Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3981

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
ARN 25/1414
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 AlcoholwetArt. 44a AlcoholwetArt. 5:46 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor verkoop alcohol aan minderjarige ondanks rekenfout medewerker

Eiseres, een horecaondernemer met een Alcoholwetvergunning, kreeg een boete opgelegd wegens verkoop van alcohol aan een minderjarige testkoper. De boete werd verhoogd vanwege recidive. Eiseres betwistte de overtreding, stellende dat de medewerker abusievelijk dacht dat de koper 18 was door een rekenfout.

De rechtbank oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. De medewerker had weliswaar de legitimatie gecontroleerd, maar de alcohol werd toch aan de minderjarige verstrekt, wat een overtreding van artikel 20 van Pro de Alcoholwet vormt. De omstandigheid dat het flesje bier ongeopend werd meegegeven en dat de medewerker dacht dat het voor een toezichthouder was, maakt dit niet anders.

De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat de boete niet gematigd hoeft te worden. Eiseres had haar bedrijfsprocessen beter moeten inrichten om herhaling te voorkomen, zeker gezien eerdere overtredingen. Ook financiële omstandigheden en instructies aan medewerkers leiden niet tot matiging. De boete blijft in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete wegens verkoop van alcohol aan een minderjarige en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: ARN 25/1414

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. M.I. Bal),
en

de burgemeester van de gemeente Neder-Betuwe

(gemachtigden: mr. J. Heemskerk en M. Koeiman)

