Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaken tussen
[verzoekster] [verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoekers
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland
Stichting Circuit Oldebroekuit ’t Loo Oldebroek (vergunninghouder) en
de gemeente Oldebroek.
Samenvatting
1.1. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of de bezwaren een redelijke kans van slagen hebben. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekers.
1.3. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
.Verzoekers hebben hiertegen afzonderlijk bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter afzonderlijk gevraagd om voorlopige voorzieningen te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3.1. Op het perceel zijn hazelwormen waargenomen. De hazelworm is beschermd onder de Omgevingswet (Ow). [1] Omdat het motorcross evenement effect heeft op het leefgebied en de rust- en voortplantingsplaatsen van de hazelwormen heeft vergunninghouder bij het college een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit.
3.2. Het college heeft de omgevingsvergunning voor het opzettelijk vangen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hazelworm aan vergunninghouder verleend. Aan deze vergunning heeft het college voorschriften verbonden. Hierbij heeft het college zich kort samengevat op het standpunt gesteld dat er voldoende onderzoek is uitgevoerd naar alle mogelijk voorkomende soortgroepen en dat het motorcross evenement alleen effect heeft op de hazelworm. Het onderzoek naar de aangevraagde soorten is door deskundigen uitgevoerd en door het college als voldoende beoordeeld, en de negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden worden met de voorgeschreven maatregelen voldoende gemitigeerd en gecompenseerd. Verder stelt het college zich op het standpunt dat de alternatieve locaties, werkwijze, inrichting en planning voldoende zijn afgewogen en er geen andere bevredigende oplossing is. Het evenement, de motorcross in Oldebroek, bestaat al sinds 1967 en is een begrip in de omgeving. Een deel van de lokale, regionale en nationale bevolking heeft er een sociaal en financieel belang bij dat het evenement plaatsvindt. Het motorcrossevenement is een internationale wedstrijd met crossers uit verschillende landen. Daarmee is de organisatie van het evenement een algemeen belang.
De lokale staat van instandhouding van de hazelworm blijft volgens het college gewaarborgd door het nemen van de voorgeschreven maatregelen.
4. Verzoekers zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Omdat het eerstvolgende evenement op 16 mei 2026 gepland is en de voorbereidende werkzaamheden in volle gang zijn, hebben zij de voorzieningenrechter ook gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
Spoedeisend belang5. Het college heeft betwist dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter volgt dit niet. Reeds omdat het cross evenement op 16 mei a.s. gepland is en voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd waarop de omgevingsvergunning ziet, hebben verzoekers voldoende spoedeisend belang.
Het toetsingskader
a. voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend geen andere bevredigende oplossing bestaat;
a. zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend geen andere bevredigende oplossing bestaat,
c. het uitgevoerde ecologisch onderzoek aan het besluit ten grondslag heeft mogen leggen.
De door verzoekers geopperde uitwijkmogelijkheden voor de crosswedstrijd zijn bovendien geen geschikte alternatieven. Het betoog van verzoekers slaagt dan ook niet.
Conclusie en gevolgen
13. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Dat betekent dat de omgevingsvergunning voor het voor het opzettelijk vangen van de hazelworm en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hazelworm niet wordt geschorst. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.