Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2972

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
12104682 \ HA VERZ 26-35
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 130 RvArt. 283 RvArt. 7:625 BWArt. 7:673 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over verzoek tot uitbetaling achterstallig loon, vakantie-uren en transitievergoeding

De zaak betreft een verzoek van een werknemer tot betaling van achterstallig loon, niet genoten vakantie-uren, wettelijke verhoging, wettelijke rente, transitievergoeding, incassokosten en proceskosten. De werknemer was in dienst van de werkgever tot 31 december 2025 en stelt dat zij sinds oktober 2025 geen loon heeft ontvangen.

De werkgever is ondanks oproepen niet verschenen bij de mondelinge behandeling. Tijdens de zitting heeft de verzoeker haar eis gewijzigd door correcties aan te brengen in de berekening van het bruto loon en de transitievergoeding, wat een vermeerdering van de eis inhoudt.

De kantonrechter oordeelt dat deze wijziging niet tijdig aan de niet verschenen verweerster is betekend, waardoor de wijziging niet zonder meer kan worden toegelaten. De verzoeker krijgt daarom de gelegenheid om de wijziging alsnog aan de verweerster te betekenen, zodat deze daarop kan reageren.

De verdere beslissing wordt aangehouden totdat de verweerster heeft kunnen reageren op de gewijzigde eis of de verzoeker afziet van de wijziging. De beschikking is gegeven door de kantonrechter van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.

Uitkomst: De kantonrechter houdt de beslissing aan en stelt verzoeker in de gelegenheid de wijziging van haar verzoek aan verweerster te betekenen.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 12104682 \ HA VERZ 26-35
Beschikking van 1 april 2026
in de zaak van
[naam verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [de verzoeker] ,
gemachtigde: mr. R.A.D. Koppelaar,
tegen
[naam verweerder] , H.O.D.N. [naam verwerend bedrijf],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [de verweerder] ,
niet in de procedure verschenen.

1.De procedure

1.1.
Op 18 februari 2026 heeft mr. Koppelaar namens [de verzoeker] een verzoekschrift ingediend met producties KL 1 tot en met KL 5.
1.2.
[de verweerder] is door de rechtbank bij zowel per gewone als per aangetekende post verzonden brief van 2 maart 2026 opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling van het verzoek op 18 maart 2026 om 11.00 uur. De per aangetekende post verzonden brief is door de rechtbank nadien retour ontvangen. Ook is [de verweerder] door
mr. Koppelaar bij deurwaardersexploot van 11 maart 2026 opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling van het verzoek.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026 gelijktijdig met het bij de rechtbank eveneens jegens [de verweerder] ingediende (en grotendeels gelijkluidende) verzoek, bij de rechtbank bekend onder zaaknummer 12104595 / HA VERZ 26-34. [de verzoeker] is verschenen, bijgestaan door mr. Koppelaar en mevrouw [de tolk] als tolk. [de verweerder] is, ondanks dat zij daartoe deugdelijk is opgeroepen, niet verschenen. Van de mondelinge behandeling is door de griffier aantekening gemaakt.
1.4.
Vervolgens is de beschikking bepaald op 15 april 2026 en vervroegd uitgesproken op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
[de verzoeker] verzoekt in haar verzoekschrift bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [de verweerder] te veroordelen tot betaling van:
a. het netto equivalent van het bedrag van € 5.463,69 aan achterstallig bruto loon over de periode 1 oktober 2025 tot en met 26 december 2025, met emolumenten;
b. het netto equivalent van het tegoed van 171,63 opgebouwde maar niet genoten wettelijke en buitenwettelijke vakantie-uren en het netto equivalent van de pro rato verschuldigde vakantietoeslag per 31 december 2025;
c. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro van 50% over de onder a en b opgenomen bedragen;
d. de wettelijke rente over de onder a en b opgenomen bedragen vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening;
e. de transitievergoeding van € 549,88 bruto;
f. de buitengerechtelijke incassokosten van € 472,24 exclusief btw;
g. de proceskosten;
II. aan [de verzoeker] een bruto/netto specificatie te verstrekken waarin de bij het einde van het dienstverband nog verschuldigde looncomponenten zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag, met een maximum van € 5.000,-;
2.2.
Aan het verzoek heeft [de verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. [de verzoeker] is met ingang van 7 februari 2025 voor bepaalde tijd bij [de verweerder] in dienst getreden in de functie van kok, voor een gemiddelde arbeidstijd van 32 uur per week. Het loon bedroeg laatstelijk
€ 14.40 bruto per uur en 8% vakantietoeslag. De arbeidsovereenkomst is met voorafgaande mededeling na afloop daarvan op 31 december 2025 niet voortgezet, zodat de arbeidsovereenkomst op deze datum van rechtswege is geëindigd.
2.3.
[de verzoeker] heeft over de periode vanaf 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2025 geen betaling ontvangen van de uren gedurende welke zij heeft gewerkt. [de verzoeker] maakt daarom aanspraak op het achterstallig loon over deze periode, waarbij het loon wordt vastgesteld op een bedrag van € 5.463,69 bruto. Daarnaast stelt [de verzoeker] dat er tot op heden evenmin een eindafrekening heeft plaatsgevonden, zodat zij in deze procedure ook aanspraak maakt op afgifte van de eindafrekening en op uitbetaling van het tegoed aan vakantie-uren en vakantietoeslag per 31 december 2025. Ten slotte stelt [de verzoeker] dat [de verweerder] op grond van artikel 7:673 lid 1 BW Pro ook nog een transitievergoeding aan haar verschuldigd is.

