Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2998

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
285190-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 38v Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onvoorwaardelijke gevangenisstraf en behandeling voor kindermishandeling en bedreiging binnen gezin

De rechtbank Gelderland heeft op 16 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van meervoudige mishandeling en bedreiging van zijn echtgenote en twee minderjarige kinderen over een periode van meerdere jaren.

De bewezenverklaring omvat mishandeling van de kinderen en echtgenote, waaronder slaan, haren trekken, gooien met voorwerpen en bedreigingen met de dood. De mishandelingen vonden wekelijks plaats en leidden tot ernstige fysieke en psychische schade. De rechtbank achtte het bewijs overtuigend, mede gebaseerd op aangiften, getuigenverklaringen, videobeelden en medisch forensisch onderzoek.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, en legde bijzondere voorwaarden op waaronder contact- en locatieverboden en verplichte behandeling. Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan de slachtoffers, met wettelijke rente en een BEM-clausule ter bescherming van de minderjarige kinderen.

De rechtbank wees een 38v-maatregel af omdat de bijzondere voorwaarden reeds een contact- en locatieverbod bevatten. De straf zal volledig in een penitentiaire inrichting worden uitgevoerd, met aftrek van het voorarrest. De uitspraak benadrukt de ernst van kindermishandeling en de noodzaak van gedragsbeïnvloeding en bescherming van slachtoffers.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en schadevergoedingen aan slachtoffers.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.285190.25
Datum uitspraak : 16 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1981 in [geboorteplaats] (Syrië),
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Raadsman: mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat in Zeist.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 5 februari 2026 en 2 april 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 24 oktober 2025 te [woonplaats], althans in Nederland, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2021), heeft mishandeld, door die [slachtoffer 1], op haar rug, althans het lichaam, te slaan, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn kind;
2
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2025 tot en met 24 oktober 2025 te [woonplaats],
[slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2021), heeft mishandeld, door die [slachtoffer 1]
- een of meerdere malen op/in de rug, schouder, been, kin en/of het gezicht, althans het lichaam, te slaan en/of
- een of meerdere malen aan de haren te trekken en/of
- een of meerdere malen van zich af te gooien/duwen op de bank en/of
- een of meerdere malen bij het lichaam vast te pakken en/of grijpen,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn kind;
3
hij in of omstreeks de periode van 12 augustus 2022 tot en met 24 oktober 2025 te [woonplaats], althans in Nederland, [slachtoffer 2], heeft mishandeld, door die [slachtoffer 2]
- een of meerdere malen tegen/op/in de schouder, rug, hals, kin, nek, hoofd en/of gezicht, althans het lichaam te slaan en/of
- een of meerdere malen diens handen naar die voornoemde [slachtoffer 2] uit te steken en/of
- een of meerdere malen in het gezicht en/of op de rug, althans het lichaam, te krabben en/of
- een of meerdere malen haar mond dicht te duwen en/of de keel vast te pakken en/of dicht te knijpen,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn echtgenote;
4
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 24 oktober 2025 te [woonplaats], althans in Nederland, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2018), heeft mishandeld, door:
een slipper en/of een kussen, althans enig voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 3] te gooien waardoor die [slachtoffer 3] in zijn gezicht, althans op het lichaam, wordt geraakt en/of die [slachtoffer 3]
- een of meerdere malen op/tegen/in de rug, schouder, arm, been, hoofd en/of het gezicht, althans op/tegen het lichaam, te slaan en/of
- een of meerdere malen aan de haren omhoog te trekken en/of
- een of meerdere malen in de arm en/of het been, althans het lichaam, te knijpen en/of
- een of meerdere malen met een slipper en/of een kussen, althans enig voorwerp, op/tegen het lichaam te slaan en/of
- een of meerdere malen op het been, althans het lichaam, te krabben,
- een of meerdere malen heen en weer te schudden en/of
- een of meerdere malen bij de arm en/of nek, althans bij het lichaam, vast te pakken en/of te grijpen,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn kind;
5
hij in of omstreeks de periode van 12 augustus 2022 tot en met 24 oktober 2025 te [woonplaats], althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, dreigend de woorden toe te voegen "Als je weggaat of naar de politie, dan ga ik je vermoorden" en/of “ik ga jou slachten” en/of “Als het zo ver komt dan vermoord ik jou jaa 100 procent”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn echtgenote;
6
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 24 oktober 2025 te [woonplaats], althans in Nederland, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2018) en/of [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2021) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door:
