ECLI:NL:RBGEL:2026:313

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
05-093323-23 vs
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van verdachte in explosiezaak met betrekking tot opzettelijk teweegbrengen van explosie

Op 13 januari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk teweegbrengen van een explosie. De zaak, geregistreerd onder parketnummer 05-093323-23, betrof een incident dat plaatsvond op 4 december 2022 in [plaats]. De officier van justitie had de verdachte ten laste gelegd dat hij samen met een ander een explosie had veroorzaakt door vuurwerk naar een woning/woonwagen te gooien, wat gemeen gevaar voor de omgeving met zich meebracht. Tijdens de rechtszittingen is er een schriftelijke verklaring van een medeverdachte en andere bewijsstukken gepresenteerd. De rechtbank heeft echter geconcludeerd dat er onvoldoende bewijs was om de betrokkenheid van de verdachte bij de explosie vast te stellen. De rechtbank heeft daarom de verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Daarnaast was er een civiele vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor schadevergoeding, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen bewezenverklaring was. Ook werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, en is openbaar uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.093323.23 en 05-840651-16 (tul)
Datum uitspraak : 13 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. A.D. Kloosterman, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 4 december 2022 (omstreeks 02:30 uur) te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door:
- een (Super) Cobra (8, zijnde een massaexplosief, voorzien van een 1.1 G Gevarenklasse aanduiding), in elk geval enig vuurwerk,
- in aanraking te brengen met vuur en/of aan te steken en/of
- die/dat aangestoken Cobra/vuurwerk door de - eerder die nacht met een of meer stenen kapot gegooide - ruit van een woning/woonwagen (gelegen aan de [adres 2] ) naar binnen te gooien, alwaar dat vuurwerk tot ontploffing is gekomen/gebracht,
- terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning/woonwagen en/of de zich in die woning/woonwagen bevindende inboedel/inventaris en/of zich rondom die woning/woonwagen bevindende goederen, te weten een of meer (onderdelen van) kermisattracties en/of een schutting en/of een of meer geparkeerde voertuigen en/of een airco en/of voor een of meer aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was en/of
- terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke zich in de onmiddellijke nabijheid van die woning/woonwagen bevond(en) en/of voor de bewoners en/of aanwezigen van/bij de aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, te duchten was, althans levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;
2.
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 4 december 2022 (omstreeks 01:11 uur en/of 01:43 uur) te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen in een woning/woonwagen (gelegen aan de [adres 2] ),
terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning/woonwagen en/of de zich in die woning/woonwagen bevindende inboedel/inventaris en/of zich rondom die woning/woonwagen bevindende goederen, te weten een of meer (onderdelen van) kermisattracties en/of een schutting en/of een of meer geparkeerde voertuigen en/of een airco en/of voor een of meer aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of andere bewoners en/of aanwezigen van/bij de aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, althans voor een ander te duchten was, (telkens) met dat opzet:
- met een of meer (Super) Cobra’s 6 en/of 8 (zijnde een massaexplosief, voorzien van een 1.1 G Gevarenklasse aanduiding), in elk geval enig vuurwerk, naar die woning/woonwagen is/zijn gereden en/of
- aldaar een of meer stenen in de richting van/naar/door de ruit van de genoemde woning/woonwagen heeft/hebben gegooid – waarna/waardoor die ruit kapot is gegaan -
en/of
- ( vervolgens) een of meer (Super) Cobra’s 6 en/of 8, in aanraking heeft/hebben gebracht met vuur en/of heeft/hebben aangestoken en/of
- ( vervolgens) die Cobra’s/dat aangestoken vuurwerk naar/in de richting van de genoemde woning/woonwagen heeft/hebben gegooid,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid.

2.De standpunten

De officier van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank stelt vast dat in het dossier een schriftelijke verklaring zit van medeverdachte [medeverdachte 1] , een verklaring van diens moeder [naam] en een e-mail met daarin een verklaring van verdachte. Uit deze stukken zou moeten blijken dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] niet op de plaats delict zouden zijn geweest, maar dat verdachte in de auto van [medeverdachte 1] reed. Verdachte zou de auto die avond/nacht vanaf het [straatnaam] in [plaats] hebben meegenomen en tot de volgende dag onder zich hebben gehad.
De rechtbank is van oordeel dat in het dossier geen aanknopingspunten zijn te vinden die dit scenario ondersteunen. Voor zover DNA van verdachte is aangetroffen op de blauwe aansteker die in de blastzone is aangetroffen, overweegt de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld dat deze aansteker is gebruikt bij de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewijs dat verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de explosie in de woning van aangever en bij de pogingen daartoe ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de feiten 1 en 2.

4.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 107,76 aan materiële schade en € 7.495,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Op vrijdag 12 december 2025 heeft de rechtbank een aanvulling op de vordering ontvangen betreffende een bedrag van € 52.721,44 aan materiële schade.
Overweging van de rechtbank
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

5.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-840651-16)

Het hof heeft verdachte op 12 maart 2020 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden. De officier van justitie heeft een schriftelijke vordering ingediend strekkende tot de tenuitvoerlegging van deze straf. Ter zitting heeft zij de afwijzing van die vordering bepleit, evenals de raadsman.
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

6.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering;
 bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder hun eigen kosten dragen;
 wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 05-840651-16.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.H.S. Duinkerke (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. J.S.W. Lucassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari 2026.
Mr. Duinkerke is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.