ECLI:NL:RBGEL:2026:312

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
05-335006-22 vs
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor brandstichting en poging tot brandstichting met explosieven

Op 13 januari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen twee mannen, een 38-jarige en een 35-jarige, die zijn veroordeeld voor brandstichting en poging tot brandstichting. De mannen, neven van elkaar, hebben op 4 december 2022 herhaaldelijk explosieven, waaronder een Cobra 8, naar de woning van het slachtoffer gegooid. Dit leidde tot een explosie die aanzienlijke schade aan de woning en goederen veroorzaakte. Het slachtoffer was op het moment van de explosie niet thuis, maar de rechtbank oordeelde dat er levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel was te duchten. De rechtbank legde beide mannen een gevangenisstraf van 28 maanden op, rekening houdend met de ernst van de feiten en de schade die is veroorzaakt. Daarnaast moeten zij het slachtoffer een schadevergoeding van bijna 8300 euro betalen. Een derde man, een 47-jarige, werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs van betrokkenheid. De rechtbank overwoog ook de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en de bewijsvoering, maar concludeerde dat er geen sprake was van onherstelbare vormverzuimen die de zaak zouden kunnen ondermijnen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.335006.22
Datum uitspraak : 13 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag 1] 1990 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. S. Schuurman, advocaat in Breukelen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 4 december 2022 (omstreeks 02:30 uur) te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door:
- een (Super) Cobra (8, zijnde een massaexplosief, voorzien van een 1.1 G Gevarenklasse aanduiding), in elk geval enig vuurwerk,
- in aanraking te brengen met vuur en/of aan te steken en/of
- die/dat aangestoken Cobra/vuurwerk door de - eerder die nacht met een of meer stenen kapot gegooide - ruit van een woning/woonwagen (gelegen aan de [adres 2] ) naar binnen te gooien, alwaar dat vuurwerk tot ontploffing is gekomen/gebracht,
- terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning/woonwagen en/of de zich in die woning/woonwagen bevindende inboedel/inventaris en/of zich rondom die woning/woonwagen bevindende goederen, te weten een of meer (onderdelen van) kermisattracties en/of een schutting en/of een of meer geparkeerde voertuigen en/of een airco en/of voor een of meer aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was en/of
- terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke zich in de onmiddellijke nabijheid van die woning/woonwagen bevond(en) en/of voor de bewoners en/of aanwezigen van/bij de aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, te duchten was, althans levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;
2.
hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 4 december 2022 (omstreeks 01:11 uur en/of 01:43 uur) te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen in een woning/woonwagen (gelegen aan de [adres 2] ),
terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning/woonwagen en/of de zich in die woning/woonwagen bevindende inboedel/inventaris en/of zich rondom die woning/woonwagen
bevindende goederen, te weten een of meer (onderdelen van) kermisattracties en/of een schutting en/of een of meer geparkeerde voertuigen en/of een airco en/of voor een of meer aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of andere bewoners en/of aanwezigen van/bij de aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, althans voor een ander te duchten was, (telkens) met dat opzet:
- met een of meer (Super) Cobra’s 6 en/of 8 (zijnde een massaexplosief, voorzien van een 1.1 G Gevarenklasse aanduiding), in elk geval enig vuurwerk, naar die woning/woonwagen is/zijn gereden en/of
- aldaar een of meer stenen in de richting van/naar/door de ruit van de genoemde woning/woonwagen heeft/hebben gegooid – waarna/waardoor die ruit kapot is gegaan -
en/of
- ( vervolgens) een of meer (Super) Cobra’s 6 en/of 8, in aanraking heeft/hebben gebracht met vuur en/of heeft/hebben aangestoken en/of
- ( vervolgens) die Cobra’s/ dat aangestoken vuurwerk naar/in de richting van de genoemde woning/woonwagen heeft/hebben gegooid,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid.

2.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard en subsidiair dat bepaalde processen-verbaal en verklaringen moeten worden uitgesloten van het bewijs.
De raadsman heeft hiertoe betoogd dat sprake is van meerdere vormverzuimen. Deze zien op:
  • het geven van onjuiste informatie over het aantreffen van DNA van verdachte;
  • het gehele relaas behorende bij het einddossier dat volgens de raadsman verouderde, onjuiste en misleidende informatie bevat, waarbij de raadsman met name wijst op de processen-verbaal betreffende de bodycambeelden;
  • het ontbreken van de beelden van de vierde camera van [slachtoffer 1] , waarbij het onderzoeksteam heeft verzuimd om een controle te laten plaatsvinden op de volledigheid van de beelden.
De raadsman concludeert dat de rechtbank stelselmatig onjuist is geïnformeerd door het onderzoeksteam, dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het strafrechtelijk vooronderzoek en dat het recht op een eerlijk proces is geschonden. Dit moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dan wel uitsluiting van het bewijs van bepaalde documenten.
De officier van justitie heeft erkend dat in het vooronderzoek niet alles goed is gegaan. De onvolkomenheden zijn echter door nader onderzoek alsnog recht gezet. Alleen de camerabeelden van de vierde camera waren niet meer beschikbaar. Dat verkeerde informatie over het aantreffen van DNA is gegeven, had niet mogen gebeuren, maar is niet in het nadeel van verdachte geweest. Voor het uitluisteren van de bodycambeelden heeft de officier van justitie uiteindelijk opdracht gegeven aan een onafhankelijke deskundige. De officier van justitie weet niet precies wat er is gebeurd rondom de MMA-melding nu dergelijke meldingen buiten de politie om gaan. De officier van justitie meent dat er geen sprake is van het ‘erin luizen’ van verdachte door het onderzoeksteam. De wijze waarop het vooronderzoek heeft plaatsgevonden dient dan ook niet te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en evenmin tot bewijsuitsluiting.
De rechtbank overweegt dat kan worden vastgesteld dat het vooronderzoek niet vlekkeloos is verlopen. Uit het dossier komt naar voren dat aan verdachte is gezegd dat zijn DNA was aangetroffen op een Cobra 6. Een dag later is verdachte ervan in kennis gesteld dat dit onjuist was. De rechtbank acht het aannemelijk dat niet goed genoeg is gekeken ten aanzien van welke verdachte sprake was van een DNA-match. Daarbij kan een rol hebben gespeeld dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] dezelfde achternaam dragen. De rechtbank vindt het verstrekken van deze onjuiste informatie slordig, maar er is geen enkele aanleiding te veronderstellen dat dit met opzet is gebeurd en dat sprake was van misleiding. Ook is niet gebleken dat verdachte ten gevolge van het verstrekken van de onjuiste informatie in zijn verdediging is benadeeld.
