Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2979

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
ARN 25_88
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 ParticipatiewetArt. 35 ParticipatiewetArt. 8:57 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag eenmalige energietoeslag 2023 voor directeur-grootaandeelhouder

Eiser, directeur-grootaandeelhouder van zijn eigen onderneming, vroeg de eenmalige energietoeslag 2023 aan. Het college wees de aanvraag af omdat eiser niet tot de doelgroep behoorde, aangezien zijn inkomen hoger was dan 130% van de bijstandsnorm. Eiser voerde aan dat het salaris slechts 'papier' was en dat hij door terugbetaling van een lening aan zichzelf feitelijk niet over dat inkomen kon beschikken.

De rechtbank oordeelde dat eiser maandelijks redelijkerwijs kon beschikken over het salaris van € 1.833,82, ondanks dat dit een papieren salaris betrof. De terugbetaling van de lening aan zichzelf was een keuze van eiser als bestuurder, en hij had ervoor kunnen kiezen het bedrag niet over te maken om zo het salaris te ontvangen.

Omdat het inkomen van eiser hoger was dan de inkomensgrens, behoort hij niet tot de doelgroep voor de energietoeslag. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af omdat eiser niet tot de doelgroep met een laag inkomen behoort.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/88

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst, het college

(gemachtigde: S. Mulders).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om de energietoeslag over het jaar 2023. [1] Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiser om de energietoeslag terecht heeft afgewezen, omdat hij niet tot de doelgroep voor de energietoeslag behoort. Eiser krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Daarbij gaat de rechtbank in op de vraag of eiser in 2023 tot de doelgroep behoorde. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor de energietoeslag voor het jaar 2023. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 23 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 december 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [2]

