinpas (behorende bij
[rekeningnummer 5] ) en/of (bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 11] .

2.Het onderzoek ter terechtzitting

Verdachte heeft meerdere dagvaardingen ontvangen. De rechtbank behandelt alle feiten op deze dagvaardingen gevoegd.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 16/338438-24: [1]
Feiten 1 t/m 5
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 23 oktober 2024 zijn in verschillende plaatsen in Nederland (zeer) oude en kwetsbare mensen het slachtoffer geworden van (poging tot) oplichting en diefstal.
Eerst werd aangeefster [slachtoffer 4] uit [plaats 1] gebeld. Haar werd telefonisch verteld door zogenaamd een ING bankmedewerker dat geprobeerd was om € 4.000,- van haar bankrekening af te schrijven. De medewerker wilde de pincode van aangeefster hebben. Een andere medewerker zou de pinpas komen ophalen. Tijdens het telefoongesprek werd er aangebeld door een jongen. Hij vertelde dat hij een envelop kwam ophalen. Aangeefster moest op die envelop de pincode schrijven maar vertrouwde het niet en schreef een valse pincode op. De medewerker aan de telefoon gaf aan dat het een valse pincode was. Daarna pakte de jongen de pinpas en verliet hij snel de woning. [2]
Die dag werd ook aangeefster [slachtoffer 1] uit [plaats 2] gebeld. Iemand die zich voordeed als politiemedewerker gaf aan dat in de buurt was ingebroken en vroeg of zij sieraden en een kluis in huis had. Ook vroeg de medewerker of aangeefster haar sieraden wilde pakken en ze beneden wilde neerleggen. Er zou iemand komen om foto’s van de sieraden te maken. Aangeefster legde de sieraden op tafel beneden. Vervolgens stond er een jongen voor de deur. Aangeefster liet hem binnen. De jongen liep naar de tafel met sieraden en vroeg of aangeefster haar trouwring wilde afdoen en erbij wilde leggen. Daarna is aan aangeefster gevraagd of zij boven wilde kijken of er niet meer sieraden waren. Terwijl aangeefster dat deed, nam de jongen de sieraden van tafel mee en verliet de woning. [3]
Later die dag is aangeefster [slachtoffer 3] uit [plaats 2] gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de Rabobank. Er zou geprobeerd zijn om € 800,- van haar bankrekening af te schrijven, maar de bank had dat voorkomen. Aangeefster werd gevraagd om haar pinpas in een envelop te doen en gaf haar pincode telefonisch door. Aangeefster vertrouwde het echter niet meer en hing op. [4]
Tot slot is aangever [slachtoffer 2] gebeld door iemand die zich voordeed als een bankmedewerker. Er zou geprobeerd zijn om € 1.200,- van zijn bankrekening af te schrijven. Aangever moest zijn bankpas in een envelop doen en een medewerker zou de envelop komen ophalen. Ook moest aangever zijn sieraden op tafel leggen. De medewerker zou dan bekijken hoeveel deze waard waren. Aangever vertrouwde het niet en belde met een andere telefoon ondertussen zijn dochter op. Zijn dochter vertelde hem dat hij de deur dicht moest houden en dat zij onderweg was. Aangever zag niet veel later een jongen de straat in lopen. De jongen keek naar zijn woning. Tegelijkertijd kwam de dochter van aangever aan. De jongen liep daarna door. [5]
De dochter van aangever [slachtoffer 2] heeft een beschrijving van de auto en de jongen doorgegeven aan de politie. De politie heeft kort daarna de auto aangetroffen en verdachte (bijrijder), medeverdachte [medeverdachte 1] (bestuurder) en [medeverdachte 2] (passagier achterin) aangehouden. In de auto werd een tas met daarin gouden sieraden aangetroffen. Deze sieraden bleken van aangeefster [slachtoffer 1] te zijn. [6]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bij feit 1 enen feit 3 vrijspraak bepleit omdat medeplegen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte heeft geen strafrechtelijke betrokkenheid gehad bij deze feiten. Voor feit 2 heeft de raadsman geen bewijsverweer gevoerd. Bij feit 4 heeft de raadsman bepleit dat verdachte niets anders gedaan heeft dan in de auto zitten en dat hij daarom moet worden vrijgesproken. Bij feit 5 heeft de raadsman bepleit dat verdachte de pinpas weliswaar in bezit heeft gehad maar dat hij geen aandeel heeft gehad bij het wegnemen daarvan. Daarom moet vrijspraak volgen.
Beoordeling door de rechtbank
De vraag die de rechtbank in dit geval moet beantwoorden is of de betrokkenheid van verdachte bij de feiten voldoende is om medeplegen wettig en overtuigend te bewijzen. Betrokkenheid aan een strafbaar feit kan als medeplegen bewezen worden verklaard wanneer sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Op basis van het dossier en de terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast over de betrokkenheid van verdachte.
