Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3682

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/05/451185 / HA ZA 25-183
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:941 lid 5 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens fraude bij schadeclaim autoverzekering

Eiser heeft bij Achmea een autoverzekering met WA-cascodekking afgesloten en meldde op 21 oktober 2021 stormschade aan zijn auto. Achmea stelde echter vast dat de schade feitelijk op 4 oktober 2021 was ontstaan en dat eiser bewust een onjuiste datum en toedracht had opgegeven om onder gunstigere voorwaarden vergoeding te krijgen.

De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende geloofwaardig is in zijn stelling dat er op 21 oktober 2021 een verzekerd evenement heeft plaatsgevonden. De schade-expert constateerde geen herstelwerkzaamheden die eiser met nagellak had beweerd te hebben uitgevoerd, en eiser kon zijn stellingen niet met foto’s onderbouwen.

De rechtbank concludeert dat sprake is van fraude in de zin van de polisvoorwaarden en wijst daarom alle vorderingen van eiser af, waaronder de schadevergoeding, immateriële schadevergoeding, terugbetaling van onderzoekskosten en het ongedaan maken van registraties. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens fraude bij de schadeclaim en veroordeelt hem in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/451185 / HA ZA 25-183 / 1906 / 876
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
[naam eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [de eiser] ,
advocaat: mr. Y.Y. Au Yeung,
tegen
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
h.o.d.n. FBTO
te Apeldoorn,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Achmea,
advocaat: mr. L. Schuurs.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 februari 2025
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 6 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[de eiser] heeft bij Achmea (FBTO) een autoverzekering met WA-cascodekking afgesloten met ingangsdatum 14 november 2019. Op deze autoverzekering is een Bonus-malusregeling (no-claimkorting) van toepassing waarbij de te betalen premie afhankelijk is van het aantal schadevrije jaren.
2.2.
Op 4 oktober 2021 heeft [de eiser] telefonisch contact gehad met Achmea over een schade aan zijn auto. In een telefoonnotitie van Achmea staat dat [de eiser] in het telefoongesprek heeft gezegd dat er iets vanaf een landbouwvoertuig is gevallen en dat er een deukje van ongeveer 5 centimeter in de motorkap zat. Verder heeft Achmea genoteerd dat [de eiser] ervoor kiest om deze schade niet bij Achmea te claimen vanwege de gevolgen voor de no-claimkorting.
2.3.
Op 6 oktober 2021 heeft [de eiser] met Achmea gebeld. In de door Achmea uitgewerkte transcriptie van dit gesprek (waarbij met de letter B [de eiser] wordt bedoeld) staat, voor zover hier van belang:
“A: Ik weet niet wat voor schade u heeft
B: Het is vijf centimeter bij vijf centimeter, soort van een beetje een deuk en krassen. Ik weet niet wat er echt uit de aanhanger is gevlogen van de tractor. Dit moment is bietenseizoen, ik was echt in een boerengat, ergens in the middle of nowwhere, dus vandaar dat de schade is gekomen.”
2.4.
Op 8 oktober 2021 heeft [de eiser] telefonisch zijn verzekering gewijzigd in een WA-Plus verzekering met een no-claimbeschermer, zodat de premie hetzelfde blijft na het claimen van een schade.
2.5.
De algemene polisvoorwaarden zijn voor deze gewijzigde verzekeringsovereenkomst hetzelfde gebleven. In deze algemene polisvoorwaarden
(AV-03-191) staat, voor zover hier van belang:

7.Wanneer is schade niet verzekerd?

(…)
U of een verzekerde pleegt fraude.
• Wij mogen alle verzekeringen stoppen, die op de polis staan.
• U moet uitkeringen en kosten terugbetalen.
• (…)
• Wij mogen de fraude registreren.
- Alle verzekeraars in Nederland kunnen dit zien.
Bij
Begrippenziet u wat wij onder fraude verstaan.
(…)”.
En onder ‘begrippen’:
“Fraude
U of een verzekerde vertelt niet de waarheid of vertelt niet alles met de opzet om:
• Of om een (hogere) vergoeding van ons te krijgen.
(…)”
2.6.
Op 21 oktober 2021 heeft [de eiser] schade aan zijn auto gemeld bij Achmea. Op het schadeaangifteformulier heeft hij ingevuld dat hij schade heeft aan de motorkap en dat deze schade volgens hem is ontstaan doordat tijdens het rijden een boomtak op de auto is gevallen door storm. Bij de vraag of er al schade was aan het voertuig voor de schadedatum heeft [de eiser] het vakje
‘nee, de auto was schadevrij’aangekruist.
