Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3659

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
05/000254-26
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 289 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling poging tot doodslag met mes in opvanglocatie

Op 1 januari 2026 stak verdachte meerdere keren met een groot keukenmes een medebewoner van een opvanglocatie in Deelen, waarbij het slachtoffer een longperforatie en klaplong opliep. Verdachte bekende de feiten, die op camerabeelden en medische rapporten zijn bevestigd.

De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard, waarmee poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen is. De verdediging voerde aan dat het letsel niet zwaar was en dat de intentie tot doodslag ontbrak, maar dit werd verworpen.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf jaar op, lager dan de eis van zes jaar, met aftrek van voorarrest. De ernst van het feit, de omstandigheden van het delict en het ontbreken van een begrijpelijke motief speelden een rol in de strafbepaling.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag met een mes.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/000254-26
Datum uitspraak : 6 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. R.J.M. Oerlemans, advocaat in 's-Hertogenbosch.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Deelen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] , van het leven te beroven, - meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp voorwerp in de rug en/of in de buik en/of in de borst, althans in het lichaam van die [slachtoffer] te steken en/of snijden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Deelen, althans in Nederland, aan een ander, te weten [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een geperforeerde long, heeft toegebracht, door
- meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp voorwerp in de rug en/of in de borst en/of in de buik van die [slachtoffer] te steken en/of snijden.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag (het primair tenlastegelegde).
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde nu niet kan worden vastgesteld dat door het handelen van verdachte de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou komen te overlijden was ontstaan. De raadsman heeft daarnaast vrijspraak bepleit van het subsidiair tenlastegelegde omdat het letsel dat het slachtoffer heeft opgelopen niet kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.
Beoordeling door de rechtbank
De bewijsmiddelen
Op donderdag 1 januari 2026 werd bij de politie een melding ontvangen dat omstreeks 05.47 uur een steekpartij zou hebben plaatsgevonden bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (hierna: COA) aan [adres] te Deelen. Ter plaatse bleek [slachtoffer] het slachtoffer te zijn en meerdere steekverwondingen te hebben opgelopen, twee in zijn buik/borst en één op zijn rug. [2] Verdachte heeft bekend dat hij het slachtoffer heeft gestoken met een mes. [3] Het mes betrof een keukenmes met een lemmet van ongeveer 20 centimeter. [4]
Op camerabeelden is het incident, dat heeft plaatsgevonden in de keuken van het gebouw van de COA, te zien. De beelden (zonder geluid) zijn beschreven door de politie. Verdachte heeft bekend dat hij de persoon op de beelden is met de blauwe trui die door de politie wordt beschreven als de verdachte. Hij heeft de beschrijving van de beelden niet betwist. Voor zover relevant is het volgende beschreven naar aanleiding van de bekeken beelden:
Tijd Beschrijving
“05:44:58 Ik zag dat het slachtoffer en de verdachte samen in gesprek bleven en dat de verdachte nog steeds zijn bril stond te poetsen. (…)
05:45:11 Ik zag dat verdachte zijn bril opzette en met zijn linkerhand een mes pakte. (…) Ik zag vervolgens dat de verdachte het mes overpakte met zijn rechterhand.
05:45:12 Ik zag dat de verdachte vrijwel direct, na het overpakken van het mes met de rechterhand, een stekende beweging maakt met het mes in de richting van de buik van het slachtoffer.
05.45:14 Ik zag dat het slachtoffer met beide handen de pols van de verdachte vastpakt. Ik zag dat de verdachte en het slachtoffer in schermutseling waren.
05:45:17 Ik zag dat de verdachte vervolgens met zijn linkerhand het mes overpakte uit zijn rechterhand
05:45:17 Ik zag dat de verdachte met zijn linkerhand het mes boven zijn hoofd hield.
05:45:17 Ik zag dat de verdachte met kracht het mes in de rug/zij van het slachtoffer stak.
05:45:18 Ik zag dat het slachtoffer zich uit deze positie draaide en vervolgens met beide handen de linker pols van verdachte vastpakte. Ik zag dat de verdachte met zijn rechterhand het mes overpakte uit zijn linkerhand.
