Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3024

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
05/302206-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor mensensmokkel door vervoer van minderjarige zonder geldige documenten

Op 11 november 2025 werd verdachte aangehouden in Nederland terwijl hij een minderjarige Somalische jongen vervoerde vanuit België naar Nederland zonder dat deze geldige verblijfsdocumenten had. De bijrijder had geen documenten en verklaarde dat hij asiel wilde aanvragen in Nederland. Verdachte gaf wisselende verklaringen over het contact en de afspraken met de bijrijder, waardoor de rechtbank zijn verklaringen niet geloofwaardig achtte.

De rechtbank stelde vast dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan mensensmokkel door behulpzaam te zijn bij het verschaffen van toegang tot Nederland, terwijl hij ernstige redenen had te vermoeden dat deze toegang wederrechtelijk was. De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat verdachte geen wetenschap had van de illegale toegang.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van drie maanden op, conform de LOVS-oriëntatiepunten voor mensensmokkel. Hierbij werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de minderjarige leeftijd van het slachtoffer en het ontbreken van eerdere veroordelingen van verdachte in Nederland. De tijd die verdachte vooraf in verzekering had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de straf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor mensensmokkel.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/302206-25
Datum uitspraak : 30 maart 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] (Somalië),
wonende aan [adres] (België).
Raadsman: mr. N. Hannaart, advocaat in Almere.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 11 november 2025 te Arnhem en/of Zevenaar en/of Didam, althans in elk geval in Nederland, een ander te weten: [naam] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, hebbende hij, verdachte:
- ( op straat) contact gemaakt met die [naam] en/of afspraken gemaakt over de wijze van (smokkel)transport van die [naam] en/of
- ( vervolgens) die [naam] in voornoemd voertuig te laten plaatsnemen en/of
- die [naam] in voornoemd voertuig vervoerd/gereden door België en/of door Nederland.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken voor het deel van de tenlastelegging dat ziet op het verschaffen van doorreis door Nederland. Voorts heeft de raadsman bepleit dat verdachte geen wetenschap had van het feit dat de toegang van [naam] tot Nederland illegaal was. Ten aanzien van het vermoeden hiervan refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Op 11 november 2025 zagen verbalisanten van de Nationale politie een personenauto met een Belgisch kenteken komende vanuit Arnhem op de Rijksweg A12, te Zevenaar in de richting van de Duitse grens rijden. Ter hoogte van de splitsing naar de Rijksweg A18 zag de verbalisant dat de auto afweek en de Rijksweg A18 opreed. Verbalisant besloot de auto te doen stoppen en de auto te onderwerpen aan een controle, omdat voertuigen met Belgische kentekenplaten niet veel in de buurt van de Duitse grens rijden. Verdachte was de bestuurder van de auto. De bijrijder toonde geen documenten. Hij zei dat hij geen documenten bij zich had. Hij vertelde tevens dat hij verdachte niet kende, hij had hem gevraagd om hem naar Nederland te brengen. Op de vraag van de verbalisant waar het document van de bijrijder was, verklaarde verdachte dat dit nog in België lag en dat hij daarvoor moest bellen. Bij aankomst van de bijrijder op de brigade heeft hij asiel aangevraagd in Nederland. [2]
De bijrijder, [naam] (verder: [naam] ), heeft verklaard dat hij met een bus naar België is gekomen. Hij is vervolgens verdachte tegengekomen toen hij aan het rondzwerven was. Hij is bij een weg gaan staan en heeft verdachte toen aangesproken. Omdat hij ook Somalisch is heeft verdachte hem geholpen. [naam] wilde graag naar Nederland. Verdachte zou [naam] naar de politie brengen. Hij zei dat hij dat in de ochtend zou doen, omdat het te laat was. Er was verder niks afgesproken, [naam] wilde gewoon meteen asiel aanvragen. Verdachte heeft [naam] niet gevraagd of hij documenten bij zich had. [naam] heeft dit ook niet benoemd. [3]
Door de politie is onderzoek aan de telefoon van verdachte verricht. Op 10 november 2025 om 15:41:45 uur stuurde iemand met de accountnaam [accountnaam] een tekstbericht naar verdachte, met daarin de tekst: "Het [adres] ". Op dit adres staan vijf mensen ingeschreven, waaronder een persoon met de Nederlandse nationaliteit, een persoon met de Saoedi-Arabische nationaliteit en drie personen met de Syrische nationaliteit. Verder is op de telefoon een zoekopdracht van Google Maps aangetroffen op 9 november 2025, met de zoekopdracht: "Flixbus Brussels Zuidstation - Gare du Midi". [4]