De rechtbank overweegt verder dat het uitluisteren van de bodycambeelden in het vooronderzoek veelvuldig onderwerp van gesprek is geweest, wat er uiteindelijk toe heeft geleid dat de audiobestanden zijn uitgeluisterd door een onafhankelijke deskundige. Gelet op de door de deskundige gemaakte woordelijke uitwerking van de audiobestanden behorende bij de beelden, stelt de rechtbank vast dat er wel een aantal verschillen is met de eerdere uitwerking door de verbalisanten, maar dat dit niet van dien aard is dat daaruit zou blijken van enige vorm van misleiding. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat het niet eenvoudig is audiobestanden uit te luisteren waarop meerdere mensen door elkaar praten.
Verder hebben de verbalisanten de beelden van de camera’s van [slachtoffer 1] met aangever [slachtoffer 2] besproken, wat op zich niet bevreemdend is. Dat de verklaring van [slachtoffer 2] op een aantal punten niet strookt met zijn eerdere verklaringen, kan de verbalisanten niet worden tegengeworpen. Zij noteren immers alleen maar de verklaring van [slachtoffer 2] .
Dat de beelden van de vierde camera van [slachtoffer 1] niet voorhanden zijn, is juist. De rechtbank leidt uit de stukken af dat de vierde camera zicht had op het eigen terrein van [slachtoffer 1] , met name op de trampoline, en dat verbalisant [verbalisant 1] niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de vierde camera. De rechtbank ziet in het dossier geen aanwijzingen dat aan het niet noemen van de vierde camera in de tweede aanvraag om verstrekking van beelden een opzet tot misleiding ten grondslag lag.
De rechtbank is, het voorgaande overziend, van oordeel dat er geen rechtsregel is geschonden en dat geen sprake is van een of meer vormverzuimen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren en evenmin om bepaalde processen-verbaal dan wel verklaringen van het bewijs uit te sluiten.
De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.
3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 4 december 2022 omstreeks 02.40 uur kreeg de politie de melding dat er op de [adres 2] in [plaats] veel lawaai was, dat de ramen eruit waren geklapt en dat het leek of er zwaar vuurwerk naar binnen was gegooid. De meldster had iemand over het bruggetje zien wegrennen. Deze persoon was in een donkere station auto gestapt. Ter plaatse zagen verbalisanten dat de weg voor de woning op de [adres 2] volledig bezaaid was met glasscherven, dat het raam aan de rechtervoorkant van de woning kapot was en dat het gordijn dat voor het raam hing gedeeltelijk verbrand was. In de woning hing rook en roken ze een zwavelachtige geur. [2]
Van de rechterruit in de linker zijgevel was de thermopane ruit kapot en grotendeels verdwenen. De metalen omlijsting van de thermopane ruit en de gevelbeplating rondom het onderste deel van dit raam waren naar buiten verbogen en/of gedrukt. Verder was het onderste deel van het kunststof kozijn van het raam verdwenen en waren stukken van het kunststof kozijn weggebroken. Op straat, in de grasstrook en op het fietspad lagen diverse materialen (glas/kunststof/hout) in een soort trechtervorm, waarbij de punt van de trechter zich ter hoogte van de kapotte ruit in de linker zijwand van de woonwagen bevond, ook wel de blastzone genoemd. Het verst weg liggend stuk kunststof lag op 15,80 meter afstand van de linkerwand van de woonwagen. In de blastzone lagen ook stukjes papier/karton en een blauwe wegwerp aansteker, waarvan de “windkraag” en het “vuursteenwiel” ontbraken. Tussen de houten schutting en de linkervoorkant van de woonwagen (voorkant erf) lag een niet ontploft stuk vuurwerk dat verbalisant ambtshalve herkende als een Super Cobra 6. Deze Super Cobra 6 zag er droog en schoon uit. Het uiterste puntje van de lont was zeer licht aangebrand/verschroeid.
In de vitrages en gordijnen die in de woning hingen, zaten scheuren en/of gaten en in de muren in de linker zijgevel zaten barsten. Delen van de muren waren naar binnen gedrukt. Verder waren goederen in de woonkamer kapot, was het binnenste glas van een raam kapot en een stukje vloerbedekking van 8x8 cm volledig verdwenen op de plaats waar het explosief was afgegaan. De vloerbedekking direct daaromheen was enigszins verbrand en beroet/zwart geblakerd. Het onderste deel van het raamkozijn was zwaar beschadigd. Hele stukken hout en kunststof waren weggeslagen. Er lagen diverse stukjes papier/karton. Het keukenblok, 6,5 meter verwijderd van de plaats van de explosie, vertoonde diverse beschadigingen en verstoringen. De onderste la was volledig losgekomen en lag deels op de grond. Andere lades en kastdeurtjes stonden open en/of hingen scheef in de scharnieren. De magnetron stond uit de omlijsting naar voren en de glazen ruit was kapot. Op de relaxstoel in de woonkamer lag een halve straatklinker. [3]
De stukjes karton in de woonwagen zijn herkend als resten van een Cobra 8. De netto explosieve massa (NEM) van één exemplaar ‘COBRA 8’ varieert tussen de circa 76 tot 112 gram aan flitspoeder. Dergelijke vuurwerkartikelen hebben de eigenschappen om als 1.1G geclassificeerd te worden volgens de Defaulttabel. Daarbij is opgemerkt dat een 1.1G classificatie inhoudt dat het artikel zich massa-explosief kan gedragen.
