Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3122

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
: 05/044334-23 en 05/162189-23 (ter terechtzitting gevoegd)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b SrArt. 509hh SvArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor belaging en overtreding gedragsaanwijzing met verminderd toerekeningsvatbaarheid

De rechtbank Gelderland heeft op 21 april 2026 een 32-jarige man veroordeeld voor belaging van een vrouw en het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing. De verdachte heeft gedurende een periode van ruim zeven maanden stelselmatig en obsessief contact gezocht met het slachtoffer, zowel fysiek als digitaal, ondanks een eerder opgelegd contactverbod en een gedragsaanwijzing.

De feiten omvatten onder meer het fysiek vastpakken van het slachtoffer op haar werkplek, het meerdere malen bezoeken van haar oude woonadres met pogingen tot binnendringen, het sturen van intimiderende en dwingende berichten via SMS, e-mail en sociale media, en het laten versturen van een brief via zijn advocaat in strijd met de gedragsaanwijzing. Getuigenverklaringen en digitaal bewijs ondersteunden deze feiten.

De rechtbank stelde vast dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een psychische stoornis, gebaseerd op een oud psychologisch rapport. Gelet op de ernst, de duur en de aard van de gedragingen, en het grote recidiverisico, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 240 dagen op, waarvan 237 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van tien jaar. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder een contactverbod en een verbod op het plaatsen van berichten over het slachtoffer op internet, alsmede een vrijheidsbeperkende maatregel met dadelijke uitvoerbaarheid.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 240 dagen gevangenisstraf, waarvan 237 voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en een vrijheidsbeperkende maatregel wegens belaging en overtreding van een gedragsaanwijzing.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05.044334.23 en 05.162189.23 (ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak : 21 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. M.G. Bischop, advocaat in Deventer
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1..De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
Parketnummer 05.044334.23
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 september 2022 tot en met 10 april 2023 te Arnhem en/of [woonplaats], althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] ,
door:
- voornoemde [aangever] veelvuldig via SMS en/of WhatsApp berichten te sturen en/of
- voornoemde [aangever] via e-mail berichten te sturen waarin hij haar aanspoort om een ontlastende verklaring over hem af te leggen en/of haar via e-mail een video te sturen en/of
- voornoemde [aangever] meerdere malen, althans eenmaal op te zoeken op haar werk en/of voornoemde [aangever] op haar werk aan te spreken en/of voornoemde [aangever] vast te pakken en/of collega’s van voornoemde [aangever] op dwingende/intimiderende toon te zeggen dat
hij voornoemde [aangever] moet spreken, althans dat hij op zoek is naar voornoemde [aangever] en/of
- voornoemde [aangever] via de applicatie "Goodreads" een vriendschapsverzoek te sturen en/of
- meerdere malen, althans eenmaal langs het voormalige woonadres van voornoemde [aangever] te gaan en/of aldaar de huidige bewoners aan te spreken en/of voornoemde bewoners te vragen waar voornoemde [aangever] zich bevond/of te trachten zich naar binnen te forceren en/of
- voornoemde [aangever] te noemen in een reactie op Tiktok
met het oogmerk voornoemde [aangever] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op 14 november 2022 te [woonplaats],
een ander, te weten [aangever] ,
door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld
wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door:
- voornoemde [aangever] meerdere malen, althans eenmaal op te zoeken op haar werk en/of voornoemde [aangever] op haar werk aan te spreken en/of voornoemde [aangever] vast te pakken
Parketnummer 05.162189.23
hij op of omstreeks 23 juni 2023 te Arnhem en/of Gorssel, althans in Nederland,
opzettelijk
heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 14 februari 2023 en verlengd op 2 mei 2023, gegeven door de officier van justitie te Oost-Nederland kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, zich
- niet mag ophouden binnen een straal van 500 meter rondom de woningen/panden gelegen op/aan de [adres] te [woonplaats] en [adres] en zich niet in voornoemde woningen te bevinden
en
- moet onthouden van direct en/of indirect contact met [aangever]
door: zijn, verdachtes, advocaat een brief naar voornoemde [aangever] te laten sturen waarin voornoemde [aangever] wordt aangemaand, dan wel gesommeerd om een verklaring van bepaalde inhoud af te geven;

2..Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05.044334.23 [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen, omdat zij zich niet gemachtigd voelt.
