Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3782

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
05/298068-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 57 SrArt. 312 SrArt. 359a SvArt. 56a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen twee gewelddadige straatroven in Arnhem

Op 7 november 2025 pleegde verdachte samen met medeverdachten twee straatroven op de Korenmarkt in Arnhem waarbij slachtoffers met grof geweld werden overvallen en hun eigendommen werden gestolen. Beide slachtoffers werden meerdere malen geslagen en geschopt, waarbij ook het hoofd werd geraakt.

De rechtbank oordeelde dat verdachte medepleger was, gezien de nauwe en bewuste samenwerking met anderen en het oogmerk om de gestolen goederen wederrechtelijk toe te eigenen. De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had op diefstal en niet bewust samenwerkte, maar dit werd verworpen op basis van camerabeelden, verklaringen en aangetroffen goederen.

Hoewel sprake was van een onherstelbaar vormverzuim door te late inverzekeringstelling, was er geen daadwerkelijk nadeel voor verdachte, zodat dit niet tot strafvermindering leidde. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de impact op slachtoffers en de persoon van verdachte en legde een gevangenisstraf van 20 maanden op, met aftrek van voorarrest. Tevens werd een eerder opgelegde voorwaardelijke straf ten uitvoer gelegd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf voor twee gewelddadige straatroven in Arnhem.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/298068-25 + 16/098928-25 (TUL)
Datum uitspraak : 23 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] (Algerije),
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. M.I. L’Ghdas, advocaat in Amsterdam, waargenomen door mr. J.M. Buchel, advocaat in Zandvoort.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 7 november 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een rugzak (merk: Nike) met daarin een muziekbox (merk: Roseland) en/of een tasje met inhoud (bankpas, insulinespuiten, een of meerdere geldbedragen, sleutels en/of muziekoortjes), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 1]
- aan te spreken en/of aan de praat te houden, en/of
- meermalen, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuist, althans met zijn hand, te slaan tegen het hoofd en/of lichaam, en/of
- meermalen, althans eenmaal, met kracht in het kruis en/of het lichaam te schoppen en/of trappen;
2.
hij op of omstreeks 7 november 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een tasje met inhoud (telefoon (Apple), sleutels, legitimatiebewijs en/of bankpas) in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 2]
- meermalen, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuist, althans met zijn hand, te slaan tegen het hoofd en/of lichaam, en/of
- meermalen, althans eenmaal, met kracht tegen het hoofd en/of lichaam te schoppen en/of trappen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte weliswaar geweld heeft gebruikt jegens beide slachtoffers, maar dat hij geen opzet had op de diefstal van de spullen van de slachtoffers en dat hij niet bewust heeft samengewerkt met anderen bij het wegnemen van de goederen. Het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde kan daarom volgens haar niet worden bewezen.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1: diefstal met geweld in vereniging gepleegd, slachtoffer [slachtoffer 1]
Aangever [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) heeft het volgende verklaard:
stond op 7 november 2025 rond 2:00 uur op de Korenmarkt in Arnhem voor horecagelegenheid The Cavern, toen er een man met een Arabisch uiterlijk en donkere kleding naar hem toe kwam gelopen. Daarna kwamen er twee andere mannen bij, ook met een Arabisch uiterlijk en donkere kleding. Meteen daarna werd [slachtoffer 1] in elkaar geslagen. Ze schopten en sloegen hem en alles deed pijn. [slachtoffer 1] is ook buiten bewustzijn geweest. [slachtoffer 1] kan zich vaag herinneren dat de mannen zijn spullen overgooiden naar elkaar. Na de mishandeling miste [slachtoffer 1] zijn Nike rugtas met daarin een zwarte bluetooth box en zijn heuptasje met Rabobank-pas, twee insuline spuiten, € 80,00 contant geld, huissleutels en oortjes; de mannen hebben die meegenomen. [2]