05:45:19 Ik zag dat de verdachte het mes in zijn rechterhand vast hield. Ik zag dat de punt van het mes rood gekleurd was. Ik zag dat het slachtoffer naar achteren stapte en de verdachte een zogeheten afhoud-trap gaf.
05:45:22 Ik zag dat het slachtoffer vervolgens op de verdachte af liep en hem tegen de keuken aan drukte. Ik zag dat de verdachte het mes nog steeds in zijn rechterhand vast hield.
05:45:24 Ik zag dat er wederom een schermutseling ontstond tussen de verdachte en het slachtoffer. Ik zag dat de verdachte tijdens deze schermutseling meerdere stekende bewegingen met het mes maakte in de richting van het slachtoffer. Ik kon niet zien of deze stekende bewegingen treffend waren.
05:45:28 Ik zag dat de verdachte en slachtoffer tijdens de schermutseling draaiden ten opzichte van de camera. Ik zag dat de verdachte het mes nog steeds in zijn rechterhand vast hield. Ik zag dat het uiteinde van het mes rood gekleurd was. Ik zag dat het shirt van het slachtoffer rood begon te kleuren ter hoogte van de arm, zij en rug. Ik zag dat de derde persoon, de getuige, aan kwam lopen en zijn arm uit stak.
05:45:29 Ik zag dat de verdachte het slachtoffer met zijn linkerarm om zijn nek vast hield. Ik zag dat hij met zijn rechterarm een stekende beweging maakte met het mes in de richting van het hoofd van het slachtoffer. (…)
05:45:32 Ik zag dat de verdachte en slachtoffer nog steeds in schermutseling waren. Ik zag dat de verdachte met het mes in zijn rechterhand stekende bewegingen maakte in de richting van de buik van het slachtoffer. (…)
05:45:36 Ik zag dat de getuige (…) in de deuropening van de keuken was gaan staan. Er was te zien dat de getuige tegen het slachtoffer en de verdachte praatte, (…). Ik zag dat het slachtoffer nog steeds de rechter pols van de verdachte probeerde vast te houden.
05:45:56 Ik zag dat het slachtoffer tegen de getuige praatte. Ik zag dat de verdachte en slachtoffer nog steeds in schermutseling waren.
05:45:59 Ik zag dat de verdachte met zijn linkerhand het mes uit zijn eigen rechterhand overpakte.
05:46:01 Ik zag dat het slachtoffer op dat moment de verdachte probeerde weg te duwen en richting de deur van de keuken bewoog.
05:46:01 Ik zag dat het slachtoffer de deur van de keuken uit liep. (…)” [5]
Het slachtoffer is opgenomen in het ziekenhuis. Uit de medische informatie volgt dat het slachtoffer een hematopneumothorax aan de linkerzijde heeft opgelopen met een longlaceratie. [6] In de opgemaakte rapportage over het letsel zijn - aan de hand van de aangeleverde informatie en de foto’s van het letsel- de letsels beschreven. Voor zover van belang betreft het letsel op de linkerzijde van de rug een hechtwond van geschat 6-7 cm en betreft het letsel ter hoogte van de bovenbuik hechtwonden van geschat één cm. Ook is vermeld dat op een van de foto’s een doorzichtige slang te zien is die vaak wordt gebruikt bij aan het aanleggen van een thoraxdrain (drain in borstholte) in geval van een klaplong of bloeding in de borstkas. Verder is vermeld dat op de beelden van de bodycam te zien is dat een hand van een hulpverlener op de linkerflank van betrokkene wordt geduwd in het kader van hulpverlening en dat op het moment dat deze hand bewogen wordt (op 00:07) evident te horen is dat er lucht ontsnapt. Dit wordt ook meerdere malen woordelijk bevestigd door een aanwezige hulpverlener (vermoedelijk degene die de hand op de linkerflank geduwd houdt). Het ontsnappen van lucht duidt, aldus de forensisch arts, op een klaplong (pneumothorax).
