Uitspraak
1.[naam eiser 1] ,
2.
[naam eiser 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 3 maart 2026, waarbij door beide gemachtigden spreekaantekeningen zijn overgelegd en voorgedragen. Van hetgeen verder is besproken op de zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
2.De feiten
“En anders vrijdag egaliseren zou ook lukken toch aankomende week en dan dinsdag plakken”
“Mogen we er dan dinsdag op lopen?”
“Jaaa als wij vrijdag egaliseren kunt u er 4 uur later weer over lopen hoor”
“Ja dat zou kunnen! Laten we dit dan aanhouden en mocht er iets veranderen hou ik je op de hoogte
“Jaa precies en wij plakken dan dinsdag even aanhouden dan zou je er gelijk over heen kunnen lopen alleen meubels mogen pas dag later gezet worden.
Sommige punten waar de vloer heel slecht was moet ik dinsdag even aansmeren”. [de eiser] heeft diezelfde avond de bank nog de opdracht gegeven het bedrag van € 7.000,00 uit het bouwdepot aan [de gedaagde] te betalen.
[de gedaagde] :
“(…) maar ik wacht even tot betaald is en dan knallen wij de vloer er in (…)”
“Huh echt?
“Ja dit lossen we zeker op hoor. De keuken kan gewoon geplaatst worden voordat de vloer er ligt hoor dat is geen enkel probleem wij leggen hem toch zo ver mogelijk onder de keuken door er is nog niks aan de hand hoor.
“(…) Door jullie annulering moeten wij de keukenbouwers afzeggen en kost dat ook extra geld. We willen namelijk de vloer graag onder de keuken door laten lopen.
“Ja we moeten zeker nog de vloer aansmeren en waar de keuken komt ook klopt dat was ook afgesproken maar dat is nog het minste werk. We hebben ons best gedaan met de vloer zo vlak mogelijk te maken en in een x vlak krijgen lukt niet vandaar dat we het moeten aansmeren. Maar het kan ook zo zijn dat het morgen op de rekening staat dan kunnen we gewoon aan de slag hoor (…)”
“Super Uhm Waneer wilt u het liefst dan dat we komen dit zal denk morgen of vrijdag komen”
“Vrijdag is prima”
“Hoi, wij zijn helaas ziek dus we moeten morgen verplaatsen. Maandag goed?
“Is goed”
Hee geld is binnen, ik zou pas over 4 week kunnen starten met de vloer. ik had deze week echt tijd maar door miscommunicatie ging het wat moeizaam. Ik kan zekerheid het leg geld en het aansmeer geld terug overmaken dan heb jij alles betaald en als je een ander kan vinden mag dat ook hoor aangezien wij de eerste 4 week niet meer kunnen…Heel erg balen dit”
“Dan begin je vandaag maar en maak je het maandag af.
“(…) ik begrijp je punt en dit is heel vervelend laten we tot een oplossing komen want als we bij elkaar moeten komen komt dat niet goed, ik heb de volgende berekening gemaakt
3.Het geschil
4.De beoordeling
Laten we dit dan aanhouden en mocht er iets veranderen hou ik je op de hoogte’, waarna [de gedaagde] heeft geantwoord: ‘
plakken dan dinsdag even aanhouden’. Dit duidt op een streefdatum voor wat betreft de start van deze werkzaamheden en niet op een tussen partijen afgesproken fatale termijn. [de eiser] wijst er in dit kader nog op dat [de gedaagde] wist dat het werk op 1 oktober 2024 afgerond moest zijn omdat de keuken een dag later geplaatst zou worden, maar de juistheid hiervan is niet komen vast te staan. [de eiser] heeft alleen aan [de gedaagde] gevraagd: ‘
Zou dan bijvoorbeeld woensdag de keuken geplaatst kunnen worden?’, zonder daar verder gevolg aan te geven. Niet gesteld of gebleken is dat [de eiser] [de gedaagde] (daarna) heeft laten weten dat de keuken daadwerkelijk op 2 oktober 2024 zou worden geplaatst en dat de vloer daarom uiterlijk op
ik zou pas over 4 week kunnen starten met de vloer. Ik had deze week echt tijd maar door miscommunicatie ging het wat moeizaam. ik kan zekerheid het leg geld en het aansmeer geld terug overmaken dan heb jij alles betaald en als je een ander kan vinden mag dat ook hoor aangezien wij de eerste 4 week niet meer kunnen’. [de gedaagde] stuurde hiermee in feite al aan op een gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. Dit bericht van [de gedaagde] kwam voor [de eiser] uit de lucht vallen, aangezien [de gedaagde] nooit eerder in het vooruitzicht heeft gesteld dat zij binnenkort niet meer beschikbaar zou zijn om het werk uit te voeren. [de eiser] heeft dan ook meerdere WhatsAppberichten gewijd aan het uiten van haar ongenoegen over deze situatie. Daarin is [de eiser] niet alleen ingegaan op het voorstel van [de gedaagde] tot terugbetaling van een bepaald bedrag, maar hij heeft ook tot twee maal toe aangegeven dat [de gedaagde] alsnog dezelfde dag en/of de maandag daarop kon komen om het werk uit te voeren, zoals eerder tussen partijen was afgesproken.
ik wil tot een akkoord gaan van 2250 (…). Dat bedrag maak ik je gelijk terug over want dat is niet van mij. Voor de rest wil ik nooit meer zaken met jullie doen (…)’. Hieruit volgt dat