[slachtoffer 1] heeft verder verklaard dat er later die nacht transacties zijn gedaan met zijn pinpas. [3] De betaalpas van [slachtoffer 1] is later die nacht aangetroffen in een papiercontainer. [4]
De weggenomen muziekbox is bij de aanhouding bij [medeverdachte 1] aangetroffen. [5]
In het procesdossier bevinden zich camerabeelden (opgenomen door de publieke camera's binnen het horecaconcentratiegebied van Arnhem) van het incident. Deze beelden zijn beschreven door een verbalisant, die daarbij opmerkt dat de door hem als [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangeduide personen die op de beelden te zien zijn volledig voldoen aan het signalement van de aangehouden verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . In die beschrijving van de beelden staat - samengevat - onder meer het volgende [6] :
Op de beelden opgenomen in
‘Videobestand 1 (202_Korenmarkt_Cavern)’zijn [slachtoffer 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) te zien. Zij lopen samen en stoppen bij een muurtje. Na een aantal minuten verschijnen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en voegen zich bij [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2] . Kort daarna doet verdachte zijn arm om de nek van [slachtoffer 1] en trekt hij [slachtoffer 1] naar achter. [slachtoffer 1] komt los, pakt zijn tas en loopt weg. [medeverdachte 1] loopt achter hem aan en blijft heel dicht achter hem lopen. [medeverdachte 1] pakt een tasje van [slachtoffer 1] en gooit deze richting verdachte en [medeverdachte 2] , die nog bij het muurtje staan. Verdachte pakt het tasje. Als [slachtoffer 1] naar verdachte toeloopt en er bijna is, gooit verdachte het tasje weer terug naar [medeverdachte 1] . [slachtoffer 1] maakt een slaande beweging richting van verdachte. Verdachte pakt [slachtoffer 1] vast en duwt hem naar achteren tegen een fiets aan.
Op ‘
Videobestand 2 (106_Korenmarkt)is te zien dat verdachte [slachtoffer 1] schopt met zijn rechtervoet. [medeverdachte 1] voegt zich bij hen. Verdachte maakt een schoppende beweging tegen het linkerbeen van [slachtoffer 1] , waardoor [slachtoffer 1] op zijn rug valt. Omdar draait door op zijn zij, waarna verdachte zijn rechterbeen omhoog doet en deze met harde snelheid weer neerzet op het hoofd van [slachtoffer 1] . Verdachte maakt daarna nog twee keer een schoppende beweging op het hoofd van [slachtoffer 1] en raakt hem daarbij daadwerkelijk.
Het vervolg van
‘Videobestand 1 (202_Korenmarkt_Cavern)’laat onder meer zien dat verdachte en [medeverdachte 1] samen weglopen. [medeverdachte 1] heeft nog steeds het tasje dat hij eerder van [slachtoffer 1] had gepakt, in zijn hand.
Deze camerabeelden zijn ook ter terechtzitting getoond. Verdachte heeft verklaard zichzelf te herkennen op de beelden. Verdachte heeft erkend dat hij zijn arm om de nek van [slachtoffer 1] heeft gedaan en hem naar achteren heeft getrokken, dat hij met het tasje van [slachtoffer 1] heeft gegooid en dat hij [slachtoffer 1] meerdere keren tegen het lichaam en hoofd heeft geschopt. [7]
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte wordt verdacht van het medeplegen van diefstal met geweld. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard als vast is komen te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling daarvan kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarnaast geldt de eis van een dubbele opzet: de verdachte moet zowel opzet op de onderlinge samenwerking met de mededader(s) hebben gehad, als op het gronddelict: in dit geval de straatroof.
De rechtbank hecht, kijkend naar de andere bewijsmiddelen, geen geloof aan de verklaring van verdachte, dat hij niet wist dat hij in een straatroof beland was en dat hij daar (dus) geen (voorwaardelijk) opzet op had. Te zien is dat [medeverdachte 1] het tasje van [slachtoffer 1] afpakt, in de richting van verdachte gooit en dat verdachte vervolgens dat tasje oppakt en weer teruggooit naar [medeverdachte 1] op het moment dat [slachtoffer 1] probeert zijn tasje terug te pakken, wat daardoor niet lukt. Aansluitend oefent verdachte grof geweld uit tegen [slachtoffer 1] in het bijzijn van [medeverdachte 1] , die niets doet om het geweld te stoppen. Verdachte en [medeverdachte 1] zijn vervolgens samen vertrokken, waarbij [medeverdachte 1] nog steeds de tas van [slachtoffer 1] bij zich had.