Beoordeling door de rechtbank
Achtergrond
Verdachte is in 2018 door het Hof veroordeeld voor belaging van aangeefster [aangever] . Daarbij is onder meer een contactverbod opgelegd door de duur van 2 jaren.
Op 29 december 2022 heeft [aangever] opnieuw aangifte gedaan van belaging door verdachte. Hij valt haar sinds 2013 stelselmatig lastig waardoor zij zich niet meer veilig voelt. [2]
Incident op de werkplek van [aangever]
Op 14 november 2022 zocht verdachte haar op bij de verloskundepraktijk waar zij destijds werkte. Zij werkte daar als verloskundige en rondde net haar spreekuur af toen zij verdachte in de wachtkamer zag zitten. Ze voelde zich direct onveilig en vroeg aan haar laatste cliënten om bij haar te blijven. Ze zei tegen verdachte dat hij moest vertrekken, maar verdachte luisterde daar niet naar en pakte [aangever] bij haar linkerarm vast. Hij zei dat hij belangrijke dingen met haar moest bespreken. [aangever] voelde zich geïntimideerd en in het nauw gedreven en belde toen de politie. Verdachte schreeuwde een warrig verhaal over dat hij onterecht vast had gezeten en dat [aangever] vals bewijs zou hebben geleverd. Hij bleef [aangever] nog steeds vasthouden hierbij. De cliënten van [aangever] probeerden aan verdachte duidelijk te maken dat hij moest vertrekken, maar dat hielp niet. De situatie de-escaleerde pas toen de politie arriveerde. [3]
De cliënt van [aangever] , [getuige 1] , die als getuige is gehoord, bevestigt dat verdachte [aangever] vastpakte en dat hij dreigend en agressief over kwam. [getuige 1] probeerde er nog tussen te komen maar verdachte zag hem niet eens staan; hij was heel erg gefocust op [aangever] . [4]
De politie kwam ter plaatse en probeerde in gesprek te gaan met verdachte. Hij bleef het verhaal over de valse veroordeling al schreeuwend herhalen. Verdachte gaf aan dat politie, OM en de advocatuur allemaal partijdig waren en dat hij zich niet door de politie zou laten stoppen. Hij zei ook dat [aangever] spijt zou krijgen. De politie heeft hem toen uiteindelijk gevorderd om te vertrekken en zich niet meer op te houden in de buurt van de praktijk. [5] Diezelfde avond, om 22:09 uur, werd [aangever] gebeld door de politie met het bericht dat verdachte weer was gezien bij de praktijk en dat zij hem weer hadden weggestuurd. [6]
Verdachte heeft bevestigd dat hij [aangever] die dag op haar werk heeft opgezocht. [7]
Incident bij het oude woonadres van [aangever]
Op Tweede Kerstdag 2022 werd [aangever] gebeld door de huidige bewoners van het adres waar zij voorheen woonde, [adres] . De huidige bewoner vertelde dat een man voor de deur had gestaan en dat hij vanwege het dreigende karakter van het bezoekje de politie had gebeld. De bezoeker was er namelijk van overtuigd geweest dat [aangever] daar nog steeds woonde en had daarom geprobeerd zich naar binnen te forceren. [8]
De huidige bewoner van het oude adres van [aangever] , getuige [getuige 2] , is gehoord door de politie. Hij verklaart dat op Eerste Kerstdag 2022 een man langs kwam die vroeg waar [aangever] was. [getuige 2] zei hem dat [aangever] daar niet woonde. Nadat verdachte vertrok heeft hij nog een uur op de parkeerplaats gestaan.
