Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3808

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
05.297480.25, 05/283289-25 (gev. ttz.) en 05/026317-25 (tul)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 38m SrArt. 38n SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oplegging ISD-maatregel voor twee bedreigingen met wandelstok en metalen buizen

De rechtbank Gelderland heeft op 16 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van twee bedreigingen gepleegd in Apeldoorn in juli en november 2025. Verdachte bedreigde twee verschillende slachtoffers met een wandelstok en metalen buizen, waarbij hij dreigende woorden uitsprak en slaande bewegingen maakte. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze bedreigingen heeft gepleegd.

De rechtbank nam bij de strafoplegging de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn lange strafblad mee. Verdachte vertoont een pro-criminele houding, kampt met verslaving, dakloosheid en psychosociale problemen, en weigert noodzakelijke behandeling. Gezien het hoge recidiverisico en de instabiliteit op meerdere leefgebieden, legde de rechtbank een ISD-maatregel van twee jaar op.

De vordering van een van de slachtoffers tot smartengeld werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing volgens de hoge maatstaf van de Hoge Raad. Daarnaast verklaarde de rechtbank de metalen buizen verbeurd en wees zij de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af vanwege de ISD-maatregel. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder leiding van mr. S.C.A.M. Janssen.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar wegens twee bedreigingen met een wandelstok en metalen buizen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.297480.25, 05.283289.25 (gev. ttz.) en 05.026317.25 (tul)
Datum uitspraak : 16 april 2026
Tegenspraak
verkort vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsvrouw: mr. A. Foppen, advocaat in Harderwijk.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 december 2025, 4 februari 2026 en 16 april 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
parketnummer 05.297480.25
hij op of omstreeks 6 november 2025 te Apeldoorn [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- met een (wandel)stok, althans een hard voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 1] te zwaaien en/of slaande bewegingen te maken en/of
- ( daarbij) dreigend de woorden te roepen/te schreeuwen: "als ik jou nog één keer zie dan maak ik jou dood.", "ik maak je dood, ik maak je kapot, je bent aan de beurt en als ik je nog een keer zie dan maak ik je dood" en/of "jij bent een Mongool, ik ga je doodmaken, als ik je nog een keer zie dan maak ik je af, het is klaar met jou", althans woorden en/of gedragingen van gelijke dreigende aard en/of strekking;
parketnummer 05.283289.25
hij op of omstreeks 30 juli 2025 te Apeldoorn [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- twee (metalen) buizen, of soortgelijke voorwerpen, in de hand te nemen en voornoemde [slachtoffer 2] te benaderen en
- met voornoemde buizen (op korte afstand) slaande bewegingen te maken naar, althans in de richting van die [slachtoffer 2] en
- (daarbij) voornoemde [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "Ik sla je helemaal kapot" en/of "Kom dan, dan sla ik je met de stok voor je hasses",
althans woorden en/of feitelijkheden van gelijkende dreigende aard en/of strekking.

2.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
parketnummer 05.297480.25
hij op
of omstreeks6 november 2025 te Apeldoorn [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling, door
- met een
(wandel
)stok,
althans een hard voorwerp,in de richting van die [slachtoffer 1] te zwaaien en
/ofslaande bewegingen te maken en
/of
- ( daarbij) dreigend de woorden te roepen/te schreeuwen: "als ik jou nog één keer zie dan maak ik jou dood.", "ik maak je dood, ik maak je kapot, je bent aan de beurt en als ik je nog een keer zie dan maak ik je dood" en
/of"jij bent een Mongool, ik ga je doodmaken, als ik je nog een keer zie dan maak ik je af, het is klaar met jou"
, althans woorden en/of gedragingen van gelijke dreigende aard en/of strekking;
parketnummer 05.283289.25
hij op
of omstreeks30 juli 2025 te Apeldoorn [slachtoffer 2] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ofmet zware mishandeling, door
- twee
(metalen
)buizen,
of soortgelijke voorwerpen,in de hand te nemen en voornoemde [slachtoffer 2] te benaderen en
- met voornoemde buizen (op korte afstand) slaande bewegingen te maken naar,
althans in de richting van die [slachtoffer 2]en
- (daarbij) voornoemde [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "Ik sla je helemaal kapot" en
/of"Kom dan, dan sla ik je met de stok voor je hasses",
althans woorden en/of feitelijkheden van gelijkende dreigende aard en/of strekking.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.
De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

3.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 05.297480.25
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
Parketnummer 05.283289.25
bedreiging met zware mishandeling