De niet afgegane Cobra betrof een Cobra 6. De NEM van de Cobra 6 betrof circa 32,5 gram. Dergelijke vuurwerkartikelen hebben de eigenschappen om als 1.1G geclassificeerd te worden volgens de Defaulttabel. [4]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat verdachte een sluitend alibi heeft en dat er verder geen objectief bewijs is dat wijst op de betrokkenheid van verdachte. Zo heeft [slachtoffer 1] niet benoemd of verklaard dat hij verdachte heeft gezien en heeft hij hem niet aangewezen als dader van het gooien van het vuurwerk dan wel het tot stand brengen van de ontploffing in de woning van [slachtoffer 2] . De camerabeelden geven geen uitsluitsel wie de daders zijn geweest nu op de beelden niemand is te herkennen. De kleding van de dader komt ook niet overeen met de kleding die verdachte die avond droeg. Volgens de raadsman staat de herkenning van verdachte door [slachtoffer 2] op zichzelf en wordt deze niet ondersteund door de beelden.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal de feiten 1 en 2 tegelijk beoordelen gelet op hun onderlinge samenhang. Daarbij wordt ieder bewijsmiddel gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud ziet.
Op camerabeelden van [slachtoffer 1] vanaf het adres [adres 3] in [plaats] is het volgende te zien.
01.10.20 uur: Bij de brug aan de overzijde van het water zijn twee koplampen van een personenauto zichtbaar. De auto draait en komt achteruitrijdend aan het einde van de brug staan.
01.11.06 uur: Er komen twee personen vanaf links boven uit de richting van de brug gelopen. Zij lopen via het fietspad en de groenstrook richting pand [adres 2] . Verbalisanten noemen de twee personen daarna NN1 en NN2. NN1 is geheel in het donker gekleed met een capuchon en draagt onder zijn jas een shirt met in ieder geval een lichtkleurige onderzijde. Dit is te zien tijdens het gooien van voorwerpen. NN1 draagt donkere schoenen met lichtkleurige zolen en heeft een normaal postuur. NN2 draagt een donkere broek en zijn schoenen met witte schoenzolen zijn lichter van kleur zijn dan zijn broek. Er lijkt ook een lichte rand aan de onderzijde van de jas te zitten of een shirt dat onder de jas uit komt. NN2 heeft een smal postuur en is zichtbaar kleiner dan NN1.
01.11.13 uur: NN1 gooit drie keer een voorwerp in de richting van de woning van aangever [slachtoffer 2] . Te zien is dat hij hierbij zijn gehele bovenlichaam naar achteren beweegt en met zijn rechterarm een grote en krachtige beweging maakt van achteren naar voren. Bij de derde keer gooien is te zien dat er een voorwerp vanaf de woning terugvalt op straat. Na de derde keer gooien rent NN1 met grote passen terug naar de groenstrook en het fietspad en verdwijnt hij uit beeld.
01.11.21 uur: NN2 steekt met een gloeiend voorwerp een ander voorwerp aan. Van dit voorwerp komen vervolgens veel vonken af. NN2 beweegt zijn rechterarm naar achteren en vervolgens naar voren. Hierbij is te zien dat er tijdens het gooien veel vonken van het voorwerp afkomen. Nadat NN2 het voorwerp richting de woning heeft gegooid rent hij weg in de richting van de brug. Hierbij heeft hij in zijn linkerhand iets gloeiends dat licht afgeeft. [5]
01.41.47 uur: Twee koplampen zijn zichtbaar aan de overzijde van de brug. De auto draait en komt achteruitrijdend aan het einde van de brug staan. Het betreft een model stationwagen.
01.42.36 uur: Er komt een persoon met hetzelfde signalement als NN1 in beeld. NN1 komt vanuit de richting van de brug gelopen en heeft een lichtgevend voorwerp in zijn hand. Hij staat enige tijd op straat met dit lichtgevende voorwerp in zijn hand en bukt wat voorover. Om 01:43:02 uur is te zien dat het licht feller wordt en dat NN1 een voorwerp in zijn hand heeft waar veel vonken vanaf komen. Vervolgens is te zien dat hij met zijn gehele bovenlichaam van achteren naar voren beweegt en met zijn benen een grote stap maakt. Met zijn rechterarm maakt hij een grote beweging van achteren naar voren. Hij gooit het vonkende voorwerp richting pand [adres 2] en rent daarna weg in de richting de brug.
01.46.08 uur: Een donkerkleurige Audi stationwagen rijdt voor het pand langs in de richting van het doodlopende eind van de straat.
01.46.18 uur: Een Audi voorzien van kenteken: [kenteken 1] stopt. De bijrijder stapt uit en stapt over het tuinhekje bij woonwagen [adres 2] . Zijn signalement komt overeen met NN1. Nadat NN1 over het hekje is gestapt, rijdt de auto door in de richting van het doodlopende eind van de straat.
01.47.25 uur: Dezelfde Audi komt uit de richting van het doodlopende eind van de straat rijden en stopt voor woonwagen [adres 2] . Terwijl de Audi nog rolt, opent de bijrijder het portier en stapt uit. Deze persoon heeft hetzelfde signalement als NN1. NN1 stapt over het tuinhekje en bukt vlak achter het hek. Vervolgens stapt hij weer over het hek terug naar de openbare weg. Hierbij is te zien dat hij witte schoenzolen heeft. [6]
02.33.26 uur: Twee koplampen zijn zichtbaar aan het uiteinde van de brug. Het betreft een stationwagen model. Deze stopt bij de brug en het bijrijdersportier wordt geopend. Er stapt een persoon uit, deze persoon loopt met versnelde pas de brug over in de richting van de woonwagens. Hij loopt uit beeld van de camera in de richting van woonwagen [adres 2] .
02.33.50 uur: Een persoon met hetzelfde signalement als NN1 komt uit de richting van de brug aangelopen. NN1 loopt via de groenstrook de weg op en gaat voor woonwagen [adres 2] staan. Te zien is dat er meerdere keren iets oplicht, gelijkend op de vonken dan wel het vuur van een aansteker. Na korte tijd zijn er veel vonken te zien en loopt NN1 in de richting van het tuinhek bij woonwagen [adres 2] . Hij maakt met zijn rechterarm een onderhandse slinger en gooit het voorwerp waar de vonken vanaf komen in de richting van woonwagen [adres 2] . Direct daarop rent hij weg in de richting van de brug.
02.34.00 uur: [slachtoffer 1] staat aan de wegzijde van zijn woonwagen en wijst in de richting van de auto aan de overzijde van de brug. [slachtoffer 1] van pand [adres 3] opent zijn poort en op dat zelfde moment loopt NN1 al rennend de brug over in de richting van de auto, model stationwagen. Te zien is dat de zolen van zijn schoen licht van kleur zijn.
