Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4151

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
16/338345-24; 05/033145-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 45 SrArt. 47 SrArt. 55 SrArt. 77a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling jeugdige voor babbeltrucs en pinpasfraude bij ouderen

De rechtbank Gelderland heeft op 12 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een jeugdige verdachte geboren in 2008, die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere pogingen tot oplichting en diefstal door middel van babbeltrucs bij kwetsbare ouderen. De feiten vonden plaats in oktober 2024 en betroffen onder meer het zich voordoen als politie- of bankmedewerker om sieraden, pinpassen en pincodes te verkrijgen.

De verdachte heeft alle feiten bekend en is medepleger van oplichting en poging tot oplichting, alsmede diefstal. De rechtbank acht de feiten wettig en overtuigend bewezen. De strafmaat is een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 90 uur, met een vervangende jeugddetentie van 45 dagen bij niet-nakoming. De rechtbank weegt mee dat de verdachte zich positief heeft ontwikkeld, spijt heeft betuigd en weer naar school gaat.

Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot betaling van materiële schade van €1.474 en immateriële schade van €750 aan een benadeelde partij, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het strafbare feit. De rechtbank legt een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalt dat de vordering hoofdelijk is met medeverdachten. De voorlopige hechtenis wordt geschorst en in mindering gebracht op de werkstraf.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 90 uur werkstraf met vervangende jeugddetentie en schadevergoeding aan benadeelde partij.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 16/338345-24; 05/033145-25 (gev. ttz.)
Datum uitspraak : 12 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. M.A.D. Kok, advocaat in Ermelo.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Onder parketnummer 16/338345-24 is aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente
Bunschoten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer
anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk
te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse
hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van
verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen
van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een
schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten sieraden, althans enig goed,
door
- te bellen naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en/of
- zich voor te doen als medewerker van de politie, en/of
- (daarbij) diegene te overtuigen dat er woninginbraken hebben plaatsgevonden,
en/of
- (vervolgens) aan te geven dat de sieraden klaargelegd moeten worden om daar
foto's van te maken, en/of
- (vervolgens) naar de woning van slachtoffer te gaan, en/of de sieraden mee te
nemen;
2.
hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een
valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel
van verdichtsels, [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het
verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van
een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een bankpas en/of
sieraden, althans enig goed, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders
- telefonisch contact opgenomen met het slachtoffer, en/of
- zich voorgedaan als medewerker van de bank, en/of
- diegene overtuigd dat er was geprobeerd geld van de rekening van slachtoffer af te
schrijven, en/of
- (vervolgens) aangegeven dat de bankpas en de sieraden klaargelegd moesten
worden om de bankpas mee te nemen en/of de sieraden te fotograferen, en/of
- (vervolgens) zich naar de woning begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente
Bunschoten, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een
valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel
van verdichtsels,
[slachtoffer 3] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het
ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet
doen van een inschuld, te weten
een pinpas en/of de daarbij behorende pincode,
- heeft/hebben gebeld naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en/of
- zich voor heeft/hebben gedaan als een medewerker van de Rabobank, en/of
- heeft/hebben gezegd dat geprobeerd is om 800 euro van haar rekening af te
schrijven en dat de bank dat heeft voorkomen, en/of
- heeft/hebben gevraagd om haar pincode en/of de opdracht heeft gegeven om de
pinpas in een envelop te doen
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats 3] , althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een
valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel
van verdichtsels,
[slachtoffer 4] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter
beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen
van een inschuld, te weten
een pinpas en/of de daarbij behorende pincode,
- heeft/hebben gebeld naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en/of
- zich voor heeft/hebben gedaan als een medewerker van de ING bank, en/of
- heeft/hebben gezegd dat geprobeerd is om 4000 euro van haar rekening af te
schrijven, en/of
- heeft/hebben gevraagd om haar pincode en/of de opdracht heeft/hebben gegeven
om de pinpas in een envelop te doen
- bij voornoemd slachtoffer heeft/hebben aangebeld en/of zich voorgedaan als een
medewerker van de bank die de envelop kwam ophalen
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.
hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats 3] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een pinpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval
aan een ander toebehoorde(n)
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Onder parketnummer 05/033145-25 is aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 16 oktober 2024 te Gouda, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een
dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een inschuld, te weten
- één of meerdere sieraden en/of
- één of meerdere dasspelden,
door
- die [slachtoffer 5] meermaals, althans eenmaal, telefonisch te benaderen en zich voor
te doen als medewerker van een bank en/of
- die [slachtoffer 5] te melden dat er gepoogd was geld te pinnen met de bankpas van
die [slachtoffer 5] en/of
- die [slachtoffer 5] te melden haar goud te overhandigen aan een koerier en/of collega
en/of persoon die bij voornoemde [slachtoffer 5] aan de deur zou komen zodat het
veilig bewaard kon worden en/of
- die [slachtoffer 5] hierbij een code te geven ter verificatie en/of
- meermalen, althans eenmaal, naar de woning van [slachtoffer 5] toe te rijden/gaan
en/of
- bijdie [slachtoffer 5] meermaals, althans eenmaal, aan de deur te komen,
voornoemde code door te geven en/of het goud en/of één of meerdere sieraden
en/of één of meerdere dasspelden in ontvangst te nemen en/of mee te nemen;
2.
hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Eerbeek, gemeente Brummen, althans in
Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of
door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst,
het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het
teniet doen van een inschuld, te weten
- een pinpas/bankpas en/of
- (bijbehorende) pincode en/of
- één of meerdere manchetknopen en/of
- één of meerdere kettingen met medaillons,
door
- die [slachtoffer 6] meermaals, althans eenmaal, telefonisch te benaderen en zich voor
te doen als medewerker van een bank en/of
- die [slachtoffer 6] te melden dat zij een nieuwe pinpas/bankpas zou krijgen en/of
- die [slachtoffer 6] te melden haar pinpas/bankpas en/of (bijbehorende) pincode en/of
sieraden te overhandigen aan een koerier en/of persoon die bij voornoemde
[slachtoffer 6] aan de deur zou komen en/of
- die [slachtoffer 6] hierbij een code en/of nummer te geven ter verificatie en/of
- meermalen, althans eenmaal, naar de woning van [slachtoffer 6] toe te rijden/gaan
en/of
- bij die [slachtoffer 6] meermaals, althans eenmaal, aan de deur te komen, voornoemde
code en/of nummer door te geven en/of de pinpas/bankpas en/of (bijbehorende)
pincode en/of één of meerdere manchetknopen en/of één of meerdere kettingen
met medaillons in ontvangst te nemen en/of mee te nemen.

2.Het onderzoek ter terechtzitting

Verdachte heeft meerdere dagvaardingen ontvangen. De rechtbank behandelt alle feiten op deze dagvaardingen gevoegd.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 16/338438-24: [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feiten onder dit parketnummer.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor de bewezenverklaring van de feiten onder dit parketnummer.
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft alle feiten bekend als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen feit 1:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 22 – 23;
- de proces-verbalen van verhoor verdachte, p. 171, 175 – 179;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026.
Bewijsmiddelen feit 2:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 241 - 242;
- de proces-verbalen van verhoor verdachte, p. 171, 175 – 179;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026.
Bewijsmiddelen feit 3:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 236;
- de proces-verbalen van verhoor verdachte, p. 171, 175 – 179;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026.
Bewijsmiddelen feit 4:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 219 – 220;
- de proces-verbalen van verhoor verdachte, p. 171, 175 – 179;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026.
Parketnummer 05/033145-25: [2]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feiten onder dit parketnummer.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor de bewezenverklaring van de feiten onder dit parketnummer.
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft alle feiten bekend als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen feit 1:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 73 – 74;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 43 – 47;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026.
Bewijsmiddelen feit 2:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , p. 7 – 8;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 43 – 47;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2026.

4.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 16/338345-24:
1.
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente
Bunschoten,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer
anderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk
te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofvan een valse
hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/ofdoor een samenweefsel van
verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenenvan een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van eenschuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten sieraden,
althans enig goed,door
- te bellen naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en
/of- zich voor te doen als medewerker van de politie, en
/of- (daarbij) diegene te overtuigen dat er woninginbraken hebben plaatsgevonden,
en
/of- (vervolgens) aan te geven dat de sieraden klaargelegd moeten worden om daar
foto's van te maken, en
/of- (vervolgens) naar de woning van slachtoffer te gaan, en
/ofde sieraden mee te
nemen;
2.
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te [plaats 2] ,
althans in Nederland,tezamen en in
vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door
verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen
valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/ofdoor een samenweefsel
van verdichtsels, [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van enig goed,
hetverlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan vaneen schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een bankpas en
/ofsieraden,
althans enig goed,immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders
- telefonisch contact opgenomen met het slachtoffer, en
/of- zich voorgedaan als medewerker van de bank, en
/of- diegene overtuigd dat er was geprobeerd geld van de rekening van slachtoffer af te
schrijven, en
/of- (vervolgens) aangegeven dat de bankpas en de sieraden klaargelegd moesten
worden om de bankpas mee te nemen en
/ofde sieraden te fotograferen, en
/of- (vervolgens) zich naar de woning begeven,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente
Bunschoten,
althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen
valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel
van verdichtsels,
[slachtoffer 3] te bewegen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, hetter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het tenietdoen van een inschuld,te weten
een pinpas en
/ofde daarbij behorende pincode,
