ECLI:NL:RBGEL:2026:3509
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor bijstand. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was. Dit volgt uit artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht van € 200 niet is betaald binnen de gestelde termijn. De griffier heeft verzoeker op 19 maart 2026 schriftelijk geïnformeerd over het verschuldigde griffierecht en de betalingstermijn van twee weken. Verzoeker heeft de aangetekende brief op 25 maart 2026 ontvangen, maar heeft het griffierecht niet voldaan.
Er is geen verontschuldiging gegeven voor het niet betalen van het griffierecht. Daarom is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en is het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.