02.34.09 uur: Het tuinhek licht op en er lijkt net buiten het beeld van de camera iets te branden.
02.34.12 uur: Er is een lichtflits te zien in de woonwagen en de deur slaat open. [slachtoffer 1] kijkt in de richting van woonwagen [adres 2] . Er is een explosie zichtbaar komende vanaf woonwagen [adres 2] . Er is veel rook en vonken worden in de richting van de straat geblazen. Op straat komen meerdere gloeiende voorwerpen en vonken terecht. [7]
Uit het dossier blijkt dat de verbalisanten die naar aanleiding van de melding van [naam 1] ter plaatse kwamen bodycams droegen. Deze bestanden zijn woordelijk uitgewerkt.
Op audiobestand 20221204_024827.mp4 is onder meer het volgende te horen:
2:48:56: [slachtoffer 2] : Als er een naam … hee het zijn de familie [verdachte]
(…)
2:57:37 uur: [slachtoffer 1] : ’T is heel simpel, die van [verdachte] .
(…)
2:57:39 uur: [slachtoffer 1] : Maar het maakt niks uit wie ’t is.
2:57:39 uur: mw. [slachtoffer 1] : Ja, hij heb ze herkend hoor, maar ikke niet.
2:57:41 uur: verb. [verbalisant 2] : Maar is daar, is daar een conflict mee dan of zo? Of
(…)
2:57:43 uur: [slachtoffer 2] : Is niks mevrouw, d’r is geen conflict mee met die mensen
2:57:45 uur: [slachtoffer 1] : Maakt niks uit, ik heb ze gezien, maar het maakt niks uit
(…)
2:57:51 uur: [slachtoffer 1] : Ik heb ze gezien, ik heb gezien wat ze hebben gedaan
(…)
2:58:28 uur: [slachtoffer 2] : Maar ze waren het alletwee [medeverdachte 1] , [medeverdachte 1] en [verdachte]
2:58:31 uur: mw. [slachtoffer 1] : Hun hebben ze gezien, ik zag wel iemand wegrennen, maar ik herkende niemand
2:58:35 uur: mw. [slachtoffer 1] : Hij was wel aan het roepen, hij noemde ook wel namen
(…)
2:58:56 uur: [slachtoffer 2] : En toen was die klap (a)n één keer
2:58:57 uur: [slachtoffer 1] : En in één keer, bam
2:58:59 uur: [slachtoffer 1] : Hij zegt weg, nu weg, nu weg
(…)
2:59:09: uur: mw. [slachtoffer 1] : Hier hebt je dat bruggetje
(…)
2:59:11 uur: [slachtoffer 1] : Alles gaat de lucht in
2:59:11 uur: mw. [slachtoffer 1] : Daar is ie naar toe ge, gerend, gelijk weer en daar stond nog een auto te wachten, daar is tie in de auto gegaan, toen zijn ze weggereden
(…)
2:59:18 uur: [slachtoffer 2] : Gaat om … zwarte Audi
(…)
2:59:20 uur: [slachtoffer 2] : Een zwarte Audi, station car
2:59:22 uur: [slachtoffer 2] : En daar rijdt [medeverdachte 1] in
(…)
2:59:24 uur: mw. [slachtoffer 1] : En hun hebben ze herkend dat heb ik dan niet, daar was ik te langzaam voor dan
(…)
3:00:35 uur: [slachtoffer 1] : Hij gooide een ehh hoe z(…)
(…)
3:00:38 uur: [slachtoffer 1] : Een, hoe noem je zo’n apparaat. Hij gooit een ehh, hoe noem je zo’n ding
3:00:44 uur: [slachtoffer 2] : Een explosief of (…)
3:00:45 uur: [slachtoffer 1] : Hij gooit een explosief gooit ie, en dan zegt ie tegen mijn, hij zegt pik jongen, hij zegt weg
3:00:50 uur: [slachtoffer 1] : [naam 2] , ik ken je, hij zegt nu weg
(…)
3:02:24 uur: [slachtoffer 1] : Hij waarschuwt me nog, hij zegt ga daar ehhh pwah pwah daar lopen, ik zeg, wat doe je
(…)
3:03:19 uur: [slachtoffer 1] : Hij noemt mij bij mijn naam, achternaam, hij zegt nu weglopen zei die
(…)
3:03:27 uur: verb. [verbalisant 2] : Maar wie is die hij dan?
3:03:29 uur: [slachtoffer 1] : Dat maakt niks uit
(…)
3:03:30 uur: mw. [slachtoffer 1] : Ja dat weet ik wel, hij zei [verdachte]
(…)
3:03:33 uur: [slachtoffer 2] : [verdachte] en [medeverdachte 1]
(…)
3:04:29 uur: [slachtoffer 1] : Maar [medeverdachte 1] , gaat ook niet over (…) en dan kommen ze vandaar net anlopen
(…)
3:05:50 uur: [slachtoffer 1] : Ik weet wie dat gedaan, maar ik wil d’r niks over vert... ehhh verklaren. [8]
In audiobestand recording(1).mp4 is daarnaast ook het volgende te horen:
3:12:00 uur: [slachtoffer 1] : Hij waarschuwde me nog
3:12:02 uur: [slachtoffer 2] : … de twee, [medeverdachte 1] en [verdachte]
3:12:04 uur: [slachtoffer 1] : [verdachte] waarschuwt me nog
3:12:08 uur: [slachtoffer 1] : En in één keer bam
3:12:11 uur: [slachtoffer 1] : K zeg wat doe je. Ik zeg wat ben je aan het doen
3:12:16 uur: [slachtoffer 1] : Hij zegt ’t gaat niet om jou. Bam en bam
(…)
3:13:37 uur: [slachtoffer 1] : Ik heb ze nog recht in de ogen aangekeken. [9]
In audiobestand recording(1).mp4, de rechtbank begrijpt recording(2).mp4, is het volgende te horen:
3:25:13 uur: Buurman1: Heb je een idee wie ’t was?
