Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3414

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
510087722
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 55 SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen productie MDMA en milieudelicten met ontneming en schadevergoeding

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van de productie van MDMA, voorbereidingshandelingen daartoe en daarmee samenhangende milieudelicten op basis van de Wet milieubeheer, Bodemwet en Waterwet (oud). De feiten vonden plaats tussen november 2020 en mei 2021 in Angeren en in mei 2025 in Leur.

Verdachte had een uitvoerende rol in een grootschalige productie van synthetische drugs in containers op een scheepswerf, waarbij gevaarlijke afvalstoffen onbeschermd werden opgeslagen en geloosd, wat leidde tot ernstige bodem- en waterverontreiniging. Daarnaast werd in 2025 opnieuw drugsafval gedumpt in de natuur van Wijchen.

Procesafspraken tussen OM, verdachte en zijn raadsvrouw leidden tot een bewezenverklaring van alle feiten en een strafvoorstel van 52 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. De rechtbank achtte dit voorstel passend gezien de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd een ontnemingsvordering van €44.000,- vastgesteld en een civiele schadevergoeding van €38.526,- aan de gemeente Wijchen toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente. De schadevergoeding werd toegewezen op basis van facturen en offertes, ondanks dat sanering nog niet had plaatsgevonden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 52 maanden gevangenisstraf, ontneming van €44.000,- en betaling van €38.526,- schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.100877.22 (en ontneming) en 05.167365.25 (gevoegd t.t.z.)
Datum uitspraak : 14 april 2026
Tegenspraak
verkort vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
nu gedetineerd in de P.I. [verplijfplaats] .
Raadsvrouw: mr. M.C.W. Houtepen, advocaat in 's-Hertogenbosch.
Dit verkort vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is in parketnummer
05.100877.22, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in op of omstreeks de periode van 15 november 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I
voor te bereiden en/of te bevorderen
- Twee (2) gebruikte en vervuilde drukreactieketels inhoudsmaat circa 195 liter groot en aangesloten op een waterstofgas cilinder
- Twee (2) destillatieopstellingen inhoudsmaat circa 195 liter met een gedeeltelijke vulling van bruin/zwarte vloeistof
- Circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt
- Circa 240 L aceton, circa 1460 liter
- Circa 70 L zoutzuur, circa 590 liter
- Circa 25 kg citroenzuur
- Circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite)
- Circa 110 L PMK, minimaal 380 liter
ten behoeve van de productie van die MDMA voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
2.
hij in op of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021, te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk,
(een) handeling(en) met afvalstoffen heeft verricht en/of heeft nagelaten,
waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs had(den) kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of konden ontstaan,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet aan zijn/hun verplichting heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s) konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te beperken,
immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s):
in een (zee)container en/of een (aan die container vastzittende) bouwkeet en/of op het buitenterrein aan en/of nabij [adres] te Angeren,
afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium en/of (chemische) vloeistoffen en/of gevaarlijke afvalstoffen en/of één of meer IBC(‘s) en/of jerrycan(s) en/of vat(en) afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en/of acetonen/of Hydrochloric acid 37% en/of PMK en/of MDMA en/of drugsafval,
opgeslagen en/of verwerkt en/of overgeslagen en/of gestort en/of achtergelaten en/of op/in de bodem gebracht,
terwijl de vloer van de (zee)container en/of bouwkeet niet was voorzien van een vloeistofdicht vloer en/of waren er geen lekbakken geplaatst;
4.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk,
op en/of in de bodem een handeling als bedoeld in artikel 6 tot Pro en met 11 van de Wet bodembescherming heeft verricht,
bestaande uit het storten en/of lozen en/of neerleggen en/of opslaan van (gevaarlijke) (afval)stoffen afkomstig van/voor de vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders, op en/of nabij het perceel [adres] te Angeren,
een of meer (afval)stoffen, te weten (restanten van) een chemische vloeistof en/of (gevaarlijke) (afval)stoffen en/of één of meer IBC(‘s) en/of jerrycan(s) en/of vat(en) (afval)stoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en/of aceton en/of Hydrochloric acid 37% en/of PMK en/of MDMA en/of drugsafval,
afkomstig van/voor de vervaardiging/bereiding van synthetische drugs, gestort en/of achtergelaten en/of opgeslagen en/of in of op de bodem gebracht,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededaders, wist(en) althans redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden, dat door die handeling(en) de bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast
–en hij en/of zijn mededaders, niet alle maatregelen heeft/(hebben) genomen die redelijkerwijs van hem en/of hen konden worden gevergd teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen dan wel, op het moment dat die verontreiniging en aantasting zich voordeed,
de verontreiniging en de aantasting en de directe gevolgen daarvan niet heeft beperkt en/of zoveel mogelijk ongedaan heeft gemaakt;
5.
hij op één of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk
een of meer stoffen, te weten chemische vloeistoffen, namelijk (gevaarlijk) afvalstoffen afkomstig uit de productie van synthetische drugs,
heeft gebracht in de oever van de Neder-Rijn en/of in de Neder-Rijn, zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl
a. a) een daartoe strekkende vergunning niet was verleend door de Minister als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en/of het bestuur van het betrokken waterschap, en
b) daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, en
c) artikel 6.3 eerste tot en met derde lid van de Waterwet niet van toepassing was.
Aan verdachte is in parketnummer
05.167365.25ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks de periode 30 mei 2025, te Leur, gemeente Wijchen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk,
(een) handeling(en) met afvalstoffen heeft verricht en/of heeft nagelaten,
waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs had(den) kunnen weten dat
daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of konden ontstaan,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet aan zijn/hun verplichting heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s) konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te beperken,
immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s):
in /op/ nabij [adres] te Leur, gemeente Wijchen,
afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium en/of (chemische) vloeistoffen en/of gevaarlijke afvalstoffen en/of één of meer IBC(‘s) en/of jerrycan(s) en/of vat(en) afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder PMK en/of drugsafval,
opgeslagen en/of verwerkt en/of overgeslagen en/of gestort en/of achtergelaten en/of op/in de bodem gebracht;

