Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2959

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
11641424
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:600 BWArt. 3:300 lid 1 BWArt. 27 FwArt. 29 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwikkeling aanspraken tussen vennootschappen na beëindiging affectieve relatie en terugvordering goederen

De zaak betreft een civiel geschil tussen vennootschappen die verbonden zijn aan voormalige partners die een affectieve relatie hadden tot 2024. Na beëindiging van deze relatie ontstonden conflicten over een rekening-courantschuld, de opslag van goederen in een bedrijfshal en de wijze van teruggave van deze goederen.

De eiser vorderde betaling van openstaande bedragen vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, alsmede een bewaarvergoeding voor de opslag van goederen. De gedaagde betwistte deze vorderingen en stelde dat een betalingsregeling correct was nagekomen en dat er geen sprake was van bewaarneming zoals bedoeld in artikel 7:600 BW Pro.

De rechtbank oordeelde dat de betalingsregeling was nagekomen, waardoor geen rente of incassokosten verschuldigd waren. Tevens was er geen bewaarnemingsovereenkomst, zodat de bewaarvergoeding werd afgewezen. Over de goederen die in de bedrijfshal waren opgeslagen, werd bepaald dat deze door de eigenaar bij de voordeur van de bedrijfshal moesten worden opgehaald, waarbij de rechtbank geen dwangsommen toekende. Ook een vordering tot vervanging van een vrijwaringsverklaring door het vonnis werd afgewezen.

De vordering van Barolo Keukens tot vergoeding van kosten wegens onrechtmatig handelen werd eveneens afgewezen, omdat de goederen pas na ontvangst van een vrijwaringsverklaring werden vrijgegeven. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De procedure tegen de gefailleerde partij werd geschorst.

Uitkomst: Vordering tot betaling van rente en incassokosten afgewezen, geen bewaarvergoeding, goederen moeten bij voordeur worden opgehaald, proceskosten gecompenseerd, procedure tegen gefailleerde geschorst.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11641424 \ CV EXPL 25-2828
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van

1.[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
ETIKON NEDERLAND B.V.,
te Geldermalsen,
3.
ETIKON ONROEREND GOED B.V.,
te Geldermalsen,
4.
NOKITE HOLDING B.V.,
te Geldermalsen,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna ook samen te noemen: [de eiser in conventie] ,
gemachtigden: mr. F. Ortiz Aldana en mr. C. Posthouwer,
tegen

1.[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
3.
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
4.
GRAND CAFÉ DE BASILIEK B.V.,
te Rotterdam,
5.
BAROLO KEUKENS B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna, met uitzondering van [gedaagde sub 2] , ook samen te noemen: [de gedaagde in conventie] ,
gemachtigde: mr. E.M. Uijttewaal.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 5 november 2025,
- de akte van [de gedaagde in conventie] van 16 februari 2026,
- de conclusie van antwoord in reconventie van [de eiser in conventie] ,
- de akte van [de eiser in conventie] van 20 februari 2026,
- de akte aanvullende productie van [de eiser in conventie] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser sub 1] en [gedaagde sub 1] hebben tot 2024 een affectieve relatie gehad.
2.2.
Tijdens deze relatie zijn door [de gedaagde in conventie] diverse aan hem toekomende goederen gestald in de bedrijfshal van Etikon Onroerend Goed aan de Iepenwei 20 te Geldermalsen (hierna: de bedrijfshal).
2.3.
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] is bij vonnis van 22 juli 2025 in staat van faillissement verklaard met aanstelling van mr. [de curator] als curator.
2.4.
In december 2025 en januari 2026 heeft [de gedaagde in conventie] een aanzienlijk deel van de aan hem toekomende goederen opgehaald uit de bedrijfshal.

