Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3925

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
ARN 24_4782
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23a Wet MRBArt. 5aa Uitvoeringsbesluit MRB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek bijzonder kampeertarief motorrijtuigenbelasting wegens niet voldoen inrichtingseisen

Belanghebbende verzocht bij de inspecteur van de Belastingdienst om toepassing van het bijzonder tarief motorrijtuigenbelasting (MRB) voor zijn kampeerauto. De inspecteur wees dit verzoek af omdat de kampeerauto niet aan alle fiscale inrichtingseisen voldoet, met name de minimale breedte van de binnenruimte van 90 cm wordt niet gehaald.

Belanghebbende stelde dat de kampeerauto wel aan de inrichtingseisen voldoet, waaronder twee vaste zitplaatsen, een vaste tafel en een keukenblok met een minimale hoogte van 60 cm. De inspecteur erkende dat de zitplaatsen en tafel voldeden, maar betwistte dat de keukenvoorziening aan de eisen voldeed vanwege het ontbreken van een ingebouwde uitneembare watervoorziening. Tevens werd het fiscale blok van 90 cm breedte niet gehaald.

De rechtbank oordeelde dat het niet voldoen aan de minimale breedte van 90 cm een doorslaggevende inrichtingseis is en dat het beroep daarom ongegrond is. De discussie over de watervoorziening bleef onbesproken omdat het niet voldoen aan de breedte-eis al voldoende was voor afwijzing. Het beroep tegen de afwijzing van het bijzonder kampeertarief wordt verworpen en de uitspraak op bezwaar blijft in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het bijzonder kampeertarief MRB wordt ongegrond verklaard omdat de kampeerauto niet voldoet aan de inrichtingseis van minimale binnenruimtebreedte.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/4782

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 20 mei 2026

in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en

de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Apeldoorn, de inspecteur.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 8 april 2024.
De inspecteur heeft het verzoek om toepassing van het bijzonder tarief motorrijtuigenbelasting (MRB) voor een kampeerauto afgewezen.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende daartegen ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de inspecteur [persoon A] en mr. [persoon B].
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, omdat niet uitgesloten kon worden dat belanghebbende het verweerschrift met bijlagen niet heeft ontvangen. Om die reden heeft de rechtbank belanghebbende in de gelegenheid gesteld te reageren op de stukken van de inspecteur en daarna nog de inspecteur om te reageren op de stukken van belanghebbende. De rechtbank heeft aan belanghebbende de stukken van de inspecteur toegezonden en belanghebbende heeft daarop gereageerd. Daarop heeft de rechtbank geen reactie meer ontvangen van de inspecteur.

Feiten

1. Belanghebbende is houder van het motorrijtuig van het merk Mercedes-Benz, type Vito 109 VDI met het kenteken [kentekennummer] (de kampeerauto).
2. Op 5 september 2023 is bij de inspecteur het verzoek van belanghebbende voor de toepassing van het bijzonder tarief voor de kampeerauto ontvangen.
3. Op 6 november 2023 is het onderzoek of de kampeerauto voldoet aan de fiscale inrichtingseisen uitgevoerd. Met dagtekening 27 november 2023 is de beschikking op het verzoek om toepassing tarief kampeerauto aan belanghebbende verzonden. Hierin staat dat het verzoek van belanghebbende is afgewezen.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur het verzoek om toepassing van het bijzonder kampeertarief terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6. Belanghebbende stelt dat de kampeerauto aan de gestelde eisen voor het toepassen van het bijzondere tarief van kampeerauto’s voldoet. Belanghebbende voert daartoe aan dat in de auto twee vaste zitplaatsen gecreëerd kunnen worden, een vaste tafel aanwezig is en het keukenblok een minimale hoogte heeft van 60 cm.
7. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat in bezwaar ten onrechte is geoordeeld dat het motorrijtuig geen twee vaste zitplaatsen en geen vaste tafel heeft. Aan deze twee inrichtingseisen voldoet de kampeerauto, aldus de inspecteur. De inspecteur is van mening dat de keuken niet aan de inrichtingseisen voldoet. Volgens de inspecteur heeft het keukenblad weliswaar een hoogte van 60 cm, maar ontbreekt er een ingebouwde uitneembare watervoorziening. De inspecteur merkt ten overvloede op dat naast deze inrichtingseis ook is gebleken dat het motorrijtuig niet voldoet aan het zogenaamde fiscale blok oftewel de afmetingen van breedte van de binnenruimte (90 cm).
8. In artikel 23a van de Wet MRB is bepaald dat voor een personenauto waarvan de binnenruimte is ingericht voor het vervoer en verblijf van personen en is voorzien van een vaste kook- en slaapgelegenheid en daarbij voldoet aan de geldende voorwaarden en beperkingen met betrekking tot uiterlijk en inrichting, de belasting een kwart van het normale tarief bedraagt. In artikel 5aa van het Uitvoeringsbesluit MRB worden die voorwaarden voor inrichting uitgelegd.
9. Er is sprake van een kampeerauto als aan alle inrichtingseisen wordt voldaan. Tussen partijen is niet meer in geschil dat de vaste zitplaatsen en de vaste tafel aan de inrichtingseisen voldoen. Naar de rechtbank begrijpt uit het nader stuk van 12 januari 2026 betwist belanghebbende niet dat de afmeting van de binnenruimte 87 cm breed is en dat hiermee niet wordt voldaan aan de inrichtingseis van 90 cm. In het nader stuk stelt belanghebbende nogmaals dat hij het niet eens is met de stelling van de inspecteur dat de watervoorziening niet aan de inrichtingseisen voldoet. Volgens belanghebbende is de watervoorziening functioneel en veilig.
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur terecht het verzoek om toepassing van het bijzondere kampeertarief afgewezen. De kampeerauto voldoet niet aan alle inrichtingseisen, zoals in de wet bepaald. Belanghebbende heeft immers erkend dat de binnenruimte niet voldoet aan de inrichtingseis van 90 cm.
Dat de inspecteur deze stelling pas in de beroepsfase heeft opgeworpen leidt niet tot een ander oordeel. Het antwoord op de vraag of de watervoorziening voldoet aan de inrichtingseisen kan dan ook in het midden blijven.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak op bezwaar in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Vaatstra, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Metin, griffier. Uitgesproken op 20 mei 2026. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
griffier
rechter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.