2.2. Procesafspraken

Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) en de raadsvrouw van verdachte hebben de mogelijkheid onderzocht tot het maken van procesafspraken over de afdoening van deze twee gevoegde strafzaken. De rechtbank heeft een ondertekende ‘overeenkomst procesafspraken inzake onderzoeken Stomp en Goofy’ ontvangen. In deze overeenkomst zijn de door het OM, de verdachte en zijn raadsvrouw gemaakte procesafspraken opgenomen, waaronder een gemeenschappelijk afdoeningsvoorstel. Partijen beogen daarmee de twee strafzaken op korte termijn tot een einde te laten komen.
In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
De verdediging
  • De verdachte zal geen nadere onderzoekswensen indienen of (inhoudelijke) verweren voeren.
  • De verdachte hoeft geen bekennende verklaring af te leggen, maar dit mag natuurlijk wel. De verdachte zal in ieder geval de overeengekomen feiten en kwalificaties zoals tussen OM en verdediging vastgesteld in bijlage A, niet ontkennen en er zal door hem of zijn raadsvrouw geen inhoudelijk verweer worden gevoerd.
  • De verdachte geeft aan betalingsbereid te zijn, in staat te zijn tot betaling en geen draagkrachtverweer te zullen voeren, zowel voor wat betreft zijn financiële verplichtingen voortvloeiende uit de strafzaak als uit de ontnemingszaak.
  • De verdachte zal tevens geen (inhoudelijk of draagkracht) verweren voeren m.b.t. de berekening en vaststelling van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, en ook het opleggen van de genoemde betalingsverplichting van verdachte niet betwisten.
  • De verdachte beseft dat het niet voeren van verdediging zal leiden tot een veroordeling van één of meer strafbare feiten als omschreven in de tenlasteleggingen, alsmede dat de rechtbank vaststelt wat het wederrechtelijk verkregen voordeel is dat door hem is verkregen, waarbij een betalingsverplichting door de rechtbank kan worden opgelegd.
  • De verdediging zal gedurende het proces in eerste aanleg geen aanhoudings- en/of schorsingsverzoeken indienen, tenzij thans onvoorziene omstandigheden / een acute situatie van persoonlijke aard ontstaat die thans niet wordt voorzien.
  • De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken en zal geen appel instellen.
  • De verdachte en de raadsvrouw zullen in het kader van de inhoudelijke behandeling het bovenstaande herhalen.
Openbaar Ministerie
Het OM zal ter zitting rekwireren tot:

Bewezenverklaring van alle aan verdachte tenlastegelegde feiten (conform de inhoud

van bijlage A);

  • een gevangenisstraf voor de duur van 52 maanden met aftrek van de tijd die reeds in voorlopige hechtenis is doorgebracht;
  • Met betrekking tot de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zijn de volgende afspraken gemaakt:

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 44.000,- en oplegging van een betalingsverplichting tot ditzelfde bedrag.

Overige bepalingen
(…)

Ten aanzien van parketnummer 05.167365.25 (onderzoek Goofy): de gemeente Wijchen heeft aangegeven een vordering benadeelde partij te gaan indienen. Ten tijde van het opstellen van deze overeenkomst is de vordering nog niet ontvangen. Met betrekking tot deze vordering zal de normale procesgang worden gevolgd, zodat partijen zich daarover ter zitting kunnen uitspreken.
Overwegingen van de rechtbank over de procesafspraken
De rechtbank overweegt dat de rechter alleen acht kan slaan op door het OM en de verdediging gemaakte procesafspraken als gewaarborgd is dat wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt. Deze waarborg is in het bijzonder van belang omdat in de regel mede van een dergelijke overeenkomst deel uitmaakt dat de verdachte afziet van de uitoefening van bepaalde aan hem toekomende verdedigingsrechten.
De rechtbank heeft de hiervoor weergegeven inhoud en strekking van de procesafspraken tijdens de terechtzitting van 17 maart 2026 aan verdachte voorgehouden en met hem besproken.
De rechtbank stelt vast dat verdachte tijdens de terechtzitting desgevraagd heeft bevestigd dat hij zich kan vinden in voornoemde procesafspraken die onder meer inhouden dat geen nadere onderzoekswensen worden ingediend, dat geen verweer wordt gevoerd, dat verdachte kan instemmen met een bewezenverklaring overeenkomstig de overgelegde tenlasteleggingen en dat geen hoger beroep wordt ingesteld als de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform het afdoeningsvoorstel.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte, die gedurende het proces van het maken van procesafspraken en tijdens de terechtzitting is bijgestaan door zijn raadsvrouw, vrijwillig, op basis van voldoende duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van zijn verdedigingsrechten. De rechtbank heeft zich er bij de inhoudelijke behandeling op 17 maart 2026 van vergewist dat verdachte nog steeds achter de gemaakte afspraken staat. Daarnaast heeft de rechtbank getoetst of de procesafspraken, gelet op wat is bepaald in de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering, stand kunnen houden.
Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat zij acht kan slaan op het voornoemde afdoeningsvoorstel. De rechtbank zal daarom beslissen zoals hieronder weergegeven.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
parketnummer
05.100877.22
1.
hij in
op of omstreeksde periode van 15 november 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen
, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk
telen, bereiden, bewerken, verwerken,
verkopen, afleveren, verstrekken, vervoerenvan MDMA,
in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I
voor te bereiden en
/ofte bevorderen
- Twee (2) gebruikte en vervuilde drukreactieketels inhoudsmaat circa 195 liter groot en aangesloten op een waterstofgas cilinder
- Twee (2) destillatieopstellingen inhoudsmaat circa 195 liter met een gedeeltelijke vulling van bruin/zwarte vloeistof
- Circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt
- Circa 240 L aceton, circa 1460 liter
verwerkt
- Circa 70 L zoutzuur, circa
580liter
verwerkt
- Circa 25 kg citroenzuur
- Circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite)
- Circa 110 L PMK, minimaal 380 liter
verwerkt
ten behoeve van de productie van die MDMA voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en
/ofverdachtes mededader
(s
)wist
(en
) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat
dat/die bestemd
was/waren tot het plegen van
dat/die feit
(en
);
2.
hij in
op of omstreeksde periode van 1 december 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,
opzettelijk heeft
geteeld en/ofbereid en
/ofbewerkt
en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 1december 2020 tot en met
11 mei 2021, te Angeren, gemeente Lingewaard
, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met e
en ander ofanderen
, althans alleen,
al dan nietopzettelijk,
(een)handeling
(en
)met afvalstoffen heeft verricht
en/of heeft nagelaten,
waarvan hij, verdachte, en
/ofzijn mededader
(s
)redelijkerwijs had
(den
)kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden
en/of konden ontstaan,
terwijl hij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)niet aan
zijn/hun verplichting
heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en
