Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 februari 2026 met producties 1 tot en met 9,
- de producties 1 tot en met 8 van de zijde van [de gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een kort geding tussen een familiecamping en een huurder van een kampeerplaats die sinds medio 2019 de plaats huurt. De camping vordert ontruiming omdat de huurovereenkomst volgens haar per 31 december 2025 is geëindigd. De huurder is echter ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres van de camping en is de kampeerplaats niet verlaten.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst een overeenkomst voor onbepaalde tijd betreft, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat jaarlijks een nieuwe overeenkomst is gesloten. Voor opzegging is een zwaarwegende grond vereist vanwege de eisen van redelijkheid en billijkheid, mede gezien het langdurige verblijf en de sociale binding van de huurder met de kampeerplaats.
De camping heeft geen voldoende zwaarwegende grond voor opzegging gesteld en de e-mail van 5 november 2025 kan niet als geldige opzegging worden beschouwd. Ook de stellingen over planologische verboden en gemeentelijke handhaving zijn onvoldoende onderbouwd. De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen.
De vordering tot betaling van een schadevergoeding wordt eveneens afgewezen omdat het tarief niet is onderbouwd en de huurder bereid is te betalen na facturering. De camping wordt veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en schadevergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van een zwaarwegende grond voor opzegging van de huurovereenkomst.