2.7.
In opdracht van Achmea heeft schade-expert [schade-expert] op
26 oktober 2021 de auto bekeken. Hij heeft de omvang van de schade vastgesteld op
€ 774,86. In het schaderapport staat verder, voor zover hier van belang:
“Tijdens mijn bezoek aan de reparateur stelde ik vast dat het voertuig beschadigd werd aan de motorkap. Er is geen oude schade waargenomen en ook geen reeds gerepareerde schade. Het schadebeeld is niet logisch, het gevolg van een tak/boom (organisch) laat een ander patroon na. De schade is veroorzaakt door een hard, scherp voorwerp.”
2.8.
Op 27 oktober 2021 heeft de fraudecoördinator van de afdeling Speciale Zaken van Achmea, de heer [medewerker Achmea] , telefonisch contact gehad met [de eiser] . In de transcriptie van dit gesprek staat, voor zover hier van belang:
“A: Ja, oké en wat zag u toen precies?
B: Ja dat aan de voorkant ja soort van ja krassen zeg maar. Ik dacht eerst bijvoorbeeld klei of zoiets, dus ik heb het weggehaald, weggeveegd, maar toen zag ik, hé, dat is wel gewoon ja een deuk en een kras dacht ik. Dat kan ja ja.
(…)
A: (…) De schade die u ontdekte aan de motorkap, dan heeft u het over een kras of krassen en een deuk, die schade was die al aanwezig voordat u vertrok van huis?
B: Nee nee nee nee
A: Nee oké, niet aanwezig. En wat was de algehele staat van uw voertuig voordat, voordat dit gebeurde en daar bedoel ik mee zat er schade aan het voertuig en zo ja, waar zat die schade dan?
B: Nou ja, eigenlijk was helemaal geen schade, zat echt helemaal geen schade aan de auto.
(…)
A: Ja, want hoe weet u dat zo zeker dat er geen schade was? Controleert u de auto regelmatig of?
B: Ja sowieso, ik rijd iedere dag in de auto en ik kijk altijd ja voordat ik echt ga rijden bijvoorbeeld. (…) Ja als er schade is dan zie je het meteen ja.
(…)
A: Ja oké prima, dus deze schade was niet aanwezig voor de gebeurtenis van 21 oktober, dus voor die stormachtige dag van afgelopen donderdag?
B: Correct ja.
(…)”
2.9.
Op 29 oktober 2021 heeft de fraudecoördinator opnieuw met [de eiser] gebeld. In de transcriptie van dit gesprek staat, voor zover van belang:
“A: En deze schade was niet eerder aanwezig op de auto
B: Ja
A: Toen u vertrok was de auto schadevrij. Dat wist u ook zeker
B: Ja
(…)
A: Ja, oké. Nou we hebben even verder onderzoek gedaan en dan verbaas ik me een beetje, want ik dan zie ik een eerdere schadeclaim van 4 oktober die gedaan is.
B: Oké, nee maar dat is, dat heb ik gewoon gezegd, oké, jullie kunnen het gewoon niet verhalen en dat is gewoon heel anders dan die schade zeg maar. Die andere schade heb ik gewoon met een, hoe noem je dat, misschien stom om te zeggen, met een nagellak heb ik die gemaakt.
A: Oké, dus dat gaat om een andere schade?
B: Ja dat gaat zeker om een andere schade
A: Ja oké, maar dat vind ik een beetje vreemd, want u heeft tegen mij gezegd dat er niet eerder een schade op deze auto gemeld is bij FBTO
B: Nee, want ik heb eerder gebeld en toen hebben zij gezegd, we kunnen de schade niet verhalen en de schade is verder niet in behandeling genomen die ik eigenlijk, mijn melding, en ik heb ook gezegd, ik vind het raar dat het in systeem staat, maar ik heb eigenlijk niks mee gedaan dus ik ging ervan uit dat het gewoon niet meer bestaat, omdat ik niks, ja de schade is niet verder in behandeling genomen.
A: Nee, maar ik heb u tot twee keer toe gevraagd, heeft u een eerdere schademelding gedaan bij FBTO op deze auto? En dan zegt u van nee?
B: Ja klopt, ik heb geen claims gedaan, dus de claim heb ik niet gedaan.
(…)
A: (…) Even doorgaand op die schade van 4 oktober, wat is dat dan geweest?