Naar het oordeel van de rechtbank laat een en ander zien dat verdachte (wel degelijk) het oogmerk had om zich samen met de medeverdachte de spullen van [slachtoffer 1] wederrechtelijk toe te eigenen en dat verdachte in verband met die diefstal geweld heeft uitgeoefend. Ook is de rechtbank op basis van het voorgaande van oordeel dat hier sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering van het strafbare feit. Beide verdachten hadden daarbij een wezenlijke rol. Daarmee acht de rechtbank ook het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit, te weten diefstal met geweld in vereniging.
Feit 2: diefstal met geweld in vereniging gepleegd, slachtoffer [slachtoffer 2]
Aangever [slachtoffer 2] (verder: [slachtoffer 2] ) heeft verklaard dat hij op 7 november 2025 in Arnhem was. Rond 03:00 uur kreeg hij een discussie met jongens. [slachtoffer 2] zei tegen hen “
Wat doe je blij, kom om de hoek dan”. Eenmaal om de hoek voelde [slachtoffer 2] een klap op zijn achterhoofd, waardoor hij op de grond viel. Hij voelde dat er op zijn hoofd werd getrapt. Er viel een tand uit zijn mond en zijn schouders, gebit en knieën deden pijn. Iemand die het incident had gezien vertelde hem daarna dat de jongens zijn tasje hadden weggenomen. In het tasje zaten huissleutels, legitimatie, bankpas en telefoon. [8] Ook mist [slachtoffer 2] zijn rode Airpods. Hij is door het incident verscheidene tanden verloren. [9]
Ook van dit incident bevinden zich camerabeelden (opgenomen door de publieke camera's binnen het horecaconcentratiegebied van Arnhem) in het procesdossier. Deze beelden zijn beschreven door een verbalisant die daarbij opmerkt dat de door hem als [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangeduide personen die op de beelden te zien zijn volledig voldoen aan het signalement van de aangehouden verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . In die beschrijving van de beelden staat - samengevat - onder meer het volgende [10] .
Iets voor 03:00 uur ’s nachts lopen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de Duizelsteeg in de richting van de Hoogstraat. Op de Hoogstraat hebben zij contact met elkaar en gaan vervolgens uit elkaar. [medeverdachte 2] loopt naar cafetaria Sam Sam en gaat daar naar binnen. Verdachte en [medeverdachte 1] lopen in de richting van de Varkensstraat. Zij verdwijnen onder uit beeld. Vervolgens is te zien [slachtoffer 2] vanuit de Duizelsteeg naar de Hoogstraat loopt. [slachtoffer 2] kijkt in de richting van verdachte en [medeverdachte 1] , wijst in hun richting en zegt iets. Hij loopt vervolgens ook via de Hoogstraat in de richting van de Varkensstraat. Ook hij verdwijnt onder uit beeld. Op dat moment loopt [medeverdachte 2] uit cafetaria Sam Sam, in de richting van waar [slachtoffer 2] , verdachte en [medeverdachte 1] gegaan zijn.