- die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, dreigend de woorden toe te voegen “ik zal je slaan als je nog een keer deze aanraakt” en/of “als je deze witte opnieuw aanraakt zal ik je armen breken” en/of “als je aan mijn spullen komt, dan slacht ik jou” en/of “Ik wil je zo graag slaan en jou overal laten bloeden van elke plek in je lichaam, zal ik nu de het mes gaan pakken en jou slachten en vermoorden” en/of “ik ga je afslachten” en/of “ik ga je uit het raam gooien” en/of
- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, dreigend de woorden toe te voegen “Kijk je hebt de doos twee keer geraakt, als die valt zal ik een probleem maken, je mag het niet aanraken oké, ik wacht tot dat het valt dan ga je huilend slapen” en/of “Ik kom je slaan, geef mij het snel die gevallen spul, de volgende keer ga ik je ogen er uit halen” en/of “ik kom je ogen eruit halen, wat een hond” en/of “ik ga je afslachten”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn kinderen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle zes ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van
feit 3 (mishandeling aangeefster) heeft zij aangevoerd dat de pleegperiode moet worden verkort naar 12 augustus 2022 tot en met 31 oktober 2024. Voor feit 4 (mishandeling [slachtoffer 3]) kan alleen de periode 1 maart 2023 tot en met 24 oktober 2025 worden bewezen en moet verdachte worden vrijgesproken van het heen en weer schudden van [slachtoffer 3]. Ten aanzien van feiten 5 (bedreiging aangeefster) en 6 (bedreiging [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1]) kan de periode van 1 januari 2023 tot en met 24 oktober 2025 worden bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van feiten 3, 5 en 6. Voor feit 3 (mishandeling aangeefster) is er onvoldoende bewijs. Het dossier bevat enkel de aangifte die als bewijsmiddel kan worden gebruikt. Ten aanzien van feiten 5 (bedreiging aangeefster) en 6 (bedreiging [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1]) kon allereerst bij aangeefster en de kinderen geen redelijke vrees ontstaan. Verdachte gebruikte de ten laste gelegde bewoordingen als scheldwoord of dreigement. Het was voor hen duidelijk dat de dreigementen niet daadwerkelijk ten uitvoer gelegd zouden worden. Ten tweede had verdachte geen opzet op de bedreigingen. Zijn opzet was gericht op het doen stoppen van het hinderlijke gedrag van de kinderen. Tot slot zijn de ten laste gelegde bewoordingen Syrische uitdrukkingen, die geen bedreiging inhouden. Subsidiair heeft de raadsman ten aanzien van feiten 5 en 6 aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde periode vóór 4 april 2024 (de datum van het oudste videobeeld). Ook moet verdachte worden vrijgesproken van de bewoordingen “als je deze witte opnieuw aanraakt, zal ik je armen breken” en “ik ga je uit het raam gooien”. Deze woorden zijn niet door verdachte gezegd.
Ten aanzien van feit 2 (mishandeling [slachtoffer 1]) heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de periode vóór 26 februari 2025 en van het aan de haren trekken. Dat is niet gebeurd. Wat betreft feit 4 (mishandeling [slachtoffer 3]) kan enkel de periode vanaf februari 2024 worden bewezen en moet verdachte worden vrijgesproken van het aan de haren omhoog trekken, het heen en weer schudden en het op het been krabben.
De beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], p. 22;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 114;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 118;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 april 2026.
Feit 2
Op 24 oktober 2025 kregen verbalisanten de melding om te gaan naar de [adres] in [woonplaats]. Daar zou sprake zijn van huiselijk geweld. Ter plaatse hoorde de verbalisant [slachtoffer 2] (hierna [slachtoffer 2]) zeggen dat haar man, verdachte, haar dochter
([slachtoffer 1])had geslagen. De verbalisant zag op de rug van [slachtoffer 1] een grote, rode vlek in de vorm van een platte hand. [2]
[slachtoffer 2] heeft die dag aangifte gedaan en verklaard dat verdachte [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2021) die dag heel hard sloeg en dat [slachtoffer 1] gelijk moest huilen en zei dat ze pijn had. Verder slaat verdachte allebei de kinderen in ieder geval één keer per week. [3] Hij slaat de kinderen met zijn hand op hun rug of op hun schouder en trekt [slachtoffer 1] aan haar haren. [4] Op 24 oktober 2025 gooide verdachte [slachtoffer 1] van een lange afstand op de bank, waarna [slachtoffer 1] moest huilen. Op 12 mei 2025 had [slachtoffer 1] rode striemen of roodheid in haar gezicht toen verdachte met zijn hand uithaalde tegen haar gezicht. Op 21 juni 2025 had [slachtoffer 1] pijn en roodheid op haar been toen verdachte haar sloeg. [5]
Op beelden van een camera die in de woonkamer hing, is volgens een verbalisant het volgende te zien en te horen.
Fragment 1, 26 februari 2025 vanaf 20:07 uur: verdachte tilt zijn dochter [slachtoffer 1] op en gooit haar met kracht op de bank. De dochter vliegt hierbij kortstondig door de lucht en komt vervolgens hard met haar hoofd tegen de rand van de bank. Hierna blijft zij op de bank liggen en huilt zachtjes.
Fragment 3, 12 mei 2025 vanaf 21:52 uur: de dochter is aan het praten/mompelen en ineens staat verdachte op en haalt met zijn vlakke rechterhand uit naar de linkerzijde van het gezicht van de dochter. Verdachte raakt zijn dochter en zij valt achterover op de grond.
Fragment 5, 15 juni 2025 vanaf 17:16 uur: verdachte wordt wakker omdat zijn dochter iets uit de kast laat vallen. Verdachte begint tegen haar te schreeuwen, staat op en slaat haar twee keer. Vervolgens duikt de dochter naar de grond en is een klappend geluid te horen op het moment van het slaan door verdachte. De dochter begint hierna te huilen en loopt naar haar moeder om getroost te worden.