- heeft/hebben gebeld naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en
/of- zich voor heeft/hebben gedaan als een medewerker van de Rabobank, en
/of- heeft/hebben gezegd dat geprobeerd is om 800 euro van haar rekening af te
schrijven en dat de bank dat heeft voorkomen, en
/of- heeft/hebben gevraagd om haar pincode en
/ofde opdracht heeft gegeven om de
pinpas in een envelop te doen
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te [plaats 3] ,
althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander
wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en
/ofeen
valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel
van verdichtsels,
[slachtoffer 4] te bewegen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst, het terbeschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doenvan een inschuld,te weten
een pinpas en
/ofde daarbij behorende pincode,
- heeft/hebben gebeld naar het telefoonnummer van voornoemd slachtoffer, en
/of- zich voor heeft/hebben gedaan als een medewerker van de ING bank, en
/of- heeft/hebben gezegd dat geprobeerd is om 4000 euro van haar rekening af te
schrijven, en
/of- heeft/hebben gevraagd om haar pincode en
/ofde opdracht heeft/hebben gegeven
om de pinpas in een envelop te doen
- bij voornoemd slachtoffer heeft/hebben aangebeld en
/ofzich voorgedaan als een
medewerker van de bank die de envelop kwam ophalen
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te [plaats 3] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,een pinpas,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 4]
, in elk gevalaan een andertoebehoorde
(n)heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Parketnummer 05/033145-25:
1.
hij op
of omstreeks16 oktober 2024 te Gouda,
althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en
/ofvan een valse hoedanigheid
en/ofdoor listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van eendienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/ofhet teniet doen van een inschuld,te weten
-
één ofmeerdere sieraden en
/of-
één ofmeerdere dasspelden,
door
- die [slachtoffer 5] meermaals,
althans eenmaal,telefonisch te benaderen en zich voor
te doen als medewerker van een bank en
/of- die [slachtoffer 5] te melden dat er gepoogd was geld te pinnen met de bankpas van
die [slachtoffer 5] en
/of- die [slachtoffer 5] te melden haar goud te overhandigen aan een
koerier en/of collegaen/ofpersoon die bij voornoemde [slachtoffer 5] aan de deur zou komen zodat het
veilig bewaard kon worden en
/of- die [slachtoffer 5] hierbij een code te geven ter verificatie en
/of- meermalen
, althans eenmaal,naar de woning van [slachtoffer 5] toe te
rijden/gaan
en
/of- bij die [slachtoffer 5] meermaals
, althans eenmaal,aan de deur te komen,
voornoemde code door te geven en
/ofhet goud en
/of één ofmeerdere sieraden
en
/of één ofmeerdere dasspelden
in ontvangst te nemen en/ofmee te nemen;
2.
hij op of
omstreeks18 oktober 2024 te Eerbeek, gemeente Brummen,
althans inNederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en
/ofvan een valse hoedanigheid
en/ofdoor listige kunstgrepenen
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst,het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of hetteniet doen van een inschuld,te weten
- een pinpas
/bankpasen
/of- (bijbehorende) pincode en
/of- één of meerdere manchetknopen en/of
- één of meerdere kettingen met medaillons,
door
- die [slachtoffer 6]
meermaals, althans eenmaal,telefonisch te benaderen en zich voor
te doen als medewerker van een bank en
/of- die [slachtoffer 6] te melden dat zij een nieuwe pinpas
/bankpaszou krijgen en
/of- die [slachtoffer 6] te melden haar pinpas
/bankpasen
/of(bijbehorende) pincode en
/ofsieraden te overhandigen aan een
koerier en/ofpersoon die bij voornoemde
[slachtoffer 6] aan de deur zou komen en
/of- die [slachtoffer 6] hierbij een code
en/of nummerte geven ter verificatie en
/of-
meermalen, althans eenmaal,naar de woning van [slachtoffer 6] toe te
rijden/gaan
en
/of- bij die [slachtoffer 6]
meermaals, althans eenmaal,aan de deur te komen, voornoemde
code
en/of nummerdoor te geven en
/ofde pinpas
/bankpasen
/of(bijbehorende)
pincode en
/oféén of meerdere manchetknopen en
/oféén of meerdere kettingen
met medaillons
in ontvangst te nemen en/ofmee te nemen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 16/338345-24:
feit 1:
medeplegen van oplichting
feit 2:
medeplegen van poging tot oplichting
feit 3:
medeplegen van poging tot oplichting
feit 4 en feit 5:
een eendaadse samenloop van medeplegen van poging tot oplichting
en
diefstal door twee of meer verenigde personen
Parketnummer 05/033145-25:
feit 1:
medeplegen van oplichting
feit 2:
medeplegen van oplichting

