Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
- drie armbanden;
- een ketting;
- een horloge.
3.De bewezenverklaring
of omstreeks23 november 2024 te [plaats] ,
althans in Nederland,
of meerander
en,
althans alleen,in een woning
(s)zich buiten
een ofmeerdere armbanden en
/of
of meerdereketting
enen
/of
of meerderehorloge
s,
, in elk geval aan een
(n
)heeft weggenomen
(s)zich de toegang tot de plaats van het
/ofdie weg te nemen goederen onder
zijn/hun
heeft/hebben gebracht door middel van braak
en/of verbreking en/of
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
- verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
- de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
- de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
- de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
9.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 21/000345-22 (tul)
10.De toegepaste wettelijke bepalingen
11.De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 775,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 775,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan 7 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;