Fragment 6, 21 juni 2025 vanaf 20:59 uur: verdachte haalt met zijn rechterhand uit richting zijn dochter, waarna zij als reactie direct in elkaar duikt om zichzelf te beschermen. Vervolgens slaat verdachte haar op haar linker bovenbeen, waarna de dochter begint te huilen, haar been vastpakt en over de plek wrijft waar zij is geslagen. [6]
Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] meerdere keren heeft geslagen, waaronder op haar rug en schouder. Ook heeft hij [slachtoffer 1] op de bank gegooid en vastgepakt bij haar schouders. [7] Hij sloeg de kinderen naar eigen zeggen ongeveer één keer in de twee weken.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zijn dochter [slachtoffer 1] vanaf 26 februari 2025 tot en met 23 oktober 2025 in ieder geval één keer per week, zoals aangeefster heeft verklaard, op verschillende manieren heeft mishandeld door haar te slaan, haar met kracht van zich af te gooien op de bank en haar vast te pakken of grijpen en aan haar haren te trekken. Feit 2 is dan ook wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het slaan tegen de kin, omdat dit in Groenlo, en dus niet [woonplaats], zou hebben plaatsgevonden. In het gegeven dat feit 1 ziet op 24 oktober 2025 ziet de rechtbank aanleiding om bij feit uit te gaan van de periode tot en met 23 februari 2025.
Feit 3
[slachtoffer 2] heeft op 24 oktober 2025 verklaard dat zij getrouwd is met verdachte en dat hij haar al tien jaar lang mishandelt. Hij krabt en slaat haar en drukt haar mond dicht. De laatste keer dat zij ruzie hadden was ongeveer een jaar geleden. [slachtoffer 2] heeft toen een foto gemaakt van wat er op haar gezicht te zien was. [8] Ook heeft zij verklaard dat het wondje dat op haar rug dat te zien is op foto 13 is gebeurd door de hand en nagels van verdachte. [9]
[slachtoffer 2] heeft meerdere letselfoto’s aan de politie overgedragen. Een forensisch arts heeft deze foto’s onderzocht en stelde het volgende vast.
Foto’s 5, 5A en 9 (gemaakt op 16 januari 2023): op een zijde van de kin bevindt zich een scherp begrensde streepvormige rode huidverkleuring van geschat 0.8x0.3cm.
Foto’s 8, 8A en 12 (gemaakt op 12 augustus 2022): op de bovenrug, vlak onder de nek, bevindt zich een scherp begrensde lijnvormige huiddoorbreking van geschat 3x0.2cm met omliggende rode huidverkleuring. Het betreft krasletsel.
Foto's 10 en 10A (gemaakt op 16 januari 2023): aan de buitenzijde van een oog bevindt zich een drietal matig scherp begrensde verticaal verlopende streepvormige rood dan wel blauwe huidverkleuringen (op de foto niet goed te beoordelen). De buitenste verkleuring verloopt mogelijk door over de slaap. [10]
Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij aangeefster een keer gezien heeft met verwondingen. Zij had een vlek in haar nek, een kras onder haar oog en een kras op haar schouder. [slachtoffer 2] vertelde haar toen dat zij ruzie had gehad met verdachte. [11]
Getuige [getuige 2], lerares van [slachtoffer 3] in 2023, heeft verklaard dat [slachtoffer 3], de zoon van aangeefster en verdachte, vertelde dat papa de keel van mama dichtknijpt en dat hij zijn hand voor haar mond doet. [12]
De rechtbank acht op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte zijn echtgenote, [slachtoffer 2], meerdere keren heeft mishandeld door haar te slaan dan wel te krabben op de schouder, rug, kin en het gezicht en met zijn hand(en) haar mond dicht te drukken en haar keel dicht te knijpen.
Gelet op de verklaring van [slachtoffer 2] dat de laatste mishandeling een jaar geleden heeft plaatsgevonden, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de periode na oktober 2024.
Feit 4
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte hun zoon [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2018) in ieder geval één keer per week slaat. Hij slaat hem sinds [slachtoffer 3] drie jaar oud is. Soms slaat hij met zijn hand en soms (hard) met een slipper. Ook heeft verdachte [slachtoffer 3] geknepen in zijn bovenarm of bovenbeen, waarna er een rode plek ontstond. Een keer heeft hij hem aan zijn haren met zijn hele gewicht omhoog getrokken. Daarnaast heeft verdachte in de auto [slachtoffer 3] geslagen op zijn schouder, wat pijn deed bij [slachtoffer 3]. Op 3 augustus 2025 heeft verdachte [slachtoffer 3] geslagen in de tuinkamer. [slachtoffer 3] had daarna pijn in zijn buik. De laatste keer dat [slachtoffer 3] door verdachte werd mishandeld, was vorige week. [13]
Op beelden van een camera die in de woonkamer hing, is volgens een verbalisant het volgende te zien en te horen.
Fragment 2, 1 mei 2025 vanaf 19:00 uur: verdachte houdt een kussen in de lucht en beweegt met kracht naar beneden en raakt daarbij zijn zoon één keer op de zijkant van zijn hoofd. De verbalisant hoort hierna de zoon huilen.