4.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

6.De overwegingen ten aanzien van de maatregel

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van 2 jaar. De verdediging heeft zich hieraan gerefereerd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee bedreigingen. Op 6 november 2025 heeft verdachte in Apeldoorn het slachtoffer bedreigd door met een korte wandelstok slaande bewegingen te maken en op hem af te lopen waarbij hij meerdere keren riep dat hij hem zou slaan en doodmaken. Op 30 juli 2025 heeft verdachte een soortgelijke bedreiging geuit naar een ander willekeurig slachtoffer. Daar was het slachtoffer een vrachtwagen aan het uitladen toen verdachte met twee metalen buizen met slaande bewegingen op hem af kwam en zei dat hij hem met de buizen tegen zijn hoofd zou slaan.
Met deze bedreigingen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Een van de slachtoffers heeft ook verklaard dat hij er angstig van werd, omdat het zonder enige aanleiding gebeurde. Dit soort bedreigingen draagt ook bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving omdat het ook angstige situaties kan opleveren voor bijvoorbeeld omstanders. Dat is hier ook terug te lezen in de getuigenverklaringen.
Verdachte beschikt over een lang en divers strafblad. Hij is meerdere keren veroordeeld voor onder andere bedreigingen, vernielingen, diefstallen en wederspannigheid. Er is sprake van veelvuldige recidive.
Uit het reclasseringsadvies van 26 januari 2026 volgt dat bij verdachte sprake is van een
pro-criminele houding en problemen op alle leefgebieden, waardoor de reclassering het recidiverisico inschat als hoog. Er is sprake van instabiliteit op het gebied van huisvesting, dagbesteding en middelengebruik. Het ontbreekt verdachte aan dagbesteding en het netwerk waarin hij zich begeeft is negatief. Feitelijk leeft verdachte op straat en is er sprake van dagelijks drugsgebruik. Daarbij zijn er problemen in het psychosociaal functioneren, onder andere omdat verdachte zich niet herkent in de gestelde diagnose schizofrenie waardoor hij noodzakelijke behandelinterventies weigert. Er zijn geen beschermende factoren in het leven van verdachte. De reclassering heeft al verschillende trajecten ingezet maar die hebben niet geleid tot vermindering van recidive of gedragsverandering. Het is daarom van belang dat verdachte zijn problematiek gaat aanpakken in een traject in een gedwongen kader. De reclassering vindt daarom een onvoorwaardelijke ISD-maatregel passend. Dit is niet alleen een goede basis om door te stromen naar het geïndiceerde extramurale traject, maar biedt ook de mogelijkheid om een time-out in te zetten wanneer een extramurale fase spaak dreigt te lopen.
De rechtbank stelt vast dat de door verdachte begane bedreigingen misdrijven zijn waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Verdachte is in de vijf jaren voorafgaande aan de bewezen verklaarde feiten ten minste drie keer voor een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of taakstraf veroordeeld en deze straffen zijn tenuitvoergelegd. De tenuitvoerlegging van deze straffen heeft verdachte er niet van weerhouden de bewezenverklaarde feiten te begaan. Uit het reclasseringsrapport volgt dat sprake is van verslaving, dakloosheid en problemen in het psychosociaal functioneren. De rechtbank is daarom van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte weer een dergelijk misdrijf zal plegen.
Ook blijkt uit het strafblad dat over een periode van vijf jaar voor meer dan tien misdrijffeiten tegen verdachte processen-verbaal zijn opgemaakt, waarvan ten minste één misdrijf in de twaalf maanden voorafgaand aan het bewezenverklaarde feit. Verdachte valt hierdoor onder de definitie van een stelselmatige dader in de zin van de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers, waaraan het Openbaar Ministerie is gebonden bij het vorderen van de ISD-maatregel.
Er is dus voldaan aan de eisen van artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht en de voorwaarden zoals die zijn opgenomen in de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers, om een ISD-maatregel op te leggen.
De rechtbank is, gelet op al het bovenstaande, van oordeel dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de ISD-maatregel, die strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van recidive, eist. Er is sprake van instabiliteit op alle leefgebieden en eerder ingezette trajecten hebben niet geleid tot vermindering van recidive.
Om behandelmogelijkheden bij eventuele tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel niet te doorkruisen, houdt de rechtbank bij de duur van de ISD-maatregel geen rekening met de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7.De beoordeling van de civiele vordering

Parketnummer 05.283289.25
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met het bewezenverklaarde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 10.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 250,-, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd om te worden toegewezen.
Overweging van de rechtbank
Smartengeld
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:
  • verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
  • de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
  • de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
  • de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
In beginsel zal degene die zich beroept op een aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens juridisch moeten onderbouwen. Hoewel de benadeelde partij de rechtbank goed heeft kunnen uitleggen wat een en ander met hem heeft gedaan, is dat onvoldoende om te kunnen zeggen dat dat voldoende onderbouwing is een aantasting ‘op andere wijze’. Daarvoor gelden andere, hogere maatstaven.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de aard en de ernst van de normschending kunnen meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Hoewel de rechtbank op basis van wat uit het dossier en de toelichting op de vordering door de benadeelde partij is gebleken, aanneemt dat de bedreiging aan zijn adres zonder meer beangstigend is geweest, wordt de hoge maatstaf die de Hoge Raad heeft geformuleerd in deze zaak naar het oordeel van de rechtbank niet gehaald. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren omdat de wet geen grondslag biedt om de vordering toe te wijzen.

8.De beoordeling van het beslag

Parketnummer 05.283289.25
De rechtbank zal de twee buizen (PL0600-2025363800-3505010 en PL0600-2025363800-3505018) met betrekking tot welke het feit is begaan, verbeurd verklaren.
De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

9.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05.026317.25)

Parketnummer 05.297480.25
De politierechter heeft verdachte op 6 februari 2025 veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf van 18 dagen.
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de vordering wordt afgewezen.
De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, omdat tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf niet opportuun is gelet op de oplegging van de ISD-maatregel en de lange duur van die maatregel.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 38m, 38n, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

11.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op de maatregel van
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de duur van
twee jaar;
 verklaart de benadeelde partij
[slachtoffer 2] niet-ontvankelijkin de vordering tot smartengeld;
 verklaart
verbeurdde twee buizen (PL0600-2025363800-3505010 en PL0600-2025363800-3505018);

wijstde vordering van de officier van justitie tot
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter van 6 februari 2025 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf
af(parketnummer 05.026317.25).
Dit verkort vonnis is gewezen door mr. S.C.A.M. Janssen (voorzitter), mr. M.M. Klaasen en mr. R.M. Schoo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 april 2026.