Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[eiser] , uit [plaats] , eiser
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB
Samenvatting
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
.Bij de zitting was ook aanwezig
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van zijn werkzaamheden voor Schildersbedrijf [naam bedrijf 1], Schildersbedrijf [naam bedrijf 2], [naam bedrijf 3], [naam bedrijf 4] en [naam bedrijf 6], heeft eiser aangegeven dat het hem niet bekend is dat hij daarbij aan asbest is blootgesteld. Hij heeft geen asbesthoudend materiaal geschuurd of geschilderd. Ook is het eiser niet bekend dat er door anderen in de werkomgeving met asbesthoudend materiaal is gewerkt. Voor wat betreft zijn werkzaamheden voor Schildersbedrijf [naam bedrijf 5] heeft eiser aangegeven dat hij het mogelijk acht dat hij tijdens deze werkzaamheden aan asbest is blootgesteld. Tijdens schilderwerkzaamheden in een gebouw van de NS werd er op een verdieping boven hem asbest gesaneerd. Deze sanering vond plaats op een andere, afgesloten, verdieping en werd door een gespecialiseerd bedrijf uitgevoerd. Voor zover eiser zich kan herinneren was deze afdeling afgesloten en kwamen er geen stofwolken of iets dergelijks vrij van deze afdeling. Maar het is ook niet uit te sluiten dat hierbij wel asbestvezels zijn vrijgekomen in het pand. Dat kan eiser niet met zekerheid verklaren. Eiser heeft verder tijdens dit gesprek aangegeven dat hij in zijn privésituatie mogelijk aan asbest is blootgesteld. In zijn jeugd heeft hij een paar keer geholpen de hokken van de dieren te openen bij een stalbrand. Hij heeft niet geholpen bij het blussen van de brand. Mogelijk is hij hierbij wel aan asbest blootgesteld, omdat de dakbedekking van de stallen asbesthoudend was. Eiser heeft geen getuigen van blootstelling aan asbest.
- door middel van een longbiopt zijn (voldoende) asbestlichaampjes of asbestvezels aangetoond;
- de betrokkene is werkzaam geweest in een beroep waarin asbestblootstelling kon plaatsvinden (paragraaf 6.2 van het Advies in samenhang met bijlage C bij dat advies);
- tussen het begin van de blootstelling en het moment waarop de diagnose longfibrose door de behandelend arts is gesteld, verstrijkt in de praktijk tenminste vijftien jaar (paragraaf 2.4 van het Protocol).