Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4148

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
05-259799-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting ISD-maatregel na tussentijdse beoordeling wegens recidiverisico

Op 22 januari 2025 is aan de veroordeelde een ISD-maatregel opgelegd voor de duur van twee jaar met een tussentijdse beoordeling na twaalf maanden. Tijdens de zitting van 23 april 2026 zijn de veroordeelde, zijn raadsman, een deskundige casemanager en de officier van justitie gehoord.

De veroordeelde erkent de noodzaak van voortzetting maar vraagt om een eerdere beëindiging of een tussentijdse toetsing vanwege positieve ontwikkelingen. De officier van justitie verzoekt voortzetting tot 19 maart 2027, onderbouwd met het feit dat de veroordeelde meewerkt aan behandelingen en meer zelfinzicht toont.

De rechtbank weegt het primaire doel van de maatregel, namelijk bescherming van de maatschappij en recidivebeperking. Uit rapportages blijkt dat de veroordeelde positieve gedragsveranderingen vertoont, maar dat er nog incidenten en risico’s zijn, met name rond middelengebruik en naleving van verlofregels.

Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank voortzetting noodzakelijk om het behandeltraject af te ronden en de overgang naar begeleid wonen mogelijk te maken. De ISD-maatregel wordt daarom verlengd tot 19 maart 2027, met de mogelijkheid voor de raadsman om eerder beëindiging te verzoeken bij aanwijzingen daarvoor.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ISD-maatregel tot 19 maart 2027 vanwege het nog aanwezige recidiverisico en de noodzaak van verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05-259799-24
Datum uitspraak: 7 mei 2026
Beslissingvan de meervoudige kamer ingevolge artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. D. Nieuwenhuis, advocaat in Arnhem.

De procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 22 januari 2025 is aan veroordeelde de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar opgelegd (hierna te noemen: ISD-maatregel). Daarbij is tevens bepaald dat twaalf maanden na het begin van de tenuitvoerlegging van de maatregel een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden van de noodzaak van de voortzetting van tenuitvoerlegging van de maatregel.

Het onderzoek ter terechtzitting

Op de openbare terechtzitting van 23 april 2026 zijn gehoord:
- veroordeelde;
- voornoemde raadsman;
- de deskundige mevrouw H. Pet, senior casemanager ISD, en
- de officier van justitie, mr. M.M.J.A. Peters.

Het standpunt van veroordeelde

Veroordeelde meent dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel nog noodzakelijk is, maar de vraag is of dat voor de volledige duur van de ISD-maatregel nodig is. Gelet op het positieve verloop van de maatregel stelt de raadsman voor om de maatregel in december 2026 te beëindigen of om halverwege nog een tussentijdse toetsing te laten plaatsvinden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de ISD-maatregel voort te zetten. Hij heeft daartoe aangevoerd dat veroordeelde heeft meegewerkt aan behandelingen, meer zelfinzicht heeft en meer nadenkt over situaties waar hij in terecht komt. Gelet op de inhoud van de adviezen is er geen reden om tot beëindiging van de maatregel over te gaan. Er zijn nog stappen die kunnen worden gezet. Ook voor het begeleid wonen is de ISD-maatregel een stok achter de deur. De officier van justitie stelt voor de maatregel te laten voortduren tot 19 maart 2027. Mochten er aanwijzingen zijn om de maatregel eerder te beëindigen, dan kan de raadsman daartoe een verzoek indienen.