6.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 90 uren, te vervangen door 45 dagen jeugddetentie bij het niet verrichten van die werkstraf.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 16 maart 2026 (het strafblad),
  • het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 12 maart 2026.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich in korte tijd meermalen schuldig gemaakt aan (pogingen tot) oplichting.
Het gaat hierbij om babbeltrucs waarbij (zeer) oude en kwetsbare mensen worden gebeld door iemand die zich voordoet als politiemedewerker of bankmedewerker. Gevraagd wordt of geld en/of sieraden in de woning zijn. Daarna zal een persoon langskomen om die goederen te fotograferen en veilig te stellen. De slachtoffers geven dan in goed vertrouwen hun waardevolle sieraden en pinpassen met pincode af. De rechtbank vindt dit zeer ernstige en vooral nare feiten. Door verdachte en zijn medeverdachten wordt op slinkse wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen en de kwetsbaarheid van ouderen. Verdachte lijkt niet te hebben nagedacht wat voor impact zijn handelen op het leven en het veiligheidsgevoel van de ouderen heeft.
Uit het dossier blijkt dat het om meerdere verdachten gaat die ieder een eigen rol vervulden. De rechtbank oordeelt in dit geval alleen over het handelen van verdachte.
De rechtbank ziet dat hij niet het meesterbrein achter de oplichtingspraktijken is geweest, maar dat hij zich wel willens en wetens heeft laten gebruiken en meerdere keren bij ouderen binnen is geweest om hun waardevolle spullen te stelen. Dit neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk.
De persoon van verdachte
De Raad voor de Kinderbescherming heeft gerapporteerd over verdachte. De Raad schat het risico op recidive laag in. Verdachte heeft goede ambulante hulpverlening en functioneert goed op verschillende leefgebieden. Sinds de strafbare feiten is verdachte niet meer met politie of justitie in aanraking geweest. Ook gaat hij weer naar school. De Raad vindt een taakstraf in de vorm van een werkstraf en een geldboete passende afdoeningen. Werken en geld sparen is belangrijk voor verdachte. Met deze afdoeningen ervaart hij een directe sanctie op zijn gedrag. De Raad ziet geen noodzaak voor het opleggen van bijzondere voorwaarden. Ook jeugddetentie is gelet op de positieve ontwikkeling niet passend. Dit zou bovendien de positieve leefgebieden van verdachte doorkruisen. De Raad heeft de rechtbank verzocht om mee te wegen dat verdachte een mediationtraject is aangegaan.
De straf
De rechtbank stelt voorop dat bij dit soort strafbare feiten vaak lange en onvoorwaardelijke
jeugddetenties worden opgelegd. De rechtbank zal dat bij deze verdachte niet doen vanwege het volgende. Verdachte was pas zestien jaar tijdens de feiten. De feiten vonden kort na elkaar plaats toen verdachte in een onrustige periode zat en niet naar school ging. Na zijn aanhouding heeft verdachte zijn rol bij de feiten toegegeven. Hij heeft zich daarna een lange periode goed aan strenge voorwaarden gehouden tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis. Ook heeft hij zich de afgelopen periode positief ontwikkeld en oprecht spijt betuigd. Inmiddels gaat hij weer naar school, heeft hij een betaalde baan en komt hij niet meer met politie en justitie in aanraking. Een onvoorwaardelijke jeugddetentie zo lang na de gepleegde feiten vindt de rechtbank daarom niet meer passend. De rechtbank ziet ook geen noodzaak meer voor een voorwaardelijke jeugddetentie. De kans op recidive is door de positieve ontwikkelingen erg gedaald en een stok achter de deur is niet nodig.
Wel vindt de rechtbank het belangrijk dat verdachte voelt dat zijn gedrag echt niet kan en bovendien nooit meer mag gebeuren. De rechtbank legt daarom aan verdachte op een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 90 uren, te vervangen door 45 dagen jeugddetentie als verdachte die werkstraf niet uitvoert. Dit is (veel) lager dan de werkstraffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Het hebben van werk en het weer naar school gaan, dragen veel bij aan de positieve ontwikkeling die verdachte heeft doorgemaakt. De rechtbank wil dan ook niet dat een al te forse werkstraf dit doorkruist. Vandaar dat de rechtbank de werkstraf aan verdachte oplegt die de officier van justitie heeft geëist.
Tot slot neemt de rechtbank het advies van de Raad om een geldboete aan verdachte op te leggen niet over. De rechtbank vindt het belangrijk dat verdachte zijn geld gebruikt om de schade aan de benadeelde partij te vergoeden.
De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