B: Wat geweest? Ik was op weg naar mijn werk, kwam tegen mij kwam een tractor, vloog iets van de tractor op mijn motorkap, ja en dat was het, dus ik heb inderdaad gebeld en heb gezegd, ik heb allriskverzekering.
(…)
B: (…) ik heb niks gemeld, is gewoon goed zo en ik ging ervan uit dat het niet meer in jullie systeem staat dat gewoon de schade was niet in gemeld, omdat ik heb gezegd, laat het zoals het is.
(…)
B: Omdat hij zei dan, de schade kunnen wij niet verhalen bij iets van, zo’n naam van een instantie. Nederlandse vergoeding of zoiets en hij zei dat heeft gewoon gevolgen op jouw schadevrije jaren en dan gaat gewoon mijn premie omhoog en dan denk ik ja, dan zijn wel een paar krassen, maar dat heb ik gewoon met nagellak gedaan en dat was het.
A: Ja, u heeft het dus hersteld?
B: Ja
A: Ja, en hoe zag het er toen uit dan?
B: Ik wist niet, ik zag dat gewoon wat, stukje klei ofzo en toen was gewoon paar krassen en die heb ik gewoon met een nagellak zeg maar weggewerkt
A: Ja, dus de schade, hoe zag de schade er precies uit naar aanleiding van wat er van dat landbouwvoertuig viel?
B: Ja gewoon paar krassen
(…)
A: En geen deuk?
B: Ja, of afhankelijk van perspectief, wat voor deuk, voor mij er was gewoon geen deuk en ik heb gewoon verder gewoon gedaan met de nagellak.
A: Er was geen deuk dus naar aanleiding van de schade van 4 oktober?
B: Dan moet ik even naar de auto gaan kijken, maar ik denk van niet
A: Nee, maar ook dat klopt niet wat u nu zegt, want u heeft toen opgegeven dat er een deuk van ongeveer vijf centimeter in de motorkap zit
B: Ja de krassen, drie of vier krassen die waren gewoon op de motorkap van vijf centimeter of ongeveer zoiets
A: Nee, u heeft aangegeven dat er een deuk zat
B: Ja, naar mijn mening is het geen deuk
(…)
B: Dat is prima, maar ik heb wel gewoon paar krassen zelf hersteld.
A: Ja, met nagellak zegt u?
(…)
A: En was daarmee alle schade weg?
B: Ja het is een beetje zichtbaar, ja natuurlijk nagellak is geen polijster en weer opnieuw spuiten, nee dat is het natuurlijk niet […] van de krassen.
A: Er waren nog wel beschadigingen zichtbaar nadat u dat bijgewerkt had met nagellak?
B: Nee (…) waren geen beschadigingen zichtbaar om even gewoon duidelijk te zijn.
(…)
B: Ja natuurlijk, kijk er is zeker een verschil hé, als u iets gewoon op een professionele manier herstelt of op een gewone manier herstelt, natuurlijk er zit een verschil. Oké, ik vind niet dat het zo lelijk en zo zichtbaar. Je moet gewoon echt in detail gaan kijken. Iemand oog voor detail, dan gaat het wel zien, maar het valt niet meteen op.
(…)”
2.10.
Vervolgens heeft Achmea schade-expert [schade-expert] nadere vragen gesteld. Hierop heeft de schade expert op 10 november 2021 als volgt geantwoord:
“ - Heb jij de schade fysiek bekeken? Ja ik heb de schade fysiek bekeken op 26-10-21
- Heb jij aanwijzingen/sporen aangetroffen op de motorkap van eerdere herstelwerkzaamheden? Er is geen eerder herstel waarneembaar. Ook is er geen sprake van vers uitgevoerd lakwerk
- Heb jij aanwijzingen/sporen aangetroffen van een provisorisch uitgevoerde reparatie met nagellak of een lakstift? Er is buiten de schade die ik heb bekeken en vastgelegd geen schade aanwezig op de motorkap. Er is spur-fix afgenomen.”
2.11.
