Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
- een mes, althans een scherp voorwerp, in de hand heeft genomen en/of
- die voornoemde [slachtoffer] bij het lichaam heeft vastgepakt en/of vast gegrepen en/of in het lichaam van die voornoemde [slachtoffer] heeft geknepen en/of
- meermalen, althans eenmaal, met een zwaar voorwerp op/tegen het hoofd van die voornoemde [slachtoffer] , althans op/tegen het lichaam van die voornoemde [slachtoffer] , heeft geslagen en/of
- met een mes, althans een scherp voorwerp, (een) stekende bewegingen in de richting van de buik van die voornoemde [slachtoffer] heeft gemaakt en/of
- met een mes, althans een scherp voorwerp, in de hand(en), althans in het lichaam, van die voornoemde [slachtoffer] heeft gestoken en/of
- die voornoemde [slachtoffer] op/tegen/in het hoofd en/of het gezicht, althans op/tegen/in het lichaam, heeft geslagen en/of gestompt en/of gesneden en/of
- die voornoemde [slachtoffer] met het hoofd en/of het lichaam tegen de muur heeft geduwd en/of geslagen en/of gestoten en/of
- tegen het lichaam van die voornoemde [slachtoffer] heeft geschopt,
- die voornoemde [slachtoffer] bij het lichaam vast te pakken en/of vast te grijpen en/of in het lichaam te knijpen en/of
- meermalen, althans eenmaal, met een zwaar voorwerp op/tegen het hoofd van die voornoemde [slachtoffer] , althans op/tegen het lichaam van die voornoemde [slachtoffer] , te slaan en/of
- met een mes, althans een scherp voorwerp, in de hand(en), althans in het lichaam, van die voornoemde [slachtoffer] te steken en/of
- die voornoemde [slachtoffer] op/tegen/in het hoofd en/of het gezicht, althans op/tegen/in het lichaam, te slaan en/of te stompen en/of te snijden en/of
- die voornoemde [slachtoffer] met het hoofd en/of het lichaam tegen de muur te duwen en/of te slaan en/of te stoten en/of
- tegen het lichaam van die voornoemde [slachtoffer] te schoppen
de rechtbank begrijpt: [getuige 1]), een vriendin van hem die hij kent uit het AZC in [plaats 1] . [getuige 1] zei dat ze ruzie had met haar man en vroeg aangever om bij haar te komen om de ruzie te sussen. Aangever kwam iets na 19:00 uur aan in het AZC in [plaats 1] en heeft [getuige 1] toen een bericht gestuurd met de vraag waar hij naartoe moest. Toen aangever de kamer van [getuige 1] binnenkwam merkte hij dat er geen sprake was van ruzie tussen [getuige 1] en haar ook in de kamer aanwezige man (
de rechtbank begrijpt: verdachte). Kort hierna kwam de broer van de man van [getuige 1] (
de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte]) ook de kamer binnen. De man van [getuige 1] vroeg naar de seksuele contacten tussen [getuige 1] en aangever. Dat gesprek verliep aanvankelijk rustig maar op een gegeven moment werd de man van [getuige 1] heel erg boos en begon aangever uit te schelden. Hij pakte een mes van ongeveer 10 centimeter lang van achter zijn broeksband. De broer van de man stond op dat moment achter aangever met een zwaar voorwerp in zijn hand. Aangever voelde dat de broer van de man hem hiermee meerdere malen op zijn achterhoofd sloeg. Aangever was angstig en is de kamer uit, de galerij op gevlucht. Hij werd vastgepakt door de broer van de man en weer geslagen met het voorwerp. Aangever wist los te komen, maar op de galerij stond de broer van de man op een gegeven moment achter hem en de man van [getuige 1] met het mes voor hem. De man maakte met het mes stekende bewegingen richting het midden van de buik onder de ribben van aangever. Aangever wist te voorkomen dat het mes hem in zijn buik zou raken door zijn rechterhand uit te steken en het mes te blokkeren. Hij werd met het mes op zijn rechterhand geraakt op de spier tussen zijn wijsvinger en duim. De man en zijn broer renden weg en aangever is hulp gaan zoeken. [2] Aangever heeft als gevolg van de aanval van verdachten schrammen in zijn nek en gezicht en aan de linkerkant van zijn hoofd heeft hij een wond. In zijn rechterhand heeft hij zeven hechtingen en in zijn linkerhand drie hechtingen. [3] De verwonding met het mes is volgens aangever toegebracht op het balkon (
de rechtbank begrijpt: de galerij) net na de deuropening van de kamer. [4]
[getuige 1]) binnenkwam en dat verdachte hem vroeg wat hij kwam doen. De broer van verdachte, medeverdachte [medeverdachte] , was in de kamer gekomen omdat verdachte hem had gevraagd om sigaretten langs te brengen. Vervolgens vertelde aangever wat hij allemaal met [getuige 1] had gedaan. Toen begon [getuige 1] te schreeuwen dat aangever naar buiten moest. Aangever pakte verdachte in een soort nekklem tegen de muur en pakte een schaar of iets scherps en verdachte probeerde het uit zelfverdediging van hem af te pakken. Tijdens het afpakken heeft verdachte de hand of arm van aangever geraakt. Toen [medeverdachte] zag dat verdachte gewond was geraakt begon hij aangever te duwen en schoppen. [medeverdachte] greep in om zijn broer te helpen en aangever heeft toen in de vinger van [medeverdachte] gebeten. [medeverdachte] heeft hem vervolgens met zijn telefoon op zijn hoofd geslagen. Verdachte probeerde naar buiten te gaan en werd tegengehouden door aangever. Aangever heeft met het voorwerp dat hij vasthield in de hand van verdachte gesneden. Dat gebeurde toen ze nog in de kamer waren. Verdachte zag bloed op zijn hand, op de vloer, op de tafel en op de deur. Toen het lukte om naar buiten te gaan hebben verdachte en zijn broer gewacht tot de politie kwam. Verdachte heeft toen met [naam] bij de ambulance gestaan, toen was [medeverdachte] al bij de politie. Verdachte probeerde het bloeden te stoppen door zijn T-shirt om zijn hand te wikkelen, [naam] heeft hem een jas gegeven die hij om zijn schouders had gedaan, daaronder had hij geen shirt aan. De ambulance wilde hem niet helpen, dus is hij bij [naam] achterop de fatbike naar het ziekenhuis gereden. [5]
3.De bewezenverklaring
meer subsidiairtenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
of omstreeks14 november 2024 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen, [slachtoffer] heeft mishandeld, door
- die voornoemde [slachtoffer] bij het lichaam vast te pakken
- meermalen, althans eenmaal, met een zwaar voorwerp op/tegen het hoofd van die voornoemde [slachtoffer] ,
- met een mes, althans een scherp voorwerp, in de hand
- die voornoemde [slachtoffer] op/tegen/in het hoofd en
- die voornoemde [slachtoffer] met het hoofd en
- tegen het lichaam van die voornoemde [slachtoffer] te schoppen
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
- eigen risico € 314,90
- ziekenhuiskosten € 180,00
- taxivervoer € 100,00
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 12 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarde dat:
[slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 2002 in Syrië.
[plaats 2];
- veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 314,90 aan materiële schade en € 2.000,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 2.314,90 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 23 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;