AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling wegens roekeloos rijden onder invloed met zwaar lichamelijk letsel
Op 16 december 2024 reed verdachte onder invloed van amfetamine met een personenauto in Arnhem en verleende zij geen voorrang aan een fietser op een kruisend fietspad bij een rotonde. Hierdoor ontstond een aanrijding waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep, waaronder een kniebreuk die een operatie vereiste.
De rechtbank stelde vast dat verdachte roekeloos en aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld door onvoldoende op het verkeer te letten, niet te remmen binnen zichtafstand en te rijden met een onvoldoende profieldiepte van de rechtervoorband. Het amfetaminegehalte in haar bloed was ruim boven de wettelijke grenswaarde.
De officier van justitie eiste een taakstraf van 160 uur en een rijontzegging van 18 maanden. De rechtbank volgde dit en legde een taakstraf op met een gedeeltelijk voorwaardelijke rijontzegging, mede gelet op de ernst van het letsel, de schuld van verdachte, haar schuldbewuste houding en eerdere veroordelingen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en verklaarde haar strafbaar voor de bewezenverklaarde feiten. De straf is passend geacht gezien de omstandigheden en de noodzaak tot bescherming van de verkeersveiligheid.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en een rijontzegging van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, wegens roekeloos rijden onder invloed met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/281511-25
Datum uitspraak : 17 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] ,
raadsman: mr. S. Kriekaard, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 april 2026.
1.De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
zij op of omstreeks 16 december 2024 te Arnhem, gemeente Arnhem, althans in
Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto), komende uit de richting van de Venlosingel en gaande in de
richting van de Burgemeester Matsersingel, daarmee rijdende over de weg, de
Randweg,
roekeloos, althans zeer dan wel aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of
onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl het donker was en/of
terwijl zij ter plaatse bekend was en/of
terwijl haar zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
in strijd met artikel 5.2.27 Regeling Voertuigen heeft gereden met een personenauto
terwijl de profilering (van de hoofdgroeven) van één band (rechter voorband)
minder dan 1,6 millimeter bedroeg, te weten 1,3 millimeter (profilering) en/of
terwijl zij een rotonde naderde, welke rotonde is gevormd door/gelegen op de
kruising van de wegen, de Venlosingel/ Randweg en de Zeelandsingel en/of
terwijl voor dat (kruisende) fiets/bromfietspad aan de linker- en/of rechterzijde van
die weg in haar rijrichting gekeerde borden B6 van bijlage 1 van voormeld
reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende
weg", -met daaronder aangebracht het onderbord (OB503), waarop twee pijlen
waren geplaatst, ten teken dat fietsers en bromfietsers uit twee richtingen konden
naderen-, waren geplaatst en/of
terwijl direct voor die rotonde op het wegdek van die weg (de
Venlosingel/Randweg) haaientanden, als bedoeld in artikel 80 vanPro het Reglement
verkeersregels en verkeersteken 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang
verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of
niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op dat fiets/bromfietspad heeft
gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft
vergewist of over dat fiets/bromfietspad verkeer naderde,
- bij het verlaten van voornoemde rotonde om rechtsaf de weg, de Randweg in te
slaan, in strijd met voormeld bord B6 en/of de haaientanden en/of in strijd met het
gestelde in artikel 18 lid 1 vanPro voormeld reglement geen voorrang heeft verleend
aan een langs voornoemde rotonde gesitueerd fiets/bromfiets pad rijdend, toen
gezien, haar, verdachtes rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurster van
een fiets en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 vanPro voormeld reglement, niet de snelheid
van dat door haar bestuurde motorrijtuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat
zij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover zij de door haar bereden en/of dat kruisende fiets/bromfietspad
Randweg/Venlosingel kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurder
van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor anderen (te weten [slachtoffer] )
zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit
tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is
ontstaan, terwijl zij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of vijfde
lid van de Wegenverkeerswet 1994;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
zij op of omstreeks 16 december 2024 te Arnhem, gemeente Arnhem, althans in
Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto), komende uit de richting van de Venlosingel en gaande in de
richting van de Burgemeester Matsersingel, daarmee rijdende over de weg, de
Randweg,
terwijl het donker was en/of
terwijl zij ter plaatse bekend was en/of
terwijl haar zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
in strijd met artikel 5.2.27 Regeling Voertuigen heeft gereden met een personenauto
terwijl de profilering (van de hoofdgroeven) van één band (rechter voorband)