De combinatie van de huiddoorklieving van ongeveer 6 cm links op de rug, het hoorbaar ontsnappen van lucht na beweging van de op de linkerzijde van de rug geplaatste hand, de aanwezigheid van de slang en het feit dat onderliggend aan het letsel op de rug zich de linkerlong bevindt, maakt volgens de forensisch arts dat sprake moet zijn geweest van een klaplong links. Een klaplong kan ontstaan ten gevolge van scherprandige krachtinwerking. Een klaplong heeft een AIS-score (een score voor ernst van letsel) variërend van 2 tot 5 (= matige tot kritiek) afhankelijk van de kenmerken van de klaplong [7]
De overwegingen van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte het slachtoffer meerdere malen heeft gestoken met een groot mes, te weten tweemaal in de bovenbuik en eenmaal in de linkerzijde van de rug waarbij de linkerlong is doorboord (longlaceratie) en het slachtoffer een klaplong heeft opgelopen.
De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden hoe het handelen van verdachte dient te worden gekwalificeerd. Aan verdachte is primair een poging tot doodslag tenlastegelegd. Op basis van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte
vol opzetop de dood van het slachtoffer heeft gehad, nu nergens uit blijkt dat verdachte de intentie had om het slachtoffer van het leven te beroven. De rechtbank ziet zich daarom voor de vraag gesteld of verdachte
voorwaardelijk opzetop de dood van het slachtoffer heeft gehad.
De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier de dood – aanwezig is als de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.
Uit de bewijsmiddelen blijkt zoals gezegd dat verdachte in de linkerzijde van de rug van het slachtoffer heeft gestoken met een mes. Het is een feit van algemene bekendheid dat zich daar vitale organen bevinden, waaronder de long(en). Er is gestoken met een mes met een lemmet van ongeveer 20 cm en dus een groot mes. De long is ook daadwerkelijk geraakt (longlaceratie). Daaruit blijkt dat er geen sprake is geweest van (slechts) een oppervlakkige steekwond. Mede gelet op de omschrijving van de camerabeelden concludeert de rechtbank dan ook dat verdachte het slachtoffer bewust en met kracht heeft gestoken in en richting de (onder)rug. Bovendien heeft verdachte na de eerste - onverhoedse - steekbeweging richting de buik van het slachtoffer, nogmaals niet alleen met kracht richting diens rug maar ook (nogmaals) richting de buik en het hoofd van het slachtoffer gestoken en dat, terwijl hij zich na de eerste steekbeweging in een worsteling met het zich vanaf dat moment verwerende slachtoffer terechtkwam.
Door deze combinatie van de kracht, de richting en de hoeveelheid van de steekbewegingen, in een situatie waarbij ook het slachtoffer in een worsteling met verdachte onvoorspelbare bewegingen met zijn lichaam maakte, is naar het oordeel van de rechtbank op grond van ervaringsregels de aanmerkelijke kans in het leven geroepen dat verdachte ook andere vitale organen zou raken, die zich in het bovenlichaam of hoofd van het slachtoffer bevinden, en dat daardoor de dood zou intreden.
Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat verdachte bleef doorgaan met steken ook nog na bemoeienis van een getuige, totdat het slachtoffer zich wist los te worstelen.
Ten slotte blijkt uit de bewijsmiddelen dat het shirt van het slachtoffer flink onder het bloed zat en dat hij veel pijn had.
Uit die feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat verdachte met zijn gedragingen de aanmerkelijke kans op het intreden van de dood van het slachtoffer ook bewust heeft aanvaard.
De rechtbank acht het primair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks1 januari 2026 te Deelen,
althans in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] , van het leven te beroven, - meermalen,
althans eenmaalmet een mes
, althans een scherp voorwerpin de rug en
/ofin de buik en/of in de borst,
althans in het lichaamvan die [slachtoffer] te steken
en/of snijden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Poging tot doodslag.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot
een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om de eis te matigen en heeft gesteld dat een straf tussen de 24 en 36 maanden passender zou zijn gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op nieuwjaarsnacht. Hij heeft een medebewoner van een opvanglocatie voor asielzoekers meerdere malen met een groot mes in zijn buik en rug gestoken. Bij de steek in de rug doorboorde hij ook de long van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft hierdoor een longperforatie en een klaplong opgelopen. Dat het bij een poging is gebleven is niet te danken aan verdachte, maar doordat het slachtoffer zich wist te ontworstelen uit de greep van verdachte. Het had veel erger kunnen aflopen.
Het feit is gepleegd in een omgeving waar het slachtoffer en de andere bewoners zich veilig moeten voelen. Het gedrag van verdachte kwam voor het slachtoffer en voor de getuige volkomen onverwacht. Bovendien heeft het feit plaats gevonden in de gemeenschappelijke keuken, een afgesloten kleine ruimte. Het slachtoffer kon geen kant op. Verdachte heeft met dit handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en pijn en letsel bij het slachtoffer veroorzaakt. Van slachtoffers van dergelijke geweldsincidenten is bekend dat zij daarnaast een dergelijke gebeurtenis als zeer traumatisch kunnen ervaren en dat zij nog lang last kunnen hebben van gevoelens van onveiligheid. Een medebewoner was aanwezig in de gemeenschappelijke woonruimte en was getuige van het incident in de keuken. Een dergelijk geweldsdelict veroorzaakt angst en onrust in de samenleving en zeker bij de personen die daarvan getuige zijn. Het feit rechtvaardigt dan ook de oplegging van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Reclasseringsadvies
De reclassering heeft in haar advies van 19 maart 2026 vermeld dat zij de kans op recidive, op letsel en op onttrekking aan voorwaarden als laag inschatten. Daarbij schrijven zij dat verdachte zelfinzicht heeft laten zien en dat hij beseft wat de gevolgen van zijn handelen onder invloed van alcohol en softdrugs is geweest. De reclassering heeft geen zorgen over de geestelijke gezondheid van verdachte. Zij achten verdachte in staat om zelf ondersteuning te organiseren als hij hulp op het gebied van middelengebruik of psychische ondersteuning nodig heeft.
De op te leggen straf
Verdachte heeft op de vaak gestelde vraag naar zijn motieven voor het steken slechts geantwoord dat hij onder invloed van alcohol was en dat hij een week eerder was bedreigd door het slachtoffer. Deze omstandigheden zijn voor de rechtbank niet begrijpelijk of invoelbaar als beweegredenen voor de poging om het slachtoffer van het leven te beroven. Een voor de rechtbank en andere betrokkenen begrijpelijke verklaring voor het handelen van verdachte is ondanks veel onderzoek en vragen daarnaar - door de politie, de rechter-commissaris, de reclassering en ook door de rechtbank tijdens de terechtzitting - uitgebleven. Verdachte maakte tijdens de terechtzitting op de rechtbank een haast emotieloze, afwerende indruk. Een en ander maakt het niet alleen moeilijk, zo niet onmogelijk, om de (werkelijke) motieven van verdachte in te schatten, of andere factoren die tot zijn delictgedrag hebben geleid. Ook is het voor de rechtbank daardoor niet of nauwelijks mogelijk een inschatting te maken van de herhalingskans, wat, zeker bij een ernstig levensdelict als het onderhavige, de rechtbank ernstig zorgen baart. Daardoor is er immers ook geen aanknopingspunt voor bijvoorbeeld het opleggen van toezicht of andere maatregelen in het kader van een voorwaardelijke straf, om die kans (te helpen) in te dammen.
De rechtbank zal gelet op de ernst van het feit aan verdachte daarom een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar opleggen met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Deze straf valt lager uit dan de eis van de officier van justitie. Voor de bepaling van de hoogte van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar gevangenisstraffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Tenuitvoerlegging
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 45 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
5 jaren;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Tegelaar (voorzitter), mr. M. Rietveld en mr. C.J.M. Vijftigschild, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 mei 2026.
mr. A. Tegelaar en mr. C.J.M. Vijftigschild zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek VASCO / ON4R026001, BVH-nummer 2026000700, dossiernummer PL0600-260102.1424, gesloten op 11 januari 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 15; Proces-verbaal bevindingen, p. 65.
3.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 15 april 2026.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 21.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 38-53.
6.Medische informatie d.d. 8 april 2026, opgesteld door M. Berendsen (aanvullend, niet doorgenummerd).
7.Forensisch Medische Letselrapportage d.d. 13 april 2026, opgesteld door dr. G. Reijnen , forensisch arts (aanvullend, niet doorgenummerd).