Op Tweede Kerstdag kwam dezelfde man weer langs. Hij vroeg nogmaals of [aangever] er was en [getuige 2] ontkende wederom. De man reageerde boos en zei dat hij daar helemaal niks van geloofde. [getuige 2] wilde de deur dicht doen maar dat lukte niet omdat de man de deur open wilde doen. De man deed zijn schouder tegen de deur aan en probeerde zijn voet ertussen te krijgen. Na een aantal keren proberen lukte het [getuige 2] uiteindelijk om zijn deur dicht te doen. De man trapte daarna nog een aantal keren tegen de deur aan. [getuige 2] heeft toen de politie gebeld. Het was voor hem duidelijk dat de man iemand wilde aanvallen in zijn huis en dat hij bereid was om fysiek te worden. [9] De vriendin van getuige gaf het kenteken van het voertuig van de man door aan de politie, welk voertuig vervolgens in de ANPR is gezet. Diezelfde dag omstreeks 22:41 uur werd dat voertuig met verdachte als bestuurder aangetroffen op de A50. De politie heeft hem geconfronteerd met het bezoek aan [adres] . Verdachte verklaarde toen: “Jullie komen er wel achter. Het is van negen jaar terug. Zij heeft valse aangifte gedaan. Het gaat nog veel erger worden.” [10]
De rechtbank overweegt dat uit voorgaande blijkt dat het verdachte is geweest die op Eerste en Tweede Kerstdag aanbelde bij [adres] en dat hij daar op zoek was naar [aangever] .
Digitale incidenten
[aangever] verklaart dat zij op ieder profiel dat zij online aanmaakt een vriendschapsverzoek van verdachte ontvangt. Zij heeft hierdoor de indruk dat verdachte haar achtervolgt bij iedere digitale stap die zij zet. Hierdoor is zij al jaren actief bezig met het afschermen van haar persoonsgegevens. [11]
Ze verklaart dat zij op 25 december 2022 een vriendschapsverzoek kreeg van verdachte op de app ‘Goodreads’. Hierna heeft ze hem direct geblokkeerd op die app. [12]
Naar aanleiding van de aangifte heeft de politie een stopgesprek gevoerd met verdachte op 5 januari 2023. [13] Hierna, op 3 februari 2023, is een aanvullend verhoor van [aangever] afgenomen. Hierin verklaart zij dat er ook na het stopgesprek nog contact is opgenomen door verdachte. Op 1 februari 2023 omstreeks 08:40 uur en 08:44 uur heeft [aangever] twee e-mails gekregen van het mailadres [e-mail address 1] . [14]
Bij het onderzoek naar de telefoon van verdachte, werden er in de data twee verzonden e-mails aangetroffen. Deze e-mails waren afkomstig van [e-mail address 1] en waren verzonden aan [e-mail address 2] . De eerste e-mail was verzonden op 1 februari 2023 om 08:40:09 uur en had als onderwerpregel “getuigenverklaring”. De inhoud van deze e-mail was als volgt:

Beste [aangever] ,
Zou je voor mij een getuigenverklaring willen maken, zoals we hadden afgesproken?
Daar moet minimaal in staan:
- dat je van me hield
- dat je valse meldingen hebt gedaan om te flirten
- dat je het bewijs compleet vervalst hebt, en dat de waarheid daardoor met 180 graden is verdraaid.
- dat je mijn aangifte hebt gelezen en dat je het daar mee eens bent.
Je kan deze verklaring naar mij sturen en dan kunnen we samen naar de notaris. Of je gaat zelf naar de notaris en stuurt het daarna naar mij.
Vertel dit in je eigen woorden en maak er een mooie, stoere, liefdevolle en geile verklaring van.
Met vriendelijke groet,
[verdachte] [15]
De tweede e-mail was diezelfde dag om 08:44:23 verzonden met als onderwerpregel ‘video’. [16] Hierin werden links gestuurd naar drie YouTube video’s met als bijschrift ‘Veel kijkplezier’. [17]
Uit het telefoononderzoek bleek ook dat verdachte via SMS een reeks berichten heeft verstuurd naar het telefoonnummer van [aangever] . [18] Deze berichten dateren van 29 november 2016 tot aan 12 februari 2023. [19] De inhoud van deze berichten betrof in de ten laste gelegde periode onder andere:
  • Op 13 november 2022 om 23:52 uur:
  • Op 2 december 2022 tussen 05:10 uur en 05:58 uur:
  • Tussen de data 15 december 2022 om 16:55 uur en 18 december 2022 om 00:18 uur:
  • Op 26 december 2022 tussen 22:50 uur en 23:03 uur:
  • Op 9 februari 2023 tussen 00:45 uur en 22:45 uur:
  • Op 12 februari 2023 om 13:13 uur:
Op 10 april 2023 berichtte [aangever] aan de politie dat verdachte die morgen opnieuw contact had proberen te leggen met haar. Zij stuurde ook twee screenshots mee. Daarop was te zien dat verdachte [aangever] heeft genoemd in een reactie op TikTok. [21]
Na het verhoor van 14 februari 2023 bij de politie verklaart verdachte dat hij [aangever] de afgelopen maanden een paar berichten gestuurd had. [22]
Conclusies van de rechtbank
De rechtbank stelt het volgende voorop. Bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.