Fragment 7, 13 juli 2025 vanaf 18:54 uur: verdachte pakt met beide handen zijn zoon vast, waarna zijn zoon direct begint te huilen. Vervolgens pakt verdachte zijn zoon bij de linkerarm en in de nek. Verdachte probeert de zoon mee te nemen door de deur heen. Aangeefster komt tussenbeide, pakt haar zoon vast en probeert hem te troosten.
Fragment 10, 15 oktober 2025 vanaf 18:41 uur: de zoon pakt twee kussens en legt deze over zichzelf heen. Het lijkt erop dat de zoon zichzelf probeert te verstoppen. Na 22 seconden komt verdachte de woonkamer binnen. De zoon begint direct te gillen zodra hij verdachte de kamer in ziet komen. Verdachte heeft in zijn rechterhand een slipper of slof vast. Hij houdt deze boven zijn hoofd en slaat met kracht vijf keer tegen zijn zoon. Aangeefster probeert dit te voorkomen. De zoon begint hard te huilen.
Tweede fragment, 10 april 2024 vanaf 17:45 uur: verdachte schreeuwt tegen zijn zoon en pakt hem hardhandig op onder de armen en laat hem in de kinderstoel vallen. Even later maakt verdachte ineens een snelle voorwaartse beweging met zijn rechterarm in de richting de bovenarm van de zoon. De zoon beweegt door de armbeweging van verdachte naar de rechterkant. Daarna haalt verdachte met vlakke hand krachtig uit tegen de linkerzijde van het gezicht van de zoon. De zoon deinst weg en beschermt zijn gezicht met zijn hand. Daarna begint de zoon overstuur te huilen. [14]
Uit het dossier van Veilig Thuis blijkt dat [slachtoffer 3] op 1 maart 2024 lichamelijk is onderzocht, waaruit het volgende naar voren komt.
Op de rechterzijkant van het voorhoofd, ter hoogte van rechterwenkbrauw bevond zich een niet pijnlijke scherp begrensde grillig ovaalvormige licht rode/bruine huidverkleuring van ongeveer 0,5 cm breed en 0,5 cm lang. Het letsel paste bij de door [slachtoffer 3] en moeder gemelde toedracht van het gooien van een schuimrubberen slipper tegen het hoofd van [slachtoffer 3] door vader. [15]
Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 3] heeft geslagen en een slipper naar hem heeft gegooid. [16] Hij sloeg naar eigen zeggen de kinderen ongeveer één keer in de twee weken.
De rechtbank stelt vast dat verdachte [slachtoffer 3] sinds hij drie jaar oud is in ieder geval één keer per week mishandeld heeft door hem te slaan, hardhandig vast te pakken, een kussens en slipper naar hem te gooien en hem aan zijn haren met zijn hele gewicht omhoog te trekken. De rechtbank acht dan ook de gehele ten laste gelegde periode bewezen.
De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] meerdere keren heen en weer heeft geschud. [slachtoffer 2] heeft namelijk verklaard dat dit gebeurde toen [slachtoffer 3] twee maanden oud was. Dit valt dus buiten de ten laste gelegde periode. Ook blijkt uit het dossier niet dat verdachte [slachtoffer 3] heeft gekrabd; niemand heeft hierover verklaard en het is ook niet op de foto’s of beelden te zien. De rechtbank spreekt verdachte daarom van deze twee ten laste gelegde handelingen vrij.
Feit 5
[slachtoffer 2] heeft ook verklaard dat verdachte haar meerdere keren heeft bedreigd. Hij zei dat als aangeefster naar de politie zou gaan dat hij haar dan zou vermoorden. Hij zou haar gaan slachten. [slachtoffer 2] kon niet inschatten of verdachte in staat is om haar te vermoorden, maar zij was daar wel bang voor. [17]
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] vertelde dat ze bij verdachte weg wilde gaan, maar dat verdachte dan zei dat als zij de kinderen meeneemt dat hij haar dan vermoordt. [slachtoffer 2] was bang dat verdachte haar zal vermoorden als ze bij hem weggaat. [slachtoffer 2] vertelde dit meerdere keren. [18]
Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat aangeefster vertelde dat ze doodsbedreigingen kreeg van verdachte. Hij had tegen haar gezegd "als jij bij weggaat dan maak ik je dood. Het geeft niks, ik heb het bij mijn vriend gezien, die heeft dat gedaan en dan moet je vijf jaar zitten en dan kom je weer vrij. Ik weet hoe het werkt hier in Nederland". [19]
Op beelden van een camera die in de woonkamer van [slachtoffer 2] en verdachte in [woonplaats] hing, is volgens een verbalisant het volgende te zien en te horen.
Eerste videofragment, datum 4 april 2024 om 08:17 uur:
  • [slachtoffer 2]: Ik zweer op mijn kinderen als je niet beter wordt dan (…)
  • Verdachte: je moet bescherming vinden ergens anders niet hier.
  • [slachtoffer 2]: Wil je me vermoorden? Vermoord mij, wij leven in een Europees land met wetten.
  • Verdachte: Als het zo ver komt dan vermoord ik jou jaa 100 procent.