Op andere beelden is te zien dat verdachte vervolgens vrijwel direct na aankomst op de kruising Hoogstraat/Varkensstraat een paar donkerkleurige handschoenen aantrekt, de straat oversteekt en met zijn rug tegen de gevel van een pand gaat staan, uit het zicht van [slachtoffer 2] . [medeverdachte 1] gaat wel in het zicht van [slachtoffer 2] staan. [medeverdachte 1] maakt een uitnodigend gebaar naar [slachtoffer 2] , alsof hij hem vraagt de Varkensstraat in te gaan. [slachtoffer 2] en [medeverdachte 1] zijn in gesprek. Als [slachtoffer 2] [medeverdachte 1] langzaam nadert, komt [medeverdachte 2] plotseling aansnellen in de richting van [slachtoffer 2] en trapt hij [slachtoffer 2] met veel kracht onderuit. [slachtoffer 2] komt hierdoor ten val en valt met zijn rug op straat. Verdachte trapt [slachtoffer 2] direct daarna tegen het hoofd. [medeverdachte 1] trapt [slachtoffer 2] vervolgens met kracht tegen zijn onderrug en rukt daarna diens tasje diens lichaam, waarbij het hengsel kapot getrokken wordt. [medeverdachte 1] trapt [slachtoffer 2] vervolgens in het gezicht en verdachte slaat [slachtoffer 2] tegen het gezicht. [medeverdachte 1] trapt [slachtoffer 2] op het lichaam en verdachte raakt [slachtoffer 2] op het hoofd met zijn scheenbeen of knie. [medeverdachte 1] trapt [slachtoffer 2] met kracht in zijn zij. Ondertussen pakt [medeverdachte 2] [slachtoffer 2] vast en lijkt de zakken van zijn kleding te bevoelen. Verdachte slaat [slachtoffer 2] intussen meermaals tegen het hoofd. Terwijl verdachte dit doet, trapt [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] tweemaal tegen het hoofd. Daarna trapt verdachte [slachtoffer 2] nogmaals met veel kracht tegen het hoofd. Hierdoor valt [slachtoffer 2] naar achteren. [medeverdachte 2] blijft de zakken in de kleding van [slachtoffer 2] bevoelen.
[slachtoffer 2] is al met al gedurende 18 seconden lang met kracht geschopt en geslagen door de verdachten. De verdachten lopen weg en [medeverdachte 1] heeft het tasje van [slachtoffer 2] nog steeds vast in zijn rechterhand.
Bovengenoemde camerabeelden zijn ook ter terechtzitting getoond. Verdachte heeft verklaard zichzelf te herkennen op de beelden. Verdachte heeft erkend dat hij [slachtoffer 2] meermaals heeft geslagen en geschopt. [11]
Bij de fouillering van verdachte zijn rode Apple Airpods aangetroffen, genaamd “ [slachtoffer 2] 's Airpods Pro”. [slachtoffer 2] heeft bevestigd dat dit zijn oortjes zijn. [12]
De gestolen pinpas van [slachtoffer 2] is bij [medeverdachte 1] aangetroffen. [13]
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte wordt - kortgezegd - net als bij feit 1 verdacht van het medeplegen van diefstal met geweld. Ook ten aanzien van dit feit is door de verdediging betoogd dat verdachte geen wetenschap had dat het gronddelict een straatroof betrof en er hij dus geen (voorwaardelijk) opzet had. De rechtbank verwerpt dit verweer ook hier. Kort voor het incident waren verdachte en de medeverdachten samen en hadden zij contact. Vervolgens ging [medeverdachte 2] een andere kant op dan verdachte en [medeverdachte 1] . Aangekomen op de kruising, stelde verdachte zich dusdanig op dat hij niet zichtbaar was voor [slachtoffer 2] en trok hij handschoenen aan. Vervolgens viel [medeverdachte 2] [slachtoffer 2] van achteren aan en bevoelde hij daarna, terwijl de verdachte en [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] gedurende 18 seconden sloegen en schopten, de kleding van [slachtoffer 2] . Verdachte en de medeverdachten vertrokken vervolgens samen en bij de aanhouding van verdachte zijn de oortjes van [slachtoffer 2] bij hem aangetroffen. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake was van een impulsieve, maar juist een planmatige actie en dat verdachte dus het oogmerk had om zich - met de medeverdachten - de spullen van [slachtoffer 2] wederrechtelijk toe te eigenen door het gebruik van fors geweld.