Verdachte heeft [aangever] gedurende de ten laste gelegde periode meermaals online en fysiek opgezocht en haar SMS berichten gestuurd. Uit het procesdossier blijkt hoe hij op obsessieve wijze heeft geprobeerd met [aangever] in contact te komen.
Op 13 november 2022 stuurt hij haar dat zij nog die week voor hem zal getuigen. De dag daarna duikt hij plots op bij haar verloskundepraktijk. Die confrontatie wordt fysiek omdat verdachte [aangever] vastpakt en niet meer los laat. De politie maakt een einde aan de confrontatie en stuurt verdachte weg. Diezelfde avond verschijnt hij echter weer bij de praktijk.
Op 18 december SMS’t verdachte dat hij [aangever] weer zal komen opzoeken. Op Eerste en Tweede Kerstdag 2022 doet hij een nieuwe poging [aangever] te vinden door naar haar oude woonadres te gaan. Hij laat zich niet tegenhouden door de informatie van de huidige bewoners dat [aangever] daar niet meer woont en probeert tevergeefs de woning binnen te dringen. [aangever] wordt van de gebeurtenissen op de hoogte gesteld door de huidige bewoners van haar oude woning. Die avond uit verdachte zijn onvrede wederom via SMS en dreigt hij haar ouders erbij te betrekken.
Daarnaast zoekt verdachte [aangever] online op en stuurt hij haar SMS’jes, TikTok-berichtjes en e-mails.
[aangever] verklaart dat zij veel spanning en stress ervaart door het handelen van verdachte. Zij kan soms niet werken omdat ze zich ziek voelt na een incident.
Verdachte heeft met dit alles een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [aangever] . Duidelijk moet zijn geweest dat [aangever] absoluut geen contact meer met hem wilde, gelet op de eerdere veroordeling voor de belaging van [aangever] , het contactverbod dat daarbij is opgelegd (ook al was dit inmiddels geëindigd) en het stopgesprek dat opnieuw met verdachte is gevoerd. Dit maakt dat dit contact ook wederrechtelijk was. Weliswaar was de frequentie van de contactmomenten in absolute aantallen niet heel hoog, maar verdachtes manier van contact maken was wel indringend, dwingend en obsessief, gelet op onder meer zijn schreeuwende aanwezigheid, het vastpakken van [aangever] en de dwingende, en bij vlagen seksuele, toon van zijn berichten. Naar het oordeel van de rechtbank is de inbreuk op haar levenssfeer daardoor aan te merken als stelselmatig. Daarbij was het opzet van verdachte - zijn oogmerk - erop gericht dat [aangever] tegen haar zin contact met hem moest dulden en wilde hij afdwingen dat [aangever] een getuigenverklaring zou afleggen.
De rechtbank acht verdachte daarom schuldig aan belaging.
Parketnummer 05.162189.23 [23]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gewezen op het standpunt van verdachte, dat de brief een civielrechtelijke aangelegenheid was en dus nooit een strafbaar feit kan opleveren.
Beoordeling door de rechtbank
De officier van justitie van Oost-Nederland heeft op 14 februari 2023 een gedragsaanwijzing aan verdachte opgelegd. Die aanwijzing gold voor de duur van negentig dagen en hield in dat verdachte gedurende die tijd geen direct (zelf) of indirect (middels anderen) contact (ook niet via schriftelijke middelen) mocht opnemen met [aangever] . [24] Die gedragsaanwijzing is op diezelfde dag in persoon aan verdachte uitgereikt. [25]
Op 2 mei 2023 heeft de officier van justitie de gedragsaanwijzing verlengd, voor negentig dagen vanaf de oorspronkelijke afloopdatum van 14 mei 2023. [26] Ook deze verlenging is in persoon uitgereikt aan verdachte. [27]
Op 28 juni 2023 ontving de politie een melding van [aangever] . [aangever] stuurde een mail door naar de politie die zij ontvangen had van advocaat mr. J.J. Blaak-Looij. [28] Deze brief is onderdeel van het dossier. De dagtekening van de brief is 23 juni 2023. In de brief staat onder andere:
“Tot mij wendde zich de heer [verdachte] , u wel bekend. Hij vertelde mij dat u elkaar in november 2022 had gesproken en daarbij had afgesproken dat u een (nieuwe) verklaring zou opstellen over hetgeen in het verleden tussen u is voorgevallen. Helaas kwam u die afspraak niet na. Mijn cliënt heeft daarom u nog een mail gestuurd op 1 februari jl.. Ook daarop hebt u echter niet gereageerd. U bent de afspraak dus nog niet nagekomen, en daarom stel ik u op verzoek van cliënt bij dezen in gebreke.”
