Uitspraak
DE GEMEENTE GRONINGEN, H.O.D.N. GRONINGSE KREDIETBANK, IN DIENS HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN DHR. [naam gedaagde 1],
2.
[naam gedaagde 2],
Rechtbank Gelderland
Mooiland, een toegelaten instelling, vorderde ontbinding van de huurovereenkomst met de wettelijk medehuurder na vondst van een handelshoeveelheid harddrugs en een wapen in de woning. De burgemeester had een sluitingsbesluit genomen, maar dit later ingetrokken na bestuursrechtelijke procedures. De hoofdhuurder was onder bewind gesteld en de medehuur werd toegekend na de vondst van de drugs en het wapen.
De kantonrechter oordeelde dat de medehuurder niet aansprakelijk kon worden gehouden voor de tekortkomingen die plaatsvonden vóór haar verkrijging van het medehuurderschap, conform artikel 7:266 lid 2 BW Pro. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de door Mooiland gestelde onrechtmatige overlast onvoldoende was onderbouwd en niet toerekenbaar was aan de medehuurder.
De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van huurachterstand werden daarom afgewezen. Mooiland werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst tegen de medehuurder wordt afgewezen wegens gebrek aan toerekenbare tekortkoming en onvoldoende bewijs van onrechtmatige overlast.