De beoordeling

De ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive. De rechter beëindigt de maatregel indien hij naar aanleiding van de inlichtingen over de noodzaak van de voortzetting van de maatregel van oordeel is dat de verdere tenuitvoerlegging niet langer is vereist.
Daarbij geldt het volgende beslissingskader. Allereerst moet worden vastgesteld of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige overlast en verloedering van het publieke domein. Daarna moet worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van betrokkene ligt. Daarbij is de bescherming van de maatschappij het primaire doel van de maatregel en derhalve van doorslaggevende betekenis.
Uit het reclasseringsadvies van 12 november 2024, uitgebracht ten behoeve van de strafzaak waarin aan verdachte de ISD-maatregel werd opgelegd, volgt dat de reclassering van belang acht dat binnen de ISD aandacht zou uitgaan naar de verslavingsproblematiek, het psychisch functioneren en naar het op orde brengen van praktische zaken.
In de tussentijdse ISD-rapportage van 10 april 2026, opgemaakt door casemanager H. Pet, komt naar voren dat veroordeelde op 19 maart 2025 is geplaatst op de ISD-afdeling van de PI [plaats] en op 11 augustus 2025 is gestart met de extramurale fase ISD bij FPA [kliniek] . Vlak voor deze plaatsing bij FPA [kliniek] heeft veroordeelde in de PI [plaats] twee keer een positieve urinecontrole op ‘spice’ gehad. Tijdens de plaatsing in de kliniek is hij bij twee incidenten in beeld geweest. Zijn betrokkenheid daarbij is onduidelijk. Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte vanwege overtreding van zijn verlofplan op 8 april 2026 een waarschuwing heeft gekregen.
Volgens het rapport en de toelichting van de deskundige ter terechtzitting worden positieve gedragsveranderingen waargenomen. Veroordeelde is opener, denkt na over zijn acties en hij is gemotiveerd om het ISD-traject volledig te benutten. Veroordeelde heeft laten zien gemotiveerd te zijn voor een klinisch behandeltraject en spreekt zijn motivatie voor gedragsverandering uit, hetgeen noodzakelijk wordt geacht om gedragsverandering alsmede recidivebeperking te bewerkstelligen.
Gezien de positieve ontwikkelingen is de verwachting dat veroordeelde in de nabije toekomst kan doorstromen naar een begeleid wonen-locatie. Daarvoor heeft reeds een intake plaatsgevonden, maar vanwege de voornoemde incidenten in de kliniek is daaraan nog geen gevolg gegeven. De intake zal binnenkort opnieuw plaatsvinden.
De casemanager adviseert de ISD-maatregel aan te houden, zodat de lopende klinische behandeling kan worden voortgezet. Veroordeelde heeft stappen gezet in zijn traject en zal binnenkort genoeg handvaten hebben om door te stromen naar een begeleid wonen-instelling. Het is noodzakelijk om de ISD-maatregel voort te zetten, zodat interventies kunnen worden ingezet als er weer ruis ontstaat.
Volgens het voortgangsverslag van de reclassering van 19 januari 2026 zijn de risico’s op recidive gemiddeld, indien veroordeelde zijn behandeltraject in de FPA positief afrondt en zich onthoudt van middelengebruik. Bij een terugval in middelengebruik of voortijdig negatieve beëindiging van de behandeling, wordt het recidiverisico hoog ingeschat.
Gelet op het vorenstaande en in het licht bezien van voornoemd beslissingskader acht de rechtbank het op dit moment noodzakelijk dat de ISD-maatregel wordt voortgezet. Uit de voortgangsrapportage, het voortgangsverslag van de reclassering en het verhandelde ter terechtzitting blijken immers concrete aanwijzingen dat het omgaan met vrijheden en het abstinent blijven nog onvoldoende bestendig zijn. De resterende periode kan worden benut om het ingezette behandeltraject bij FPA [kliniek] te [plaats] af te ronden, de overgang naar begeleid wonen te realiseren en de risico’s verder te reduceren.

De beslissing

De rechtbank:
beslisttot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 22 januari 2025 aan [veroordeelde] opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.P.W. van de Meerakker, als voorzitter, mr. M.W.R. Koch en mr. C.J.M. Vijftigschild, als rechters in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 mei 2026.
mr. R.P.W. van de Meerakker en mr. C.J.M. Vijftigschild zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.