Daarna wordt in de brief aan [aangever] gevraagd om een notaris uit te kiezen om daar samen met verdachte de nieuwe verklaring te laten opstellen. Hiertoe zou [aangever] haar telefoonnummer en adres aan mr. Blaak-Looij moeten doorgeven, zodat verdachte een geschikt moment kan afstemmen en dat kan inplannen. [29]
Verdachte verklaart bij de politie dat hij op de hoogte is van de gedragsaanwijzing en de verlenging daarvan. Hij weet ook dat die aanwijzing inhoudt dat hij geen direct of indirect contact mag hebben met [aangever] . De politie vraagt hem of er op zijn verzoek een brief is gestuurd aan [aangever] . Verdachte bevestigt dat dit klopt: zijn advocaat heeft een brief verstuurd op zijn verzoek en . hij is bekend met de inhoud van de brief. [30]
De rechtbank overweegt dat verdachte via deze brief indirect, namelijk via zijn advocaat, contact heeft gezocht met [aangever] . Verdachte heeft daarmee zijn gedragsaanwijzing overtreden.
De stellingname van verdachte dat het om een civielrechtelijke kwestie gaat volgt de rechtbank niet. De gedragsaanwijzing laat geen ruimte voor uitzonderingen. Bovendien is er ook geen sprake van een civielrechtelijke kwestie omdat het onderwerp van de brief van de advocaat het hart raakt van de belaging, nu ook deze brief is gemotiveerd door verdachtes overtuiging dat hij in het verleden onterecht is veroordeeld door een valse verklaring van aangeefster. In de brief wordt verwezen naar de fysieke confrontatie op het werk van [aangever] op 14 november 2023, en de e-mail die hij haar stuurde op 1 februari 2023 (die verstuurd was na het stopgesprek). Daarmee is de brief in feite een continuatie van de belaging die onder parketnummer 05.044334.23 ten laste is gelegd, alleen dit keer via een advocaat.
Concluderend oordeelt de rechtbank dat bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk handelen in strijd met de gedragsaanwijzing.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05.044334.23
hij op een of meerdere tijdstippen in
of omstreeksde periode van 7 september 2022 tot en met 10 april 2023 te Arnhem en
/of[woonplaats], althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] ,
door:
- voornoemde [aangever] veelvuldig via SMS
en/of WhatsAppberichten te sturen en
/of
- voornoemde [aangever] via e-mail berichten te sturen waarin hij haar aanspoort om een ontlastende verklaring over hem af te leggen en
/ofhaar via e-mail een video te sturen en
/of
- voornoemde [aangever] meerdere malen
, althans eenmaalop te zoeken op haar werk en
/ofvoornoemde [aangever] op haar werk aan te spreken en
/ofvoornoemde [aangever] vast te pakken en
/ofeencollega’s van voornoemde [aangever] op dwingende/intimiderende toon te zeggen dat

hij voornoemde [aangever] moet spreken, althans dat hij op zoek is naar voornoemde [aangever] en/of

- voornoemde [aangever] via de applicatie "Goodreads" een vriendschapsverzoek te sturen en
/of
- meerdere malen
, althans eenmaallangs het voormalige woonadres van voornoemde [aangever] te gaan en
/ofaldaar de huidige bewoners aan te spreken en
/ofvoornoemde bewoners te vragen waar voornoemde [aangever] zich bevond
en/ofte trachten zich naar binnen te forceren en
/of
- voornoemde [aangever] te noemen in een reactie op Tiktok
met het oogmerk voornoemde [aangever] , te dwingen iets te doen
, niet te doen,en/ofte dulden
en/of vrees aan te jagen.