/ofzijn mededader
(s
)konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen
en/of te beperken,
immers
heeft/hebbenhij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
):
in een (zee)container en
/ofeen (aan die container vastzittende) bouwkeet en
/ofop het buitenterrein aan
en/of nabij[adres] te Angeren,
afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium en
/of (chemische
)vloeistoffen en
/ofgevaarlijke afvalstoffen en
/of één of meerIBC
(‘s
)en
/ofjerrycan
(s
)en
/ofvat
(en
)afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en
/ofaceton en
/ofHydrochloric acid 37% en
/ofPMK en
/ofMDMA en
/ofdrugsafval,
opgeslagen en
/ofverwerkt
en/of overgeslagenen
/ofgestort en
/ofachtergelaten en
/ofop/in de bodem gebracht,
terwijl de vloer van de (zee)container en
/ofbouwkeet niet was voorzien van een vloeistofdicht
evloer en
/ofwaren er geen lekbakken geplaatst;
4.
hij op
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen
, althans alleen,
al dan nietopzettelijk,
op en
/ofin de bodem een handeling als bedoeld in artikel 6 tot Pro en met 11 van de Wet bodembescherming heeft verricht,
bestaande uit
het storten en/oflozen
en/of neerleggenen
/ofopslaan van
(gevaarlijke
) (afval
)stoffen afkomstig van
/voorde vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
immers
heeft/hebbenhij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
),op en
/ofnabij het perceel [adres] te Angeren,
een ofmeer
(afval
)stoffen, te weten
(restanten van
)een chemische vloeistof en
/of (gevaarlijke
) (afval
)stoffen en
/of één of meerIBC
(‘s
)en
/ofjerrycan
(s
)en
/ofvat
(en
)(afval)stoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en
/ofaceton en
/ofHydrochloric acid 37% en
/ofPMK en
/ofMDMA en
/ofdrugsafval,
afkomstig van
/voorde vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
gestort en
/of achtergelaten en/ofopgeslagen en
/ofin
of opde bodem gebracht,
terwijl hij, verdachte en
/ofzijn mededaders, wist
(en
) althans redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden, dat door die handeling
(en
)de bodem kon worden verontreinigd
en/of aangetast– en hij en
/ofzijn mededaders, niet alle maatregelen
heeft/(hebben
)genomen die redelijkerwijs van
hem en/ofhen konden worden gevergd teneinde die verontreiniging en
/ofaantasting te voorkomen
dan wel, op het moment dat die verontreiniging en aantasting zich voordeed,
de verontreiniging en de aantasting en de directe gevolgen daarvan niet heeft beperkt en/of zoveel mogelijk ongedaan heeft gemaakt;
5.
hij op
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen
, althans alleen,
al dan nietopzettelijk
een of meerstoffen, te weten chemische vloeistoffen, namelijk
(gevaarlijk
e)afvalstoffen afkomstig uit de productie van synthetische drugs,
heeft gebracht in de oever van de Neder-Rijn en
/ofin de Neder-Rijn, zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl
a. a) een daartoe strekkende vergunning niet was verleend door de Minister als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet
en/of het bestuur van het betrokken waterschap, en
b) daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, en
c) artikel 6.3 eerste tot en met derde lid van de Waterwet niet van toepassing was;
parketnummer
05.167365.25
hij op
of omstreeks de periode30 mei 2025, te Leur, gemeente Wijchen
, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,
al dan nietopzettelijk,
(een)handeling
(en
)met afvalstoffen heeft verricht
en/of heeft nagelaten,waarvan hij, verdachte, en/
ofzijn mededader
(s
)redelijkerwijs had
(den
)kunnen weten dat
daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden
en/of konden ontstaan,
terwijl hij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)niet aan
zijn/hun verplichting
heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en
/ofzijn mededader
(s
)konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen
en/of te beperken,
immers
heeft/hebbenhij, verdachte en
/ofzijn mededader(s):
in /op
/ nabij[adres] te Leur, gemeente Wijchen,
afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium
en/of (chemische) vloeistoffen en/of gevaarlijke afvalstoffenen
/of één of meerIBC
(‘s) en/
of jerrycan(s) en/of vat(en)afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium
,waaronder PMK en/
ofdrugsafval,
opgeslagen
en/of verwerkt en/of overgeslagenen
/ofgestort en
/ofachtergelaten en
/ofop/in de bodem gebracht;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
parketnummer 05.100877.22
feit 1:
Medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
deels in eendaadse samenloop met
feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
feit 3:
Medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer (oud), opzettelijk begaan;
in eendaadse samenloop met
feit4:
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming (oud), opzettelijk begaan.