Verdachte heeft verklaard dat hij die dag gevraagd werd om mee te gaan. Hij wist dat oudere mensen opgelicht zouden worden. Ze zouden “in huizen gaan”, aldus verdachte. [7] Desondanks ging verdachte ’s ochtends mee op pad en zat hij tot aan de aanhouding om 16.35 in de namiddag samen met de medeverdachten in de auto. Onderweg zijn verdachten vanuit Apeldoorn in ieder geval in [plaats 1] , [plaats 2] en [plaats 3] geweest. Uit nader onderzoek is gebleken dat de jongen die bij aangeefsters [slachtoffer 4] in [plaats 1] en [slachtoffer 1] in [plaats 2] binnen is geweest, medeverdachte [medeverdachte 2] was. [8] Verdachte zat tijdens het plegen van die feiten niet alleen in de auto en nam onder de naam ‘ [accountnaam 1] ’ deel aan een Snapchat groepsapp ‘. [9] Aan die groepsapp namen naast medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ook ten minste twee andere personen (onder de namen [accountnaam 2] en [accountnaam 3] ) deel die de telefoongesprekken met de oudere mensen voerden (‘de bellers’). In die groepsapp zijn op de dag van de feiten veel berichten gestuurd die te maken hebben met de (pogingen tot) oplichting/diefstallen. Zo werden adressen gedeeld, instructies gegeven (zoals “Je bent van de ING”) en waarschuwingen gedaan. Verdachte nam gedurende de dag actief deel aan de groepsapp. Tijdens het oplichten van aangeefster [slachtoffer 4] stuurde verdachte tweemaal een bericht dat het te lang duurde en hij vroeg: “Wat is pin”. Bij de oplichting in [plaats 2] van aangeefster [slachtoffer 1] en de poging tot oplichting bij aangeefster [slachtoffer 3] in hetzelfde dorp stuurde verdachte: “Vraag aan haar”, “Of ze nog wat waarde vols heeft”, “In huis” en “Pak”, “Alles”, “Niks vergeten” en “We staan om de hoek”. En tot slot bij de poging tot oplichting in [plaats 3] bij aangever [slachtoffer 2] stuurde ‘ [accountnaam 2] ’ (gebruikersnaam van een onbekend gebleven persoon): “@ [accountnaam 1] deze s voor jou”. Verdachte reageerde daarop met: “isgoed”, “Man of vrouw?”. Vervolgens vroeg verdachte nog of er codes zijn doorgegeven, gaf aan dat ze er bijna waren en checkte hij de naam die telefonisch aan aangever was doorgegeven. [10] Verdachte was ook degene die bij deze poging uit de auto ging en naar de woning van aangeefster toe ging. [11]
Daarnaast is op de telefoon van verdachte op 23 oktober 2024 gezocht naar de exacte adressen van alle aangevers/aangeefsters. [12] De tas waarin de sieraden van [slachtoffer 1] werden aangetroffen, behoort toe aan verdachte. [13] Bovendien bleek bij de aanhouding van verdachten dat medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte van kleding hadden gewisseld. Beiden hebben verklaard dat zij dat hebben gedaan nadat zij uit [plaats 3] waren weggereden. [14] Tot slot heeft verdachte op de vraag van de politie of hij een ‘spitta’ is met ‘ja’ geantwoord. Dit doet verdachte nadat de verbalisanten hem hebben verteld dat het woord ‘spitta’ gebruikt wordt om iemand aan te duiden die geld haalt uit gestolen pasjes en jobs doet voor iemand anders, meestal voor een klein percentage van de winst. [15]
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte(n), die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Ook heeft verdachte een bijdrage van voldoende gewicht geleverd bij alle feiten. Verdachte wist wat er die dag ging gebeuren, was vanaf het begin tot het eind aanwezig, nam actief deel aan de groepsapp tijdens de (pogingen tot) oplichting/diefstallen en gaf in die groepsapp ook instructies. Tot slot ging verdachte ook zelf naar de woning van een aangeefster om sieraden en een bankpas op te halen. Tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] was sprake van inwisselbare rollen. De ene keer ging [medeverdachte 2] en gaf (ook) verdachte instructies en bij het volgende slachtoffer draaiden de rollen om. Dat verdachte helemaal aan het begin van de dag nog niet in de Snapchat groepsapp zat, maakt dat niet anders. Ruim voor aanvang van het eerste tenlastegelegde feit die dag (10.30u) [16] is hij immers aan de groepsapp toegevoegd (09.40uur) [17] . Dat verdachte, naar hij ter zitting heeft verklaard, alleen op instructie van anderen berichten in de groepsapp heeft gedeeld en/of zijn telefoon aan een ander zou hebben gegeven, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk nu alle aanwezigen in de auto actief en ook kort na elkaar deelnemen aan de app. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bij alle feiten bewezen.
Feit 6
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 82;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 april 2026.
Parketnummer 05/377357-24: [18]
Feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 282;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 april 2026.
Medeplegen
De rechtbank vindt dat op basis van het dossier medeplegen niet kan worden vastgesteld. Niet gebleken is dat de andere aanwezige persoon enige rol heeft gehad bij de vernieling. Daarom spreekt de rechtbank verdachte van dit deel vrij.
Feit 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , p. 54 – 55;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] , p. 134 – 135;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] , p. 183 – 184;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] , p. 203 – 204;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , p. 247 – 250;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 april 2026.