3:25:15 uur: [slachtoffer 2] : Ja, ja, [medeverdachte 1] en ehh [verdachte] . Van [verdachte] . Ja
3:25:21: [slachtoffer 1] : Ja precies
(…)
3:27:07 uur: [slachtoffer 1] : Maar, kijk, die jongens weten wie ik ben
(…)
3:27:12: [slachtoffer 1] : Ik weet wie hun zijn. [10]
In audiobestanden recording(3).mp4 is verder nog te horen:
3:52:20 uur: [slachtoffer 1] : Maar dat het een gerichte aanslag is, is duidelijk
3:53:27: [slachtoffer 1] : Ik heb die mensen recht in de ogen gekeken. [11]
Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op het moment van de explosie bij [slachtoffer 1] achter het hek stond. [12]
De rechtbank overweegt dat op de camerabeelden van [slachtoffer 1] drie incidenten zijn te onderscheiden. Het eerste incident, omstreeks 01.10 uur, betreft het drie keer met kracht gooien van een voorwerp in de richting van de woning van [slachtoffer 2] door NN1 en het aansteken en gooien van een voorwerp waar vonken vanaf komen in de richting van de woning door NN2. Het tweede incident, omstreeks 01.41 uur, betreft het door NN1 aansteken en het met kracht gooien van een voorwerp waar vonken vanaf komen in de richting van de woning van [slachtoffer 2] . Het derde incident, omstreeks 2.33 uur, betreft het door NN1 aansteken en gooien van een voorwerp waar vonken vanaf komen in de richting van de woning van [slachtoffer 2] . Kort daarna volgt een lichtflits en een explosie.
[naam 1] heeft verklaard dat rond 01.00 uur een raam van de woning van [slachtoffer 2] was ingegooid. [13] De rechtbank leidt hieruit af dat dit is gebeurd tijdens het eerste incident.
De rechtbank leidt uit de audiobestanden van de bodycam en uit de camerabeelden van [slachtoffer 1] af, dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de twee personen die in verband kunnen worden gebracht met de drie incidenten hebben herkend. Uit de audiobestanden komt naar voren dat [slachtoffer 1] heeft gezegd dat ‘ [verdachte] ’ hem heeft gewaarschuwd en dat direct daarna de explosie plaatsvond. Verder blijkt onder meer dat [slachtoffer 2] op de vraag van een buurman of hij weet wie het heeft gedaan, vertelt dat het [medeverdachte 1] en [verdachte] waren. [slachtoffer 1] heeft dit bevestigd en opgemerkt dat die jongens, de rechtbank begrijpt [medeverdachte 1] en [verdachte] , weten wie hij is en dat hij weet wie zij zijn.
De rechtbank overweegt dat verbalisant [verbalisant 1] een telefoongesprek heeft gevoerd met [slachtoffer 1] . Tijdens dat gesprek heeft [slachtoffer 1] erop gewezen dat er op 4 december 2022 tussen 10.40 uur en 10.45 uur twee personen op zijn camerabeelden zijn te zien, die kwamen aanrijden in een Audi A3 van [verdachte] . [slachtoffer 1] vertelde aan verbalisant dat dit de personen zijn die verantwoordelijk waren voor de vuurwerkbom in de afgelopen nacht. Op de camerabeelden van 4 december 2022 omstreeks 10.37 uur zag verbalisant een Audi A3 met het kenteken [kenteken 2] voorbij rijden. De twee personen die kort daarna het terrein van [adres 4] of [adres 5] opliepen, herkende hij aan hun kleding als [medeverdachte 1] en [verdachte] . Deze personen zijn volgens verbalisant later goed herkenbaar in beeld. Verbalisant heeft beide mannen eerder in persoon gezien en herkende hen daarvan. [14]
Op grond van de audiobestanden, bezien in onderlinge samenhang met de camerabeelden, is de rechtbank van oordeel dat NN1 moet worden geïdentificeerd als [verdachte] (verdachte).
De rechtbank identificeert NN2 als medeverdachte [medeverdachte 1] . De rechtbank baseert dit op het volgende. [slachtoffer 2] heeft zoals uit de uitwerking van de audiobestanden van de bodycambeelden blijkt, verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] herkend en [slachtoffer 1] heeft dat bevestigd. Verder is onder verdachte een telefoon in beslag genomen met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Met dit telefoonnummer was er op 4 december 2022 om 01.04 en om 01.05 uur via WhatsApp contact met telefoonnummer [telefoonnummer 2] . De telefoon van verdachte was op dat moment in contact met het wifinetwerk op zijn woonadres in [plaats] . Op 12 december 2023, de rechtbank begrijpt: 2022, is onder [medeverdachte 1] een telefoon inbeslaggenomen. Daarin werd een simkaart aangetroffen. Bij provider T-Mobile werden de gebruiker en het telefoonnummer behorende bij het simkaartnummer opgevraagd. Volgens T-Mobile was het telefoonnummer [telefoonnummer 2] en de gebruiker [medeverdachte 1] , [adres 6] te [plaats] (medeverdachte). [15]
De rechtbank neemt verder in aanmerking dat de Audi A6 die op de camerabeelden van [slachtoffer 1] is te zien, volgens de RDW op naam staat van [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 2] 1987 te [plaats] . [16]
Gelet op het voorgaande zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] naar het oordeel van de rechtbank betrokken bij de ten laste gelegde incidenten op 4 december 2022.
Het verweer van de raadsman dat [slachtoffer 1] niet heeft benoemd of verklaard dat hij verdachte heeft gezien en hem niet heeft aangewezen als dader van het gooien van het vuurwerk dan wel het tot stand brengen van de ontploffing in de woning van [slachtoffer 2] , verwerpt de rechtbank gelet op het voorgaande. Aan de verklaringen van [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris kan, gelet op de audiobestanden, het telefoongesprek tussen verbalisant en [slachtoffer 1] en de camerabeelden van 4 december 2022 omstreeks 10.37 uur, geen geloof worden gehecht. Deze verklaringen kunnen daarom ook niet als ontlastend worden aangemerkt. Dat het proces-verbaal pas op 12 december 2022 is opgemaakt, doet daaraan niet af. Dat verdachte die avond andere kleding droeg dan de persoon op de camerabeelden acht de rechtbank evenmin ontlastend. Niet kan worden uitgesloten dat verdachte al eerder dan 01.04 uur thuis was en gelegenheid heeft gehad om zich om te kleden.