Uit de beelden blijkt naar het oordeel van de rechtbank ook dat hier sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering van het strafbare feit. Daarbij had ieder een substantiële bijdrage, verdachte niet in het minst. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
De rechtbank overweegt hierbij ook dat zeer kort voor deze tweede straatroof verdachte betrokken was bij de straatroof met als slachtoffer [slachtoffer 1] . Dat het (ook) bij dit feit om een impulsieve daad ging waarbij verdachte geen bewustzijn had, laat staan (voorwaardelijk) opzet op het stelen met geweld, is volstrekt ongeloofwaardig. De rechtbank ziet hierin juist een bevestiging dat sprake was van vooropgezet en planmatig handelen. De modus operandi komt weliswaar niet tot in detail overeen, maar bij beide incidenten is sprake van in gezamenlijkheid stelen met geweld in de openbare ruimte, en dat, kort na, en vlakbij, elkaar.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit, te weten diefstal met geweld in vereniging.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks7 november 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een
of meerandere
n,
althans alleen,een rugzak (merk: Nike) met daarin een muziekbox (merk: Roseland) en
/ofeen tasje met inhoud (bankpas, insulinespuiten, een of meerdere geldbedragen, sleutels en
/ofmuziekoortjes),
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en
/ofzijn mededader
(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld en
/ofgevolgd van geweld
en/of bedreiging met geweldtegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden ofgemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad
, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzijhet bezit van het gestolene te verzekeren
,door die [slachtoffer 1]
-
aan te spreken en/of aan de praat te houden, en/of- meermalen, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuist, althans met zijn hand, te slaan tegen het hoofd en/of lichaam, en/of- meermalen
, althans eenmaal,met kracht
in het kruis en/oftegenhet lichaam te schoppen
en/of trappen;
2.
hij op
of omstreeks7 november 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,een tasje met inhoud (telefoon (Apple), sleutels, legitimatiebewijs en
/ofbankpas)
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en
/ofzijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld en
/ofgevolgd van geweld
en/of bedreiging met geweldtegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden ofgemakkelijk te maken
,of om, bij betrapping op heterdaad
, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 2]
- meermalen
, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuist, althans met zijn hand, te slaan tegen het hoofd en
/of lichaam, en
/of- meermalen
, althans eenmaal,met kracht tegen het hoofd en
/oflichaam te schoppen
en/of trappen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren, in vereniging gepleegd;
feit 2:
diefstal vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren, in vereniging gepleegd.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gevraagd rekening te houden met de omstandigheden dat verdachte eerlijk is geweest over zijn rol en dat hij geen eerdere vermogensdelicten op zijn strafblad heeft staan. Verder bestaat het voornemen om verdachte uit te zetten naar Algerije en zou een langdurige gevangenisstraf die terugkeer in de weg staan. Daarnaast is gevraagd rekening te houden met de moeilijke voorgeschiedenis van verdachte. Tot slot is bepleit dat verdachte fors te laat in verzekering is gesteld en dat daarmee sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, wat volgens de verdediging dient te leiden tot strafvermindering.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een tweetal straatroven op dezelfde (uitgaans)avond, kort na elkaar. Bij deze straatroven zijn beide slachtoffers plotseling aangevallen en is grof geweld op hen uitgeoefend. Verdachte heeft daarbij zelfs, terwijl de slachtoffers al op de grond lagen, meerdere malen op hun hoofd geschopt. Intussen werden er spullen van de slachtoffers afgepakt. Verdachte heeft geen enkel respect getoond voor de slachtoffers, hun lichamelijke integriteit en hun persoonlijke eigendommen. Verdachte heeft niet stilgestaan bij het feit dat een dergelijk incident een grote impact heeft op het leven van de slachtoffers, niet alleen op het moment van de straatroof zelf, maar vaak ook nog lange tijd daarna. Straatroven maken niet alleen een grove inbreuk op het gevoel van veiligheid van de slachtoffers, maar hebben doorgaans ook impact op mensen in de omgeving en de samenleving als geheel. Ook in dit geval waren omstanders onvrijwillig getuige van hevig geweld tijdens het uitgaan.
De rechtbank heeft ook het reclasseringsrapport van 19 maart 2026 gelezen. De reclassering heeft gerapporteerd dat verdachte problemen heeft op bijna alle leefgebieden. Zij adviseert het opleggen van een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat zij geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen. Na contact met de Dienst Terugkeer & Vertrek heeft de reclassering vernomen dat verdachte geen verblijfsrecht in Nederland heeft en dat het voornemen bestaat om verdachte uit te zetten naar Algerije.
Vormverzuim?