Feiten 2 en 4
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. In de periode van 31 mei 2024 tot en met 26 juni 2024 zijn diverse (zeer) oude en kwetsbare mensen slachtoffer geworden van oplichtingen en diefstallen.
Aangeefster [slachtoffer 6] werd op 31 mei 2024 gebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van de Rabobank. Er zouden problemen bij de bank zijn en een collega zou langskomen om aangeefster te helpen en het huis te doorzoeken. Dit zou al bekend zijn bij de politie. Aangeefster moest haar bankpas in een envelop doen. Kort daarna stond er een jongen aan de deur. Aangeefster liet hem binnen en wisselde een code met hem uit. Nadat de jongen in de woning had rondgekeken, nam hij de envelop mee met de bankpas erin en verliet de woning. [19]
Aangever [slachtoffer 7] werd op 4 juni 2024 gebeld door iemand die van de fraudehelpdesk van de Rabobank zou zijn. Er zou geprobeerd zijn om geld van zijn bankrekening af te schrijven en daarom moest aangever een nieuwe bankpas krijgen. Niet veel later kwam er een jonge jongen van rond de vijftien jaar oud aan de deur. Aangever moest een code zeggen en gaf zijn bankpas met pincode af. Ook wilde de jongen sieraden fotograferen voor de verzekering. Daarna liep de jongen met de bankpas en de sieraden (waaronder een sieradenkistje, horloges, broches en manchetknopen) weg. [20]
Aangeefster [slachtoffer 8] werd op 10 juni 2024 gebeld door iemand die van de fraudeafdeling van de bank zou zijn. Aangeefster werd gevraagd of zij haar kluis wilde openmaken en haar bankpas wilde afgeven. Later ging de deurbel. Aangeefster liet een jongen binnen. De jongen heeft zonder dat aangeefster het zag de kluis leeggehaald (sieraden, munten, horloges en broches) en haar bankpas meegenomen. [21]
Tot slot werd aangeefster [slachtoffer 9] op 11 juni 2024 gebeld door iemand die van de SNS bank zou zijn. Haar ouders zouden een schuld in Polen hebben van € 800,-. Er zou een medewerker langskomen om de bankpas en pincode van aangeefster op te halen. Aangeefster deed de bankpas met de pincode in een envelop. Later kwam een jongen aan de deur. Aangeefster gaf de envelop af aan deze jongen. [22]
Met de bankpassen die zijn weggenomen zijn geldbedragen gepind. Dat pinnen met die bankpassen heeft verdachte bekend (feit 3).
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten met uitzondering van het deel dat ziet op aangeefster [slachtoffer 9] . Daarvan moet verdachte worden vrijgesproken vanwege het gebrek aan betrokkenheid.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft het volgende bepleit. Verdachte heeft feit 2 en feit 4 bekend voor zover het aangeefster [slachtoffer 8] betreft. Voor het deel van de feiten dat ziet op aangeefster [slachtoffer 9] moet verdachte worden vrijgesproken. Dat geldt ook voor de feiten die zien op aangeefster [slachtoffer 6] en aangever [slachtoffer 7] . Daar heeft verdachte geen bijdrage van voldoende gewicht geleverd.
Beoordeling door de rechtbank
Aangeefster [slachtoffer 8]
Verdachte heeft bekend dat hij degene was die bij aangeefster [slachtoffer 8] in de woning is geweest en daar de sieraden en bankpas heeft meegenomen. Voor dit deel van feit 2 en feit 4 is dus sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] , p. 134 – 135;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 april 2026.
Aangeefster [slachtoffer 6]
De rechtbank moet beoordelen of op basis van het dossier wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de oplichting. Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij dit feit ontkend.
Aangeefster [slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij op 31 mei 2024 om ongeveer 16:20 uur werd gebeld. Zij hoorde van een man dat hij een medewerker van de Rabobank was. Zij hoorde dat zijn collega onderweg was en dat hij er binnen toen minuten zou zijn. Een jongen kwam tien minuten later aan de deur en is ongeveer 20 minuten in de woning geweest. Het signalement jongen in huis: circa 17-18 jaar en 1.70m lang, tenger postuur, zwarte capuchon, zwarte glimmende gewatteerde jas met ruitjespatroon. [23]
De politie heeft de telefoon van verdachte onderzocht. De telefoon van verdachte heeft op 31 mei 2024 (de dag van de oplichting) om 16:49 uur een GPS-locatie opgeslagen. Deze GPS-locatie is ter hoogte van het adres van aangeefster [slachtoffer 6] . [24] Dit plaatst verdachte op de plaats delict op het tijdstip dat, zoals aangeefster verklaart, een jongen aan de deur en in haar woning is geweest. Aangeefster heeft ook verklaard dat de jongen die bij haar binnen ging, een zwarte glimmende gewatteerde jas met ruitjespatroon droeg. [25]
Verdachte heeft bekend dat hij op de dag van de oplichting om 17:15 uur in Apeldoorn met de gestolen bankpas van aangeefster heeft gepind en dat hij degene is op de camerabeelden van de pinautomaat. Op die beelden is verdachte samen met een ander persoon te zien. Verdachte is daar degene die een zwarte glimmende jas met ruitpatroon draagt met op de linkermouw een lichtkleurig logo. [26] Gelet op dit alles vindt de rechtbank bewezen dat verdachte degene is geweest die bij aangeefster binnen was en dus daar haar bankpas en pincode heeft weggenomen. Deze handelingen van verdachte zijn van een dusdanig grote bijdrage en voldoende om te spreken van wettig en overtuigend bewijs voor het medeplegen van de oplichting van aangeefster.