Getuige [getuige 2], in 2023 de lerares van [slachtoffer 3], heeft verklaard dat [slachtoffer 3] een keer heeft gezegd dat hij niet over thuis mag praten, want dan gaat papa mama vermoorden. [21]
De rechtbank stelt vast dat verdachte vanaf in ieder geval 2023 meerdere keren tegen [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij haar zal vermoorden als zij bij hem weggaat of als zij naar de politie gaat. Verdachte heeft hiermee opzet gehad op het bedreigen van [slachtoffer 2] met de dood. Het verweer van de verdediging dat bij [slachtoffer 2] geen redelijke vrees kon ontstaan dat hij dit daadwerkelijk zou doen, omdat ‘ik slacht je’ een Syrische uitdrukking betreft, zoals wij de uitdrukking ‘ik plak je achter het behang’ kennen, gaat niet op, omdat verdachte [slachtoffer 2] met deze woorden uitdrukkelijk waarschuwt niet bij hem weg te gaan of naar de politie te gaan. Bovendien werden deze woorden geuit in een situatie waarin verdachte ook daadwerkelijk regelmatig geweld pleegde tegen haar en haar kinderen.
De rechtbank acht dus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 24 oktober 2025 [slachtoffer 2] meerdere keren heeft bedreigd.
Feit 6
Op de eerder genoemde beelden van de camera in de woonkamer is volgens een verbalisant het volgende te zien en te horen.
Tweede videofragment, 4 april 2024 vanaf 17:45 uur:
- Verdachte: Fuck Jouw god, zit op de stoel! Ik wil je zo graag slaan en jou overal laten bloeden van elke plek in je lichaam (verdachte herhaalt dit twee keer), zal ik nu de het mes gaan pakken en jou slachten en vermoorden.
Fragment 2, 1 mei 2025 vanaf 19:00 uur:
  • Verdachte (schreeuwt hard): waarom werkt de afstandsbediening niet?
  • [slachtoffer 3]: Ik heb niks hiermee gedaan.
  • Verdachte: ik zal je slaan als je nog een keer deze aanraakt, hij heeft het in het water gezet deze kankerhond. Godverdomme Godverdomme. Ik zweer dat ik je zo hard wil slaan ik zweer!!
Fragment 3, 12 mei 2025 vanaf 21:52 uur:
- Verdachte tegen [slachtoffer 1]: Kijk je hebt de doos twee keer geraakt als die valt zal ik een probleem maken, je mag het niet aanraken oké, ik wacht tot dat het valt dan ga je huilend slapen, hoe was het? Goed? Wat een kutkop heb jij!
Fragment 5, 15 juni 2025 vanaf 17:16 uur:
  • Verdachte tegen [slachtoffer 1]: Godverdomme, Ik kom je slaan geef mij het snel die gevallen spul, de volgende keer ga ik je ogen eruit halen (...).
  • Moeder: genoeg stop hiermee.
  • Verdachte tegen [slachtoffer 1]: ik kom je ogen eruit halen, wat een hond.
Fragment 4, 21 mei 2025 vanaf 21:44 uur:
- Verdachte: Als je aan mijn spullen komt dan slacht ik jou (dit wordt drie keer door verdachte gezegd). [22]
Verdachte heeft verklaard dat hij de woorden heeft gezegd die op de beelden te horen zijn. [23]
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zijn kinderen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] in de periode van 4 april 2024 tot en met 21 mei 2025 meerdere keren heeft bedreigd met zware mishandeling en met de dood. Verdachte heeft hier opzet op gehad. Gelet op de woorden zelf, in combinatie met het geweld dat in dezelfde periode plaatsvond richting de kinderen, kon bij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] de redelijke vrees ontstaan dat verdachte hen zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen of zou doden. Het verweer van verdachte dat het Syrische uitdrukkingen betrof, begrijpt de rechtbank niet, omdat verdachte niet heeft duidelijk gemaakt welke uitdrukkingen het dan zijn en wat deze dan betekenen.
De rechtbank constateert dat verdachte niet de zin “als je deze witte opnieuw aanraakt zal ik je armen breken” en “ ik ga je afslachten” heeft gezegd. De rechtbank zal daarom deze bewoordingen niet bewezen verklaren.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1
hij op
of omstreeks24 oktober 2025 te [woonplaats],
althans in Nederland,[slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2021), heeft mishandeld, door die [slachtoffer 1], op haar rug,
althans het lichaam,te slaan, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn kind;
2
hij in
of omstreeksde periode van
1 januari 202526 februari 2025tot en met
23oktober 2025 te [woonplaats], [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2021), heeft mishandeld, door die [slachtoffer 1]
- een of meerdere malen op/in de rug, schouder, been,
kinen
/ofhet gezicht, althans het lichaam, te slaan en
/of- een of meerdere malen aan de haren te trekken en
/of- een of meerdere malen van zich af te gooien/duwen op de bank en
/of- een of meerdere malen bij het lichaam vast te pakken en/of grijpen,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn kind;
3
hij in
of omstreeksde periode van 12 augustus 2022 tot en met
24 oktober 202531 oktober 2024te [woonplaats], althans in Nederland, [slachtoffer 2], heeft mishandeld, door die [slachtoffer 2]
- een of meerdere malen tegen/op/in de schouder, rug, hals, kin,
nek,
hoofden
/ofgezicht, althans het lichaam te slaan en
/of-
een of meerdere malen diens handen naar die voornoemde [slachtoffer 2] uit te steken en/of- een of meerdere malen in het gezicht en
/ofop de rug, althans het lichaam, te krabben en
/of- een of meerdere malen haar mond dicht te duwen en/
ofde keel
vast te pakken en/ofdicht te knijpen,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn echtgenote;