feit5:
Medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 6.2, van de Waterwet (oud), opzettelijk begaan.
Parketnummer 05.167365.25
Medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer (oud), opzettelijk begaan.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft conform het afdoeningsvoorstel gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 52 maanden met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht de procesafspraken over te nemen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte, zoals beschreven in de reclasseringsadviezen van Iriszorg.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de grootschalige productie van MDMA en de voorbereiding daarvan in de periode van februari 2021 tot en met mei 2021. De synthetische drugs werden geproduceerd in containers op een scheepswerf in de gemeente Lingewaard. Gezien de productiecapaciteit valt dit lab in de op één na hoogste categorie. Ook heeft verdachte zich samen met hen schuldig gemaakt aan milieudelicten. Gevaarlijke afvalstoffen afkomstig uit de productie van MDMA werden onbeschermd opgeslagen in het lab waardoor deze in de bodem terecht zijn gekomen. Schadelijke afvalstoffen werden door verdachten geloosd in de bodem onder het lab en in het oppervlaktewater van de nabij gelegen Neder-Rijn. Verdachte had als laborant een uitvoerende rol in het geheel. Op 30 mei 2025 heeft verdachte in vereniging opnieuw drugsafval gedumpt; dit maal in de natuur van de gemeente Wijchen.
Het is algemeen bekend dat harddrugs zoals MDMA een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid en de toename van vermogens- en geweldsdelicten bevorderen. Verdachte heeft met zijn gedragingen een belangrijke bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie van harddrugs. De productie van synthetische drugs en de ongecontroleerde opslag van de hierbij gebruikte chemicaliën brengen bovendien grote veiligheidsrisico’s en risico’s voor de volksgezondheid met zich. Door het lozen en dumpen van drugsafval is ernstige (bodem)vervuiling ontstaan met alle nadelige gevolgen voor het milieu. Het saneren van de grond en het opruimen van dit afval gaat gepaard met hoge kosten, zoals ook blijkt uit het dossier. Verdachte had hier allemaal geen boodschap aan. Het vooruitzicht om snel en gemakkelijk geld te verdienen was kennelijk belangrijker.
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte. Verdachte is eerder, op 27 juni 2024, tot straf veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf zodat de bepaling van artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht voor een deel van de feiten van toepassing is. In zijn nadeel weegt mee dat hij tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis in de onderhavige zaak opnieuw een ernstig milieufeit heeft gepleegd. Anderzijds houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheid dat voor een groot deel van de bewezenverklaarde feiten sprake is van eendaadse samenloop en dat de redelijke termijn voor berechting, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, met anderhalf jaar is overschreden.
De rechtbank overweegt dat gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Geregeld worden voor dit soort feiten straffen geëist en opgelegd die hoger zijn dan de in de procesafspraken overeengekomen strafeis van de officier van justitie. Echter, bij de bepaling van de op te leggen straf zal de rechtbank acht slaan op de procesafspraken, de grondslagen daarvan en het daaruit voortvloeiende afdoeningsvoorstel. Het voorstel staat naar het oordeel van de rechtbank in redelijke verhouding tot de ernst van de feiten. Hierbij overweegt de rechtbank uitdrukkelijk dat het voorstel niet alleen een efficiënte en voortvarende behandeling dient, maar ook een effectieve afdoening van de zaak. Nu de rechtbank in lijn met de overeenkomst procesafspraken oordeelt, vloeit daaruit immers in beginsel voort dat het belang bij een behandeling van de zaak in hoger beroep ontbreekt. Partijen hebben ter zitting aangegeven dat zij zich zullen neerleggen bij een vonnis als de strafoplegging overeenkomt met de daarover gemaakte afspraken. De op te leggen straf kan daarmee onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd. De overeenkomst procesafspraken doet daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.
De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 52 maanden met aftrek van het voorarrest, zoals vastgelegd in de overeenkomst procesafspraken tussen het OM, de raadsvrouw en de verdachte, in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals die blijkt uit de processtukken en het verhandelde op de terechtzitting en dus in de gegeven omstandigheden een passende straf is. Zij zal die straf dan ook aan verdachte opleggen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vordering

