Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3046

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
376447-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van openlijke geweldpleging

Op 12 juli 2025 vond een ernstig incident plaats aan de Westluidensestraat in Tiel waarbij het slachtoffer letsel opliep door steekwonden en een hoofdtrauma. Verdachte arriveerde die avond samen met een andere persoon in een auto en vertrok ook weer samen met deze bestuurder na het incident.

De rechtbank onderzocht of verdachte zelf geweldshandelingen had verricht of anderszins een voldoende significante bijdrage had geleverd aan het geweld. Het slachtoffer verklaarde dat verdachte hem op het hoofd had getrapt, maar deze verklaring werd niet ondersteund door het dossier. Getuigenverklaringen waren onduidelijk en lieten niet toe om vast te stellen wie precies welke handelingen verrichtte.

De rechtbank concludeerde dat het enkel samen arriveren en vertrekken met de bestuurder die het geweld pleegde onvoldoende is om verdachte te veroordelen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde openlijke geweldpleging.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van deelname aan openlijke geweldpleging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/376447-24
Datum uitspraak : 17 maart 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] (Irak),
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Raadsman: mr. A. Boumanjal, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 juli 2024 te Tiel, openlijk, te weten aan de Westluidensestraat te Tiel, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [aangever], welk in vereniging gepleegd geweld bestond uit:
- het met een mes in de (boven)rug en/of in de onder(rug), althans in het lichaam van [aangever] steken en/of snijden en/of
- stekende bewegingen in de richting van [aangever] maken en/of
- ( terwijl [aangever] op zijn hurken op de grond zit) [aangever] (tegen het hoofd) slaan en/of schoppen terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten
- een bloeduitstorting op het bovenste ooglid van het rechteroog en/of
- een bloeduitstorting op de rechter onderarm
voor die [aangever] ten gevolge heeft gehad.

2.De standpunten

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Uit het dossier valt af te leiden dat op 12 juli 2025 een confrontatie heeft plaatsgevonden aan de Westluidensestraat in het centrum van Tiel, waarbij [aangever] letsel aan zijn hoofd en twee steekwonden in zijn rug heeft opgelopen. De rechtbank stelt voorop dat het gaat om een ernstig incident, waarbij iemand op een zomeravond, midden op straat, is gestoken met een mes. [aangever] ondervindt nog steeds gevolgen van het incident.
De rechtbank dient te beoordelen of op basis van het dossier is vast te stellen dat verdachte een aandeel had in het gepleegde geweld en overweegt daarover het volgende.
Verdachte heeft verklaard dat hij die avond samen met een ander, een onbekend gebleven persoon, in een auto (Fiat Punto) kwam aanrijden. Uit het dossier valt af te leiden dat die ander, de bestuurder van de auto, degene is die in ieder geval één van de steekverwondingen bij [aangever] heeft toegebracht. Nadat [aangever] was gestoken, is verdachte weer samen met de bestuurder in de auto vertrokken. Om tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde openlijke geweldpleging te kunnen komen, dient de rechtbank te beoordelen of verdachte – door zelf geweldshandelingen te verrichten of anderszins – een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Zij overweegt daarover het volgende.
[aangever] heeft verklaard dat verdachte hem op zijn hoofd heeft getrapt. Voor die verklaring biedt het dossier echter geen steun. [aangever] had weliswaar letsel aan zijn hoofd, maar dit letsel zou evengoed kunnen zijn ontstaan tijdens de confrontatie met de bestuurder van de auto. Uit de getuigenverklaringen van passanten blijkt dat meerdere personen met elkaar in conflict waren. Een eenduidige conclusie over wie precies wat deed, valt op basis van deze verklaringen niet te trekken. Dat betekent in dit geval dat niet valt vast te stellen of verdachte een rol van betekenis heeft gehad. Ook [getuige], die samen met [aangever] was, heeft niet gezien dat verdachte [aangever] op enig moment heeft getrapt of op een andere manier heeft bijgedragen aan het geweld tegen hem. [getuige] heeft verklaard dat verdachte de hele tijd bij hem stond. In dat geval blijft over dat verdachte samen met de bestuurder van de auto ter plaatse kwam en dat zij ook weer samen wegreden. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat dit onvoldoende is om te kunnen spreken van een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

4.De beslissing

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat (voorzitter), mr. R. Raat en mr. L.M. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 maart 2026.