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de aan eiseres opgelegde boete op grond van de Alcoholwet. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de aan eiseres opgelegde boete op grond van de Alcoholwet.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de boete terecht is opgelegd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Met het besluit van 21 augustus 2024 heeft de burgemeester aan eiseres een boete opgelegd van € 2.347,50 vanwege overtreding van de Alcoholwet. Daarbij is het boetebedrag verhoogd vanwege recidive. Met de beslissing op bezwaar van 12 februari 2025 is de burgemeester bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2026 gelijktijdig met de zaak over de intrekking van de aan eiseres verleende exploitatie- en alcoholwetvergunning (zaak nummer AWB 24/7873) op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon A] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres is op 1 juni 2020 in het Handelsregister ingeschreven als eenmanszaak van [persoon A] (betrokkene). Die eenmanszaak is een eethuis aan de [locatie] in [plaats]. Voor het uitbaten van dit eethuis is op 22 april 2021 een APV-exploitatievergunning en op 2 juli 2021 een Alcoholwetvergunning verleend.
3.1.
In de periode van 2020 tot en met 2022 is er in de gemeente Neder-Betuwe een onderzoek uitgevoerd naar de naleving van de leeftijdsgrenzen bij het schenken en verkopen van alcohol aan minderjarigen. Daarbij bleek dat het nalevingspercentage was verslechterd ten opzichte van voorgaande periodes. De gemeenteraad heeft daarop besloten het alcoholgebruik onder jongeren aan te pakken. Er is een handhavingsplan opgesteld, waarvan de inzet van zogenoemde testkopers onderdeel uitmaakte. Met een testkoper is bedoeld een jongere onder de 18 jaar die een aankooppoging doet van een alcoholhoudende drank.
3.2.
Op 26 mei 2022 en 1 juni 2022 is [eiseres] bezocht door een testkoper. Daarbij is een aankooppoging gedaan. De alcohol werd aan de jongere verstrekt. Er werd daarbij door de medewerker van het eethuis niet gevraagd naar de leeftijd en er werd niet om een legitimatiebewijs verzocht. [eiseres] is hierover bij brief van 22 september 2022 geïnformeerd, waarbij het in het handhavingsplan neergelegde sanctiebeleid is uitgelegd. Op 4 november 2023 is [eiseres] opnieuw bezocht door een testkoper. Ook toen werd aan deze testkoper alcohol verstrekt. Hiervoor is aan eiseres een boete opgelegd.
3.3.
Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de burgemeester de exploitatie- en Alcoholwetvergunning ingetrokken. Tegen dat besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter hangende bezwaar verzocht om het besluit te schorsen. Bij uitspraak van 12 april 2024 heeft de voorzieningenrechter het besluit gedeeltelijk geschorst, namelijk voor zover het besluit betrekking heeft op de intrekking van de exploitatievergunning. De intrekking van de Alcoholwetvergunning bleef van kracht.
3.4.
Op 22 juni 2024 is [eiseres] opnieuw bezocht door een testkoper. Ook deze keer is geconstateerd dat alcoholhoudende drank aan een testkoper werd meegegeven. Eiseres heeft hiervoor een boete gekregen die vanwege recidive met 50% is verhoogd. Die boete staat in deze procedure centraal.
Toepasselijke regelgeving
4. In artikel 20 van Pro de Alcoholwet staat het verbod op de verkoop van alcohol aan minderjarigen. Bij overtreding hiervan kan de burgemeester op grond van artikel 44a van de Alcoholwet een boete opleggen. De hoogte van de boete wordt bepaald aan de hand van het Alcoholbesluit (versie 2024) en bedroeg ten tijde in geding € 1.565. Bij recidive binnen 12 maanden wordt het boetebedrag met 50% verhoogd.
4.1.
In de Beleidsregel openbare inrichtingen (horeca) en alcoholverstrekking Neder-Betuwe 2022 staat hoe de burgemeester omgaat met het vergunningenbeleid. Hierin staat ook een stappenplan hoe de burgemeester optreedt tegen overtredingen. De overtreding van artikel 20 van Pro de Alcoholwet is aangemerkt als Categorie C: stap 1 (enige stap): direct bestuurlijke boete en/of herstelsanctie (zo kort mogelijke begunstigingstermijn).
Was er sprake van een overtreding van artikel 20 van Pro de Alcoholwet?
4.2.
Van de gestelde overtreding is op ambtsbelofte een boeterapport opgemaakt door de toezichthouder. Hierin staat o.a.:
“Omstreeks 18:35 uur zag ik, toezichthouder 1, jongere 1 naar verstrekpunt 1, de toonbank lopen. Ik hoorde jongere 1 bij medewerker 1, een biertje, een blikje cola en twee snacks bestellen. Ik zag en hoorde dat medewerker 1 achter het verstrekpunt, jongere 1 vroeg om haar identiteitsbewijs.
Ik zag dat jongere 1, deze gaf aan medewerker 1, ik zag dat medewerker 1 vervolgens het
identiteitsbewijs van jongere 1 bekeek. Ik hoorde medewerker 1 kort hierna zeggen: "Ja, net 18". Ik zag dat medewerker 1 jongere 1 haar identiteitsbewijs teruggaf en dat jongere 1 vervolgens betaalde met pin.
….
Ik zag dat medewerker 1, even later naar de gesloten keuken achter de toonbank liep. Ik zag dat medewerker 1 terug naar de toonbank liep met een flesje Hertog Jan bier in zijn hand en deze neerzette op de toonbank samen met de consumptie voor jongere 1. Zonder leeftijd of identiteitscontrole. Dit is een overtreding van artikel 20, lid 1 van de Alcoholwet.”
5. Eiseres betwist dat zij artikel 20 van Pro de Alcoholwet heeft overtreden. Zij betwist niet langer de leeftijd van de testkoper, maar de medewerker heeft de legitimatie van de testkoper gecontroleerd en abusievelijk vastgesteld dat de testkoper 18 jaar oud was. Pas later bleek dat de medewerker een rekenfout had gemaakt en dat de testkoper 17 jaar oud was. Ook is de medewerker ervan uitgegaan dat de toezichthouder en de testkoper bij elkaar hoorden. Zij waren op dat moment de enige bezoekers van het Eethuis en kwamen gezamenlijk naar binnen. Verder wijst eiseres er op dat de toezichthouder, nadat de testkoper de bestelling had gedaan, aan de medewerker vroeg of hij de dranken zelf uit de koelkast mocht pakken. De medewerker ging er daarom vanuit dat het biertje voor de toezichthouder was en het blikje cola voor de testkoper. Ter zitting heeft eiseres hier aan toegevoegd dat het verstrekte flesje bier aan de jongere ongeopend is meegegeven en dat de alcohol niet ter plaatse is geschonken.