De rechtbank stelt vast dat verdachte [naam] in zijn auto vanuit België naar Nederland heeft meegenomen. Dit betekent dat verdachte [naam] behulpzaam is geweest bij het verschaffen van de toegang tot Nederland. Dat de toegang van [naam] wederrechtelijk was, leidt de rechtbank af uit het gegeven dat hij geen geldige verblijfsdocumenten had.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang wederrechtelijk was. De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt. Verdachte heeft [naam] – een voor hem onbekende minderjarige jongeman – die hem aansprak meegenomen naar Nederland. [naam] is met de bus naar België gekomen en daags voor de aanhouding heeft verdachte op Google Maps gezocht op “Flixbus Brussels Zuidstation – Gare du Midi”. Blijkens de verklaring van [naam] heeft [naam] aangegeven dat hij naar het politiebureau in Nederland wilde. Op het moment dat zij werden aangehouden door de politie heeft verdachte verklaard dat de documenten van [naam] nog in België lagen, dit terwijl [naam] geen verblijfsadres in België heeft en volgens [naam] door verdachte ook niet is gevraagd of hij überhaupt verblijfsdocumenten had. Hierop volgend zijn door verdachte meerdere keren wisselende verklaringen afgelegd over de totstandkoming van het contact tussen verdachte en [naam] , over hetgeen al dan niet besproken zou zijn over de verblijfsdocumenten en over de eindbestemming van [naam] . Hierdoor hecht de rechtbank geen waarde aan de verklaringen van verdachte.
Gelet op het voorgaande – in onderling verband en samenhang bezien – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [naam] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot, dan wel doorreis door Nederland en dat verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk was.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks11 november 2025 te
Arnhem en/of Zevenaar en/ofDidam,
althans in elk geval in Nederland,een ander te weten: [naam] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland
enhem daartoe gelegenheid, middelen
of inlichtingenheeft verschaft, terwijl hij, verdachte
wist ofernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, hebbende hij, verdachte:
-
(op straat
)contact gemaakt met die [naam] en
/ofafspraken gemaakt over de wijze van (smokkel)transport van die [naam] en
/of
-
(vervolgens
)die [naam] in voornoemd voertuig te laten plaatsnemen en
/of
- die [naam] in voornoemd voertuig vervoerd/gereden door België en
/ofdoor Nederland.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Mensensmokkel.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot
een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair bepleit dat aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd en subsidiair dat moet worden volstaan met de oplegging van een taakstraf.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel, door [naam] , afkomstig uit Somalië, vanuit België naar een bestemming in Nederland te vervoeren. Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist en wordt het illegale circuit in stand gehouden. Verdachte heeft hier met zijn handelen aan bijgedragen. Verder weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee de omstandigheid dat [naam] slechts 16 jaar oud was.
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte van 7 januari 2026, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld.
De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf gekeken naar de LOVS-oriëntatiepunten. Het LOVS-oriëntatiepunt voor mensensmokkel is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden per gesmokkelde. Deze straf is ook geëist door de officier van justitie. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte – zoals door de raadsman is aangevoerd – geen reden om af te wijken van deze oriëntatiepunten en legt daarom aan verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van drie maanden.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. Y. van Wezel en mr. M. Hoedeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Willems, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 april 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, brigade Midden Nederland/Midden Nederland Mobiel Toezicht Veiligheid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27PM/25-004168, gesloten op 4 december 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal, p. 5-7.
3.Proces-verbaal van verhoor, p. 25-28.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 39-41.