ECLI:NL:RBGEL:2026:4148
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- R.P.W. van de Meerakker
- M.W.R. Koch
- C.J.M. Vijftigschild
- Rechtspraak.nl
Voortzetting ISD-maatregel na tussentijdse beoordeling wegens recidiverisico
Op 22 januari 2025 is aan de veroordeelde een ISD-maatregel opgelegd voor de duur van twee jaar met een tussentijdse beoordeling na twaalf maanden. Tijdens de zitting van 23 april 2026 zijn de veroordeelde, zijn raadsman, een deskundige casemanager en de officier van justitie gehoord.
De veroordeelde erkent de noodzaak van voortzetting maar vraagt om een eerdere beëindiging of een tussentijdse toetsing vanwege positieve ontwikkelingen. De officier van justitie verzoekt voortzetting tot 19 maart 2027, onderbouwd met het feit dat de veroordeelde meewerkt aan behandelingen en meer zelfinzicht toont.
De rechtbank weegt het primaire doel van de maatregel, namelijk bescherming van de maatschappij en recidivebeperking. Uit rapportages blijkt dat de veroordeelde positieve gedragsveranderingen vertoont, maar dat er nog incidenten en risico’s zijn, met name rond middelengebruik en naleving van verlofregels.
Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank voortzetting noodzakelijk om het behandeltraject af te ronden en de overgang naar begeleid wonen mogelijk te maken. De ISD-maatregel wordt daarom verlengd tot 19 maart 2027, met de mogelijkheid voor de raadsman om eerder beëindiging te verzoeken bij aanwijzingen daarvoor.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de ISD-maatregel tot 19 maart 2027 vanwege het nog aanwezige recidiverisico en de noodzaak van verdere behandeling.