5.1.
De burgemeester stelt zich op het standpunt dat vaststaat dat eiseres artikel 20 van Pro de Alcoholwet heeft overtreden. De burgemeester baseert zich hierbij op het op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport. De testkoper was ten tijde van de controle op 22 juni 2024 minderjarig. Dat de verkoopmedewerker een vergissing heeft gemaakt, betekent niet dat geen sprake is van een overtreding. Het maakt de overtreding niet ongedaan. Dat de medewerker dacht dat het flesje bier voor de toezichthouder was, wordt eveneens niet gevolgd. Uit het boeterapport blijkt dat de testkoper de bestelling heeft geplaatst, de medewerker diens legitimatiebewijs heeft gecontroleerd en dat de testkoper het flesje bier heeft betaald en heeft aangenomen.
5.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester zich terecht op het standpunt gesteld dat sprake is van een overtreding van artikel 20 van Pro de Alcoholwet. De burgemeester zegt terecht dat een rekenfout niet maakt dat er geen sprake is van een overtreding. Het flesje bier is besteld, betaald en meegenomen door de testkoper en eiseres heeft niet vastgesteld dat de testkoper de leeftijd van 18 jaar had bereikt. De omstandigheid dat de medewerker dacht dat het biertje voor de toezichthouder was, maakt dit niet anders. Bovendien verhoudt dit zich niet goed met het feit dat de medewerker wél naar het legitimatiebewijs van de testkoper heeft gevraagd, hetgeen veronderstelt dat hij de testkoper ook als koper heeft aangemerkt. Dat het flesje bier ongeopend is meegegeven, maakt het ook niet anders. Dit is van belang bij de beoordeling van de vraag of eiseres als horecabedrijf ter plaatse alcohol heeft geschonken. Op het moment van de controle in juni 2024 was de aan eiseres verleende Alcoholwetvergunning ingetrokken, zodat het eiseres niet was toegestaan om alcohol te schenken, niet aan een minderjarige maar ook niet aan een meerderjarige bezoeker. Die overtreding is echter niet tegengeworpen.
Had de burgemeester de boete moeten matigen?
6. De hoogte van de boete is wettelijk voorgeschreven. Uit artikel 5:46 derde Pro lid, van de Algemene wet bestuursrecht volgt dat het bestuursorgaan niettemin een lagere boete oplegt als de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is. Voor zover eiseres stelt dat er dergelijke bijzondere omstandigheden aan de orde zijn, moet zij die aannemelijk maken.
6.1.
Eiseres voert aan dat de burgemeester de boete had moeten matigen. Er is immers wel op leeftijd gecontroleerd, maar de medewerker heeft een vergissing gemaakt met het uitrekenen van de leeftijd. Eiseres verwijst in dit kader naar een uitspraak van rechtbank Rotterdam [1] . In die zaak werd rookwaar verkocht aan een minderjarige en was ook een rekenfout gemaakt bij de vaststelling van de leeftijd van de koper. De boete werd met 50% gematigd omdat (ondanks de rekenfout) wel het identiteitsdocument van de testkoper was gecontroleerd. Dat geldt ook in de situatie van eiseres. Verder wijst eiseres er op dat zij haar medewerkers na het intrekken van de alcoholwetvergunning uitdrukkelijk heeft geïnstrueerd geen alcohol meer te verkopen aan klanten, ook niet in gesloten verpakking. De aanwezige alcoholische dranken waren enkel bedoeld voor eigen consumptie. Zij was dan ook verrast dat een medewerker desondanks alcohol heeft verkocht. Tot slot stelt eiseres dat zij het eethuis heeft moeten sluiten en mede daardoor financieel niet daadkrachtig is. Zij kan de boete niet betalen.
6.2.
De burgemeester heeft geen aanleiding gezien de boete te matigen. Daarbij neemt de burgemeester in aanmerking dat aan eiseres eerder een boete is opgelegd in verband met de verkoop van alcohol aan een minderjarige testkoper. Zij had beter moeten weten en haar bedrijfsprocessen beter moeten inrichten om herhaling te voorkomen. Ook organiseert de gemeente elke jaar horeca-bijeenkomsten voor horecaondernemers, waar zij worden geïnformeerd over alcoholcontroles en leeftijdscheckers ontvangen. Dat een rekenfout wordt gemaakt komt dan ook voor rekening van eiseres en is geen reden om de boete te matigen vanwege verminderde verwijtbaarheid.
6.3.
De rechtbank overweegt dat geen aanleiding bestaat de boete te matigen. Terecht stelt de burgemeester zich op het standpunt dat ten aanzien van eiseres sprake is van meerdere overtredingen in het verleden en dat zij eerder een boete heeft gehad vanwege de verkoop van alcohol aan minderjarigen. Daarin verschilt de zaak met die van de rechtbank Rotterdam, waarnaar eiseres heeft verwezen. In die zaak was sprake van een eerste overtreding. Dat sprake is geweest van een rekenfout kan zo zijn, maar de burgemeester stelt terecht dat van eiseres had mogen worden verwacht dat zij haar bedrijfsprocessen beter zou inrichten om herhaling te voorkomen, bijvoorbeeld door het gebruik van een leeftijdschecker. De burgemeester heeft eiseres daar eerder ook op gewezen. Eiseres heeft verder niet onderbouwd dat haar financiële draagkracht gering is. Bovendien heeft de burgemeester ter zitting bevestigd dat een betalingsregeling mogelijk is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres dan ook niet aannemelijk gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan de burgemeester de hoogte van de bestuurlijke boete had moeten matigen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. De opgelegde boete blijft in stand. Er bestaat geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Stroink, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.