4
hij in
of omstreeksde periode van 1 januari 2022 tot en met 24 oktober 2025 te [woonplaats], althans in Nederland, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2018), heeft mishandeld, door:
een slipper en
/ofeen kussen,
althans enig voorwerp,in de richting van die [slachtoffer 3] te gooien waardoor die [slachtoffer 3] in zijn gezicht, althans op het lichaam, wordt geraakt en
/ofdie [slachtoffer 3]
- een of meerdere malen op/tegen/in de
rug, schouder, arm,
been, hoofd en
/ofhet gezicht, althans op/tegen het lichaam, te slaan en
/of- een of meerdere malenaan de haren omhoog te trekken en/
of- een of meerdere malen in de arm en
/ofhet been,
althans het lichaam,te knijpen en
/of- een of meerdere malen met een slipper en
/ofeen kussen,
althans enig voorwerp,op/tegen het lichaam te slaan en
/of-
een of meerdere malen op het been, althans het lichaam, te krabben,-
een of meerdere malen heen en weer te schudden en/of- een of meerdere malen bij de arm en
/ofnek,
althans bij het lichaam, vastte pakken en
/ofte grijpen,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn kind;
5
hij in of omstreeks de periode van
12 augustus 20221 januari 2023tot en met 24 oktober 2025 te [woonplaats], althans in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] meermalen
, althans eenmaal,dreigend de woorden toe te voegen "Als je weggaat of naar de politie, dan ga ik je vermoorden" en
/of“ik ga jou slachten” en
/of“Als het zo ver komt dan vermoord ik jou jaa 100 procent”,
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn echtgenote;
6
hij in
of omstreeksde periode van
1 januari 20224 april 2024tot en met
24 oktober21 mei2025 te [woonplaats],
althans in Nederland,[slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3] 2018) en
/of[slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2021) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en
/ofmet zware mishandeling, door:
- die [slachtoffer 3]
meermalen, althans eenmaal, dreigend de woorden toe te voegen “ik zal je slaan als je nog een keer deze aanraakt”
en/of “als je deze witte opnieuw aanraakt zal ik je armen breken”en
/of“als je aan mijn spullen komt, dan slacht ik jou” en
/of“Ik wil je zo graag slaan en jou overal laten bloeden van elke plek in je lichaam, zal ik nu de het mes gaan pakken en jou slachten en vermoorden”
en/of “ik ga je afslachten” en/of “ik ga je uit het raam gooien”en
/of- die [slachtoffer 1]
meermalen, althans eenmaal,dreigend de woorden toe te voegen “Kijk je hebt de doos twee keer geraakt, als die valt zal ik een probleem maken, je mag het niet aanraken oké, ik wacht tot dat het valt dan ga je huilend slapen” en
/of“Ik kom je slaan, geef mij het snel die gevallen spul, de volgende keer ga ik je ogen eruit halen” en
/of“ik kom je ogen eruit halen, wat een hond”
en/of “ik ga je afslachten”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn kinderen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind
feit 2:
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd
feit 3:
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn echtgenote, meermalen gepleegd
feit 4:
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd
feit 5:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
feit 6:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd
en
bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van de straf en maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van
3 jaren en met aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel dienen de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd te worden verbonden en deze moeten dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van een 38v-maatregel gevorderd, inhoudende een contact- en locatieverbod, voor de duur van 5 jaren. Ook deze maatregel moet dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit een onvoorwaardelijke straf op te leggen die hoogstens gelijk is aan het voorarrest, in combinatie met een voorwaardelijk deel en/of een taakstraf, met bijzondere voorwaarden. De raadsman heeft verzocht om, als de elektronische monitoring wordt opgelegd, deze in tijdsduur te maximeren op 6 maanden. Tot slot moet in het contactverbod een exitclausule worden opgenomen voor de kinderen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veelvuldig, over een periode van meerdere jaren, mishandelen en bedreigen van zijn echtgenote en hun twee minderjarige kinderen. De mishandelingen van de kinderen vonden wekelijks plaats .
Hiermee heeft verdachte de gezondheid, de lichamelijke integriteit en de psychische integriteit van zijn echtgenote en kinderen ernstig geschonden. Het geweld heeft plaatsgevonden in de thuissituatie, waar de slachtoffers zich juist veilig zou moeten voelen en waar de kinderen geborgen en stabiel zouden moeten kunnen opgroeien. In plaats daarvan heeft verdachte een zeer beangstigende omgeving gecreëerd. Het is algemeen bekend dat de gevolgen van fysieke kindermishandeling nog lang kunnen doorwerken en dat de kinderen hier de rest van hun leven last van kunnen ondervinden. Bovendien zijn zij noodgedwongen verhuisd naar een geheime plek. Hierdoor hebben zij halsoverkop hun vertrouwde woonomgeving en school moeten verlaten. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.
Gelet op de aard en de ernst van de feiten kan niet anders dan worden volstaan met een gevangenisstraf.
