Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3183

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
11963216 \ CV EXPL 25-9068
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering zorgverzekeringsovereenkomst wegens achterstallige premies

Univé heeft een zorgverzekeringsovereenkomst met gedaagde, die een betalingsachterstand heeft opgelopen door gewijzigde persoonlijke omstandigheden. Univé vordert betaling van de openstaande premies, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde erkent de betalingsachterstand en is bereid een betalingsregeling te treffen.

De kantonrechter stelt vast dat de hoofdsom van € 1.096,86 onbetwist is en wijst deze toe. De wettelijke rente wordt toegewezen tot 26 september 2025 en vanaf die datum over de hoofdsom, waarbij dubbele rentevordering wordt gecorrigeerd. De buitengerechtelijke incassokosten worden op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding incassokosten toegewezen, aangezien gedaagde als consument kwalificeert en aanmaningen zijn verzonden.

De proceskosten worden volledig aan gedaagde opgelegd, begroot op € 1.028,64. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Partijen zijn een betalingsregeling overeengekomen van € 100 per maand vanaf 30 april 2026, waarvan de kantonrechter verwacht dat deze wordt nagekomen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande premies, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten, met een betalingsregeling van € 100 per maand.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11963216 \ CV EXPL 25-9068
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap
N.V. UNIVÉ ZORG,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: Univé,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [de gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 6 oktober 2025 met producties 1 tot en met 3,
  • de conclusie van antwoord van 19 november 2025,
  • de conclusie van repliek met productie 4,
  • de conclusie van dupliek van 25 februari 2026,
  • de akte uitlating aan de zijde van Univé.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.

2.Het geschil

2.1.
Univé vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
[de gedaagde] veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.893,18, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
[de gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
2.2.
Univé legt aan haar vordering ten grondslag dat [de gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst met haar heeft gesloten maar dat enkele facturen onbetaald zijn gebleven. [de gedaagde] erkent dat er sprake is van een betalingsachterstand.
Deze betalingsachterstand is ontstaan toen hij ging inwonen bij familie en daardoor gekort werd op zijn inkomen. [de gedaagde] heeft gezegd bereid te zijn om met Univé een betalingsregeling te treffen.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

De hoofdsom
3.1.
Univé vordert een hoofdsom van in totaal € 1.096,86 (een bedrag van € 1.386,00 inclusief de wettelijke rente buitengerechtelijke kosten). Het gaat hierbij om onbetaalde premies, kosten voor de acceptgiro en declaraties. [de gedaagde] erkent de betalingsachterstand van € 1.096,86 waardoor de vordering van Univé als onweersproken zal worden toegewezen.
De wettelijke rente
3.2.
Uit de specificatie van de vordering in de conclusie van repliek blijkt dat Univé de wettelijke rente heeft berekend tot 30 december 2025. Univé echter ook betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 26 september 2025. Doordat Univé over de periode van 26 september 2025 tot 30 december 2025 tweemaal wettelijke rente vordert, zal de kantonrechter dit niet geheel toewijzen. In de dagvaarding is de wettelijke rente tot 26 september 2025 berekend op een bedrag van € 234,00; de kantonrechter zal dit bedrag toewijzen. Daarnaast zal de hoofdsom vermeerderd worden met de wettelijke rente vanaf 26 september 2025.
De buitengerechtelijke incassokosten
3.3.
De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [de gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Univé heeft aan [de gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 55,14 worden toegewezen.
De proceskosten
3.4.
[de gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Univé worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.028,64
Uitvoerbaar bij voorraad
3.5.
De veroordeling in dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.
Betalingsregeling
3.6.
Partijen zijn inmiddels een betalingsregeling overeengekomen ter hoogte van € 100,00 per maand vanaf 30 april 2026. De kantonrechter gaat er vanuit dat [de gedaagde] zich houdt aan deze betalingsregeling.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [de gedaagde] om aan Univé te betalen de hoofdsom van € 1.096,86, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [de gedaagde] om aan Univé de wettelijke rente tot 26 september 2025 van € 234,00 te betalen,
4.3.
veroordeelt [de gedaagde] om aan Univé de buitengerechtelijke incassokosten van € 55,14 te betalen,
4.4.
veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 1.028,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [de gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [de gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Braaksma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
++
68348 66349