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser is directeur grootaandeelhouder (DGA) in zijn eigen onderneming genaamd [naam onderneming] B.V.. In 2023 ontving eiser feitelijk geen salaris uit zijn onderneming. In de boekhouding is wel een nettoloon opgenomen van € 1.833,82 per maand. [3] Eiser heeft op 1 december 2022 een brief geschreven aan zichzelf (in zijn hoedanigheid van DGA van de onderneming) dat een door hem aan de onderneming verstrekt krediet op 1 maart 2023 moet zijn afgelost. De onderneming heeft de lening van € 50.000 op 27 februari 2023 aan eiser terugbetaald.
3.1.
Op 16 februari 2024 heeft eiser de energietoeslag aangevraagd over het jaar 2023. Met het besluit van 21 augustus 2024 heeft het college de aanvraag afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 december 2024 op het bezwaar van eiser is het college hierbij gebleven.
Behoort eiser in 2023 tot de doelgroep?
4. Het college heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiser niet behoort tot de doelgroep van de eenmalige energietoeslag. Om daartoe te behoren moet sprake zijn van een huishouden met een laag inkomen. Een laag inkomen is een inkomen dat niet hoger is dan 130% van de voor betrokkene geldende bijstandsnorm. [4] Voor eiser geldt een inkomensgrens van € 1.586 (gebaseerd op de voor hem geldende bijstandsnorm). Omdat het inkomen van eiser, berekend op € 1.833,82, hoger is dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm, heeft hij geen laag inkomen en behoort hij dus niet tot de doelgroep voor de energietoeslag.
4.1.
Eiser voert aan dat het college ten onrechte rekening houdt met een maandelijks inkomen van € 1.833,82. De onderneming van eiser moest namelijk voldoen aan een overeenkomst tot terugbetaling van de lening van € 50.000. Deze terugbetaling is in februari 2023 gedaan, omdat dat volgens de overeenkomst moest gebeuren vóór 1 maart 2023. Er was volgens eiser dan ook geen keuze, waaraan deze middelen konden worden uitgegeven. Er was gelet op de omzetten van de voorgaande jaren geen reden om aan te nemen dat het bedrijf in 2023 niet in staat was om salarissen uit te betalen. Echter door het onverwacht wegvallen van opdrachten vanaf medio 2023 waren er onvoldoende middelen in het bedrijf om de salarissen uit te betalen. De in de boekhouding maandelijks verwerkte salarisbedragen van € 1.833,82 waren slechts ‘papieren’ salarisbetalingen. Als DGA heeft eiser de fiscale verplichting om een salaris op te nemen, waarover ook loonbelasting wordt afgedragen. Door een gebrek aan inkomen en de extreem verhoogde energieprijzen in 2023 was eiser genoodzaakt een beroep te doen op de eenmalige energietoeslag.
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser op de peildatum [5] maandelijks redelijkerwijs kon beschikken over een salaris van € 1.833,82. Dat dit slechts een ‘papieren’ salaris was doet hieraan niet af.
4.2.1.
Tot de middelen waarover de betrokkene redelijkerwijs kan beschikken worden in het algemeen gerekend de middelen waarop de betrokkene in beginsel een aanspraak heeft. Vervolgens moet worden beoordeeld of in redelijkheid van de betrokkene kan worden verlangd dat hij die aanspraak ook te gelde maakt. Uit de gedingstukken volgt dat eiser maandelijks aanspraak had op een salaris van € 1.833,82. Voor de rechtbank staat vast dat eiser dit salaris maandelijks uitbetaald had kunnen krijgen van zijn onderneming als hij, als DGA en (enig) bestuurder van zijn onderneming, ervoor had gekozen om € 50.000 op 27 februari 2023 niet aan zichzelf over te maken. Dat dit – zo eiser stelt – een aflossing is op de rekening-courant verhouding die hij met zijn eigen onderneming heeft, heeft het college niet relevant hoeven vinden. Immers, de vraag of eiser als DGA en (enig) bestuurder van zijn onderneming geacht kan worden redelijkerwijs te kunnen beschikken over dit bedrag hangt af van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval. De term beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken moet, zo volgt uit de Participatiewet, ruim worden uitgelegd gelet op het complementaire karakter van de bijstand. [6] Dit vloeit voort uit de eigen verantwoordelijkheid van eiser om voor de voorziening in de noodzakelijke kosten van het bestaan gebruik te maken van alle mogelijke middelen. Hierbij is bepalend of eiser zelf feitelijk kan of heeft kunnen afdwingen dat dit bedrag kan worden aangewend voor het betalen van zijn salaris, waarmee hij in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien. Dat eiser het aanwenden van dit bedrag voor zijn levensonderhoud niet had kunnen afdwingen, omdat uit een tussen hem en zijn onderneming gesloten leenovereenkomst een terugbetalingsverplichting volgde vóór 1 maart 2023, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt.
4.3.
Het college heeft vervolgens berekend dat eiser maandelijks over een salaris kon beschikken dat meer bedroeg dan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm, waardoor hij niet voldoet aan de voorwaarde dat hij een laag inkomen heeft. Eiser heeft deze berekening niet betwist. Eiser behoorde dus ook niet tot de doelgroep van de energietoeslag, zodat zijn aanvraag daarvoor terecht is afgewezen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Voors, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Participatiewet
Artikel 31, eerste lid:
Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Tot de middelen worden mede gerekend de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen. In elk geval behoort tot de middelen de ten aanzien van de alleenstaande of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Artikel 35, eerste lid:
Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
Artikel 35, vierde lid:
In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een alleenstaande of een gezin worden verleend in de vorm van een eenmalige energietoeslag, zonder dat wordt nagegaan of die alleenstaande of dat gezin in dat jaar een sterk gestegen energierekening had:
a. voor het jaar 2022, die kan worden verstrekt tot en met 30 juni 2023;
b. voor het jaar 2023, die kan worden verstrekt tot en met 31 augustus 2024.
Beleidsregel eenmalige energietoeslag gemeente Bronckhorst 2022
Artikel 1, aanhef en onder c:
inkomen: in afwijking van de beleidsregels maatschappelijke participatie en toeslagen gemeente Bronckhorst behoren belanghebbenden in eerste aanleg tot de kring der rechthebbenden wanneer deze een inkomen hebben dat 120 % van het op dat moment geldende minimumloon niet overstijgt. De aanvullende criteria van hoofdstuk 2 artikel 2 inkomensgrenzen Pro kring der rechthebbenden van de Beleidsregels maatschappelijke participatie en toeslagen gemeente Bronckhorst 2015 blijven ongewijzigd gelden.
Artikel 4, vierde lid:
Een huishouden overlegt één maand bankafschriften waarop het gezinsinkomen te zien is en ook de afschrijving van de energierekening, tenzij sprake is van een wisselend inkomen. In dat geval overlegd een huishouden drie maanden bankafschriften om aan te tonen dat het gemiddelde maand inkomen lager is dan de 120% van de bijstandsnorm.
Artikel 6:
Als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag kan het college, gelet op alle omstandigheden, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag, indien dringende redenen hiertoe noodzaken.
Addendum minimabeleid gemeente Bronckhorst
Artikel 1, derde lid:
Daar waar een inkomensgrens van 120% van de bijstandsnorm wordt genoemd wordt deze vervangen voor 130% van de bijstandsnorm.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 35, vierde lid, van de Participatiewet (Pw).
2.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
3.Met uitzondering van de maand januari 2023, toen bedroeg dit € 2.884,18.
4.Artikel 2 van Pro de Beleidsregels eenmalige energietoeslag gemeente Bronckhorst 2022 (Beleidsregels), aangevuld met het addendum minimabeleid gemeente Bronckhorst.
5.Artikel 1, aanhef en onder e, van de Beleidsregels.
6.Zie onder meer de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1387, rechtsoverweging 5.6..