Achmea heeft in haar brief van 1 december 2021 [de eiser] bericht dat zij niet zal overgaan tot uitkering van de schade. Volgens Achmea heeft [de eiser] opzettelijk een schadegebeurtenis met een andere toedracht en schadedatum gemeld om op die manier de oude schade van 4 oktober 2021 onder de nieuwe gewijzigde verzekering alsnog vergoed te krijgen en zo de no-claim voorwaarden van zijn oude verzekering te omzeilen. Achmea acht de gebeurtenis van 21 oktober 2021 niet bewezen en concludeert daarom dat er geen schadedekking is. Achmea concludeert vervolgens dat [de eiser] fraude pleegt, brengt onderzoekskosten van € 563,83 bij [de eiser] in rekening, neemt de gegevens van [de eiser] voor een periode van 5 jaar op in het interne register en voor een periode van 8 jaar in het (interne) Incidentenregister, laat de gegevens van [de eiser] voor een periode van 3 jaar opnemen in het Extern Verwijzingsregister en brengt tot slot het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit van het Verbond van Verzekeraars op de hoogte van de registratie in het Incidentenregister.
2.12.
[de eiser] heeft vervolgens Achmea meerdere malen verzocht om haar beslissing te herzien. Achmea heeft haar beslissing niet herzien.

3.Het geschil

3.1.
[de eiser] vordert, na vermindering van eis ter zitting, samengevat weergegeven, dat de rechtbank Achmea bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot:
a.
primair:het ongedaan (laten) maken van de externe registraties (in het Incidentenregister en de CBV-melding), op straffe van een dwangsom,
subsidiair:het verminderen van de looptijd van de externe registraties tot de dag van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom,
primair:het ongedaan (laten) maken van de interne registraties in de Gebeurtenissenadministratie en het Intern Verwijzingsregister, op straffe van een dwangsom,
subsidiair:het verminderen van de looptijd van de interne registraties tot de dag van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom,
betaling van een bedrag van € 563,83 aan ten onrechte betaalde onderzoekskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 december 2021,
betaling van de schadeclaim van een bedrag van primair € 774,86, subsidiair
€ 302,21, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 oktober 2021,
betaling van een bedrag aan immateriële schadevergoeding van primair € 20.000,00, subsidiair € 10.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
1 december 2021,
betaling van een bedrag van € 988,39 aan buitengerechtelijke incassokosten,
betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,
betaling van de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[de eiser] grondt zijn vordering ten eerste op nakoming van de verzekeringsovereenkomst en stelt daartoe dat zich op 21 oktober 2021 een verzekerd evenement heeft voorgedaan en dat Achmea ten onrechte weigert tot uitkering van de daaruit volgende schade over te gaan. Daarnaast stelt [de eiser] dat Achmea zijn persoonsgegevens ten onrechte heeft geregistreerd en vordert hij ongedaanmaking van de verschillende registraties en terugbetaling van de door hem betaalde onderzoekskosten van € 563,83. Tot slot stelt hij dat hij immateriële schade heeft opgelopen doordat hij ten onrechte geregistreerd is als fraudeur en vordert hij een vergoeding van immateriële schade van € 20.000,00 dan wel € 10.000,00.
3.3.
Achmea betwist dat op 21 oktober 2021 een verzekerd evenement heeft plaatsgevonden en stelt dat sprake is van fraude in de zin van de polisvoorwaarden en artikel 7:941 lid 5 BW Pro, waardoor zij niet gehouden is om tot uitkering over te gaan noch tot terugbetaling van de onderzoekskosten. Achmea voert verder aan dat zij [de eiser] terecht en overeenkomstig de daarvoor geldende regels heeft geregistreerd in de toepasselijke registers, zodat ook de overige vorderingen niet toewijsbaar zijn.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De vorderingen zien op een afgewezen schadeclaim naar aanleiding van een schadeveroorzakende gebeurtenis die volgens [de eiser] op 21 oktober 2021 heeft plaatsgevonden. Dit op zichzelf maakt al dat de discussie of op 4 oktober 2021 aan de auto opgelopen schade voor vergoeding in aanmerking komt, hier niet ter zake doet. Daarbij geldt ook dat hierover alleen op 4 oktober 2021 telefonisch contact is geweest en dat dit niet heeft geleid tot een ingediende schadeclaim.
4.2.
[de eiser] stelt dat hij op 21 oktober 2021 stormschade aan zijn auto heeft geleden. In eerste instantie dacht hij dat hij een dier had aangereden, maar toen hij was uitgestapt heeft hij geen dier gezien, maar wel afgewaaide boomtakken. Daarom heeft hij een vallende boomtak als schadeoorzaak opgenomen, aldus [de eiser] . De schade bestaat volgens [de eiser] uit een deuk(je) en krassen.
4.3.
