Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
- onderhuidse bloeduitstortingen onder de kaakrand aan de rechterzijde, op de rechterschouder, op beide bovenarmen, op de linkeronderarm, op de rechterborst en op het linkeronderbeen;
- bloeduitstortingen in het slijmvlies van de onderlip;
- oppervlakkige huidbeschadigingen op de rechtermiddelvinger, op de rechterwreef en op de linkerenkel;
- krasverwondingen rechts op de rug en op de rechterbil;
- roodheid links op de rug;
3.De bewezenverklaring
of omstreeks5 januari 2026 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten zijn ex-partner, [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
een of meerdere malen,
en/of de keel heeft dichtgeknepen,
die [slachtoffer] bij de keel heeft vastgepakt en/of vastgepakt heeft gehouden en/of
of omstreeks5 januari 2026 te [plaats]
(zijn ex-partner
)[slachtoffer] heeft mishandeld, door
een of meerdere malen
/of
althans het gezicht,te slaan.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten / de verdachte
6.De overwegingen ten aanzien van de straf en maatregel
7.De beoordeling van de civiele vordering
8.De toegepaste wettelijke bepalingen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
100 dagen;
- bepaalt dat een
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte in verband met het onder 1 subsidiair en onder 2 bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 2.222,97 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2026 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 22 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;