Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4008

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
05/344084-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 45 SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplegen handel in vuurwapens en munitie

De rechtbank Gelderland heeft op 22 mei 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 26-jarige verdachte die werd verdacht van medeplegen van handel in strijd met de Wet wapens en munitie. De tenlastelegging betrof onder meer het bezit en de poging tot verhandelen van semiautomatische gaspistolen en bijbehorende munitie.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het subsidiaire feit van medeplegen van poging tot handelen in strijd met artikel 31 van Pro de Wet wapens en munitie en aan het feit van medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 van Pro die wet. De primaire tenlastelegging werd verworpen wegens gebrek aan bewijs.

De strafzaak werd ondersteund door diverse proces-verbalen, forensisch onderzoek en verklaringen van verdachte. Verdachte had een bekennende verklaring afgelegd en stond onder toezicht van de reclassering, waarbij hij zich coöperatief had opgesteld.

De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de rol van verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en het reclasseringsadvies. Gezien de relatief beperkte rol en het schorsingstoezicht legde de rechtbank een gevangenisstraf van 289 dagen op, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en rekende de tijd in voorarrest hierop aan.

Verdachte hoeft hierdoor niet terug naar de gevangenis en kan verder werken aan zijn toekomst en bedrijf.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 289 dagen gevangenisstraf, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/344084-24
Datum uitspraak : 22 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. W.E.R. Geurts, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzitting, ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 9 oktober 2024 te Westervoort en/of Harderwijk en/of Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zonder erkenning, een vuurwapen van categorie II en/of III en/of de bijbehorende munitie van categorie III, in de uitoefening van een bedrijf heeft verhandeld en/of (anderszins) ter beschikking heeft gesteld en/of heeft overgedragen, te weten:
- een semiautomatisch omgebouwd gaspistool (BLOW, model: F92, kaliber: 9mm P.A.K), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of en/of een (daarbij behorend) patroonmagazijn (zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor
voornoemd gaspistool) en/of (daarbij behorende) munitie (waaronder 10, althans een hoeveelheid volmantelpatronen (van het kaliber 9x19 millimeter));
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 oktober 2024 tot en met 9 oktober 2024 te Westervoort en/of Harderwijk en/of Arnhem, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (vuur)wapen en/of de bijbehorende munitie (zoals bedoeld in artikel 2 categorie Pro II en /of III van de Wet Wapens en Munitie) te verhandelen en/of (anderszins) ter beschikking te stellen en/of over te dragen (al dan niet door tussenkomst van een of meer ander(en), te weten een semiautomatisch omgebouwd gaspistool (BLOW, model: F92, kaliber: 9mm P.A.K), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of een (daarbij behorend) patroonmagazijn (zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool) en/of (daarbij behorende) munitie (waaronder 10, althans een hoeveelheid volmantelpatronen (van het kaliber 9x19 millimeter)) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):
- ( via de telefoon) met een meer anderen besprekingen en/of onderhandelingen gevoerd om (vuur)wapens en/of munitie te kopen en/of verkopen,
- foto’s van (vuur)wapens ontvangen en/of gemaakt en/of laten maken en/of verstuurd van/naar de (ver)kopende partij en/of zijn mededader(s), en/of
- met de verkopende partij een bedrag afgesproken welke de kopende partij dient te betalen aan de verdachte en/of zijn mededader(s) en/of welk bedrag de verdachte en/of zijn mededader(s) zouden ontvangen voor de levering en/of
- de vuurwapens opgehaald bij de verkopende partij en/of (vervolgens)
- de vuurwapens vervoerd en/of laten vervoeren in de tot zijn beschikking staande bedrijfsauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 juni 2024 tot en met 29 oktober 2024 te Westervoort en/of Harderwijk en/of Arnhem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, (meermalen) wapens van categorie II en/of III en/of munitie van categorie III en/of onderdelen behorende bij één of meer wapen(s) van categorie II en/of III, waaronder (in ieder geval): een semiautomatisch gaspistool (BLOW, model: F92, kaliber: 9mm P.A.K), zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat de aanvalskracht werd verhoogd en/of een daarbij behorend patroonmagazijn (zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool) en/of (daarbij behorende) munitie (waaronder 10, althans een hoeveelheid volmantelpatronen (van het kaliber 9x19 millimeter)) en/of