Aangever [slachtoffer 7]
Ook hier heeft verdachte iedere betrokkenheid bij de oplichting ontkend. Uit buurtonderzoek is gebleken dat een buurgenoot van aangever [slachtoffer 7] een jongen met rossig/rood haar op een fatbike heeft gezien die naar de woning van aangever liep. Een andere buurtbewoner heeft een jongen met bruin haar en wilde krul gezien. [27] En ook het signalement dat aangever [slachtoffer 7] geeft van ‘het snotjong’ dat bij hem in de woning is geweest, sluit verdachte zeker niet uit. Verdachte heeft bekend dat hij degene is die kort daarna met de gestolen pinpas van [slachtoffer 7] pint. Op de camerabeelden van de pinautomaat is verdachte te zien met rossig/rood haar, hetgeen kenmerkend was in die periode voor zijn uiterlijk. Hij draagt een zwarte gewatteerde jas met op zijn linker bovenarm een wit rond embleem. [28] Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte is ook gebleken dat verdachte de GPS-locatie ter hoogte van het adres van aangever [slachtoffer 7] heeft opgeslagen. Ook maakte de telefoon van verdachte die dag een screenshot van de ING internetbankierenapp van aangever. [29] Gelet op dit alles vindt de rechtbank ook hier bewezen dat verdachte degene is die bij aangever naar binnen is geweest en dus daar zijn bankpas, pincode en sieraden heeft weggenomen. Deze handelingen van verdachte zijn van een dusdanig grote bijdrage en voldoende om te spreken van wettig en overtuigend bewijs voor het medeplegen van de oplichting en de diefstal van de spullen van aangever.
Verdachte heeft pas ter zitting verklaard dat hij in de straat van aangevers [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] telkens de door een mededader weggenomen pinpas kreeg van die mededader. Dit zou volgens hem verklaren waarom hij tijdens deze delicten ter plaatse was. Verdachte heeft niet willen verklaren van wie hij de pinpassen kreeg en weet verder ook niet meer hoe dit alles is gegaan. Het door verdachte geschetste alternatieve scenario is daarom te weinig concreet geworden en wordt door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
Aangeefster [slachtoffer 9]
Verdachte heeft bekend met de bankpas van aangeefster te hebben gepind (feit 3). Dat feit is wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank is echter met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het dossier onvoldoende bevat om ook het medeplegen van verdachte bij de oplichting van [slachtoffer 9] wettig en overtuigend te kunnen bewijzen. Aangeefster geeft een (te) algemeen signalement en er zijn in tegenstelling tot de andere zaken geen feiten of omstandigheden, zoals GPS-locatie gegevens, die verdachte kunnen plaatsen op de plaats delict. De rechtbank spreekt verdachte daarom van dit deel van feit 2 vrij.
Conclusie:
De rechtbank vindt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de oplichtingen van [slachtoffer 8] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en het medeplegen van de diefstallen bij [slachtoffer 8] en [slachtoffer 7] .
Parketnummer 05/033143-25: [30]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] , p. 7 – 8;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 april 2026.

4.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 16/338438-24:
1.
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te [plaats 2] , gemeente
Bunschoten,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer
anderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk
te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofvan een valse
hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel van
verdichtsels,
[slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van eendienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/ofhet teniet doen van een inschuld,te weten
sieraden,
althans enig goed,door
- te bellen naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en
/of- zich voor te doen als medewerker van de politie, en
/of- (daarbij) diegene te overtuigen dat er woninginbraken hebben plaatsgevonden,
en
/of- (vervolgens) aan te geven dat de sieraden klaargelegd moeten worden om daar
foto's van te maken, en
/of- (vervolgens) in de woning (opnieuw) voor te doen als iemand van de politie en
(vervolgens) de sieraden mee te nemen;
2.