De reclassering schrijft in haar rapport van 23 maart 2026 dat verdachte voldoende zelfredzaam lijkt. Hij heeft een woning en een fulltime baan en lijkt op dat gebied zijn leven op orde te hebben. Het is met name de houding van verdachte die de reclassering zorgen baart, zeker nu door aangeefster een echtscheidingsprocedure is opgestart. Verdachte bagatelliseert het geweld tegen zijn kinderen en lijkt niet te beschikken over voldoende zelfreflectie en coping vaardigheden. Het risico op recidive en op letsel wordt ingeschat als hoog. De reclassering vindt diagnostiek en daaruit voortvloeiende behandeling daarom noodzakelijk om gedragsverandering te bewerkstelligen en de risico’s te beperken. Verdachte is sinds februari 2026 met een enkelband onder voorwaarden geschorst uit de voorlopige hechtenis. Hoewel verdachte aangeeft zich niet in de opgelegde voorwaarden te kunnen vinden, houdt hij zich er wel aan. Het schorsingstoezicht is echter nog precair en de tijd zal leren of verdachte afsprakentrouw is en zich aan de voorwaarden zal blijven houden.
De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder een contact- en locatieverbod.
Voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering is geadviseerd. De rechtbank vindt het van belang dat de elektronische monitoring de aankomende periode wordt gehandhaafd, omdat verdachte nog relatief kort in een schorsing loopt. De rechtbank bepaalt dat de tijd die verdachte nog elektronisch wordt gemonitord maximaal 6 maanden zal bedragen, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.
De officier van justitie heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevorderd. De rechtbank constateert dat verdachte onder vrijwel dezelfde voorwaarden is geschorst, met uitzondering van het meewerken aan behandeling en diagnostiek. De rechtbank zal daarom niet de dadelijke uitvoerbaarheid bevelen, maar wel de schorsing laten doorlopen, omdat op die manier het meeste recht wordt gedaan aan het principe dat een beslissing pas ten uitvoer wordt gelegd als die beslissing onherroepelijk wordt. De schorsingsvoorwaarden blijven dus van kracht tot het moment dat deze worden opgeheven dan wel de beslissing onherroepelijk wordt.
De rechtbank ziet geen reden om naast de bijzondere voorwaarden, mede inhoudende een contact- en locatieverbod, ook nog afzonderlijk een 38v-maatregel, inhoudende eenzelfde contact- en locatieverbod, op te leggen. Het is onvoldoende duidelijk geworden waarom noodzakelijk is om een 38v-maatregel op te leggen, terwijl middels opgelegde bijzondere voorwaarden al wordt voorzien in een contact- en locatieverbod. Daar komt bij dat de reclassering geen rol kan spelen bij de tenuitvoerlegging van de 38v-maatregel, terwijl het voorstelbaar is dat dit in de toekomst in het belang van de kinderen wellicht mogelijk moet kunnen zijn.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

Mr. P.M. Breukink heeft namens de benadeelde partijen [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] (beide wettelijk vertegenwoordigd door hun moeder) vorderingen tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partijen vorderen in verband met de volgende feiten de volgende bedragen aan smartengeld, steeds vermeerderd met de wettelijke rente en steeds onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel:
- [slachtoffer 2] in verband met de feiten 3 en 5: € 3.000,00;
- [slachtoffer 3] in verband met de feiten 4 en 6: € 4.000,00;
- [slachtoffer 1] in verband met de feiten 1, 2 en 6: € 2.500,00.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Bij de vorderingen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie verzocht te bepalen dat de te betalen schadevergoeding voor de benadeelde zal worden gestort op een ten behoeve van hem/haar te openen rekeningen met een zogenoemde BEM-clausule.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat haar vordering aanzienlijk moet worden gematigd.
De verdediging heeft zich ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] op het standpunt gesteld dat hun vorderingen dienen te worden gematigd, gelet op de kortere pleegperioden en partiële vrijspraken.
Overwegingen van de rechtbank
Juridisch kader smartengeld
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in onder meer het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen of op andere wijze in de persoon is aangetast.
In beginsel zal degene die zich beroept op een aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens juridisch moeten onderbouwen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat in voorkomend geval de aard en de ernst van de normschending kunnen meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
[slachtoffer 2]
De rechtbank stelt op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken vast dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt. Door feit 3 heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel opgelopen, te weten meerdere krasletsels en huidverkleuringen op verschillende plekken op haar lichaam, waaronder in haar gezicht. Dit is aan verdachte toe te rekenen.
Hoewel de rechtbank op basis van wat uit het dossier en de toelichting op de vordering door de benadeelde partij is gebleken, aanneemt dat de bedreigingen aan haar adres zonder meer beangstigend zijn geweest, wordt de hoge maatstaf die de Hoge Raad heeft geformuleerd in deze zaak niet gehaald. De bewezenverklaarde bedreigingen vormen zelfstandig dus geen grondslag voor toekenning van smartengeld.
De rechtbank houdt bij de begroting van het smartengeld in verband met de mishandelingen rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.500,- vaststellen.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Verdachte is vanaf 21 september 2023 (midden pleegperiode feit 3) wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
[slachtoffer 3]
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen meerdere van de categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt.