- een semiautomatisch gaspistool (van het merk: Zoraki, type: 917, kaliber: 9 mm P.A.K.), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of een daarbij behorend patroonmagazijn (zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool) en/of 4, althans een hoeveelheid knalpatronen (van het kaliber 9mm
P.A.K.) voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair en het onder feit 2 tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair tenlastegelegde, nu geen sprake is geweest van een daadwerkelijke overdracht en er daarnaast geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor het onderdeel ‘in de uitoefening van beroep of bedrijf’. Ten aanzien van het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd. De raadsvrouw heeft verder bepleit dat - hoewel verdachte de in feit 2 genoemde wapens inderdaad voorhanden heeft gehad - verdachte partieel vrijgesproken dient te worden voor het deel in de tenlastelegging dat er op ziet dat hij het semiautomatische gaspistool (BLOW) in Amsterdam voorhanden zou hebben gehad.
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van feit 1:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 102-105 (ZD1);
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 110-112 (ZD1);
- het proces-verbaal determinatie aangetroffen wapens en munitie, p. 130-133 (ZD1);
- het proces-verbaal bevindingen, p. 158-170 (ZD1);
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 april 2026.
Ten aanzien van feit 2:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal forensisch technisch veiligstellen vuurwapens en munitie, p. 207-214 (ZD1);
- het proces-verbaal determinatie aangetroffen wapens en munitie, p. 226-237 (ZD1);
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 april 2026.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair en onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. subsidiair
hij op
één of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 7 oktober 2024 tot en met 9 oktober 2024 te Westervoort en
/ofHarderwijk en
/ofArnhem,
althans in Nederland,ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,een
(vuur
)wapen en
/ofde bijbehorende munitie
(zoals bedoeld in artikel 2 categorie Pro II
en /of IIIvan de Wet Wapens en Munitie
)te verhandelen en
/of (anderszins)ter beschikking te stellen en
/ofover te dragen
(al dan niet door tussenkomst van
een of meerander
(en
), te weten een semiautomatisch omgebouwd gaspistool
(BLOW, model: F92, kaliber: 9mm P.A.K
), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en
/ofeen
(daarbij behorend
)patroonmagazijn
(zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool
)en
/of (daarbij behorende
)munitie
(waaronder 10
, althans een hoeveelheidvolmantelpatronen
(van het kaliber 9x19 millimeter
))immers
heeft/hebben verdachte en
/ofzijn mededader
(s
):
-
(via de telefoon
)met een
meerander
enbesprekingen en
/ofonderhandelingen gevoerd om
een(vuur
)wapen
sen
/ofmunitie te
kopen en/ofverkopen,
- foto’s van
het(vuur
)wapen
s ontvangen en/ofgemaakt en/of laten maken en
/ofverstuurd
van/naar de
(ver)kopende partij
en/of zijn mededader(s), en
/of
- met de verkopende partij een bedrag afgesproken welke de kopende partij dient te betalen aan de verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)en
/ofwelk bedrag de verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)zouden ontvangen voor de levering en
/of
-
hetvuurwapen
sopgehaald bij de verkopende partij en
/of (vervolgens
)
-
hetvuurwapen
svervoerd
en/of laten vervoeren in de tot zijn beschikking staande bedrijfsauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op
een of meerderetijdstippen in
of omstreeksde periode van 23 juni 2024 tot en met 29 oktober 2024 te Westervoort en
/ofHarderwijk
en/of Arnhem en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland,
(meermalen
)wapens van categorie II en
/ofIII en
/ofmunitie van categorie III en
/ofonderdelen behorende bij één of meer wapen
(s
)van categorie II en
/ofIII, waaronder
(in ieder geval
): een semiautomatisch gaspistool
(BLOW, model: F92, kaliber: 9mm P.A.K
), zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat de aanvalskracht werd verhoogd en
/ofeen daarbij behorend patroonmagazijn
(zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool
)en
/of (daarbij behorende
)munitie
(waaronder 10
, althans een hoeveelheidvolmantelpatronen
(van het kaliber 9x19 millimeter
))en
/of
- een semiautomatisch gaspistool
(van het merk: Zoraki, type: 917, kaliber: 9 mm P.A.K.
), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en
/ofeen daarbij behorend patroonmagazijn
(zijnde een onderdeel die van wezenlijke aard en specifiek bestemd is voor voornoemd gaspistool
)en
/of4
, althans een hoeveelheidknalpatronen
(van het kaliber 9mm
P.A.K.
)voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1, subsidiair:
medeplegen van een poging tot handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 2:
medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot
een gevangenisstraf voor de duur van 289 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, en voorts tot het verrichten van 120 uren werkstraf subsidiair 60 dagen hechtenis.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat in strafmatigende zin rekening moet worden gehouden met de (relatief kleine) rol van verdachte in het geheel. De raadsvrouw heeft verzocht te volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest, al dan niet in combinatie met een deels voorwaardelijke straf. De raadsvrouw heeft bepleit om in ieder geval geen straf op te leggen aan verdachte waarbij hij terug moet naar een penitentiaire inrichting.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot het verhandelen van een vuurwapen – te weten een omgebouwd gaspistool – en bijhorende munitie, door dit op te halen en tegen betaling te vervoeren naar Harderwijk. De overdracht in Harderwijk is enkel niet doorgegaan, doordat de tegenpartij niet is komen opdagen. Verdachte heeft het vuurwapen daarna onder zich gehouden, evenals een ander wapen dat hij al eerder had aangeschaft in Duitsland, maar dat illegaal is in Nederland. Het (illegaal) voorhanden hebben en het verhandelen van vuurwapens en munitie zijn zeer ernstige feiten en vormen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Een vuurwapen is gemaakt om te doden en te verwonden. Door een rol te spelen in het (pogen) te verhandelen van dit soort wapens wordt een bijdrage geleverd aan zware criminaliteit. De rechtbank acht het zorgelijk dat verdachte kennelijk in sociale kringen verkeerde, waarin men (op betrekkelijk eenvoudige wijze) aan vuurwapens kon komen en dat verdachte zich hiermee in heeft gelaten vanuit financieel gewin. Daarnaast is verdachte al eerder in het bezit geweest van wapens, wat blijkt uit meerdere video’s die zijn aangetroffen in zijn telefoon.
Uit het strafblad van verdachte van 19 maart 2026 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Aan hem zijn recent wel strafbeschikkingen opgelegd wegens overtredingen.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 19 december 2024, een aanvulling daarop van 28 februari 2025 en het voortgangsverslag van 2 april 2026. Verdachte staat sinds 17 april 2025 onder toezicht van de reclassering in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis. Verdachte heeft zich gedurende het toezicht meewerkend opgesteld en is zijn afspraken nagekomen. Hij heeft tijdens het toezicht de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden succesvol afgerond. Een risico wordt nog gezien in het zoeken naar spanning, maar sporten helpt hem om hiermee om te gaan. De reclassering benoemt dat verdachte in staat is om te reflecteren en beschikt over een goede gewetensontwikkeling. Het risico op recidive wordt door hen ingeschat als laag/gemiddeld. Voor verdere behandeling en/of begeleiding wordt geen aanleiding gezien, waardoor de reclassering adviseert om bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met het inmiddels al een jaar lopende schorsingstoezicht bij de reclassering, waarbij verdachte zich heeft gecommitteerd aan de bijzondere voorwaarden, evenals met het door verdachte reeds ondergane voorarrest. In strafmatigende zin neemt de rechtbank daarnaast mee dat verdachte een relatief beperkte rol in het geheel heeft gehad en tot slot houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop in deze zaak.
Deze omstandigheden in het geheel bezien, maken dat de rechtbank – anders dan de officier van justitie – geen reden ziet om naast de (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf nog een taakstraf op te leggen. De rechtbank acht het met name van belang dat verdachte een stok achter de deur heeft in de vorm van een voorwaardelijk strafdeel, om hem ervan te weerhouden wederom strafbare feiten te plegen, ook als het is om zo ‘snel’ geld te verdienen. Dit betekent dat de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf oplegt van 289 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, en een proeftijd van twee jaar. Hierdoor hoeft verdachte niet meer terug naar de gevangenis en kan hij verder werken aan zijn toekomst en zijn eigen bedrijf.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 45, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair ten laste gelegde feit;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 289 dagen;
 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 120 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Wesstra (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en mr. Y.H.M. Marijs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Willems, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.
mr. I.D. Jacobs is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27NV24092329/27INGOLDSBY, gesloten op 5 maart 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.