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te [plaats 3] ,
althans in Nederland,tezamen en in
vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen
valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel
van verdichtsels, [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van enig goed,
hetverlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan vaneen schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten een bankpas en
/ofsieraden,
althans enig goed,immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders
- telefonisch contact opgenomen met het slachtoffer, en
/of- zich voorgedaan als medewerker van de bank, en
/of- diegene overtuigd dat er was geprobeerd geld van de rekening van slachtoffer af te
schrijven, en
/of- (vervolgens) aangegeven dat de bankpas en de sieraden klaargelegd moesten
worden om de bankpas mee te nemen en
/ofde sieraden te fotograferen, en
/of- (vervolgens) zich naar de woning begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te [plaats 2] , gemeente
Bunschoten,
althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen
valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel
van verdichtsels,
[slachtoffer 3] te bewegen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, hetter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het tenietdoen van een inschuld,te weten
een pinpas en
/ofde daarbij behorende pincode,
- heeft/hebben gebeld naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en
/of- zich voor heeft/hebben gedaan als een medewerker van de Rabobank, en
/of- heeft/hebben gezegd dat geprobeerd is om 800 euro van haar rekening af te
schrijven en dat de bank dat heeft voorkomen, en
/of- heeft/hebben gevraagd om haar pincode en
/ofde opdracht heeft gegeven om de
pinpas in een envelop te doen
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te [plaats 1] ,
althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen
valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel
van verdichtsels,
[slachtoffer 4] te bewegen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, het terbeschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doenvan een inschuld, te weten
een pinpas en
/ofde daarbij behorende pincode,
- heeft/hebben gebeld naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en
/of- zich voor heeft/hebben gedaan als een medewerker van de ING bank, en
/of- heeft/hebben gezegd dat geprobeerd is om 4000 euro van haar rekening af te
schrijven, en
/of- heeft/hebben gevraagd om haar pincode en
/ofde opdracht heeft/hebben gegeven
om de pinpas in een envelop te doen
- bij voornoemd slachtoffer heeft/hebben aangebeld en
/ofzich voorgedaan als een
medewerker van de bank die de envelop kwam ophalen
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te [plaats 1] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,een pinpas,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 4]
, in elk gevalaan een andertoebehoorde(n
)heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
6.
hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2024 tot en met 26 oktober 2024 te
Houten
opzettelijk en wederrechtelijk een cel,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of tendeleaan Politie Midden-Nederland
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft
vernield,beschadigd
, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Parketnummer 05/377357-24:
1.
hij op
of omstreeks22 maart 2024 te Apeldoorn
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenopzettelijk en wederrechtelijk
een auto,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 5]
, in elk geval aan eenandertoebehoorde
(n
)heeft
vernield,beschadigd
en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2.
hij, op
een ofmeerdere tijdstippen, in
of omstreeksde periode van 31 mei 2024 tot
en met 11 juni 2024 te Apeldoorn,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en
/ofvan een valse hoedanigheid
en/ofdoor listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
- [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van eendienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/ofhet teniet doen van een inschuld,te weten
- een
pinpas/bankpas en
/of- (bijbehorende) pincode en
/of- [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van eendienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/ofhet teniet doen van een inschuld,te weten
- een
pinpas/bankpas en
/of- (bijbehorende) pincode en
/of- een sieradenkistje en
/of-
één ofmeerdere sieraden en
/of-
één ofmeerdere horloges en
/of-
één ofmeerdere broche(s) en
/of-
één ofmeerdere manchetkno
(o)p
(en
)en
/of- [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst,het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of hetteniet doen van een inschuld,te weten
- een
pinpas/bankpas en
/of- (bijbehorende) pincode en
/of-
[slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van eendienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/ofhet teniet doen van een inschuld, te weten- een pinpas/bankpas en/of- (bijbehorende) pincodedoor:- meermaals,
althans eenmaal,telefonisch contact op te nemen en zich voor te doen als medewerker van een bank
en/of een medewerker van de afdeling fraude en
/of- die [slachtoffer 6] te melden dat er problemen waren bij de bank en
/ofdat de politie
al op de hoogte was en
/ofdat er een huiszoeking gedaan zou worden en
/of- die [slachtoffer 7] te melden dat er gepoogd was geld af te schijven van de
rekening van die [slachtoffer 7] en
/ofte melden dat die [slachtoffer 7] een andere
bankpas zou krijgen en
/of- die [slachtoffer 9] te melden dat haar ouders een schuld hadden in Polen en/of- meermaals,
althans eenmaal,te melden de
pinpas/bankpas en
/of(bijbehorende)
pincode in een enveloppe te doen en
/ofte overhandigen aan een
koerier en/ofpersoon die aan de deur zou komen en
/of- meermaals,
althans eenmaal,hierbij een code te geven ter verificatie en
/of- meermaals,
althans eenmaal,naar de woning toe te
rijden/gaan en
/of- meermaals,
althans eenmaal,aan de deur te komen, voornoemde code door te
geven en
/ofde enveloppe
(s
)(met hierin een
pinpas/bankpas en
/of(bijbehorende)
pincode)
en/of pinpas/bankpas en/of (bijbehorende) pincode in ontvangst tenemen en/ofmee te nemen;
3.
hij, op
een ofmeerdere tijdstippen, in
of omstreeksde periode van 31 mei 2024 tot
en met 26 juni 2024 te Apeldoorn,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,- een geldbedrag (te weten: 600 euro),
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of tendeleaan [slachtoffer 6]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s)
zich detoegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/ofdat weg te
nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
een valse sleutel, door onbevoegd te pinnen met een bankpas
/pinpas(behorende
bij [rekeningnummer 1] ) en
/of(bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 6] en
/of- een geldbedrag (te weten: 800 euro),
in elk geval enig goed,dat
/die geheel of tendeleaan [slachtoffer 7]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s)
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/ofdat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd te pinnen met een bankpas
/pinpas(behorende bij [rekeningnummer 2] ) en
/of(bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 7]
en
/of- een geldbedrag (te weten: 960 en
/of40 euro)
, in elk geval enig goed, dat/die
geheelof ten deleaan [slachtoffer 9]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/ofzijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s)
zich detoegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/ofdat weg te
nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
een valse sleutel, door onbevoegd te pinnen met een bankpas
/pinpas(behorende
bij [rekeningnummer 3] ) en
/of(bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 9] en
/of- een geldbedrag (te weten: 500 euro)
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of tendeleaan [slachtoffer 10]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijnmededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s)
zich detoegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/ofdat weg te
nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
een valse sleutel, door onbevoegd te pinnen met een bankpas
/pinpas(behorende
bij [rekeningnummer 4] ) en
/of(bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 10] ;
4.