Parketnummer 05.162189.23
hij op
of omstreeks23 juni 2023 te Arnhem en/of Gorssel, althans in Nederland,
opzettelijk
heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 14 februari 2023 en verlengd op 2 mei 2023, gegeven door de officier van justitie te Oost-Nederland kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, zich
- niet mag ophouden binnen een straal van 500 meter rondom de woningen/panden gelegen op/aan de [adres] te [woonplaats] en [adres] en zich niet in voornoemde woningen te bevinden
En
- moet onthouden van direct en/of indirect contact met [aangever]
door: zijn, verdachtes, advocaat een brief naar voornoemde [aangever] te laten sturen waarin voornoemde [aangever] wordt aangemaand
, dan wel gesommeerdom een verklaring van bepaalde inhoud af te geven.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 05.044334.23:
Belaging
Parketnummer 05.162189.23
Opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hij onvoldoende informatie heeft om aan te nemen dat verdachte niet strafbaar is.
Het klopt dat verdachte recentelijk niet heeft willen meewerken aan psychologische onderzoeken of diagnostiek. Het dossier bevat wel het oude Pro Justitia rapport van 2014, dat is opgemaakt in het kader van de eerdere belagingszaak. In dit rapport wordt geconcludeerd dat verdachte leed aan een ziekelijke stoornis in de zin van een waanstoornis (mogelijk volgend uit een ontwikkelingsstoornis in het autistische spectrum) en een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een persoonlijkheidsstoornis met paranoïde, dwangmatige en antisociale kenmerken. Zijn gedrag werd gevoed door een oordeelsprobleem (onlogische gedachtekronkels). Er was sprake van een preoccupatie met één persoon (aangeefster) en er deden zich bij verdachte omtrent deze persoon irreële gedachten voor. De persoon in kwestie dichtte hij gevoelens toe die door haar zelf niet beschreven en zelfs duidelijk ontkend werden. Gelet op de ernst en de duur van de klachten kon van obsessief gedrag gesproken worden. Hij was niet van zijn overtuigingen af te brengen.
De psycholoog adviseerde destijds om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren voor de ten laste gelegde belaging.
De rechtbank is van oordeel dat dit rapport en de conclusies die daarin getrokken worden nu nog bruikbaar zijn omdat nog steeds gezien wordt dat verdachte – inmiddels al jaren – obsessief gefixeerd is op aangeefster en dat verdachte haar gedragingen interpreteert op een manier die in strijd is met uitlatingen van aangeefster zelf en hij ook niet van zijn overtuigingen ten aanzien van haar is af te brengen.
De rechtbank is zich ervan bewust dat verdachte zich niet kan vinden in dit rapport. Hij heeft bijvoorbeeld gewezen op het feit dat de betreffende psycholoog later – na een klacht van verdachte – tijdelijk geschorst is door de tuchtrechter. Reden voor de schorsing was dat het tuchtcollege had geoordeeld dat de psycholoog de voorschriften ten aanzien van het inzage- en correctierecht had geschonden. Dat wil dus niet zeggen dat met de schorsing ook de inhoud van het rapport is aangetast. Sterker nog, het tuchtcollege merkt op dat de psycholoog het onderzoek vakkundig en zorgvuldig heeft verricht en dat hij op grond van dat onderzoek in redelijkheid tot zijn conclusies heeft kunnen komen.
De rechtbank zal daarom de conclusie van de psycholoog doortrekken naar onderhavige zaak en vaststellen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Daar zal bij de strafoplegging rekening mee worden gehouden.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met aftrek, met een proeftijd van tien jaar en bijzondere voorwaarden. Die bijzondere voorwaarden moeten inhouden een contactverbod met aangeefster [aangever] en een verbod tot het plaatsen, direct en indirect, van berichten op internet waaronder social media maar ook alle overige platformen, waarin aangeefster [aangever] wordt genoemd, getagd of aan haar wordt gerefereerd.
De officier van justitie vraagt om de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden.
Daarnaast vraag de officier van justitie om oplegging van een maatregel ex. artikel 38v Wetboek van Strafrecht, inhoudende een contactverbod met aangeefster [aangever] , op straffe van twee weken hechtenis per overtreding tot een maximum van een half jaar, voor de duur van vijf jaar.