minder dan 1,6 millimeter bedroeg, te weten 1,3 millimeter (profilering) en/of
terwijl zij een rotonde naderde, welke rotonde is gevormd door/gelegen op de
kruising van de wegen, de Venlosingel/ Randweg en de Zeelandsingel en/of
terwijl voor dat (kruisende) fiets/bromfietspad aan de linker- en/of rechterzijde van
die weg in haar rijrichting gekeerde borden B6 van bijlage 1 van voormeld
reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende
weg", -met daaronder aangebracht het onderbord (OB503), waarop twee pijlen
waren geplaatst, ten teken dat fietsers en bromfietsers uit twee richtingen konden
naderen-, waren geplaatst en/of
terwijl direct voor die rotonde op het wegdek van die weg (de
Venlosingel/Randweg) haaientanden, als bedoeld in artikel 80 vanPro het Reglement
verkeersregels en verkeersteken 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang
verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en/of
niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op dat fiets/bromfietspad heeft
gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft
vergewist of over dat fiets/bromfietspad verkeer naderde,
- bij het verlaten van voornoemde rotonde om rechtsaf de weg, de Randweg in te
slaan, in strijd met voormeld bord B6 en/of de haaientanden en/of in strijd met het
gestelde in artikel 18 lid 1 vanPro voormeld reglement geen voorrang heeft verleend
aan een langs voornoemde rotonde gesitueerd fiets/bromfiets pad rijdend, toen
gezien, haar, verdachtes rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurster van
een fiets en/of,
- in strijd met het gestelde in artikel 19 vanPro voormeld reglement, niet de snelheid
van dat door haar bestuurde motorrijtuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat
zij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover zij de door haar bereden en/of dat kruisende fiets/bromfietspad
Randweg/Venlosingel kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurder
van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen,
en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 16 december 2024 te Arnhem als bestuurder van een voertuig
(personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Randweg, ter
plaatse waar voor een kruisende weg, te weten de voor het openbaar verkeer
openstaande weg, Venlosingel/Randweg, op het wegdek haaientanden waren
aangebracht, de bestuurder van een fiets op die kruisende weg Randweg geen
voorrang heeft gegeven, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan
goederen is toegebracht;
2.
zij op of omstreeks 16 december 2024 te Arnhem een voertuig, te weten een voertuig
(personenauto), heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik
van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het
verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de
Wegenverkeerswet 1994, te weten Amfetamine,
terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 vanPro genoemde Wet, het
gehalte in haar bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 530 microgram per
liter bloed bedroeg, in elk geval een gehalte hoger dan de in artikel 3 vanPro het
genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
zij op of omstreeks 16 december 2024 te Arnhem als bestuurder van een voertuig,
(personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl zij verkeerde onder zodanige
invloed van een stof, te weten Amfetamine, waarvan zij wist of redelijkerwijs moest
weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een
andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot behoorlijk besturen
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 16 december 2024 was verdachte bestuurder van een personenauto en reed reed zij op de Venlosingel en sloeg ze op de rotonde rechtsaf de Randweg op, in de richting van de Burgemeester Matsersingel in Arnhem, gemeente Arnhem. In haar rijrichting stonden borden die aangaven dat er voorrang moest worden verleend aan de bestuurders op de kruisende weg, met daaronder aangebracht een onderbord met daarop twee pijlen (fietsers en bromfietsers kunnen uit twee richtingen naderen). Voorts waren haaientanden op het wegdek aangebracht. Het was donker en verdachte kende de situatie ter plaatse. Verdachte was daarnaast onder invloed van amfetamine, het gehalte in haar bloed betrof 530 microgram amfetamine per liter bloed, waarbij de grenswaarde voor enkelvoudig gebruik 50 microgram is. Verdachte is bij het verlaten van de rotonde op de Randweg gebotst tegen een fietser, mevrouw [slachtoffer] , die voorrang had. Mevrouw [slachtoffer] is als gevolg van de botsing ten val gekomen en heeft letsel opgelopen. Bij mevrouw [slachtoffer] was onder meer sprake van een gebroken knie en een kneuzing van de ribben. Zij is geopereerd aan de kniebreuk. [2]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat het amfetaminegebruik niet als schuldverhogende omstandigheid is openomen in de tenlastelegging. Hetgeen overblijft is onvoldoende om te kunnen spreken van schuld in de zin van artikel 6 vanPro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994).
Subsidiair is aangevoerd dat enkel sprake kan zijn van de laagste schuldcategorie, namelijk aanmerkelijke schuld.
Ten aanzien van het onder 1 subsidiair en onder 2 tenlastegelegde is geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten 1 en 2
Vanwege de samenhang tussen de feiten zal de rechtbank deze gezamenlijk bespreken.
