ECLI:NL:RBGEL:2026:373

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
243203-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van een man voor diefstal, wederrechtelijk binnendringen en belediging van ambtenaren met oplegging van ISD-maatregel

Op 12 januari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland een 53-jarige man veroordeeld voor diefstal, wederrechtelijk binnendringen en belediging van ambtenaren. De man had op 15 september 2025 in Wijchen drie blikjes drank gestolen uit de supermarkt Jumbo, terwijl hij een winkelverbod had. Tijdens zijn aanhouding beledigde hij twee politieambtenaren. De rechtbank oordeelde dat de feiten wettig en overtuigend bewezen waren en legde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op voor de duur van twee jaar. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de recidive van de verdachte en de noodzaak van beveiliging van de maatschappij. De officier van justitie had de ISD-maatregel geëist, terwijl de verdediging pleitte voor minder ingrijpende alternatieven. De rechtbank concludeerde dat er geen alternatieven voor de ISD-maatregel waren en dat de verdachte een hoog recidiverisico vertoonde. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen, zodat de verdachte na de ISD-maatregel nog hulpverlening kan krijgen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/243203-25; 16/202631-23 (tul)
Datum uitspraak : 12 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
raadsvrouw: mr. F.S. Baardman, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
Hij op of omstreeks 15 september 2025 te Wijchen drie, althans een of meer blikjes drank (Bacardi Razz & Up), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan supermarkt Jumbo ( Zuiderpoort nr. 12 ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
Hij op of omstreeks 15 september 2025 te Wijchen in het besloten lokaal, te weten een winkel en bij supermarkt Jumbo ( Zuiderpoort 12 ), althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 25 februari 2025 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 36 maanden;
3.
Hij op of omstreeks 15 september 2025 te Wijchen opzettelijk (een) ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 1] , aspirant van politie en/of [slachtoffer 2] , brigadier van politie, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hen (telkens) de woorden toe te voegen: "Varkenskop" en/of "Stumperd", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of
strekking.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Op 15 september 2025 is namens de Jumbo Zuiderpoort in Wijchen aangifte gedaan van diefstal van drie blikjes Bacardi Razz & Up. [2] Op camerabeelden is te zien dat een man drie blikjes drinken uit een schap pakt, dat hij er één in zijn zak stopt en dat hij zonder de blikjes af te rekenen de kassa passeert. [3]
Verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn ter plaatse gegaan. Door een medewerker van de Jumbo werd de man aangewezen die de blikjes had meegenomen, dit bleek om verdachte te gaan. De verbalisanten zagen dat verdachte drie roze blikjes uit zijn zak haalde. [4]
Volgens de aangifte was verdachte in het bezit van een winkelverbod. De uitgereikte winkelontzegging voor 36 maanden met als datum 25 februari 2025 is als bijlage bij de aangifte gevoegd. [5]
Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat hij op 12 september 2025 verdachte heeft aangehouden wegens het overtreden van een winkelverbod bij de Jumbo aan de Herenstraat in Wijchen. Dit is hem destijds ook medegedeeld. Verdachte zei toen dat hij (alleen) wist van een winkelverbod voor de Jumbo in Zuid (de rechtbank begrijpt: Zuiderpoort ). [6]
Tijdens het overbrengen van verdachte naar het politiebureau hoorden verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dat verdachte “varkenskop” zei en daarbij verbalisant [slachtoffer 1] aankeek, waardoor deze zich beledigd voelde. Eenmaal op het politiebureau zei verdachte “stumperd”, waarbij hij verbalisant [slachtoffer 2] aankeek. Verbalisant [slachtoffer 2] voelde zich daardoor beledigd. [7]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat – ondanks dat hij niet meer weet wat er gebeurd is, omdat hij dronken was – het klopt wat er gebeurd is. Hij denkt dat hij de blikjes drinken in zijn zak heeft gedaan, want anders had hij deze niet bij zich gehad. Verdachte was op de hoogte van het winkelverbod voor deze Jumbo-vestiging, maar hij kan zich – door de dronken toestand waarin hij op dat moment verkeerde – niet meer herinneren dat hij in de winkel is geweest. [8]
Conclusie:
Op basis van de voorgaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie de ten laste gelegde feiten, te weten: winkeldiefstal, huisvredebreuk en het beledigen van ambtenaren.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1,2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
Hij op
of omstreeks15 september 2025 te Wijchen drie
, althans een of meerblikjes drank
(Bacardi Razz & Up
),
in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan supermarkt Jumbo ( Zuiderpoort nr. 12 ),
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
Hij op
of omstreeks15 september 2025 te Wijchen in het besloten lokaal, te weten een winkel
enbij supermarkt Jumbo ( Zuiderpoort 12 ),
althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik,wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 25 februari 2025 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 36 maanden;
3.
Hij op
of omstreeks15 september 2025 te Wijchen opzettelijk
(een)ambtena
(a)r
(en
), te weten [slachtoffer 1] , aspirant van politie en
/of[slachtoffer 2] , brigadier van politie, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van
zijn/haar/hun bediening, in
zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door
hem/haar/hen
(telkens)de woorden toe te voegen: "Varkenskop" en
/of"Stumperd
", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of
strekking.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
diefstal;
feit 2:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;
feit 3:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van twee jaren zal worden opgelegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte geen ISD-maatregel moet worden opgelegd. Alhoewel aan de ‘harde’ criteria voor oplegging van de maatregel wordt voldaan, zijn nog niet alle minder ingrijpende alternatieven uitgeput. Verdachte heeft in het (recente) verleden laten zien dat hij wel degelijk kan profiteren van de geboden begeleiding. De raadsvrouw heeft bepleit om aan verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest en daar – indien nodig – een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden aan te verbinden. Indien de rechtbank toch besluit om over te gaan tot de oplegging van de ISD-maatregel, heeft de raadsvrouw verzocht om deze te beperken tot de duur van één jaar, met een tussentijdse toets na zes maanden.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten, te weten: een winkeldiefstal, huisvredebreuk en het beledigen van ambtenaren. Dit zijn ergerlijke feiten en dergelijke strafbare feiten brengen voor de betrokkenen en de samenleving ernstige overlast met zich mee.
Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 21 november 2025 volgt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld, voornamelijk wegens het plegen van vermogens- en agressiedelicten.
Uit het reclasseringsrapport van 5 december 2025 volgt dat bij verdachte sprake is van instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden. Er is sprake van alcohol- en drugsgebruik, hetgeen direct verband houdt met het delictgedrag. Volgens de reclassering was in de afgelopen jaren een patroon zichtbaar, waarbij verdachte na een behandeling of opname weer terugviel in middelengebruik. Doordat sprake is van een licht verstandelijke beperking, beschikt verdachte volgens de reclassering voorts over onvoldoende copingvaardigheden om zijn problemen op een constructieve manier op te lossen en neemt hij veelal impulsieve beslissingen. In het verleden zijn meerdere hulpverleningstrajecten ingezet, zowel in een ambulant- als in een klinisch kader. Alhoewel verdachte vaak in het begin van een traject goede wil en motivatie toont, ontstaat na verloop van tijd een steeds terugkerend patroon, waarbij verdachte zichzelf overschat, hij terugvalt in gebruik en/of sprake is van recidive en trajecten voortijdig worden beëindigd. Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als hoog, evenals het risico op het onttrekken aan voorwaarden. Bij een veroordeling adviseert de reclassering om aan verdachte een ISD-maatregel op te leggen.
De rechtbank stelt vast dat de door verdachte begane feiten misdrijven zijn waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Verdachte is in de vijf jaren voorafgaande aan deze feiten ten minste drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld. De rechtbank stelt vast dat verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan na de tenuitvoerlegging van deze straffen. Op grond van het advies van de reclassering en het verhandelde ter terechtzitting concludeert de rechtbank dat er geen alternatieven voor de ISD-maatregel zijn. Gelet op de problematiek van verdachte en het feit dat deze problematiek direct samenhangt met de bewezenverklaarde feiten moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal plegen, zodat de veiligheid van personen en goederen de oplegging van de ISD-maatregel eist. De maatregel strekt derhalve tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte. Daarmee is aan de formele vereisten voor oplegging van de ISD-maatregel voldaan.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat ook is voldaan aan de vereisten, gesteld in de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers, waaraan het Openbaar Ministerie is gebonden bij het vorderen van de ISD-maatregel. Gelet op het aantal feiten waarvoor verdachte onherroepelijk is veroordeeld en het aantal feiten dat in dit vonnis tot een bewezenverklaring heeft geleid, is sprake van een veelpleger. Verdachte wordt in die hoedanigheid ook besproken in het Zorg- en Veiligheidshuis in Nijmegen. Gedurende de afgelopen jaren heeft verdachte verschillende kansen gehad om zich te conformeren aan zowel ambulante- als klinische trajecten, maar desondanks is het verdachte niet gelukt om tot gedragsverandering te komen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wenselijk en noodzakelijk is. Gelet voorts op het belang van beveiliging van de maatschappij en van beëindiging van de recidive van verdachte, alsook om tot een zo optimaal mogelijke oplossing van de problematiek van verdachte te komen, zal de rechtbank de maatregel voor de (maximale) duur van twee jaren opleggen, zonder aftrek van voorarrest. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten om nu al te bepalen dat de voortzetting van de ISD-maatregel tussentijds beoordeeld zal worden. Het staat de verdediging vrij te zijner tijd een dergelijk verzoek te doen.