Achmea betwist dat op 21 oktober 2021 een verzekerd evenement heeft plaatsgevonden en voert kort samengevat aan dat [de eiser] een nieuw schadevoorval heeft verzonnen om de oude schade van 4 oktober 2021 alsnog onder de nieuwe, gunstigere voorwaarden vergoed te krijgen.
4.4.
De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of zich een verzekerd evenement heeft voorgedaan. [de eiser] moet als verzekerde stellen en bij betwisting zo nodig bewijzen dat zich een verzekerd evenement heeft voorgedaan en dat dit evenement gedekt is onder de polis. Niet in geschil is dat stormschade onder de dekking van de op 21 oktober 2021 geldende verzekeringsovereenkomst valt.
4.5.
De stellingen van [de eiser] komen erop neer dat 2,5 week nadat hij schade aan de motorkap van zijn auto heeft opgelopen door een object dat op zijn auto is gevallen, hij wederom door een vallend object schade heeft opgelopen op nagenoeg dezelfde plek op de motorkap. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er te veel vraagtekens te plaatsen bij de geloofwaardigheid hiervan, waarvoor de rechtbank wijst op de volgende omstandigheden.
4.6.
Ten eerste is de schade door [de eiser] beide keren op dezelfde manier omschreven, namelijk een deuk(je) en krassen. Hoewel [de eiser] betwist dat hij in het telefoongesprek van 4 oktober 2021 de schade heeft omschreven als een deukje met krassen, heeft hij die omschrijving tijdens zijn telefoongesprek op 6 oktober 2021 wel herhaald met zijn opmerking
‘soort van een beetje een deuk met krassen’(zie 2.3). Tijdens de zitting heeft hij desgevraagd ook verklaard dat hij misschien heeft gezegd dat het een beetje een deuk is geweest en dat je de diepe krassen als een deuk zou kunnen zien.
4.7.
Ten tweede begrijpt de rechtbank niet dat [de eiser] , als er sprake is van een soortgelijke schade op nagenoeg dezelfde plek binnen een tijdsbestek van 2,5 week, zowel op het schadeformulier van 21 oktober 2021 als in de latere telefoongesprekken heeft verklaard dat de auto voor het gestelde schadevoorval van 21 oktober 2021 volledig schadevrij is geweest. Van een verzekerde mag worden verwacht dat deze begrijpt dat, als er inderdaad sprake is van een dergelijk toeval, dit een situatie is die aan Achmea als verzekeraar moet worden medegedeeld, omdat Achmea daar belang bij heeft voor de vaststelling van haar vergoedingsplicht op grond van de verzekeringsovereenkomst.
4.8.
De rechtbank volgt [de eiser] niet in zijn betoog dat hij heeft kunnen en mogen verklaren dat de auto schadevrij was, omdat hij de schade van 4 oktober 2021 naar eigen zeggen met nagellak had hersteld en dat hij niet heeft begrepen dat deze vraag ook zag op reeds herstelde schade. [de eiser] heeft zelf verklaard dat de nagellak geen permanente oplossing was, dat het (in ieder geval voor een professional) zichtbaar was dat er nagellak op was aangebracht (zie 2.9) en dat hij nog niet was overgegaan tot het wegwerken van de plek met een (door zijn collega verstrekte) lakstift. Dit zorgt ervoor dat [de eiser] er niet van uit heeft kunnen gaan dat het een herstelde schade is, omdat hij eigenlijk met de nagellak alleen gebruik heeft gemaakt van een tijdelijk ‘lapmiddel’ en er geen echt herstel heeft plaatsgevonden.
4.9.
Dat er geen sprake was van een herstelde schade volgt uit het onderzoek van de schade-expert van Achmea en de beantwoording van de nadere vragen daaromtrent (zie 2.10). Indien er daadwerkelijk sprake was van een oude schade die met nagellak was weggewerkt, dan had de schade-expert van Achmea dat immers gezien. [de eiser] heeft niet weersproken dat herstellen met nagellak niet hetzelfde effect heeft als gebruikelijk herstel van krassen op de autolak, noch daargelaten dat er ook een (soort van) deukje was ontstaan op 4 oktober 2021, waarvan [de eiser] niet heeft gesteld dat hij dit deukje had hersteld. Het enkele feit dat de schade-expert in dienst is van Achmea betekent niet dat deze, zoals [de eiser] heeft betoogd, daarom geen juiste waarneming heeft opgenomen. Voor die conclusie is meer nodig. [de eiser] heeft nagelaten om te onderbouwen dat en waarom de conclusie van de schade -expert dat hij geen eerder herstel heeft waargenomen, onjuist zou zijn. Het lag op de weg van [de eiser] om aan de hand van foto’s die hij stelt op 21 oktober 2021 te hebben gemaakt te laten zien waar precies de (met nagellak weggewerkte) schade van 4 oktober 2021 zit en hoe deze plek verschilt van de gestelde schade van de vallende boomtak op 21 oktober 2021. [de eiser] heeft deze foto niet in het geding gebracht en ook desgevraagd op de zitting niet kunnen laten zien. In plaats van een deugdelijke onderbouwing van de stelling dat het twee verschillende schades betreft, waarbij de eerste schade (provisorisch) is hersteld, heeft [de eiser] zelfs wisselend verklaard over de nagellak, namelijk eerst dat de nagellak voordat de auto naar de schade-expert was gebracht was weggeregend en ter zitting dat hij de nagellak heeft weggekrabd.