Uit de verkeersongevallenanalyse blijkt het volgende. Het zicht werd voor de betreffende bestuurders door de wegsituatie en/of inrichting van de weg niet belemmerd. Ten tijde van het ongeval was het donker. Onderzoek naar de profieldiepte van de rechtervoorband van de personenauto van verdachte wees uit dat de profieldiepte daarvan 1,3 millimeter bedroeg in de buitenste hoofdgroef en dus niet voldeed aan de wettelijke minimale eis van 1,6 millimeter. [3] Verdachte heeft ter zitting verklaard dat het op dat moment druk was en zij meerdere fietsers zag rijden. [4]
Door het verkeersongeval heeft het slachtoffer een kniebreuk opgelopen. Voor het herstel hiervan was een operatie noodzakelijk. De arts heeft haar direct verteld dat de knie niet volledig zal herstellen. [5] Het slachtoffer heeft in haar schriftelijke slachtofferverklaring beschreven dat er bij de operatie een stalen plaat in de knie is gezet en dat er binnenkort nog een operatie nodig is om de mobiliteit van de knie te verbeteren [6] . Dit letsel wordt, mede vanwege onder meer de noodzaak en aard van medisch ingrijpen, door de rechtbank als zwaar lichamelijk letsel aangemerkt.
Van schuld in de zin van artikel 6 WVWPro 1994 is sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Bij de vraag of sprake is van schuld aan een verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVWPro 1994 komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij komt dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.
De rechtbank stelt vast dat verdachte op de rotonde reed en wilde afslaan. Toen zij dat deed, heeft zij geen voorrang verleend aan het slachtoffer die op het kruisende fietspad reed. Verdachte is toen gebotst tegen de fietser die ze niet had gezien. De rechtbank leidt uit deze omstandigheden af dat verdachte niet, dan wel in onvoldoende mate naar het verkeer op dat fietspad heeft gekeken en is blijven kijken en dat zij niet in staat was haar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij die weg en de kruising kon overzien en deze vrij was. Er waren geen daadwerkelijke zichtbelemmeringen voor verdachte die maakten dat zij de fietser niet kon zien. Het was op dat moment donker en er reden meerdere fietsers op de fietspaden. Van een normale voorzichtige verkeersdeelnemer mag onder deze omstandigheden meer oplettendheid worden verwacht bij het verlaten van een rotonde met een voorrangsfietspad. Daarnaast was verdachte ten tijde van deze botsing onder invloed van een zeer hoge hoeveelheid amfetamine.
De aard en de ernst van de voornoemde gedragingen van verdachte, onder deze omstandigheden, maken dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend is geweest en dat het daarom aan haar schuld te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Dat de fietser mogelijk haar hand niet zou hebben uitgestoken bij het afslaan, zoals een getuige heeft verklaard maar de fietser zelf weerspreekt, doet daaraan niet af nu een normale voorzichtige verkeersdeelnemer ook hiermee rekening dient te houden in het verkeer. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde.
Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte onder invloed van amfetamine (530 microgram per liter bloed) heeft gereden. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde. [7]
3.De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
zij op of omstreeks16 december 2024 te Arnhem, gemeente Arnhem, althans in
Nederland,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig
(personenauto), komende uit de richting van de Venlosingel en gaande in de
richting van de Burgemeester Matsersingel, daarmee rijdende over de weg, de
Randweg,
roekeloos, althans zeer dan welaanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of
onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl het donker was en /of
terwijl zij ter plaatse bekend was en /of
terwijl haar zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en /of
in strijd met artikel 5.2.27 Regeling Voertuigen heeft gereden met een personenauto
terwijl de profilering (van de hoofdgroeven) van één band (rechter voorband)
minder dan 1,6 millimeter bedroeg, te weten 1,3 millimeter (profilering) en /of
terwijl zij een rotonde naderde, welke rotonde is gevormd door/gelegen op de
kruising van de wegen, de Venlosingel/ Randweg en de Zeelandsingel en /of
terwijl voor dat (kruisende) fiets/bromfietspad aan de linker- en/of rechterzijde van
die weg in haar rijrichting gekeerde borden B6 van bijlage 1 van voormeld
reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan de bestuurders op de kruisende
weg", -met daaronder aangebracht het onderbord (OB503), waarop twee pijlen
waren geplaatst, ten teken dat fietsers en bromfietsers uit twee richtingen konden
naderen-, waren geplaatst en /of
terwijl direct voor die rotonde op het wegdek van die weg (de
Venlosingel/Randweg) haaientanden, als bedoeld in artikel 80 vanPro het Reglement
verkeersregels en verkeersteken 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang
verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht en /of
niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op dat fiets/bromfietspad heeft
gekeken en /ofis blijven kijken en /ofzich niet of in onvoldoende mate heeft
vergewist of over dat fiets/bromfietspad verkeer naderde,
- bij het verlaten van voornoemde rotonde om rechtsaf de weg, de Randweg in te
slaan, in strijd met voormeld bord B6 en /ofde haaientanden en /ofin strijd met het
gestelde in artikel 18 lid 1 vanPro voormeld reglement geen voorrang heeft verleend
aan een langs voornoemde rotonde gesitueerd fiets/bromfiets pad rijdend, toen
gezien, haar, verdachtes rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurster van
een fiets en /of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 vanPro voormeld reglement, niet de snelheid
van dat door haar bestuurde motorrijtuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat
zij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover zij de door haar bereden en /ofdat kruisende fiets/bromfietspad
Randweg/Venlosingel kon overzien en waarover deze vrij was/waren en /of
is gebotst tegen , althans in aanrijding is gekomen metdie fiets en/of de bestuurder
van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die fiets ten val is gekomen,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander(te weten [slachtoffer] )
zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letselwerd toegebracht, dat daaruit
tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is
ontstaan,terwijl zij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of vijfde
lid van de Wegenverkeerswet 1994;
2.
