Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
De lening eindigt na 8 jaar en zal dan worden afgelost. Op dat moment kunnen partijen in onderling overleg een nieuwe contract overeenkomen. (…)”
De leningovereenkomst eindigt van rechtswege en het door de leningnemer alsdan verschuldigde is terstond opeisbaar in de volgende gevallen:
- Indien de leningnemer in verzuim is met nakomen van enige verplichting uit hoofde van deze overeenkomst;
- (…);
- (…).”
(…) ik vind nog steeds dat ondanks alles - crisis, Corona, etc. - de warm geld mensen hun spaarcentjes terug moeten krijgen. In welke vorm, met welke kleine stukjes, in welk tempo dan ook. Zakelijk zijn we dat verplicht en ook privé kan ik me het niet permitteren het zomaar te laten lopen. (…)”
(…) We blijven inderdaad verplicht iets te doen met de warm-geld verstrekkers. (…) De aandelenoverdracht staat los van de warmgeldrechten. Dat zal ook vermeld worden door de notaris in de akte van overdracht. Ik heb er vertrouwen in dat we hoe dan ook op gaan betalen, in welke vorm/termijn kom ik op terug. (…)”
(…) Ter voorkoming van misverstanden verklaarde de Vennootschap nog dat de overeenkomst van geldlening gesloten tussen de enig aandeelhouder en enig bestuurder van [eiser] en de Vennootschap in stand blijft. (…)”
(…) Met uitzondering van de eerste twee jaren is er tot op heden geen rente betaald, terwijl er op de hoofdsom geen enkel bedrag is terugbetaald. (…) Klein Heumen (…) schiet daarmee schromelijk tekort in de nakoming van haar verplichtingen jegens mijn cliënt. (…) Een en ander vormt voor mijn cliënt een gerechtvaardigde reden de leningsovereenkomst op te zeggen hetgeen met deze als zodanig bedoelde zinsnede dan ook gebeurt. (…) Namens cliënt verzoek en sommeer ik u om het uit hoofde van de lening verschuldigde bedrag binnen drie weken na heden te voldoen (…). Bij gebreke van tijdige betaling bent u allen in verzuim (…).”
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
vrijdag 13 februari 2026voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 4.7, waarna het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel is geëindigd,