Gevaar voor goederen
Ten gevolge van de vuurwerkbom is er aanzienlijke schade aan de woning van [slachtoffer 2] ontstaan. Door de ontploffing lag op de vloer van de woonwagen een grote hoeveelheid glas en kunststof stukken van het raamkozijn. Tevens was op de vloer van de woonwagen een heel stuk uit de houten vloerfundering geslagen. Daarnaast was er forse schade in de woonkamer en keuken. Ook in de directe nabijheid van de woonwagen lag een grote hoeveelheid glas en brokstukken. In het zogenoemde blastgebied stonden andere woonwagens, diverse voertuigen en (delen van) een kermisattractie. Ondanks dat hieraan voor zover bekend geen schade is ontstaan, was deze gelet op de afstanden wel voorzienbaar. [17]
Er is een tweede niet ontploft explosief in de vorm van een Super Cobra 6 aangetroffen buiten de woonwagen tussen een emmer en het onderdeel van vermoedelijk een kermisattractie in de vorm van een ‘bootje’ met daarachter een scooter en vlakbij een houten schutting. Het uiterste puntje van de lont was licht aangebrand/verschroeid. Als het explosief was geëxplodeerd, was door de drukgolf mogelijk schade ontstaan aan de emmer, het ‘bootje’, de scooter, de schutting en de buitenwand van de woonwagen. Verder waren dan vermoedelijk brokstukken van de emmer en het bootje en misschien zelfs de schutting met kracht weggeslingerd. Ook had de drukgolf van de ontploffing zich in alle richtingen kunnen verspreiden. [18]
Gevaar voor zwaar lichamelijk letsel / levensgevaar
Op de camerabeelden is te zien dat [slachtoffer 2] om 01.54.21 uur naar buiten komt en naar de kant van de weg loopt met een telefoon aan zijn oor. Om 01.58.31 uur stopt een taxi, waaruit een man stapt. Dit blijkt buurman [slachtoffer 1] , bewoner van nummer [adres 3] te zijn. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn van 02.02.08 uur tot 02.17.45 uur in de woonwagen van [slachtoffer 2] geweest. [19]
Ten tijde van de ontploffing was niemand in de woonwagen. [slachtoffer 2] was bij [slachtoffer 1] om camerabeelden te bekijken. [20] Gezien het forse schadebeeld in de woonkamer, waarbij door de drukgolf ondermeer schade ontstond aan de keuken op 6,5 meter afstand, is het aannemelijk dat, als een persoon op het moment van de explosie in de kamer was geweest, deze persoon geconfronteerd zou zijn met de schadeveroorzakende drukgolf en weggeslingerde brokstukken, waaronder stukjes glas. [21]
Ongeveer 8 minuten voor de explosie passeerde een fietser. De afstand van het fietspad tot de woonwagen van aangever is ongeveer 14 meter. [22]
Door de drukgolf van de ontploffing zijn stukken glas, kunststof en hout de openbare weg op geslingerd tot een afstand van 15,80 meter. Als tijdens de ontploffing een persoon/voorbijganger in de blastzone was geweest, hadden de weggeslingerde brokstukken, onder meer stukken glas, ernstig letsel kunnen veroorzaken. [23]
Ten tijde van de explosie stond [slachtoffer 1] buiten op de rijbaan ter hoogte van zijn woning. [slachtoffer 2] stond volgens zijn verklaring achter het hek bij [slachtoffer 1] . Hij stond beschut naast de woonwagen van [slachtoffer 1] . Op de beelden is te zien dat er brandende/gloeiende voorwerpen op de schouders dan wel rug van [slachtoffer 1] terechtkomen en dat deze vervolgens doven. Ook komen diverse gloeiende voorwerpen vlak naast [slachtoffer 1] op de grond terecht. [slachtoffer 1] stond op een afstand van ongeveer 20 meter van de explosie. [24]
Vanaf de plaats waar de dader het vuurwerk heeft gegooid, had hij slecht zicht op en in de woonwagen om vast te stellen of er iemand in de woning thuis was. [25]
Conclusie
De rechtbank acht bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] op 4 december 2022 naar de woning van [slachtoffer 2] zijn gegaan en daar een ruit hebben vernield. Tot twee keer toe hebben zij een Cobra 6 dan wel een ander stuk vuurwerk in de richting van de woning van [slachtoffer 2] gegooid. Dit vuurwerk is niet ontploft. De derde keer hebben zij vuurwerk in de woning van [slachtoffer 2] gegooid, waarna in de woning een explosie heeft plaatsgevonden. Vastgesteld is dat een Cobra 8 in de woning van [slachtoffer 2] is geëxplodeerd en dat een Cobra 6 buiten de woning is gevonden waarvan het uiterste puntje van de lont zeer licht was aangebrand/verschroeid. De cobra’s hebben de eigenschappen om als 1.1G geclassificeerd te worden volgens de Defaulttabel, wat betekent dat de cobra’s zich massa-explosief kunnen gedragen.
De rechtbank is van oordeel dat er door de explosie gemeen gevaar voor goederen in en rondom de woning van [slachtoffer 2] was te duchten. Door de explosie is er schade ontstaan aan de woning van [slachtoffer 2] en diverse goederen in de woning. Er is glas, kunststof en hout naar buiten geblazen tot op een afstand van 15,80 meter en in de woning was het keukenblok dat 6,5 meter van de explosie was verwijderd beschadigd.
De rechtbank is van oordeel dat er ook gemeen gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar was te duchten. Verdachte en [medeverdachte 1] wisten immers niet dat [slachtoffer 2] niet in zijn woning was. Ook wisten zij niet of er andere personen in de woning van [slachtoffer 2] waren nu het zicht te slecht was om te kunnen vaststellen of er iemand in de woning aanwezig was. Tussen het tweede en derde incident zijn [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] echter wel in de woning aanwezig geweest en hebben zij de woning weer verlaten om naar de camerabeelden van [slachtoffer 1] te kijken.
Door de explosie zijn materialen op de rijweg en het fietspad gekomen, terwijl daar enkele minuten voor de explosie nog een fietser reed. Voorbijgangers hadden dan ook letsel kunnen oplopen.
Ten aanzien van de niet ontplofte Cobra 6 acht de rechtbank eveneens gemeen gevaar voor goederen aanwezig. Rondom de woning van [slachtoffer 2] stonden diverse goederen en voertuigen. Deze hadden schade kunnen oplopen als de Cobra 6 was geëxplodeerd. Verder hadden [slachtoffer 2] en andere personen die in de buurt van de woning van [slachtoffer 2] waren letsel kunnen oplopen als de Cobra 6 was geëxplodeerd.