hij, op
een ofmeerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 4 juni 2024 tot en
met 10 juni 2024 te Apeldoorn,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,- een sieradenkistje en
/of één ofmeerdere sieraden en
/of één ofmeerdere horloges
en
/of één ofmeerdere broche
(s
)en
/of één ofmeerdere machetkno
(o)p
(en
), in elkgeval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 7]
, in elk geval aan eenander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)en
/of-
één ofmeerdere sieraden en
/of één ofmeerdere munten en
/of één ofmeerdere
horloges en
/of één ofmeerdere broche(hanger)s
, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 8]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/ofzijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Parketnummer 05/033143-25:
hij op
of omstreeks18 oktober 2024 te Eerbeek, gemeente Brummen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,een geldbedrag (te weten: 300 euro),
in elk geval enig goed,dat
/die geheel of ten deleaan [slachtoffer 11]
, in elk geval aaneen ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s)
zich de toegang tot de plaats van hetmisdrijf heeft/hebben verschaft en/ofdat weg te nemen geldbedrag onder
zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,
door onbevoegd te pinnen met een bankpas
/pinpas(behorende bij
[rekeningnummer 5] ) en
/of(bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 11] .
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 16/338438-24:
feit 1:
medeplegen van oplichting
feit 2:
medeplegen van poging tot oplichting
feit 3:
medeplegen van poging tot oplichting
feit 4 en feit 5:
een eendaadse samenloop van
medeplegen van poging tot oplichting
en
diefstal door twee of meer verenigde personen
feit 6:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen
Parketnummer 05/377357-24:
feit 1:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen
feiten 2, 3 en 4:
een eendaadse samenloop van
medeplegen van oplichting(feit 2)
en
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels(feit 3)
en
diefstal door twee of meer verenigde personen(feit 4)
Parketnummer 05-033143-25:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels

6.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7.De strafbaarheid van de verdachte

Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bij feit 2 van parketnummer 16/338438-24 bepleit dat sprake is van een vrijwillige terugtred. Verdachte zou, terwijl hij naar de woning liep, tot inkeer zijn gekomen en zijn weggegaan.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de bespreking van dit feit heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte, terwijl hij bij de woning liep, de dochter van aangever tegenkwam. Ook nam verdachte actief deel aan een Snapchat groepsapp tijdens de poging tot oplichting. In die groepsapp werden op dat moment de volgende berichten gestuurd. Medeverdachte [medeverdachte 2] stuurde dat verdachte liep, de rechtbank begrijpt in de richting van de woning van aangever [slachtoffer 2] . Verdachte reageerde met: “Ey”, “Vrouw is daar”. [accountnaam 2] stuurde dat verdachte snel weg moest gaan. Verdachte reageerde met “Ai” en “Ze belde”. [accountnaam 2] appt nogmaals dat verdachte weg moest gaan. [31]
Het bovenstaande wijst niet op het vrijwillig vertrekken van verdachte zoals hij heeft verklaard. De dochter van aangever (die wist dat er iets niet klopte), kwam verdachte tegen. Tegelijkertijd werd verdachte door zijn mededaders gewaarschuwd. Dat samen maakte dat verdachte besloot om niet aan te bellen bij de woning en wegliep. Dit was niet omdat hij uit eigen beweging tot inkeer kwam maar, zo interpreteert de rechtbank, om ontdekking te voorkomen. Er is dus geen sprake van het vereiste uit artikel 46b Wetboek van Strafrecht dat het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden die van de wil van verdachte afhankelijk waren. Het beroep op vrijwillige terugtred wordt dan ook verworpen.
Voor het overige geldt:
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:
  • een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming;
  • een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen jeugddetentie bij het niet verrichten van die werkstraf.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte, het risico op overvraging en zijn kwetsbaarheid.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 16 maart 2026 (het strafblad),
  • het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 3 maart 2026.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan talrijke (pogingen tot) oplichting en diefstallen. Het gaat hierbij om babbeltrucs waarbij oudere mensen worden gebeld door iemand die zich voordoet als politiemedewerker of bankmedewerker. Gevraagd wordt of geld en/of sieraden in de woning zijn. Daarna zal een persoon langskomen om die goederen te fotograferen en veilig te stellen. De slachtoffers geven dan in goed vertrouwen hun waardevolle sieraden en pinpassen met pincode af. De rechtbank vindt dit zeer ernstige en nare feiten. Door verdachte en zijn medeverdachten wordt misbruik gemaakt van het vertrouwen en de kwetsbaarheid van ouderen. Verdachte lijkt niet te hebben nagedacht wat voor impact zijn handelen op het leven en het veiligheidsgevoel van zijn slachtoffers, hun familieleden en de rest van de samenleving heeft.