De officier van justitie vraagt om de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de feiten nu te gering zijn om TBS te eisen. Mocht er een volgend incident plaatsvinden, dan zal de officier van justitie alsnog een TBS-maatregel eisen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft opgemerkt dat het feit belaging een strafmaximum kent van drie jaar. Voor een TBS-maatregel geldt een vierjaarsgrens. De raadsvrouw heeft zich verder niet op enig standpunt gesteld.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de belaging van aangeefster [aangever] en overtreding van het contactverbod. Dit is geen losstaand incident geweest, ziet de rechtbank. Verdachte is eerder, in 2018, al door het Hof veroordeeld voor belaging van hetzelfde slachtoffer, gepleegd tussen 2012 en 2014. Dat toont aan dat deze belaging al een voorgeschiedenis van 14 jaar heeft en dat verdachte blijkbaar niet geleerd heeft van zijn eerdere veroordeling. De belaging van nu hangt bovendien in zeer sterke mate samen met de belaging van toen. Verdachte is onder andere van mening dat aangeefster toentertijd een valse verklaring heeft afgelegd, op basis waarvan hij is veroordeeld. De onderhavige belaging komt voor een groot deel voort uit de overtuiging van verdachte dat zijn vorige veroordeling onterecht is, waardoor hij vindt dat zij haar verklaring moet ‘rechtzetten’.
Dit vindt de rechtbank zeer zorgelijk, zeker ook in combinatie met de houding van verdachte. Hij heeft weinig zelfinzicht, weigert het foute van zijn eigen handelen in te zien en wijst alleen maar naar anderen, waaronder met name naar aangeefster [aangever] zelf. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het recidiverisico groot is. Ook de reclassering schat het risico op herhaling in als hoog, in het rapport van 28 april 2025. Verdachte zal niet stoppen met het belagen van aangeefster door dit vonnis. Integendeel, nu de rechtbank verdachte opnieuw zal veroordelen voor belaging - in de ogen van verdachte ongetwijfeld wederom onterecht - is de kans groot dat de belaging weer zal oplaaien.
Aangeefster [aangever] leeft al jaren in angst voor verdachte, en heeft last van spanning en stress. Haar advocaat heeft ter terechtzitting toegelicht dat zij geen vordering tot schadevergoeding durft in te dienen omdat zij bang is dat verdachte dan achter haar nieuwe adres kan komen. Bovendien is zij gestopt met haar beroep als verloskundige, omdat zij daarmee online te vinden was.
De rechtbank is van mening dat [aangever] de hoogst mogelijke bescherming verdient. Haar beschermen is belangrijker dan het afstraffen van verdachte. Gelet daarop, en op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, zal de rechtbank tot een andere straf komen dan de officier van justitie heeft geëist. De rechtbank zal de acht maanden gevangenisstraf die door de officier van justitie zijn geëist geheel voorwaardelijk opleggen, met uitzondering van de drie dagen die verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten. Dat komt dus uit op een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 237 dagen voorwaardelijk. Op die manier is er een grote ‘stok achter de deur’ en hangt er dus een grotere gevangenisstraf boven het hoofd van verdachte als hij de op te leggen bijzondere voorwaarden overtreedt.
De op te leggen bijzondere voorwaarden zullen gelijk zijn aan die in de eis van de officier van justitie. Dat zijn dus een contactverbod (direct en indirect) met aangeefster [aangever] en een verbod tot het plaatsen (direct en indirect) van berichten op internet waaronder social media maar ook alle overige platformen, waarin aangeefster [aangever] wordt genoemd, getagd of aan haar wordt gerefereerd.
De reclassering adviseert ook nog tot oplegging van een locatieverbod voor het werkadres van aangeefster. Nu de rechtbank begrijpt dat aangeefster daar niet langer werkt zal de rechtbank deze bijzondere voorwaarde niet opleggen. Ook een locatieverbod voor de woning van aangeefster is niet mogelijk omdat de rechtbank niet op de hoogte is van dat adres en het daarenboven zeker niet de bedoeling is dat verdachte via zo’n verbod op de hoogte komt van haar adres.