Omdat er verschillende strafmaxima gelden voor (een poging tot) het teweegbrengen van een explosie waarbij er
ofwelgemeen gevaar voor zwaar lichamelijk letsel danwel levensgevaar was te duchten
ofwelgemeen gevaar voor goederen, dient de rechtbank een keuze te maken tussen de alternatieve bewezenverklaringen (ECLI:NL:HR:2011:BO6691 en ECLI:NL:HR:2025:843). Omdat er in het geval van gemeen gevaar voor zwaar lichamelijk letsel danwel levensgevaar een hoger strafmaximum geldt dan bij gemeen gevaar voor goederen, kiest de rechtbank voor eerstgenoemde bewezenverklaring.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van medeplegen. Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] . Bij het eerste incident gooiden beide mannen voorwerpen naar de woning van [slachtoffer 2] , waarbij [medeverdachte 1] een voorwerp aanstak en het voorwerp waarvan de vonken afkwamen naar de woning gooide. Bij het tweede en derde incident was het verdachte die een voorwerp waarvan vonken afkwamen naar de woning van [slachtoffer 2] gooide, terwijl [medeverdachte 1] de auto bestuurde en zorgde voor een snelle aftocht. Hieruit blijkt dat beide mannen heel goed wisten wat de bedoeling was.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de feiten 1 en 2 bewezen.

4.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks4 december 2022 (omstreeks 02:30 uur) te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander,
althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door:
- een
(Super)Cobra
(8, zijnde een massaexplosief, voorzien van een 1.1 G Gevarenklasse aanduiding
),
in elk geval enig vuurwerk,
- in aanraking te brengen met vuur en/of aan te steken en
/of
- die
/dataangestoken Cobra
/vuurwerkdoor de - eerder die nacht met een of meer stenen kapot gegooide - ruit van een woning/woonwagen (gelegen aan de [adres 2] ) naar binnen te gooien, alwaar dat vuurwerk tot ontploffing is gekomen
/gebracht,
- terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning/woonwagen en/of de zich in die woning/woonwagen bevindende inboedel/inventaris en/of zich rondom die woning/woonwagen bevindende goederen, te weten een of meer (onderdelen van) kermisattracties en/of een schutting en/of een of meer geparkeerde voertuigen en/of een airco en/of voor een of meer aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was en/of
- terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] , welke zich in de onmiddellijke nabijheid van die woning/woonwagen bevond
(en
)en
/ofvoor de bewoners en/of aanwezigen van/bij de aangrenzende
/omliggendewoningen/woonwagens, te duchten was, althans levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;
2.
hij op
een of meertijdstippen op
of omstreeks4 december 2022 (omstreeks 01:11 uur en
/of01:43 uur) te [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander,
althans alleen, (telkens
)ter uitvoering van het door
hem/hen voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen in een woning/woonwagen (gelegen aan de [adres 2] ),
terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning/woonwagen en/of de zich in die woning/woonwagen bevindende inboedel/inventaris en/of zich rondom die woning/woonwagen
bevindende goederen, te weten een of meer (onderdelen van) kermisattracties en/of een schutting en/of een of meer geparkeerde voertuigen en/of een airco en/of voor een of meer aangrenzende/omliggende woningen/woonwagens, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of andere bewoners en/of aanwezigen van/bij de aangrenzende
/omliggendewoningen/woonwagens, althans voor een ander te duchten was,
(telkens
)met dat opzet:
- met een of meer (Super) Cobra’s 6 en/of 8
(zijnde een massaexplosief, voorzien van een 1.1 G Gevarenklasse aanduiding
), in elk geval enig vuurwerk, naar die woning/woonwagen is
/zijngereden en
/of
- aldaar een of meer stenen in de richting van/naar/door de ruit van de genoemde woning/woonwagen heeft
/hebbengegooid –
waarna/waardoor die ruit kapot is gegaan -
en
/of
-
(vervolgens
)een of meer (Super) Cobra’s 6 en/of 8, in aanraking heeft
/hebbengebracht met vuur en/of heeft
/hebbenaangestoken en
/of
-
(vervolgens
)die Cobra’s/ dat aangestoken vuurwerk naar/in de richting van de genoemde woning/woonwagen heeft
/hebbengegooid,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf
(telkens
)niet is voltooid.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
Medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
feit 2:
Medeplegen van poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd.

6.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gelet op de door hem bepleite vrijspraak geen strafmaatverweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
Verdachte heeft zich samen met zijn neef schuldig gemaakt aan het teweeg brengen van een explosie en twee pogingen daartoe in de woning van aangever. Onbekend is gebleven wat de reden was om aangever op deze manier te intimideren. Verdachte, de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en ook aangever hebben daarover niets willen verklaren. Door de explosie is veel schade ontstaan aan de woning en inboedel van aangever. Dat de explosie veel kracht heeft gehad blijkt wel uit het feit dat de keuken in de woning die 6,5 meter van de explosie was verwijderd schade heeft opgelopen. Zelfs het glas in de deur van de magnetron was kapot. Ook is door de explosie materiaal naar buiten geblazen dat is aangetroffen tot op een afstand van 15,80 meter van de explosie. Het teweegbrengen van een explosie bij een woning is een zeer ernstig strafbaar feit. Een dergelijke aanslag is uiterst bedreigend en beangstigend voor de bewoners en de omwonenden en leidt ook in algemene zin in de samenleving tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid.
De rechtbank heeft de justitiële documentatie van verdachte in aanmerking genomen. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Ook blijkt dat aan verdachte op 23 juni 2023 een strafbeschikking is opgelegd voor overtreding van de APV [plaats] 2014. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is daarom van toepassing.
De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het reclasseringsrapport van 16 mei 2023. Daaruit komt naar voren dat de reclassering vanwege de ontkennende houding van verdachte geen delict-gerelateerde criminogene factoren heeft kunnen vaststellen. De risico’s op recidive, letselschade en onttrekken aan voorwaarden konden niet worden ingeschat. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen nu zij geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen.
De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 30 maanden op zichzelf genomen een passende straf is.
