Verzoekster was sinds 2007 in dienst bij STMG als ondersteunende hulp en werd op 30 september 2025 op staande voet ontslagen wegens ernstige verwijten, waaronder het zonder geldige reden overboeken van €21.875,37 van een cliënt naar haar eigen rekening, het afleggen van leugenachtige verklaringen en het niet melden van haar vermelding als erfgenaam in een concept testament.
STMG startte een intern onderzoek na een melding van bewindvoering en mentorschap over verdachte financiële transacties en schorste verzoekster. Ondanks uitnodigingen verscheen verzoekster niet voor een toelichting. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag rechtsgeldig is omdat de dringende redenen zwaarwegend zijn en verzoekster onvoldoende heeft gereageerd.
Het beroep op hoor en wederhoor en het opzegverbod tijdens ziekte faalt, omdat verzoekster niet heeft meegewerkt en het ontslag op staande voet niet onder het opzegverbod valt. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt afgewezen.
STMG's tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst behoeft geen beslissing meer. Verzoekster wordt veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van €2.320,98 en in de proceskosten van STMG. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.