De verdediging heeft betoogd dat er sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), nu verdachte te laat in verzekering is gesteld.
Uit het dossier blijkt dat verdachte op 7 november 2025 om 04:03 uur is aangehouden voor diefstal met geweld in vereniging, een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Op grond van artikel 56a, tweede lid, Sv kon verdachte ten hoogste negen uren worden opgehouden voor onderzoek. De tijd tussen middernacht en negen uur ’s morgens wordt voor de berekening van deze termijnen niet meegerekend. Op 7 november 2025 om 04:30 uur is het bevel gegeven om de verdachte op te houden voor onderzoek. De verdachte is vervolgens op 7 november 2025 om 22:30 uur, en aldus 4 uur en 30 minuten te laat, in verzekering gesteld.
De rechtbank overweegt dat de te late inverzekeringstelling, en daarmee het te lang ophouden voor onderzoek, een onherstelbaar vormverzuim oplevert als bedoeld in artikel 359a Sv. Bij de beoordeling of, en zo ja welk, gevolg aan dit verzuim verbonden dient te worden, houdt de rechtbank rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt. Het belang van het voorschrift is dat de verdachte na negen uur in vrijheid dient te worden gesteld, tenzij de verdachte in verzekering wordt gesteld of voor de rechter-commissaris wordt geleid. In casu is verdachte, zij het te laat, in verzekering gesteld. Vervolgens is verdachte alsnog tijdig voorgeleid, waarna de rechter-commissaris op 10 november 2025 zijn bewaring heeft bevolen. Daarom komt de rechtbank tot het oordeel dat van daadwerkelijk geleden nadeel door verdachte geen sprake is.
De rechtbank is daarom van oordeel dat, vanwege het ontbreken van enig daadwerkelijk nadeel, strafvermindering geen gerechtvaardigd rechtsgevolg van het vormverzuim is, zodat de rechtbank volstaat met de constatering van het vormverzuim.
Strafoplegging
De ‘Oriëntatiepunten voor de straftoemeting’ van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) noemen voor strafoplegging bij een straatroof
met licht geweld of verbale bedreigingals oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, bij recidive acht maanden. Het gaat hier om een veel zwaardere zaak, met twee ernstige straatroven in een kort tijdsbestek in openbaar uitgaansgebied, waarbij steeds grof geweld is gebruikt en tegen het hoofd van het slachtoffer is getrapt. Verdachte is eerder veroordeeld voor een geweldsfeit.
Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv Pro, aan de orde is.

8.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 16/098928-25)

De politierechter heeft verdachte op 27 mei 2025 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden (met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht) waarvan 1 maand voorwaardelijk.
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.
De raadsvrouw heeft verzocht de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer te leggen, maar de proeftijd te verlengen.
De rechtbank overweegt dat het verzoek van de verdediging om de proeftijd te verlengen niet is onderbouwd. De rechtbank ziet geen aanleiding dat verzoek te honoreren. Immers, bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, ook nu weer een geweldsdelict. Kennelijk heeft de voorwaardelijk opgelegde straf verdachte er niet van weerhouden daarna twee keer kort achter elkaar in vereniging iemand met geweld te beroven. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 47, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 beveelt de
tenuitvoerleggingvan de op 27 mei 2025 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een
gevangenisstraf van 1 (een) maand(parketnummer 16/098928-25).
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Tegelaar (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. A.J.H. Steenweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Benbouazza, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 april 2026.
mr. Steenweg is buiten staat dit vonnis
mede te ondertekenen

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025539897, gesloten op 9 november 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 7 november 2025, p. 28.
3.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 november 2025, p. 33.
4.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2025, p. 49.
5.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 november 2025, p. 51.
6.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 november 2025, p. 55-57.
7.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 april 2026.
8.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 7 november 2025, p. 19.
9.Proces-verbaal verhoor slachtoffer [slachtoffer 2] d.d. 8 november 2025, p. 23.
10.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 november 2025, p. 59-61
11.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 april 2026.
12.Kennisgeving van inbeslagneming/eerste beslissing, p. 191.
13.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 november 2025, p. 47.