Nadat de overeenkomst procesafspraken was opgesteld, heeft de gemeente Wijchen een vordering tot schadevergoeding ingediend in parketnummer 05.167365.25. De benadeelde partij vordert € 38.526,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De schade bestaat uit de volgende posten: € 3.593,- voor bodemonderzoek, € 28.175,- voor bodemsanering en € 6.758,- voor milieukundige begeleiding. De schade is onderbouwd met een factuur met een bedrag van € 3.593,- voor bodemonderzoek. De overige schade is onderbouwd met offertes. Verder heeft de benadeelde partij verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De officier van justitie en de raadsvrouw hebben zich ter zitting van 17 maart 2026 op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij op basis van de overgelegde factuur kan worden toegewezen tot € 3.593,-. Daarbij heeft de officier van justitie toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.
Het overige deel van de schade is alleen onderbouwd met offertes en kan volgens de officier van justitie en de raadsvrouw daarom niet worden aangemerkt als daadwerkelijke schade. Verzocht is de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Voor het geval de rechtbank een groter bedrag van deze vordering toewijst, hebben de officier van justitie en de verdediging ter zitting afgesproken dat de procesafspraken in die zin worden aangepast dat in dat geval de vordering ter ontneming met het verschil wordt verminderd. In dit kader verwijst de rechtbank naar het ontnemingsvonnis van vandaag.
Overweging van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank acht de drie schadeposten voldoende onderbouwd en redelijk, zodat zij de vordering zal toewijzen. Anders dan partijen hebben betoogd, is de rechtbank van oordeel dat de overgelegde offertes afdoende zijn voor vaststelling van de (hoogte van de) overige geleden schade. Dat de bodemsanering (mogelijk) nog niet heeft plaatsgevonden, staat aan toewijzing van deze kosten en de bijkomende kosten voor milieukundige begeleiding niet in de weg. Verdachte is vanaf 30 mei 2025 wettelijke rente verschuldigd over het toegewezen bedrag van € 38.526,-.
De rechtbank zal in dit geval afzien van oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, omdat de gemeente Wijchen als overheidsinstantie in staat moet worden geacht om de aan haar verschuldigde schadevergoeding te innen, in ieder geval om zich daartoe van juridische bijstand te voorzien. Daarmee ontvalt naar het oordeel van de rechtbank het belang voor de gemeente bij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 47, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet;
- 1 a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
- 10.1 van de Wet milieubeheer, 13 van de Wet bodembescherming en 6.2 van de Waterwet, zoals deze golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 52 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit in parketnummer 05.167365.25 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij gemeente Wijchen van € 38.526,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.
Dit verkort vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker, voorzitter, mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 april 2026.