4.10.
De rechtbank oordeelt dan ook dat de stelling van [de eiser] dat op 21 oktober 2021 een verzekerd voorval heeft plaatsgevonden niet geloofwaardig is. Dit betekent dat er geen recht is op een uitkering op grond van de verzekeringsovereenkomst.
4.11.
De rechtbank is verder van oordeel dat [de eiser] bij de indiening van zijn schadeclaim van 21 oktober 2021 willens en wetens niet naar waarheid heeft verklaard. Hij wist immers dat de schade niet op 21 oktober 2021 was ontstaan, maar op 4 oktober 2021 onder een andere toedracht dan hij heeft opgegeven. Hij heeft hiermee bewust getracht om een op 4 oktober 2021 opgelopen schade, die hij niet vergoed kon krijgen zonder terugval in schadevrije jaren (en dus met een verhoging van de premie), op 21 oktober 2021 met een gewijzigde verzekering onder een andere datum en toedracht alsnog vergoed te krijgen zonder gevolgen voor de hoogte van zijn premie. De rechtbank volgt [de eiser] niet in zijn stelling dat het verwijt ziet op het behoud van een korting (de no-claimkorting) en dat dit niet valt onder het fraudebegrip van de polisvoorwaarden. Er is geen sprake van een vergissing van [de eiser] in de datum van het voorval, maar van het bewust indienen van een schadeclaim met een onjuiste datum en een onjuiste toedracht om een vergoeding te krijgen onder gunstigere voorwaarden. Als [de eiser] de waarheid had verteld, namelijk dat op 21 oktober 2021 geen schadevoorval heeft plaatsgevonden onder deze toedracht, dan had hij geen vergoeding van Achmea gekregen. Dit zorgt ervoor dat dit valt binnen het fraudebegrip uit de algemene voorwaarden (zie 2.5). De rechtbank komt tot de conclusie dat sprake is van fraude in de zin van de polisvoorwaarden.
4.12.
Ten aanzien van de registraties in zowel de interne als de externe registers heeft te gelden dat deze registraties aan regels zijn gebonden. Niet in geschil is dat bij opzettelijke misleiding de opnames in zowel de interne als de externe registers rechtmatig worden geacht. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om, zoals in de subsidiaire vordering wordt gevraagd, deze registratie te beperken in looptijd. In het bijzonder heeft [de eiser] onvoldoende toegelicht dat een EVR-registratie voor drie jaar niet proportioneel is. Nu de frauderegistratie voldoet aan de daaraan te stellen eisen, wordt de gevorderde vergoeding van immateriële schade vanwege een onterechte frauderegistratie ook afgewezen.
4.13.
De conclusie dat er sprake is van fraude leidt er ook toe dat de vordering tot terugbetaling van de op [de eiser] verhaalde onderzoekskosten van € 563,83 wordt afgewezen, nu deze vordering gegrond is op de stelling van [de eiser] dat er geen sprake is van fraude en daarmee geen grond voor verhaal van deze kosten bestond.
4.14.
Nu de vorderingen onder a) tot en met d) worden afgewezen, moet de vordering met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten eveneens worden afgewezen. Dit leidt tot de slotsom dat de rechtbank alle vorderingen van [de eiser] zal afwijzen.
4.15.
[de eiser] krijgt ongelijk. Hij moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Achmea worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.672,00
(2 punten × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.856,00
4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [de eiser] af,
5.2.
veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van € 4.856,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [de eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.L. van de Sande en in het openbaar uitgesproken op
25 maart 2026.