9.De beoordeling van de civiele vordering

Parketnummer 05/033145-25
De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 4.395,- aan materiële schade en € 750,- aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging vindt primair dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Beiden posten zijn onvoldoende onderbouwd. Subsidiair vindt de raadsman dat de vordering gematigd moet worden en dat de rechtbank de vordering niet hoofdelijk moet toewijzen.
De beoordeling door de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft eerst opgeschreven dat de waarde van de weggenomen sieraden totaal € 1.474,- was. Later heeft de benadeelde partij dat aangepast naar een bedrag van € 4.395,-. Bij deze waarde staat alleen een stempel van een juwelier. Daaruit blijkt onvoldoende hoe de juwelier de waarde van de gestolen sieraden heeft kunnen bepalen. De rechtbank vindt deze verhoging daarom onvoldoende onderbouwd. De rechtbank gaat daarom uit van het eerstgenoemde bedrag van € 1.474,- en wijst dit bedrag toe. Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:
  • verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
  • de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
  • de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
  • de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
De rechtbank realiseert zich dat in eerdere, vergelijkbare zaken, waarin immateriële schadevergoeding bij ‘babbeltrucs’ steeds is toegewezen door de feitenrechter, deze alsnog is afgewezen door de Hoge Raad, omdat er geen sprake was van aangetoond geestelijk letsel en de aantasting in de persoon anderszins ook onvoldoende was onderbouwd. Toch vindt de rechtbank in dit geval immateriële schadevergoeding op zijn plaats. Het gaat hier om kwetsbare oudere mensen. Zij worden geconfronteerd met iemand die zich voordoet als politieagent of bankmedewerker, die hun huis betreedt en die hen vraagt om hun sieraden af te staan of de sieraden onverwachts meeneemt na ze te hebben ‘gefotografeerd’. De rechtbank vindt dus dat de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast en daarom in aanmerking komt voor immateriële schadevergoeding. Gelet op soortgelijke gevallen is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde bedrag van € 750,- passend en toewijsbaar is.
Voor zowel de materiële schade als de immateriële schade geldt dat de verdachte wettelijke rente verschuldigd is vanaf de datum van het strafbare feit, 16 oktober 2024.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het wettelijke uitgangspunt om de vordering hoofdelijk toe te wijzen bij medeverdachten. Dus voor zowel de vordering als de schadevergoedingsmaatregel geldt dat verdachte en de medeverdachten (als zij worden opgespoord en vervolgd) ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
In verband met de leeftijd van verdachte wordt geen gijzeling opgelegd.
De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 77a, 77g, 77m, 77n, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

11.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:
een taakstraf, te weten
een werkstrafvan 90 (negentig) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 45 (vijfenveertig) dagen;
 beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de werkstraf in mindering wordt gebracht, volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, twee uren in mindering worden gebracht;

heft ophet – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;
Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partij
Parketnummer 05/033145-25
[slachtoffer 5]
  • veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 5] een bedrag te betalen van € 1.474,- aan materiële schade en € 750 aan immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
  • bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door M.G.J. Post (voorzitter), mr. R. Raat en mr. G.M.L. Tomassen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis-van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 mei 2026.
Mr. Raat en mr. Duis-van Grol zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Midden-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0900-2024337173, gesloten op 26 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024578549, gesloten op 28 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.