Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3185

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
12015314 \ CV EXPL 25-10044
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Brussel I bis-VerordeningArt. 17 Brussel I bis-VerordeningArt. 18 Brussel I bis-VerordeningArt. 237 RvArt. 246 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling eiser in proceskosten na intrekking vordering in civiele procedure

In deze civiele procedure vorderde Riverty GmbH betaling van € 687,11 van de gedaagde, vermeerderd met rente en kosten. Riverty verzocht vervolgens om royement van de procedure, oftewel intrekking van de vordering. De gedaagde wenste echter een beslissing over de proceskosten en stemde niet in met doorhaling van de procedure.

De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd was op grond van de Brussel I bis-Verordening, omdat de gedaagde in Nederland woonachtig is en de eisende partij een buitenlandse rechtspersoon is. De rechtskeuze voor Nederlands recht werd niet weersproken, zodat Nederlands recht van toepassing is.

De kantonrechter stelde vast dat doorhaling van de procedure alleen mogelijk is met instemming van beide partijen. Omdat de gedaagde niet instemde, kon de procedure niet worden doorgehaald en werd het verzoek van Riverty opgevat als intrekking van de vordering. De rechtbank hoefde daarom niet meer over de vordering te oordelen.

Wel werd een beslissing genomen over de proceskosten. Omdat Riverty de procedure had aangevangen maar vervolgens haar vordering introk, werden de proceskosten van de gedaagde als nodeloos veroorzaakt beschouwd. Riverty werd veroordeeld tot betaling van € 288,00 aan proceskosten, inclusief salaris gemachtigde en nakosten, te vermeerderen met kosten van betekening indien niet tijdig betaald.

Uitkomst: Riverty wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 288,00 aan de gedaagde na intrekking van haar vordering.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12015314 \ CV EXPL 25-10044
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Riverty GmbH,
h.o.d.n. Riverty, voorheen genaamd Arvato Payment Solutions GmbH, rechtsopvolger onder algemene titel van Arvato Finance B.V, h.o.d.n. Afterpay,
gevestigd te Verl (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: Riverty,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [de gedaagde] ,
gemachtigde: mr. P.L.O. van de Waarsenburg.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de akte van royement van Riverty
- de akte reactie op akte royement van [de gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
In deze procedure, waarin Riverty aanvankelijk van [de gedaagde] betaling van € 687,11 heeft gevorderd, te vermeerderen met rente en kosten, heeft Riverty om royement van de procedure verzocht.
2.2.
[de gedaagde] heeft in zijn reactie bericht dat hij persisteert bij zijn verzoek om vergoeding van zijn proceskosten.

3.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
3.1.
Het gaat in het onderhavige geval om een zaak met internationale aspecten. De gedaagde partij is woonachtig in Nederland en de eisende partij is een rechtspersoon naar buitenlands recht, gevestigd in Duitsland. De vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen, moet worden beantwoord aan de hand van de Brussel I bis-Verordening. Het geschil betreft een burgerlijke en handelszaak als bedoeld in artikel 1 van Pro die verordening. Volgens artikel 17 jo Pro. artikel 18 van Pro die verordening is de rechter van het land van de woonplaats van de consument bevoegd om van het geschil kennis te nemen. Dat betekent in het onderhavige geval dat de Nederlandse rechter bevoegd is.
3.2.
Initieel heeft Riverty aan haar vorderingen een overeenkomst ten grondslag gelegd waarin een rechtskeuze is gemaakt voor Nederlands recht. Deze rechtskeuze is als zodanig niet door [de gedaagde] weersproken. Ondanks dat [de gedaagde] heeft betwist een overeenkomst met Riverty te zijn aangegaan, is de kantonrechter bij deze stand van zaken van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is.
De inhoudelijke beoordeling
3.3.
Riverty heeft verzocht om royement van de procedure. De kantonrechter overweegt dat een eisende partij de vordering niet meer kan intrekken na de eerste rolzitting. Om doorhaling van de procedure kan dan alleen worden gevraagd op grond van artikel 246 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Doorhaling op de rol kan echter uitsluitend plaatsvinden als beide partijen daarmee instemmen. [de gedaagde] concludeert in zijn akte reactie op de akte van royement “tot royement van de procedure, met vergoeding van de proceskosten ten laste van Riverty”. Hieruit begrijpt de kantonrechter dat [de gedaagde] een beslissing wenst over de proceskosten en dus in feite niet instemt met het verzoek om doorhaling. De kantonrechter kan daarom niet overgaan tot doorhaling en vat de akte van royement van Riverty op als een mededeling dat zij haar vordering intrekt. Op die vordering hoeft dan ook niet meer te worden beslist.
3.4.
Vervolgens dient de kantonrechter wel een beslissing te nemen over de proceskosten. Op grond van artikel 237 Rv Pro wordt de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de kosten veroordeeld. De rechter kan kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte. De proceskosten van [de gedaagde] zijn veroorzaakt door het aanhangig maken van de vordering door Riverty, terwijl zij ondertussen geen beslissing meer wenst over de vordering. Zij heeft deze kosten dus nodeloos veroorzaakt en daarom moet zij deze kosten betalen.
3.5.
Riverty stelt dat [de gedaagde] in persoon procedeert en daarom geen kosten heeft gemaakt, maar dat klopt niet. [de gedaagde] wordt in deze procedure immers bijgestaan door een gemachtigde (mr. Van de Waarsenburg), die de conclusie van antwoord en de akte in reactie op de akte van royement namens [de gedaagde] heeft ingediend.
De proceskosten van [de gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
216,00
(1,5 punt × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
288,00
4. De beslissing
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt Riverty in de proceskosten van [de gedaagde] van € 288,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Riverty niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
41245 \ 51588