Uit het dossier komt naar voren dat het om meerdere verdachten gaat die ieder een eigen rol vervulden. De rechtbank oordeelt in dit geval alleen over het handelen van verdachte.
De rechtbank ziet dat hij niet het meesterbrein achter de oplichtingspraktijken is geweest maar dat hij zich wel willens en wetens heeft laten gebruiken en meerdere keren bij ouderen is langs geweest om hun waardevolle spullen te stelen. Ook heeft verdachte meerdere malen met de weggenomen pinpassen flinke bedragen gepind. Tot slot vindt de rechtbank het extra kwalijk dat verdachte al eens eerder door de politie is aangesproken op zijn gedrag maar vervolgens doorgegaan is met de oplichtingen en diefstallen.
De persoon van verdachte
De Raad voor de Kinderbescherming heeft gerapporteerd over verdachte. De Raad ziet een heel hoog recidiverisico bij verdachte. Er zijn zorgen op meerdere leefgebieden. Verdachte laat weinig zelfinzicht zien, is beïnvloedbaar en overziet de gevolgen van zijn gedrag niet. Ouders zijn onvoldoende in staat om verdachte te begrenzen buitenshuis. Daarnaast is bij verdachte sprake van een verstandelijke beperking. Hij heeft hierdoor hele strakke kaders en intensieve begeleiding nodig. Als reactie op de strafbare feiten vindt de Raad een onvoorwaardelijke werkstraf en voorwaardelijke jeugddetentie passend. Door de werkstraf ervaart verdachte een consequentie van zijn gedrag. Onvoorwaardelijke jeugddetentie vindt de Raad niet wenselijk gelet op de jonge leeftijd van verdachte. Ook zal detentie de huidige ingezette hulpverlening en de schoolgang doorkruisen. Tot slot adviseert de Raad om de eerder voorwaardelijk opgelegde werkstraf ten uitvoer te leggen.
De straf
De rechtbank stelt voorop dat bij dit soort strafbare feiten vaak lange en onvoorwaardelijke
jeugddetenties worden opgelegd. De rechtbank zal dat bij deze verdachte niet doen vanwege het volgende. Verdachte was pas veertien jaar oud tijdens de feiten. Hij was dus nog erg jong en vanwege zijn eigen kwetsbaarheid in die periode zeer vatbaar voor de negatieve invloed van anderen. Ook ziet de rechtbank dat de feiten inmiddels anderhalf tot twee jaar geleden plaatsvonden en sindsdien is niet gebleken dat verdachte nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Een onvoorwaardelijke jeugddetentie in dit stadium vindt de rechtbank daarom niet meer passend en zou ook de prille positieve ontwikkelingen in het leven van verdachte doorkruisen. Dit kan het risico op recidive mogelijk verhogen en dat wil de rechtbank niet.
Wel vindt de rechtbank, zoals gevorderd door de officier van justitie, een lange voorwaardelijke jeugddetentie passend. Verdachte heeft een flinke stok achter de deur nodig om niet in herhaling te vallen. De rechtbank legt een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden op met een proeftijd van twee jaar. Als bijzondere voorwaarden bepaalt de rechtbank dat verdachte mee moet werken aan het jeugdreclasseringstoezicht, behandeling bij Accare moet volgen, begeleiding door The Streetz moet krijgen en een zinvolle dagbesteding moet hebben.
De rechtbank neemt de voorgestelde voorwaarde over het ‘open zijn en inzicht geven in zijn sociale contacten’ niet op. De rechtbank vindt deze voorwaarden te onbepaald en bovendien kan deze voorwaarde vallen onder de meldplicht en het jeugdreclasseringstoezicht, net zoals het geven van inzicht in zijn telefoon. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij het geen probleem vindt om mee te werken aan een controle van zijn telefoon.
De rechtbank zal bepalen dat de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering het reclasseringstoezicht zal gaan uitoefenen. De rechtbank begrijpt dat verdachte een goede band heeft met zijn huidige reclasseerder van Jeugdbescherming Gelderland, maar vindt het ook van belang dat verdachte begeleiding krijgt door een gecertificeerde instelling die gespecialiseerd is in de problematiek van verdachte en voldoende tijd en ruimte kan nemen voor de begeleiding van verdachte.
Tot slot moet verdachte ervaren dat zijn gedrag ook direct een consequentie heeft in de vorm van een werkstraf. De oriëntatiepunten die rechtbanken hanteren bij dit soort feiten schrijven forse werkstraffen voor. Verdachte moet zich de komende periode kunnen focussen op school, behandeling en zijn begeleiding door de verschillende instanties. Ook is artikel 63 Wetboek Pro van Strafrecht van toepassing en heeft verdachte geen uitgebreid strafblad. De rechtbank volstaat daarom - gelijk aan de eis van de officier van justitie - met een werkstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen jeugddetentie als verdachte die werkstraf niet uitvoert.
