Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats], eiser
het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
3.1. Op grond van artikel 34a van de Wrb gaat de raad in beginsel uit van de gegevens over inkomen en vermogen die door de Belastingdienst zijn berekend. De raad hoeft dit dus niet zelf te berekenen. De raad mag er in de regel vanuit gaan dat over het vermogen, zoals door de Belastingdienst is berekend, wordt beschikt, zoals bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Wrb. Het is aan de aanvrager van een toevoeging om rechtsbijstand om aan te tonen dat dit in de omstandigheden van zijn of haar geval anders is. Een redelijke toepassing van het bepaalde in artikel 34, tweede lid, van de Wrb kan dan met zich brengen dat voor de beoordeling van het recht op rechtsbijstand bij de hoogte van het vermogen van de aanvrager, een bestanddeel van het vermogen buiten beschouwing moet blijven waarvan de aanvrager aantoont dat hij of zij niet op enig moment (heeft) beschikt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen over dit vermogensbestanddeel. [2]
€ 39.571 op zijn moeder en een vordering van € 7.640,28 op de Vereniging van eigenaren. Over die vorderingen kan eiser niet beschikken. Het vermogen waarover eiser wél kan beschikken, ligt niet boven de wettelijk vastgestelde financiële grens.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de raad op om binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar van eiser te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de raad tot betaling van € 934 aan proceskosten aan eiser;
- bepaalt dat de raad het griffierecht van € 51 aan eiser moet vergoeden.
mr.L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op: