Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3517

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
C05/456143 / JE RK 25-907
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en verlenging ondertoezichtstelling kinderen

De rechtbank Gelderland behandelde op 17 april 2026 het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van drie jonge kinderen. De moeder heeft inmiddels positieve stappen gezet in haar persoonlijke situatie, waaronder het beëindigen van de relatie met de vader, het zoeken van therapie en het verbeteren van haar woonomgeving. De kinderen zijn momenteel geplaatst in een leefgroep die niet passend is bij hun leeftijd en kunnen door vervoersproblemen niet naar school, wat hun ontwikkeling schaadt.

De rechtbank oordeelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft vanwege de ernstige ontwikkelingsbedreiging en de problematiek bij de ouders, met name het recente drugsgebruik van de vader en de onduidelijkheid over zijn rol. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 26 oktober 2026.

Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen. De rechtbank weegt zwaar dat de kinderen niet naar school kunnen en dat de moeder haar leven op orde heeft gebracht. De situatie is veranderd ten opzichte van eerdere terugplaatsingen, mede doordat de ouders uit elkaar zijn en de moeder ondersteuning ontvangt. De komende twee weken worden benut om de kinderen te laten landen bij de moeder en toe te werken naar terugplaatsing.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na dagtekening.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de kinderen wordt verlengd, maar de machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen vanwege het belang van de kinderen om snel weer naar school te kunnen en de positieve ontwikkelingen bij de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/456143 / JE RK 25-907 en C/05/464676 / JE RK 26/302
Datum uitspraak: 17 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[naam kind 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [kind 1] ,
[naam kind 2], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [kind 2] ,
[naam kind 3], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [kind 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. W.G. Kuster-van de Ven uit Nijmegen,
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 14 oktober 2025 in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907;
  • het verzoek met bijlagen in zaaknummer C/05/464676 / JE RK 26/302, ingekomen bij de griffie op 16 maart 2026;
  • de brief van de GI in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907, ingekomen op 30 maart 2026;
  • de brief van de advocaat van 16 april 2026 met bijlagen 1 tot en met 6 in de zaak met zaaknummer C/05/464676 / JE RK 26/302.
1.2.
Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar de beschikking in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907 waarin de ondertoezichtstelling van de kinderen is verlengd tot 26 april 2026 en iedere verdere beslissing over de verlenging van de ondertoezichtstelling is aangehouden tot een nader te bepalen zittingsdatum.
1.3.
Vervolgens heeft de kinderrechter bij beschikking van 30 december 2025 (met zaaknummer C/05/461294 / JE RK 25-1338) een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] verleend in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 30 december 2025 tot 27 januari 2026. De beslissing op het overige deel van het verzoek heeft de kinderrechter aangehouden.
1.4.
Bij beschikking van 22 januari 2026 in datzelfde zaaknummer heeft de kinderrechter een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] in een gezinsgerichte voorziening tot 26 april 2026.
1.5.
Op 17 april 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet in zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907, waarbij tegelijkertijd is behandeld het nieuwe verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigsters van de GI.
1.6.
Aan mw. [begeleidster] , begeleidster van de moeder vanuit de organisatie Impegno, is bijzondere toegang verleend om de zitting als toehoorder bij te wonen.
1.7.
De kinderrechter heeft [kind 1] naar haar mening gevraagd. [kind 1] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.De verzoeken

2.1.
De kinderrechter moet nog een beslissing nemen op het (resterende) verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] te verlengen voor de duur van een jaar, te weten tot 26 oktober 2026.
2.2.
Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
2.3.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.De standpunten

3.1.
De moeder voert geen verweer tegen het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Over het verzoek tot de uithuisplaatsing verzoekt de moeder om afwijzing. De advocaat van de moeder merkt allereerst op dat er niet kan worden verzocht om een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, omdat de machtiging die er reeds ligt ziet op een andere voorziening dan waar de GI nu om vraagt. Verder brengt de advocaat naar voren dat de noodzaak voor een uithuisplaatsing is komen te vervallen, omdat de moeder al een geruime periode heeft laten zien dat het goed met haar gaat. Daarnaast maakt de moeder zich zorgen over de kinderen, omdat ze op een groep zijn geplaatst die niet passend is bij hun leeftijd. Het laten voortduren van de uithuisplaatsing is volgens de moeder dan ook schadelijk. Ook omdat de kinderen op dit moment door de uithuisplaatsing en de afstand tot school vanwege vervoersproblemen niet naar school kunnen.
3.2.
De vader geeft aan dat hij van mening is dat de ondertoezichtstelling niet goed loopt, omdat de betrokken jeugdbeschermers zaken op zijn beloop laten. De vader wil net als de moeder dat de kinderen weer naar huis komen. De moeder is een goede moeder en kan goed voor de kinderen zorgen.

4.De (verdere) beoordeling

Verlenging van de ondertoezichtstelling (zaaknummer C/05/456143 / JE RK 25-907)

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
4.2.
De ontwikkeling van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] zijn drie jonge kinderen met een grote zorgbehoefte. Ook laten ze zelfbepalend en ongeremd gedrag zien. Er waren grote zorgen over de persoonlijke problematiek van beide ouders. De moeder heeft hierin inmiddels wel stappen gezet, maar de ontwikkelingen zijn nog pril en het is belangrijk dat de GI monitort en waarborgt dat de positief ingezette lijn bij de moeder behouden blijft. Bij de vader is er recent nog sprake geweest van drugsgebruik. Het is belangrijk dat de kinderen hier niets meer van meekrijgen. Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over de rol van de vader nu de ouders uit elkaar zijn. Het is belangrijk dat hier meer zicht op komt en de kinderen geen last krijgen van eventuele spanningen tussen de ouders.
4.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het de ouders samen (vanwege de dynamiek die er tussen hen speelt) niet is gelukt de belangen van de kinderen voorop te stellen. Regie en sturing vanuit een gedwongen kader is hierbij noodzakelijk.
4.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] voor de duur van een jaar.
Uithuisplaatsing (zaaknummer C/05/464676 / JE RK 26/302)
4.5.
De kinderrechter wijst echter het verzoek van de GI af over de (verlenging van de) uithuisplaatsing van [kind 1] , [kind 2] en [kind 3] . De kinderrechter legt hierna uit waarom.
4.6.
De kinderrechter stelt vast dat de moeder de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet die ook de GI tijdens de zitting heeft erkend. De relatie met de vader is beëindigd en de moeder is hier heel standvastig in. Er is dus geen sprake meer van een schadelijke gezinsdynamiek. Daarnaast heeft de moeder ondersteuning gevraagd en gekregen op persoonlijk vlak. De moeder staat ingeschreven voor therapie, heeft middels testen laten zien dat zij geen drugs meer gebruikt, zij heeft haar woning opgeknapt en de hygiëne is op orde. De moeder is goed in contact met de betrokken hulpverlening en er ligt al een plan voor uitbreiding van het contact tussen de moeder en de kinderen waarbij de kinderen ook bij de moeder zullen overnachten.
4.7.
De kinderrechter begrijpt dat de GI zorgvuldig wil toewerken naar een thuisplaatsing, omdat de kinderen al eerder terug zijn geplaatst en vervolgens weer uit huis zijn geplaatst. Gebleken is echter dat de kinderen op dit moment zijn geplaatst op leefgroep [naam] in [plaatsnaam] . De kinderrechter is ambtshalve bekend dat dit geen geschikte groep is voor jonge kinderen. Daarbij komt dat de kinderen op dit moment niet naar school gaan, omdat er geen chauffeur beschikbaar is om de kinderen naar school te vervoeren. De kinderen volgen daardoor nu al enkele maanden geen onderwijs. Dit is niet in het belang van hun ontwikkeling. Zeker niet gezien het feit dat [kind 1] al eerder een periode van vier maanden onderwijs heeft moeten missen vanwege een uithuisplaatsing. Er is nog geen zicht op wanneer de kinderen wel weer naar school kunnen, ondanks de inspanningen die de GI daarvoor heeft geleverd.
4.8.
De kinderrechter is van oordeel dat het belang van de kinderen om zo snel mogelijk weer naar school te kunnen gaan zwaar weegt. Daarbij komt dat de kinderen nu op een groep zitten die niet passend is bij hun leeftijd en de moeder al enige tijd heeft laten zien haar leven weer op de rit te krijgen. Hoewel zij ook nog veel stappen te zetten heeft, heeft de kinderrechter er vertrouwen in dat de moeder deze stappen zal gaan zetten. Bovendien is de kinderrechter het met de advocaat van de moeder eens dat de situatie nu anders is dan tijdens de eerdere terugplaatsing. De ouders waren toen nog in een relatie en met name de zorgen over de gezinsdynamiek waren groot. Deze situatie is nu anders, omdat de ouders uit elkaar zijn en de moeder hulp heeft gezocht waardoor zij krachtiger is geworden en stevig in haar schoenen is komen te staan. De woning van de moeder is geschikt voor de kinderen en vanuit de situatie van de moeder kunnen de kinderen, na twee weken meivakantie, hun schoolgang oppakken.
4.9.
De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De komende twee weken kunnen gebruikt worden om de kinderen te laten landen bij de moeder en versneld toe te werken naar een terugplaatsing. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
4.10.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van
- [naam kind 1]geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ;
- [naam kind 2]geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ;
- [naam kind 3]geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
tot 26 oktober 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 door mr. dr. E.L. de Jongh, kinderrechter, in aanwezigheid van R.G.A. Bergevoet-Welling als griffier, en op schrift gesteld op 1 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.