zij op of omstreeks16 december 2024 te Arnhem een voertuig , te weten een voertuig
(personenauto), heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturenna gebruik
van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het
verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de
Wegenverkeerswet 1994, te weten Amfetamine,
terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 vanPro genoemde Wet, het
gehalte in haar bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 530 microgram per
liter bloed bedroeg , in elk geval een gehalte hoger dan de in artikel 3 vanPro het
genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van
feit 1, primair:
overtreding van artikel 6 vanPro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;
en
feit 2, primair:
overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
5.De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6.De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De officier van justitie heeft verzocht de proeftijd te bepalen op 2 jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit aan verdachte een geheel voorwaardelijke rijontzegging op te leggen, althans het onvoorwaardelijk deel te beperken tot maximaal 6 maanden.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag onder invloed van amfetamine een verkeersongeval veroorzaakt, waarbij zij bij het verlaten van de rotonde geen voorrang heeft verleend aan een fietser en is gebotst tegen die fietser. Het slachtoffer heeft hierdoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen, waarvan zij nog steeds de gevolgen ondervindt.
De LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting hanteren in het geval van aanmerkelijke schuld aan een ongeval met zwaar lichamelijk letsel en onder invloed van < 570 ugl alcohol een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 maanden. De rechtbank zal dit oriëntatiepunt als uitgangspunt nemen.
Uit het strafblad van verdachte van 2 maart 2026 volgt dat zij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (andersoortige) strafbare feiten. Ook heeft zij twee maal een strafbeschikking opgelegd gekregen voor snelheidsovertredingen.
De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat zij een schuldbewuste houding heeft aangenomen, op zitting openheid van zaken heeft gegeven over haar amfetaminegebruik en er blijk van heeft gegeven het kwalijke van haar handelen in te zien. Zij heeft inzicht getoond in haar handelen. Zij is inmiddels gestopt met het gebruik van amfetamine en is in (hypno)therapie gegaan. De rechtbank weegt voorts mee dat zij contact heeft gezocht met het slachtoffer en haar heeft bezocht.
De rechtbank acht alles afwegende oplegging van een taakstraf van 160 uur passend. Daarnaast zal de rechtbank, mede ter bescherming van de verkeersveiligheid, aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen. De rechtbank bepaalt de duur daarvan op 18 maanden en zal een groot gedeelte daarvan, te weten 12 maanden, voorwaardelijk opleggen, mede gelet op de fysieke situatie van verdachte die het hebben van een rijbewijs urgenter maakt.
8.De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
9.De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;
ontzegt verdachte ten aanzien van het onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze bijkomende straf, te weten 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Snijders (voorzitter), mr. W. Bruins en mr. R.D. Leen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 april 2026.
Voetnoten
1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025076942, gesloten op 7 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 3 april 2026; proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 8-10; Proces-verbaal FO Verkeer, p. 23 en 41; Rapport Drugs in het verkeer, p. 79-80; proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer] , p. 51.
3.Proces-verbaal FO Verkeer, p. 24 en 35.
4.Verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 3 april 2026.
5.Proces-verbaal van verhoor slachtoffer, p. 51.
6.Schriftelijke slachtofferverklaring.
7.Rapport Drugs in het verkeer, p. 79-80 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 april 2026.