Door feit 4 heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel in de vorm van rode plekken op de bovenarm-/been en een kras in het gezicht opgelopen. Door feiten 4 en 6 is de benadeelde (ook) op andere wijze in de persoon aangetast, omdat de in dit verband nadelige gevolgen daarvan zo voor de hand liggen, dat deze aantasting kan worden aangenomen. Benadeelde werd namelijk stelselmatig door zijn vader in zijn eigen woning mishandeld en bedreigd.
Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 4.000,- vaststellen.
Verdachte is vanaf 28 november 2023 (midden pleegperiodes feiten 4 en 6) wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de minderjarige benadeelde partij [slachtoffer 3] te openen spaarrekening met een zogenoemde BEM-clausule. Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijk vertegenwoordiger kunnen aldus slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige benadeelde partij beschikken.
[slachtoffer 1]
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen meerdere van de categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt.
Door feiten 1 en 2 heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel in de vorm van rode plekken/striemen op haar rug, gezicht en been opgelopen. Door feiten 1, 2 en 6 is de benadeelde (ook) op andere wijze in de persoon aangetast, omdat de in dit verband nadelige gevolgen daarvan zo voor de hand liggen, dat deze aantasting kan worden aangenomen. Benadeelde werd namelijk stelselmatig door haar vader in haar eigen woning mishandeld en bedreigd. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 2.500,- vaststellen.
Verdachte is vanaf 13 januari 2025 (midden pleegperiodes feiten 1, 2 en 6) wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de minderjarige benadeelde partij [slachtoffer 1] te openen spaarrekening met een zogenoemde BEM-clausule. Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijk vertegenwoordiger kunnen aldus slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige benadeelde partij beschikken.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om
ten aanzien van alle drie de civiele vorderingenop grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partijen steeds toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 55, 57, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
18 maanden;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 stelt als bijzondere voorwaarden dat:
o verdachte zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
o verdachte meewerkt aan diagnostisch onderzoek en zich daaruit voortvloeiend laat behandelen door een forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering en zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling.;
o verdachte gedurende het reclasseringstoezicht op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres, zolang de reclassering dat nodig vindt. Het locatiegebod geldt op de volgende dagen en tijden: Bij de start dient verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding 12 uur op het verblijfadres te zijn. Op doordeweekse dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 22 uur en op dagen in het weekend 20 uur. De reclassering kan tijdens deze periode de dagen en tijden waarop het locatiegebod geldt, al dan niet tijdelijk, verminderen. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en afhankelijk van de dagbesteding. Het huidige verblijfadres is [adres], [postcode] te [woonplaats]. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Verdachte werkt mee aan elektronisch toezicht op de naleving van het locatiegebod, voor de genoemde periode, maar voor maximaal 6 maanden of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. Tevens is het zo dat verdachte voor een goede werking van het elektronisch toezicht gedurende de duur van het elektronisch toezicht Nederland niet verlaat zonder toestemming van de reclassering.. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen of het locatiegebod laten vervallen;
o verdachte, zolang de reclassering dit nodig acht, op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met
- [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 4] 1978,
- [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 3] 2018 en
- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2021,
tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het contact;
o verdachte, zolang de reclassering dat nodig acht, zich niet in de provincie Zuid-Holland bevindt. Verdachte werkt mee aan elektronische monitoring op dit locatieverbod, zolang de reclassering dat nodig acht, met een maximale duur van 6 maanden;
o verdachte, voor een goede werking van het elektronisch toezicht gedurende de duur van het elektronisch toezicht, Nederland niet verlaat zonder toestemming van de reclassering;
 stelt als overige voorwaarden dat verdachte;
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 verklaart de benadeelde partij
[slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijkin de vordering tot smartengeld;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 1.500,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 15 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
  • veroordeelt verdachte in verband met de feiten 4 en 6 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 4.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 november 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 40 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 3] 2018, te openen spaarrekening met een BEM-clausule;
  • veroordeelt verdachte in verband met de feiten 1, 2 en 6 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 2.500,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 25 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2021, te openen spaarrekening met een BEM-clausule;
 bepaalt dat het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis
nietzal worden opgeheven en de schorsingsvoorwaarden dus van kracht blijven..
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Klaasen (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en mr. R.M. Schoo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen en mr. S. Dijksterhuis, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 april 2026.
De griffiers zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025516757, gesloten op 19 februari 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 385.
3.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], p. 22.
4.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 2], p. 41.
5.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 2], p. 41 en 46; het proces-verbaal van bevindingen, p. 118.
6.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 115 t/m 117.
7.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 april 2026.
8.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], p. 22.
9.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangeefster [slachtoffer 2], p. 38.
10.De Forensisch Geneeskundige Letselbeschrijving zonder benoeming als deskundige, p. 2, 3, en bijlagen, p. 5 t/m 7.
11.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 72.
12.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 94.
13.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 2], p. 39, 40, 46 en 47; het proces-verbaal van bevindingen, p. 118.
14.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 115 t/m 118; het proces-verbaal van bevindingen, p. 133 en 134.
15.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 311.
16.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 april 2026.
17.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 2], p. 47 en 48; het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], p. 22.
18.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 82.
19.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], p. 87.
20.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 123.
21.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 94.
22.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 120 t/m 123; het proces-verbaal van bevindingen, p. 115 en 116; het proces-verbaal van bevindingen, p. 118.
23.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 april 2026.