De rechtbank Gelderland behandelde op 13 april 2026 het verzoek van Stichting Jeugdbescherming Gelderland (GI), vertegenwoordigd door het Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET), om gedeeltelijke gezagsuitoefening over een negenjarige uithuisgeplaatste minderjarige te verkrijgen met betrekking tot medische behandelingen en specialistische jeugd ggz. De vader verzette zich tegen het verzoek en stelde onder meer dat het LET niet bevoegd was en dat er geen medische noodzaak bestond.
De rechtbank oordeelde dat het LET bevoegd en ontvankelijk was om namens de GI op te treden. Het zelfstandige tegenverzoek van de vader tot beëindiging van de ondertoezichtstelling en terugplaatsing werd niet in behandeling genomen wegens gebrek aan connexiteit met het verzoek van de GI.
De rechtbank stelde vast dat inschrijving bij huisarts en tandarts noodzakelijk is voor het verkrijgen van medische zorg en dat de overdracht van het medische dossier daaronder valt. Gezien de gedragsproblemen van de minderjarige en de noodzaak tot diagnostiek en mogelijke behandeling bij specialistische jeugd ggz, achtte de rechtbank gedeeltelijke gezagsuitoefening door de GI gerechtvaardigd.
De inbreuk op het gezag van de vader werd als proportioneel beoordeeld, mede vanwege diens weigering toestemming te geven en de onwenselijke ouderbetrokkenheid bij medische zorg. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het verzoek van de GI toegewezen voor de duur van de uithuisplaatsing.