De rechtbank stelt evenwel vast dat de redelijke termijn is geschonden en dat dit niet alleen aan verdachte is toe te rekenen. De rechtbank zal daarom twee maanden in mindering brengen op de op te leggen gevangenisstraf, hetgeen betekent dat de rechtbank een gevangenisstraf oplegt van 28 maanden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

9.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 107,76 aan materiële schade en € 7.495,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Op vrijdag 12 december 2025 heeft de rechtbank een aanvulling op de vordering ontvangen betreffende een bedrag van € 52.721,44 aan materiële schade.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk kan worden toegewezen voor zover dit de materiële schade betreft. Ten aanzien van het smartengeld heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De officier van justitie meent dat de toe te wijzen schadevergoeding dient te worden verhoogd met de wettelijke rente. Daarnaast vordert zij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft gelet op de door hem bepleite vrijspraak geen verweer gevoerd.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
De benadeelde partij heeft de volgende posten opgevoerd:
  • € 107,76 voor het opvragen van medische informatie;
  • € 30.682,82 voor restauratie van schilderijen;
  • € 14.299,96 voor onherstelbare schade aan vijf schilderijen;
  • € 4.598,00 voor het stofferen van een fauteuil en vier stoelen;
  • € 2.093,30 voor een airco die onherstelbaar is beschadigd;
  • € 831,98 voor schade aan de televisie;
  • € 215,38 voor schade aan een messenblok.
De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadepost betreffende het opvragen van medische informatie is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. De rechtbank zal deze post toewijzen.
De post betreffende de televisie acht de rechtbank ook voldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarop een afschrijving van 17% toepassen, uitgaande van een afschrijvingstermijn van zes jaar. De rechtbank zal deze post toewijzen tot een bedrag van € 690,54. Het meer gevorderde zal de rechtbank afwijzen.
De rechtbank is ten aanzien van de schilderijen, de stoffering van de stoelen en de fauteuil en de schade aan de airco van oordeel dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De rechtbank overweegt dat de schadeposten betreffende de schilderijen onvoldoende zijn onderbouwd. Niet duidelijk is wat de waarde van de schilderijen is en evenmin of de restauratiekosten in een redelijk verband staan tot de waarde van de schilderijen. Ook de schadeposten betreffende de stoelen, fauteuil en airco zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank weet niet wanneer de stoelen, fauteuil en airco zijn aangeschaft en hoeveel op deze goederen moet worden afgeschreven.
De rechtbank neemt daarnaast in aanmerking dat de vordering pas kort voor de zitting is aangevuld met deze posten. De rechtbank kan dan ook niet uitsluiten dat de verdediging onvoldoende de gelegenheid heeft gehad zich voor te bereiden op de verdediging ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij betreffende deze kosten. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in deze delen van de vordering. De benadeelde partij kan deze delen van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
De rechtbank is van oordeel dat niet of onvoldoende is gebleken dat de schade aan het messenblok rechtstreeks is toegebracht door feit 1. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij ook in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een bedrag van € 798,30 aan materiële schade toewijsbaar. Verdachte is hiervoor naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Smartengeld
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:
  • verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
  • de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
  • de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
  • de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 BW valt.
Door de explosie heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel in de vorm van gehoorschade (tinnitus) opgelopen. Dit is mede aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit, de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen en de bedragen die in de ‘Rotterdamse schaal’ worden genoemd. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op het gevorderde bedrag van € 7.495,- vaststellen.
Verdachte is vanaf 4 december 2022 wettelijke rente verschuldigd over het smartengeld
(€ 7,495,-) en de schadevergoeding voor de televisie (€ 690,54). Ten aanzien van het opvragen van medische informatie (€ 107,76) is verdachte vanaf 3 juli 2024 wettelijke rente verschuldigd.
De rechtbank bepaalt dat verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte de schade heeft vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 63 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

11.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 798,30 aan materiële schade en € 7.495,-, smartengeld. Deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijk rente tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Ten aanzien van de televisie, € 690,54, en het smartengeld, € 7.495,-, gaat de wettelijke rente lopen vanaf 4 december 2022. Ten aanzien van het opvragen van medische informatie, € 107,76, gaat de wettelijke rente lopen vanaf 3 juli 2024;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • wijst de vordering tot materiële schade af voor zover dit betreft het meer gevorderde voor de televisie (€ 141,44);
  • verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 798,30 aan materiële schade en € 7.495,- smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijk rente tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Ten aanzien van de televisie, € 690,54, en het smartengeld, € 7.495,-, gaat de wettelijke rente lopen vanaf 4 december 2022. Ten aanzien van het opvragen van medische informatie, € 107,76, gaat de wettelijke rente lopen vanaf 3 juli 2024;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.H.S. Duinkerke (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. J.S.W. Lucassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari 2026.
Mr. Duinkerke is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, nummer 202301151142.ZSD Gigant / ON3R022090, gesloten op 25 mei 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 039-040.
3.Proces-verbaal forensisch onderzoek explosie in woonwagen, p. 185-189.
4.NFI-rapport, p. 286-287.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 133, 135-137.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 138-143.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 144-148.
8.Uitluisterverslag Zaak Gigant, p. 5, 8-11 van dat verslag.
9.Uitluisterverslag Zaak Gigant, p. 27 van dat verslag.
10.Uitluisterverslag Zaak Gigant, p. 30 van dat verslag.
11.Uitluisterverslag Zaak Gigant, p. 34 van dat verslag.
12.Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 2] , p. 80.
13.Proces-verbaal van bevindingen, p. 62.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 175, 177-178.
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 330-331.
16.Proces-verbaal van bevindingen, p. 140.
17.Proces-verbaal van bevindingen, p. 312.
18.Proces-verbaal forensisch onderzoek explosie in woonwagen, p. 190.
19.Proces-verbaal van bevindingen, p. 142-143.
20.Proces-verbaal van bevindingen, p. 315.
21.Proces-verbaal forensisch onderzoek explosie in woonwagen, p. 191.
22.Proces-verbaal van bevindingen, p. 315.
23.Proces-verbaal forensisch onderzoek explosie in woonwagen, p. 191.
24.Proces-verbaal van bevindingen, p. 316-317.
25.Proces-verbaal van bevindingen, p. 319.