ECLI:NL:RBGEL:2026:3416
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens saneringskosten bij productie synthetische drugs
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, geschat op €600 aan huurinkomsten uit het ter beschikking stellen van containers voor de productie van synthetische drugs.
De vordering werd behandeld tijdens openbare zittingen in maart en april 2026, waarbij de verdediging primair niet-ontvankelijkheid bepleitte en subsidiair een beperking van het voordeel tot één maand huur en een betalingsverplichting van nul wegens saneringskosten.
De rechtbank stelde vast dat veroordeelde medeplichtig was aan voorbereidingshandelingen voor de productie van MDMA en dat hij via zijn familiebedrijf €50.000 aan saneringskosten had moeten maken vanwege ernstige bodemverontreiniging.
Gezien het feit dat het ontvangen voordeel uit de verhuur van de containers lager is dan de saneringskosten, achtte de rechtbank niet aannemelijk dat veroordeelde daadwerkelijk financieel voordeel had genoten en wees de ontnemingsvordering af.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en uitgesproken op 28 april 2026 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Gelderland.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af omdat het ontvangen voordeel lager is dan de gemaakte saneringskosten.