Uitspraak
1.De procedure
- het proces-verbaal van 30 maart 2026 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 30 maart 2026.
- verzoeker;
- de rechters.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de rechtbank Gelderland, stellende dat de rechtbank partijdig zou zijn en de wet niet zou hebben gediend. Het verzoek betrof meerdere zaken en was mede gebaseerd op het feit dat een aanhoudingsverzoek van verzoeker was geweigerd, waardoor hij onvoldoende gelegenheid zou hebben gehad om processtukken te laten bestuderen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft verzoeker toegelicht dat het wrakingsverzoek niet persoonlijk tegen de rechters was gericht, maar voortkwam uit zijn frustraties over het procesverloop. De rechters hebben het verzoek afgewezen en toegelicht dat een procesbeslissing, zoals het weigeren van een aanhoudingsverzoek, geen grond kan zijn voor wraking.
De wrakingskamer heeft geoordeeld dat er geen concrete feiten zijn die wijzen op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De rechters hebben verzoeker voldoende gelegenheid gegeven zijn standpunten toe te lichten en de complexiteit van de zaken rechtvaardigt het uitstellen van een mondelinge uitspraak.
Daarom is het wrakingsverzoek afgewezen en is tegen deze beslissing geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid en omdat het verzoek betrekking heeft op een procesbeslissing.