Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3287

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
AWB24_8073
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Wet MRBArt. 6 Wet MRBArt. 19 Wet MRBArt. 35 Wet MRBArt. 37 Wet MRB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag en boete MRB wegens gebruik openbare weg tijdens schorsing

Belanghebbende was houder van een Citroën C3 waarvan het kenteken vanaf 14 december 2023 was geschorst. Op 29 februari 2024 werd geconstateerd dat de auto geparkeerd stond op de openbare weg, wat niet is toegestaan tijdens schorsing. De inspecteur legde een naheffingsaanslag MRB en een verzuimboete op. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd afgewezen.

De rechtbank oordeelt dat parkeren op de openbare weg ook gebruik van de weg is en dat de naheffing terecht is. Belanghebbende had de voorwaarden van de schorsing moeten kennen, mede omdat informatie hierover beschikbaar is via RDW en Belastingdienst. De naheffing betreft de periode van 14 december 2023 tot 29 februari 2024, verminderd met reeds betaalde MRB.

De boete van €50 is passend, ondanks persoonlijke omstandigheden van belanghebbende. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de wetgever bewust een langere naheffingsperiode en boete mogelijk maakt bij schending van de schorsingsregeling. De rechtbank kan de wet niet toetsen op redelijkheid en billijkheid.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en boete MRB wegens gebruik van de openbare weg tijdens schorsing wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/8073

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 24 april 2026

in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en
de inspecteur van de belastingdienst, Centrale Administratieve Processen/kantoor Apeldoorn, de inspecteur.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 8 oktober 2024.
De inspecteur heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) over het tijdvak dat loopt van 14 december 2023 tot en met 29 februari 2024 opgelegd van € 98 (de naheffingsaanslag) en bij gelijktijdige beschikking een verzuimboete van € 50 opgelegd (de boetebeschikking).
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens de inspecteur [persoon A] en [persoon B] deelgenomen. Belanghebbende heeft zich afgemeld voor de zitting.

Feiten

1. Belanghebbende stond volgens de kentekenregistratie met ingang van 7 mei 2021 geregistreerd als houder van het motorrijtuig van het merk Citroën, type C3 met kenteken [kentekennummer] (de auto).
2. Op 29 februari 2024 is geconstateerd dat de auto geparkeerd stond op de openbare weg ([locatie], [plaats]). De geldigheid van het kenteken van de auto was op dat moment geschorst in de zin van hoofdstuk IV, paragraaf 6, van de Wegenverkeerswet 1994.
3. Naar aanleiding van de controle heeft de inspecteur met dagtekening 18 juni 2024 een vooraankondiging voor de naheffingsaanslag MRB met boetebeschikking aan belanghebbende gezonden. Daarin is onder meer het volgende vermeld:
“Geachte heer/mevrouw,
Deze vooraankondiging voor de motorrijtuigenbelasting (mrb) stuur ik u, omdat het motorrijtuig met kenteken [kentekennummer] op de weg is gecontroleerd.
(…)
Constatering
De geldigheid van de tenaamstelling in het kentekenregister is/was geschorst vanaf 14 december 2023. Tijdens een schorsing mag het motorrijtuig geen gebruik van de weg maken. Stilstaan (parkeren) is ook gebruikmaken van de weg.
(…)

Opbouw naheffingsaanslag

Periode van naheffing: 14 december 2023 tot en met 29 februari 2024
Basistarief: € 60
Brandstoftoeslag: € 0
Fijnstoftoeslag: € 0
Provinciale opcenten: € 38
Boete: € 50
Te betalen: € 148 (na afronding)
Bij de berekening van de naheffingsaanslag heb ik rekening gehouden met de betaalde mrb over de periode van naheffing.

Reactietermijn

Wilt u reageren op mijn plan om een naheffingsaanslag en een boete op te leggen? Stuur dan uw schriftelijke reactie met eventuele bewijsstukken voor 9 juli 2024 naar CAP/Afdeling Autoheffingen. Het adres staat bovenaan op pagina 1 van deze vooraankondiging. Ik neem uw reactie in overweging bij het opleggen van de naheffingsaanslag en de boete.
(…)”
4. Belanghebbende heeft niet op de vooraankondiging gereageerd. Met dagtekening 6 augustus 2024 heeft de inspecteur aan belanghebbende de naheffingsaanslag en de boetebeschikking opgelegd. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
5. Bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 8 oktober 2024 heeft de inspecteur het bezwaar ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en de boetebeschikking gehandhaafd.
6. Met dagtekening 6 augustus 2024 heeft de inspecteur aan belanghebbende ook twee rekeningen MRB toegezonden, voor het tijdvak van 1 maart 2024 tot 1 juni 2024 en het tijdvak van 1 juni 2024 tot 31 augustus 2024. Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft dit bezwaar met dagtekening 8 oktober 2024 kennelijk niet ontvankelijk verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

7. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag en de boetebeschikking terecht en tot de juiste hoogte zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
8. De rechtbank is van oordeel dat de aanslag en de boetebeschikking terecht en tot de juiste hoogte zijn opgelegd. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
9. Het houden van een auto is in beginsel belast met motorrijtuigenbelasting (MRB). [1] Belanghebbende heeft gebruik gemaakt van een begunstigende regeling, door de auto te schorsen. Belanghebbende hoeft dan geen belasting te betalen, zolang hij zich houdt aan de voorwaarden. [2] Een van de voorwaarden is dat met de auto geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg. [3] Tussen partijen is niet in geschil dat de auto op 29 februari 2024 geparkeerd stond op een parkeerhaven op de openbare weg, terwijl de auto geschorst was. Parkeren (stilstaan) is ook een vorm van gebruik maken van de openbare weg. [4] Uit de wet volgt dat dan MRB kan worden nageheven. [5]
10. Belanghebbende stelt dat hij niet wist dat parkeren ook niet was toegestaan en dat het niet redelijk is om van een burger te verwachten dat hij alle regels kent die gelden bij een schorsing. De rechtbank overweegt dat als belanghebbende gebruikmaakt van de schorsingsregeling, van belanghebbende ook mag worden verwacht dat hij uitzoekt wat hij moet doen om zich aan de geldende voorwaarden te houden. Zoals de inspecteur ook heeft genoemd, staat op de website van de RDW (en de Belastingdienst) uitgelegd dat een geschorste auto niet op de weg mag staan of rijden.
11. De rechtbank overweegt verder dat MRB volgens de wet kan worden nageheven over een tijdsduur van een jaar (vier aaneensluitende tijdvakken van drie maanden), met als laatste het tijdvak waarin gebruik van de weg is gemaakt. [6] Het is voor de naheffing van MRB niet van belang hoe lang gedurende de schorsing van het kenteken, gebruik is gemaakt van de openbare weg. [7] De belasting wordt dus niet alleen geheven over de periode dat de auto daadwerkelijk op de openbare weg stond. Als voor een deel van deze periode al MRB is betaald, wordt de na te heffen belasting wel verminderd met de al betaalde belasting. [8] Bij belanghebbende is dit het geval, omdat tot 14 december 2023 MRB is betaald. De inspecteur heeft daarom alleen belasting nageheven over de periode van 14 december 2023 tot en met
29 februari 2024.
12. De MRB is naar het oordeel van de rechtbank dus terecht en tot de juiste hoogte nageheven. Dat belanghebbende naar eigen zeggen niet de financiële middelen had om de auto te repareren, te laten keuren, en de schorsing op te kunnen heffen, maakt dit oordeel niet anders. Voor het houden van een auto moet belanghebbende in beginsel belasting betalen.
13. Belanghebbende heeft verder nog aangevoerd dat de inspecteur ten onrechte ook belasting heeft geheven over de periode na 29 februari 2024. De rechtbank overweegt dat de naheffingsaanslag alleen gaat over de periode van 14 december 2023 tot en met 29 februari 2024, maar dat belanghebbende voor de periode daarna wel rekeningen voor de MRB heeft ontvangen. Deze rekeningen krijgt belanghebbende, omdat in de wet staat dat de schorsing voor de heffing van MRB wordt beëindigd vanaf de laatste dag van het tijdvak waarin gebruik van de weg is gemaakt met de auto. [9] Dit betekent voor belanghebbende dat de schorsing voor de MRB op 29 februari 2024 is beëindigd en dat belanghebbende vanaf 1 maart 2024 weer rekeningen MRB toegestuurd krijgt. De rechtbank merkt op dat tegen een rekening MRB geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld, omdat een rekening geen voor bezwaar vatbare beschikking is.
14. De inspecteur heeft tegelijk met de naheffingsaanslag ook een verzuimboete aan belanghebbende opgelegd. De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, omdat gebruik is gemaakt van de openbare weg tijdens een schorsing. Dit betekent dat er sprake is van een verzuim. [10] Voor dit verzuim kan de inspecteur een boete opleggen. De boete bedraagt op grond van paragraaf 34, onderdeel twee, van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB), 50% van de nageheven belasting met een minimum van € 50 en een wettelijk maximum van € 5.514. De inspecteur heeft aan belanghebbende een boete opgelegd van € 50.
15. De rechtbank is van oordeel dat de boete passend en geboden is. Dat de auto volgens belanghebbende pas vanaf 27 februari 2024 op de parkeerplaats stond, maakt dit oordeel niet anders. In de omstandigheden dat belanghebbende bezig is met een BBL opleiding en recent vader is geworden, ziet de rechtbank geen reden om de boete te matigen. Belanghebbende heeft verder geen toelichting op zijn financiële situatie gegeven. Zonder die toelichting ziet de rechtbank ook geen aanleiding voor matiging.
16. Belanghebbende is ten slotte van mening dat het niet redelijk en billijk is dat hij nu alles bij elkaar over drie kwartalen MRB en een boete moet betalen. De rechtbank overweegt dat het een bewuste keuze is geweest van de wetgever om bij schending van de schorsingsregeling de inspecteur de mogelijkheid te geven over een langere periode na te heffen en een verzuimboete op te leggen. De rechtbank is niet bevoegd om op grond van redelijkheid en billijkheid een juiste wetstoepassing achterwege te laten. Ook mag de rechtbank als uitgangspunt niet de redelijkheid van een wet beoordelen. De rechter moet volgens de wet rechtspreken en hij mag niet de innerlijke waarde of billijkheid van de wet beoordelen. [11]

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag en de boete in stand blijven. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Y. Gramsbergen, rechter, in aanwezigheid van mr. E.N.N. Hustinx, griffier.
Uitgesproken op 24 april 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
griffier
rechter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 1, eerste lid, en artikel 6 van Pro de Wet MRB.
2.Artikel 19, eerste lid, van de Wet MRB.
3.Zie hoofdstuk IV, paragraaf 6, van de Wegenverkeerswet 1994.
4.Zie Kamerstukken II 1990/91, 22 238, nr. 3, p. 3.
5.Artikel 35, eerste lid, van de Wet MRB.
6.Artikel 35, tweede lid, van de Wet MRB.
7.Hoge Raad 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:973.
8.Artikel 35, vierde lid, van de Wet MRB.
9.Artikel 35, zesde lid, van de Wet MRB.
10.Op grond van artikel 37 van Pro de Wet MRB is artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) van overeenkomstige toepassing.
11.Artikel 11 van Pro de Wet algemene bepalingen.