3.Het geschil in conventie

3.1.
[de eiser in conventie] vordert in conventie bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad om:
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] te veroordelen tot betaling aan [eiser sub 1] van € 14.607,52, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2025 tot de dag van volledige betaling en de buitengerechtelijke incassokosten van € 921,08;
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3] te veroordelen tot betaling aan [eiser sub 1] van € 12.398,28 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2025 tot de dag van volledige betaling en de buitengerechtelijke incassokosten van € 898,98;
[de gedaagde in conventie] hoofdelijk, des de een betalende de ander te zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling van € 4.753,00 zijnde het redelijk loon dat door hen op grond van bewaarneming aan Etikon Nederland verschuldigd is en te vermeerderen met het loon van € 433,00 per maand vanaf april 2025 tot de vonnisdatum;
[de gedaagde in conventie] te veroordelen om binnen twee weken na betaling van het onder iii. genoemde loon, alle aan hen toekomende goederen bij Etikon Nederland aan de Iepenwei 20 te Geldermalsen op te halen, alsook haar te veroordelen tot betaling aan Etikon Nederland van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij in gebreke blijven hieraan te voldoen binnen twee weken na betekening van het te dezen te wijzen vonnis;
in het verlengde van het onder iv. gevorderde te bepalen dat het vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats treedt van de voor de uitlevering vereiste vrijwaring(sverklaring) door [de gedaagde in conventie] , althans dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte (onderhandse) akte waarin de vrijwaring wordt verleend door [de gedaagde in conventie] aan Etikon Nederland en Etikon Onroerend Goed voor alle mogelijke aanspraken van derden;
[de gedaagde in conventie] hoofdelijk, des de een betalende de ander te zijn bevrijd, te veroordelen in de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na vonnisdatum tot de dag van volledige betaling.
3.2.
[de eiser in conventie] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [eiser sub 1] en [gedaagde sub 1] een affectieve relatie hebben gehad tot 2024. Gedurende deze relatie heeft [gedaagde sub 1] via zijn vennootschappen een rekening-courantschuld opgebouwd bij [eiser sub 1] . Daarnaast heeft [gedaagde sub 1] goederen die zowel aan hem als aan zijn vennootschappen [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] en [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3] toebehoren in het bedrijfspand van Etikon opgeslagen. Na beëindiging van de relatie heeft [eiser sub 1] geprobeerd om in overleg met [gedaagde sub 1] afspraken te maken over de afwikkeling van het voorgaande.
3.3.
[de gedaagde in conventie] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [de eiser in conventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de eiser in conventie] in de proces- en nakosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.Het geschil in reconventie

