Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2968

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
12004828
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 lid 1 BWArt. 71 lid 1 RvArt. 93 sub a RvArt. 93 sub c RvArt. 8 lid 1 Wgbz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing civiele zaak naar kamer voor andere zaken dan kantonzaken wegens onbevoegdheid kantonrechter

In deze civiele bodemzaak vordert de eiser primair ontbinding van een koopovereenkomst en terugbetaling van bedragen van Plexat Automotive B.V., met een maximering van de vordering tot € 25.000,00. Plexat betwist de bevoegdheid van de kantonrechter omdat de vordering meer dan € 25.000,00 betreft en geen sprake is van een consumentenkoop.

De kantonrechter oordeelt dat de enkele maximering van de vordering niet leidt tot bevoegdheid, omdat de eiser niet uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van het meerdere boven € 25.000,00. Ook is niet aannemelijk dat het een consumentenkoop betreft, zodat de kantonrechter op grond van artikel 93 sub c Rv Pro niet bevoegd is.

Daarom verklaart de kantonrechter zich onbevoegd en verwijst de zaak ambtshalve naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank Gelderland te Arnhem. De eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident en gewezen op de verhoogde griffierechten na verwijzing. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12004828 \ CV EXPL 25-9783
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
[naam eiser] H.O.D.N. [naam eisend bedrijf],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [de eiser] ,
gemachtigde: AG Juridisch Advies,
tegen
PLEXAT AUTOMOTIVE B.V.,
gevestigd te Bennekom,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Plexat,
gemachtigde: mr. R.C.J. Jacobs.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 november 2025,
- de akte wijziging van eis van 18 februari 2026;
- de incidentele conclusie tot onbevoegdheid,
- de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2.Het geschil in de hoofdzaak

2.1.
[de eiser] vordert bij vonnis, na eiswijziging:
primair
I. de koopovereenkomst te ontbinden,
II. Plexat te veroordelen tot terugbetaling aan [de eiser] van € 21.945,00,
III. Plexat te veroordelen tot betaling aan [de eiser] van € 4.362,79,
IV. Plexat te veroordelen tot de wettelijke rente over II. en III. tot de dag van dagvaarding,
V. Plexat te veroordelen tot de buitengerechtelijke kosten,
VI. de gevorderde bedragen te maximeren tot een totaalbedrag van € 25.000,00,
VII. voor zover nodig de bepaling in de koopovereenkomst dat non-conformiteit is uitgesloten, te vernietigen,
subsidiair
VIII. de koopovereenkomst te vernietigen,
IX. Plexat te veroordelen tot terugbetaling aan [de eiser] van € 21.945,00,
X. te verklaren voor recht dat Plexat onzorgvuldig heeft gehandeld jegens [de eiser] en Plexat te veroordelen haar schade van € 4.362,79 te vergoeden,
XI. Plexat te veroordelen tot de wettelijke rente over VIII. en IX. tot de dag van dagvaarding,
XII. Plexat te veroordelen tot de buitengerechtelijke kosten,
XIII. de gevorderde bedragen te maximeren tot een totaalbedrag van € 25.000,00,
primair en subsidiair
XIV. Plexat te veroordelen tot vrijwaring onder afgifte van het vrijwaringsbewijs aan [de eiser] , direct na terugkomst van de auto, op straffe van een dwangsom van € 500,00, dan wel een in goede justitie vast te stellen dwangsom, voor elke dag dat Plexat daarmee nalatig blijft,
XV. Plexat te veroordelen tot de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding,
XVI. Plexat te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.Het geschil in het incident

3.1.
Plexat vordert bij vonnis in incident, voor zover de wet toelaat uitvoerbaar bij voorraad, zich onbevoegd te verklaren om van het onderhavige geschil kennis te nemen en de zaak te verwijzen naar de wel bevoegde instantie onder veroordeling van [de eiser] in de kosten van het incident.
3.2.
Plexat legt hieraan ten grondslag dat het gaat om een vordering van meer dan
€ 25.000,00 en dat geen sprake is van een consumentenkoop, zodat de kantonrechter te Arnhem niet bevoegd is.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
Bij eiswijziging heeft [de eiser] haar vordering in de onderhavige procedure gemaximeerd tot € 25.000,00.. [de eiser] meent dat haar vordering daarmee onder de competentiegrens van de kantonrechter blijft (artikel 93 sub a Rv Pro) en dat daarnaast niet vaststaat dat geen sprake is van een consumentenkoop (artikel 93 sub c Rv Pro), zodat verwijzing achterwege dient te blijven.
4.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter is de kantonrechter niet bevoegd om kennis te nemen van dit geschil. Hiertoe is het volgende redengevend. De enkele maximering van haar vordering tot € 25.000,00, heeft niet tot gevolg dat de kantonrechter bevoegd is van dit geschil kennis te nemen. Immers, [de eiser] heeft niet uitdrukkelijk afstand gedaan van het meerdere boven € 25.000,00.
4.3.
[de eiser] heeft niet de stelling ingenomen dat sprake is van een consumentenkoop. Enkel heeft [de eiser] een beroep gedaan op de reflexwerking van regels van consumentenbescherming. Bij deze stand van zaken kan niet worden aangenomen dat sprake is van een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 lid 1 aanhef Pro en onder a BW. De kantonrechter komt dan ook geen bevoegdheid toe op grond van artikel 93 sub c Rv Pro.
4.4.
Dit brengt met zich dat de kantonrechter onbevoegd is om van het geschil kennis te nemen. De kantonrechter zal de zaak op grond van artikel 71 lid 1 Rv Pro ambtshalve naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank verwijzen.
4.5.
Het in deze procedure ten laste van [de eiser] geheven griffierecht bedraagt
€ 732,00. Nu de zaak zal worden verwezen naar de civiele kamer van deze rechtbank, niet zijnde de kamer voor kantonzaken, zal het griffierecht, ingevolge artikel 8 lid 1 Wgbz Pro, worden verhoogd. De verhoging bedraagt € 682,00 (€ 1.414,00 minus € 732,00) Na verwijzing is ook Plexat griffierecht verschuldigd. Dit griffierecht bedraagt € 3.083,00.
4.6.
[de eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De proceskosten van Plexat worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 288,00 (1 punt tarief
overige verzoeken)
- nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals
____________ vermeld in de beslissing)
€ 432,00

5.De beoordeling in de hoofdzaak

5.1.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6.De beslissing

De kantonrechter
in het incident
6.1.
verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen,
6.2.
veroordeelt [de eiser] in de proceskosten van € 432,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
6.4.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem,
6.5.
verwijst de zaak daartoe naar de civiele rol, niet zijnde de civiele rol voor kantonzaken, van
[datum] 2026om 10:00 uur,
6.6.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat,
6.7.
wijst [de eiser] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is. Dit verhoging van € 682,00 dient binnen vier weken na voormelde roldatum te zijn bijgeschreven door voldoening van de nota die het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (hierna: LDCR) zal toesturen,
6.8.
wijst Plexat erop dat na verwijzing een griffierecht is verschuldigd van € 3.083,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor Plexat een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR,
6.9.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
44356 \ 51588