3.De beoordeling

3.1.
Ter mondelinge behandeling heeft de kantonrechter aan [de verzoeker] voorgehouden dat in het verzoekschrift ten aanzien van het verzoek om achterstallig loon om toekenning van (het netto-equivalent van) bruto bedragen wordt verzocht, terwijl uit de overgelegde loonstroken lijkt te volgen dat dit nettobedragen zijn. Daarnaast is voorgehouden dat bij de berekening van de transitievergoeding is uitgegaan van het op de loonstroken vermeld staande nettoloon, welke door [de verzoeker] in het verzoekschrift als zijnde een bruto loon wordt genoemd.
3.2.
Door mr. Koppelaar is op de mondelinge behandeling aangegeven dat een en ander op een vergissing berust en dat zowel ten aanzien van het achterstallige loon als voor de berekening van de transitievergoeding, en dus anders dan in het verzoekschrift staat vermeld, dient te worden uitgegaan van een bruto maandloon van € 1.996,80.
3.3.
Het voorgaande dient naar het oordeel van de kantonrechter als een verandering/vermeerdering van het verzoek te worden aangemerkt. Uit artikel 283 Rv Pro volgt dat zolang de rechter nog geen eindbeschikking heeft gegeven, de verzoeker bevoegd is het verzoek of de gronden daarvan te verminderen, dan wel schriftelijk te veranderen of te vermeerderen. Bij uitzondering kan een mondelinge wijziging van het verzoek bij gelegenheid van een mondelinge behandeling echter ook worden geaccepteerd.
3.4.
In het geval van verandering of vermeerdering is artikel 130 Rv Pro van overeenkomstige toepassing. Uit lid 3 van laatstgenoemde bepaling volgt dat indien een partij niet in het geding is verschenen, een verandering of vermeerdering van eis tegen die partij is uitgesloten, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan haar kenbaar heeft gemaakt. De ratio van artikel 130 lid 3 Rv Pro is dat voorkomen moet worden dat de niet verschenen gedaagde (of in dit geval verweerster) tot iets wordt veroordeeld waarvan hij niet weet en niet kan weten dat het wordt gevorderd.
3.5.
[de verweerder] is niet verschenen op de mondelinge behandeling en [de verzoeker] heeft de door haar beoogde wijziging van haar verzoek voorafgaand aan de mondelinge behandeling niet aan [de verweerder] betekend. Gelet hierop ziet de kantonrechter aanleiding om de door [de verzoeker] gevraagde wijziging van haar verzoek slechts toe te staan mits zij deze wijziging alsnog aan [de verweerder] betekent onder vermelding dat [de verweerder] in de gelegenheid wordt gesteld daarop binnen veertien dagen na datum betekening schriftelijk te reageren. Een afschrift van dit betekeningsexploot dient voorts aan de rechtbank te worden verzonden. Voor het geval [de verzoeker] geen gebruik wenst te maken van deze mogelijkheid, dient zij dit voorts zo spoedig als mogelijk aan de rechtbank kenbaar te maken. In dat geval zal worden beslist op het verzoek zoals dat door [de verzoeker] bij verzoekschrift is voorgelegd.
3.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
bepaalt dat [de verzoeker] in de gelegenheid wordt gesteld om binnen veertien dagen na datum van deze beschikking de wijziging van haar verzoek aan [de verweerder] te betekenen, onder vermelding dat [de verweerder] in de gelegenheid wordt gesteld om daarop binnen veertien dagen na datum betekening schriftelijk te reageren;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026
2108