Eiseres heeft op 19 september 2024 een aanvraag ingediend voor aanvullende bijstand omdat het inkomen van haar partner, die sinds september 2024 gedetineerd is, is weggevallen. Het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk wees de aanvraag af op 27 november 2024 en handhaafde dit besluit bij bezwaar op 5 juni 2025. Eiseres stelde dat het college ten onrechte niet de gehuwdennorm hanteerde en dat haar inkomen niet boven de bijstandsnorm uitkomt.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht niet de gehuwdennorm toepaste, omdat de partner van eiseres gedetineerd is en daarmee niet-rechthebbende is. De toepasselijke norm is daarom 50% van de gehuwdennorm, die het college vanwege bijzondere omstandigheden met 20% heeft verhoogd naar de norm voor een alleenstaande. De berekening van het college toont aan dat het inkomen van eiseres, bestaande uit haar WIA-uitkering en toeslag, boven deze norm ligt.
Verder heeft het college aangegeven dat eiseres bijzondere bijstand kan aanvragen voor reiskosten om haar man in de Penitentiaire Inrichting te bezoeken, wat zij ook heeft gedaan. Kosten voor boodschappen voor haar man in de PI worden niet betrokken bij de beoordeling van aanvullende bijstand omdat deze ten behoeve zijn van een niet-rechthebbende partner. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.