De rechtbank wil aan verdachte meegeven dat hij met deze straffen een grote kans krijgt om te laten zien dat hij daadwerkelijk spijt heeft van zijn handelen en een leven wil zonder criminaliteit. De rechtbank hoopt dat verdachte deze kans met beide handen aangrijpt.
De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. De tijd die verdachte heeft doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis, wordt van de werkstraf afgetrokken.

9.De beoordeling van de civiele vorderingen

Parketnummer 05/377357-24
[slachtoffer 9]
De benadeelde partij [slachtoffer 9] heeft in verband met de feiten 2 en 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.000,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard vanwege de gerekwireerde vrijspraak.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging gepleit dat onduidelijk is waar het bedrag op ziet. Verder onderzoek daarna levert een onevenredige belasting van het strafproces op.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank spreekt verdachte vrij van de oplichting. Verdachte wordt wel veroordeeld voor het pinnen met de gestolen bankpas van de benadeelde partij. De vordering is echter niet onderbouwd. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan eventuele schade aanbrengen bij de burgerlijke rechter.
De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.
[slachtoffer 8]
De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft in verband met de feiten 2 en 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 4.319,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadepost is voldoende onderbouwd. De rechtbank wijst de gevorderde € 4.319,- toe.
Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van het strafbare feit, 10 juni 2024.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.
Voor zowel de vordering als de schadevergoedingsmaatregel geldt dat verdachte en de medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd.
De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.
[slachtoffer 10]
De benadeelde partij [slachtoffer 10] heeft in verband met feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij heeft geen bedragen ingevuld.
De beoordeling door de rechtbank
Omdat de benadeelde partij alleen een onderbouwing voor immateriële schade heeft gegeven maar geen bedrag heeft ingevuld, verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan eventuele schade aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

10.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05/199923-24)

De kinderrechter van deze rechtbank heeft verdachte op 7 oktober 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 30 uren met een proeftijd van twee jaar.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke straf gevorderd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen verweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd. Verdachte moet dus een werkstraf voor de duur van 30 uren uitvoeren, te vervangen door 15 dagen jeugddetentie als verdachte dat niet doet.

11.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 311, 325 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

12.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:
een jeugddetentievoor de duur van
6 (zes) maanden;
bepaaltdat die
jeugddetentieniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
steltdaarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en
steltals bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:
meldt op afspraken met de jeugdreclassering, zo vaak en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt. De jeugdreclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
laat behandelen door Accare of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering, zolang de jeugdreclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling;
zich laat behandelen en begeleiden door The Streetz of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering, zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling/begeleiding;
meewerkt aan het vinden en behouden van een zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding;
geeftde gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering in Apeldoorn de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
onder de voorwaarden dat verdachte:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in art. 77aa, eerste tot en met vierde lid, Wetboek van Strafrecht, uit te voeren door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering in Apeldoorn, waaronder de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen;
en
een taakstraf, te weten
een werkstrafvan
120 (honderdtwintig) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;
 beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht;

heft ophet – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;
Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen
Parketnummer 05/377357-24
[slachtoffer 9]
  • verklaart de
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
[slachtoffer 8]
  • veroordeelt verdachte ten aanzien van feiten 2 en 4 tot betaling van
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 8] een bedrag te betalen van € 4.319,- aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juni 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
  • bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
[slachtoffer 10]
  • verklaart de
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging

gelast de tenuitvoerleggingvan de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij aantekening mondeling vonnis van de kinderrechter van de rechtbank Gelderland van 7 oktober 2024, te weten van: een werkstraf voor de duur van 30 uren, te vervangen door 15 dagen jeugddetentie bij het niet verrichten van die werkstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Raat (voorzitter en kinderrechter), mr. M.G.J. Post en mr. G.M.L. Tomassen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis-van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 mei 2026.
Mr. Raat en mr. Duis-van Grol zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Midden-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0900-2024337173, gesloten op 26 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] , p. 219 – 220.
3.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 22 – 24.
4.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , p. 236 – 237.
5.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 241 – 242.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 32 – 36.
7.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 april 2026.
8.Proces-verbaal herkenning persoon door opsporingsambtenaar, p. 79; proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 176.
9.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 april 2026.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 56 - 59.
11.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 april 2026.
12.Proces-verbaal van bevindingen, p. 66.
13.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 april 2026.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 47-49.
15.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 149.
16.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] , p. 219;
17.Geschrift bijlage chatlogs, p.263;
18.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024310195, gesloten op 23 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
19.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] , p. 247 – 250.
20.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 7] , p. 54 – 55; proces-verbaal van bevindingen, p. 59.
21.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 8] , p. 134 – 135.
22.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 9] , p. 183 – 184.
23.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] , p. 247 – 250
24.Proces-verbaal van bevindingen, p. 111
25.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] , p. 247 – 250
26.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 april 2024; proces-verbaal van bevindingen, p. 261 – 264.
27.Proces-verbaal van bevinden, p. 161.
28.Proces-verbaal van bevindingen, p. 74 – 88; proces-verbaal van bevindingen, p. 90.
29.Proces-verbaal van bevindingen, p. 111 – 112.
30.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024578549, gesloten op 28 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
31.Proces-verbaal van bevindingen, p. 58.