De rechtbank zal aan deze bijzondere voorwaarden de langst mogelijke proeftijd van tien jaar verbinden. Een proeftijd van tien jaar kan worden opgelegd indien er vrees is voor misdrijven die zijn gericht tegen, of gevaar veroorzaken voor, de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meerdere personen. Het wetsartikel van belaging is geplaatst in de titel ‘Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid”, waarbij het te beschermen belang onder meer is gelegen in de privacy van personen. Belaging wordt dus niet zonder meer gekarakteriseerd als geweldsmisdrijf. Toch kan er in deze zaak wel worden gesproken van vrees voor misdrijven gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam. De belaging door verdachte was namelijk niet ‘hands off’ maar ‘hands on’. Het is anders gezegd niet gebleven bij berichten, brieven of digitale belaging, maar verdachte is ook daadwerkelijk bij aangeefster op haar werk langs geweest en heeft haar vast gegrepen. Ook is hij langs geweest bij haar oude adres en probeerde hij daar tegen de wil van de huidige bewoners binnen te dringen door zijn voet tussen de deur te zetten. Verdachte houdt geen (fysieke) afstand, maar zoekt de confrontatie op. Het is maar de vraag hoe ver verdachte daarin wil gaan.
De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat een proeftijd van tien jaar hier mogelijk, noodzakelijk en gerechtvaardigd is.
Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank ook een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte gedurende vijf jaren geen contact (direct of indirect) mag opnemen met aangeefster. De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis bedraagt maximaal twee weken per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte weer een dergelijk misdrijf zal begaan en dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een aangeefster of anderen. De rechtbank heeft hiervoor al gemotiveerd waarom de rechtbank dat risico zo hoog inschat.
Daarom zal de rechtbank bevelen dat zowel de te stellen voorwaarden als de maatregel dadelijk uitvoerbaar zijn.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w, 57, 184a en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 237 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van tien jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
 verdachte zich gedurende de proeftijd zal onthouden van contact met: [aangever] , geboren op [geboortedag] 1996. Dat brengt met zich mee dat verdachte noch direct (zelf), noch indirect (middels anderen) op enigerlei wijze contact (niet middels telefoon, niet middels internet, niet via enig ander communicatiemiddel, noch middels direct persoonlijk contact, noch middels schriftelijke middelen) zal hebben met de genoemde persoon;
 verdachte zich gedurende proeftijd zal onthouden van het plaatsen (direct of indirect) van berichten op internet, waaronder social media maar ook alle overige platformen, waarin aangeefster wordt genoemd, getagd of aan haar wordt gerefereerd.
 beveelt dat de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende:
Een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende vijf jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met:
[aangever] , geboren op [geboortedag] 1996.
 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.
 beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.H.S. Duinkerke (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort - de Bruin en mr. J.S.W. Lucassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 april 2026.
Mr. W.H.S. Duinkerke is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022600608, gesloten op 26 februari 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Aangifte, p. 11.
3.Aangifte, p. 11-12.
4.Getuigeverhoor, p. 29-30.
5.Proces-verbaal van bevindingen nummer 38, aanvullend proces verbaal.
6.Aangifte, p. 12.
7.Verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting van 3 november 2023.
8.Aangifte, p. 13.
9.Verhoor getuige, p. 32-33.
10.Proces-verbaal van bevindingen, aanvullend proces-verbaal.
11.Aangifte, p. 13.
12.Aangifte, p. 13.
13.Proces-verbaal van bevindingen, p. 41; Proces-verbaal van bevindingen, p. 53.
14.Aanvullend verhoor, p. 21
15.Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen, p. 67.
16.Proces-verbaal van bevindingen, p. 60.
17.Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen, p. 67.
18.Proces-verbaal van bevindingen, p. 62; Proces-verbaal ontvangst klacht, p. 19.
19.Proces-verbaal van bevindingen, p. 62.
20.Proces-verbaal van bevindingen, p. 63.
21.Proces-verbaal van bevindingen nummer 2, aanvullend proces-verbaal.
22.Proces-verbaal van bevindingen, p. 55.
23.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023292625, gesloten op 4 juli 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
24.Gedragsaanwijzing, p. 3-4.
25.Akte van uitreiking, p. 2.
26.Verlenging gedragsaanwijzing, p. 6-7.
27.Akte van uitreiking, p. 5.
28.Proces-verbaal van bevindingen, p. 25.
29.Brief: nakomen afspraken – ingebrekestelling, p. 27.
30.Verhoor verdachte, p. 31-32.