8.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 16/202631-23)

De rechtbank heeft verdachte op 12 december 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 124 dagen voorwaardelijk.
De officier van justitie heeft verzocht om de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.
De raadsvrouw heeft primair bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat uit de vordering niet duidelijk blijkt over welke zaak het gaat. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om de vordering af te wijzen, omdat het wenselijk wordt geacht dat het reclasseringstoezicht kan worden voortgezet.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de (niet) ontvankelijkheid van de voorwaardelijke vordering tenuitvoerlegging het volgende. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de vordering afdoende op welke voorwaardelijke veroordeling de vordering ziet en is de vordering derhalve voldoende duidelijk. Het openbaar ministerie is dan ook ontvankelijk in de vordering. Het primaire verweer van de advocaat slaagt derhalve niet.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden afgewezen, zodat verdachte ook na afloop van de ISD-maatregel nog hulpverlening krijgt in de vorm van een reclasseringstoezicht.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 57, 138, 310, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt verdachte wegens het bewezenverklaarde op
de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dader voor de duur van 2 (twee) jaren;
 wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank van 12 december 2023 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf af (parketnummer 16/202631-23).
Dit vonnis is gewezen door mr. S.W. van Kasbergen (voorzitter), mr. R.M.H. Pennings en mr. J.M.E. Langen, rechters, in tegenwoordigheid van L. Willems, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 januari 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025447195, gesloten op 17 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte, p. 5-6.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 17, proces-verbaal van bevindingen, p. 21.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 11.
5.Proces-verbaal van aangifte, p. 5-6 en de bijlage op p. 10 (‘uitgereikt winkelverbod’).
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 19.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 11.
8.Verklaring van verdachte ter terechtzitting, d.d. 22 december 2025.