Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3004

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
AWB 26/1702
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij niet tijdig beslissen omgevingsvergunning

Verzoekster heeft op 5 januari 2026 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning waarop nog niet is beslist. Zij heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen en verzocht om een voorlopige voorziening om het college te dwingen binnen korte termijn een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.

De voorzieningenrechter overweegt dat de procedure bij niet tijdig beslissen al versneld wordt behandeld en dat het doel van een voorlopige voorziening is om een tijdelijke maatregel te treffen in afwachting van de uitspraak op het beroep. Verzoekster wil echter een inhoudelijke beslissing afdwingen via de voorlopige voorziening, wat niet de bedoeling is van deze procedure.

Verder is vastgesteld dat er geen sprake is van een spoedeisend belang, ondanks de door verzoekster gestelde financiële schade door het uitblijven van besluitvorming. Daarom is het verzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/1702

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekster], h.o.d.n. [naam maatschap], uit [plaats],verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoekster heeft op 5 januari 2026 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning. Op deze aanvraag is nog niet beslist. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag. [1] Ook heeft zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Zij stelt daartoe dat zij directe en oplopende financiële schade lijdt als gevolg van het uitblijven van besluitvorming. Zij verzoekt de voorzieningenrechter om het college op te dragen om binnen een zeer korte termijn alsnog een besluit te nemen en te bepalen dat het college een dwangsom verbeurt bij niet-naleving van de uitspraak.
2.1. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Uit artikel 8:81 van Pro de Awb vloeit verder voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van (formele en materiële) ‘connexiteit’. Het formele connexiteitsvereiste houdt in dat er naast het verzoek om een voorlopige voorziening ook sprake moet zijn van een bezwaar- of beroepszaak. Daarnaast moet wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken ook betrekking hebben op de inhoud van het aangevochten besluit. Dit is het materiële connexiteitsvereiste.
3. De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat een beroep tegen het niet tijdig beslissen door de rechtbank al wordt behandeld in een versnelde procedure. Het doel van de procedure bij niet tijdig beslissen is – zo nodig met oplegging van een dwangsom – het college te bewegen alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. Dit is ook wat verzoekster aan de voorzieningenrechter heeft gevraagd. Het doel van een voorlopige voorziening procedure is evenwel om in afwachting van de uitspraak op het beroep een voorlopige maatregel te treffen. Verzoekster beoogt in feite met haar verzoek een inhoudelijke beslissing te krijgen op het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. Daar is de voorlopige voorzieningenprocedure niet voor bedoeld.
3.1. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Dat verzoekster stelt schade te lijden door het uitblijven van besluitvorming leidt niet tot een ander oordeel.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd de uitspraakte ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit beroep is bij de rechtbank geregistreerd onder nummer ARN 26/1703.