4.1.
[de gedaagde in conventie] vordert in reconventie bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad om:
I. [de eiser in conventie] hoofdelijk te veroordelen tot afgifte aan [gedaagde sub 1] , [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] , [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] Holding en Grand Café de Baseliek, de goederen welke zich bevinden in de loods aan De Iepenwei 20 te Geldermalsen, en aldaar volgens opgave van [de gedaagde in conventie] circa 51 palletplaatsen innemen, binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [de eiser in conventie] daarmee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, zulks tot een maximum van € 50.000,00;
II. [de eiser in conventie] hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan Barolo Keukens van
€ 577,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2025 tot de dag van volledige betaling;
III. [eiser sub 1] te veroordelen tot afgifte aan [gedaagde sub 1] van alle goederen, dan wel een gedeelte van de goederen, zoals vermeld op het als productie 8 (bij conclusie van antwoord tevens eis in reconventie) overgelegde overzicht die toebehoren aan [gedaagde sub 1] en die [eiser sub 1] onder zich heeft, binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [eiser sub 1] daarmee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, zulks met een maximum van € 50.000,00 en/of [eiser sub 1] te veroordelen tot betaling aan [gedaagde sub 1] een in goede justitie te bepalen schadevergoeding voor één of meer van de goederen zoals vermeld op het bedoelde overzicht;
IV. [de eiser in conventie] hoofdelijk te veroordelen in de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de dag van het ten deze te wijzen vonnis.
4.2.
[de gedaagde in conventie] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat [gedaagde sub 1] en [eiser sub 1] een affectieve relatie hebben gehad en dat hij zowel privé als zakelijk diverse goederen bij [de eiser in conventie] heeft gestald. Deze goederen wenst [de gedaagde in conventie] terug te krijgen. Barolo Keukens heeft reeds kosten gemaakt om haar eigendommen terug te krijgen en deze kosten (€ 577,50 excl. btw) moeten worden vergoed.
4.3.
[de eiser in conventie] voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [de gedaagde in conventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [de gedaagde in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de gedaagde in conventie] in de proces- en nakosten.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1.
Aangezien de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.
Faillissement [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2]
5.2.
In het tussenvonnis van 10 september 2025 c.q. 5 november 2025 is geoordeeld de procedure in conventie en in reconventie, voor zover deze betrekking heeft op de gefailleerde [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] , is geschorst op grond van artikel 29 Fw Pro respectievelijk artikel 27 Fw Pro. Deze vorderingen behoeven dan ook geen nadere bespreking in dit vonnis.
Rekening-courant verhouding
5.3.
[eiser sub 1] vordert betaling aan haar door [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3] van een bedrag van € 12.398,28 uit hoofde van een tussen hen bestaande rekening-courant verhouding, te vermeerderen met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter oordeelt als volgt.
5.4.
Door [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3] is onbetwist gesteld dat zij de rekening-courant schuld volledig aan [eiser sub 1] heeft terugbetaald. Voorts heeft [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3] aangevoerd dat zij en [eiser sub 1] hiertoe een betalingsregeling waren overeengekomen en dat hij deze regeling correct is nagekomen. [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3] verwijst daarbij naar een Whatsapp-bericht van 6 november 2024 afkomstig van [eiser sub 1] . In dat Whatsapp-bericht staat:
“Kan je voortaan de bedragen naar mijn privé rekeningen storten, heb je ook met mijn eigen geld geholpen. Daarnaast graag het bedrag houden op 2.000 per maand, anders lukt de automatische storting iedere maand zeker niet aan het einde van de maand.”
Als productie 14 bij de akte van [de gedaagde in conventie] heeft [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3] een betalingsoverzicht overgelegd. Hieruit volgt dat zij maandelijks een bedrag van € 2.000,00 aan [eiser sub 1] heeft voldaan en dat zij de betalingsregeling dus correct is nagekomen. Gelet op de nagekomen betalingsregeling was er geen sprake van verzuim en daarom is [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 3] geen wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. Deze vorderingen van [eiser sub 1] worden dan ook afgewezen.
Bewaarneming
5.5.
Ten aanzien van de zaken die door [de gedaagde in conventie] in de bedrijfshal van Etikon Onroerend Goed zijn c.q. waren gestald, wenst [de eiser in conventie] een bewaarvergoeding te ontvangen.
5.6.
Allereerst moet worden beoordeeld of in het onderhavige geval sprake is van bewaarneming zoals bedoeld in artikel 7:600 BW Pro. In dit artikel is bepaald dat bewaarneming een overeenkomst is waarbij de ene partij, de bewaarnemer, zich tegenover de andere partij, de bewaargever, verbindt, een zaak die de bewaargever hem toevertrouwt of zal toevertrouwen, te bewaren en terug te geven.
5.7.
De kantonrechter is van oordeel dat in de onderhavige situatie geen sprake is van bewaarneming tussen Etikon Nederland en [de gedaagde in conventie] . De bedrijfshal waar de zaken van [de gedaagde in conventie] zijn c.q. waren gestald is eigendom van Etikon Onroerend Goed en zonder nadere toelichting, die hier ontbreekt, komt niet vast te staan dat Etikon Nederland de bewaarnemer is. Daarnaast geldt dat de opslag van de goederen zijn oorsprong vindt in de relatie tussen partijen (een ‘vriendendienst’). Het eindigen van die relatie maakt niet dat per die datum bedrijfsmatige bewaarneming is ontstaan waarvoor een vergoeding moet worden betaald. De vordering van Etikon Nederland tot betaling van het bewaarloon zal daarom worden afgewezen.
Goederen [de gedaagde in conventie]
5.8.
In conventie vordert [de eiser in conventie] te veroordelen tot het ophalen van alle aan [de gedaagde in conventie] toekomende goederen. In reconventie vordert [de gedaagde in conventie] op zijn beurt afgifte van de aan [de gedaagde in conventie] toekomende goederen. Partijen zijn het er over eens dat de goederen die toekomen aan [de gedaagde in conventie] aan [de gedaagde in conventie] moeten worden geretourneerd, maar partijen verschillen van inzicht over de wijze waarop. Ter zitting is gebleken dat een aantal goederen aard- en nagelvast zitten in de bedrijfshal en dat [de gedaagde in conventie] bezwaar heeft tegen het zelf verwijderen van de goederen (omdat [gedaagde sub 1] zich niet langer op zijn gemak voelt in de bedrijfshal en vanwege de kans op het beschadigen van de goederen en/of de bedrijfshal). Op haar beurt heeft [de eiser in conventie] er ook bezwaar tegen wanneer zij dit zou moeten doen ( [de gedaagde in conventie] heeft de goederen immers zelf geplaatst/gemonteerd).
5.9.
Omdat partijen het erover eens zijn dat de aan [de gedaagde in conventie] toekomende goederen aan hem dienen te worden geretourneerd en partijen het erover eens zijn om welke goederen het gaat en de bezwaren van [gedaagde sub 1] tegen het zelf werkzaamheden verrichten in de hal van [eiser sub 1] gezien de verhoudingen tussen partijen begrijpelijk zijn, zal de kantonrechter [de gedaagde in conventie] veroordelen tot het ophalen van de goederen bij de voordeur van de bedrijfshal, althans buiten de hal, en zal [de eiser in conventie] veroordelen tot het afgeven van deze goederen. Op welke wijze de goederen bij de voordeur van de bedrijfshal, althans buiten zullen worden geplaatst en door wie, is aan partijen.
5.10.
Gelet op het voorgaande worden de door partijen over en weer gevorderde dwangsommen afgewezen.
5.11.
Ook de vordering van [de eiser in conventie] om te bepalen dat het vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats treedt van de voor de uitlevering vereiste vrijwaring(sverklaring) door [de gedaagde in conventie] , althans dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte (onderhandse) akte waarin de vrijwaring wordt verleend door [de gedaagde in conventie] aan Etikon Nederland en Etikon Onroerend Goed voor alle mogelijke aanspraken van derden, zal worden afgewezen. Gelet op de reeds afgegeven vrijwaring (voor de reeds aan Grand Café De Baseliek afgegeven zaken) en de verklaring van de curator van [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] heeft [de eiser in conventie] hierbij geen belang meer.
Vordering Barolo Keukens
5.12.
Barolo Keukens vordert vergoeding van de door haar gemaakte kosten om afgifte van haar eigendommen te krijgen, gelijk aan € 577,50 exclusief btw. [de eiser in conventie] zou ten onrechte jegens Barolo Keukens een beroep hebben gedaan op het retentierecht en daarmee onrechtmatig hebben gehandeld. [de eiser in conventie] betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. Zij wenste op goede gronden een vrijwaring (voor aanspraken van derden) van [de gedaagde in conventie] te ontvangen. Nadat Barolo Keukens instemde met het afgeven van deze vrijwaring heeft zij de goederen die aan Barolo Keukens toekwamen afgegeven. De kantonrechter is van oordeel dat [de eiser in conventie] , mede gelet op de onderlinge verhouding tussen partijen, niet onrechtmatig heeft gehandeld door de goederen pas af te geven na ontvangst van een vrijwaringsverklaring. De door Barolo Keukens gevorderde schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
5.13.
Gelet op de relatie tussen [eiser sub 1] en [gedaagde sub 1] en het feit dat beide partijen in conventie en in reconventie over en weer (on)gelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6.De beslissing

De kantonrechter
in conventie en in reconventie
6.1.
veroordeelt [de gedaagde in conventie] tot het ophalen van de aan hem toekomende goederen bij de voordeur van de bedrijfshal, althans buiten de hal, en veroordeelt [de eiser in conventie] tot afgifte van deze goederen aan [de gedaagde in conventie] ,
6.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
in conventie
6.4.
verstaat dat de procedure tussen [de eiser in conventie] en [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] in verband met de faillietverklaring van [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] is geschorst,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
6.6.
verklaart dat de procedure voor zover deze [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie 2] betreft op grond van artikel 27 lid 1 Fw Pro geschorst blijft,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.