Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
- het ontslag op staande voet te vernietigen;
- Jah-Jireh te veroordelen tot betaling van het salaris van [de verzoeker] van € 3.646,45 bruto per maand te vermeerderen met 8% vakantiebijslag, 8,33% eindejaarsuitkering en bij ziekte de gemiddeld verdiende ORT, vanaf 14 oktober 2025 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro;
- Jah-Jireh te veroordelen tot betaling van de onterechte inhouding van € 6.645,67 bruto (inhouding vergoeding onregelmatige opzegging), te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro;
- Jah-Jireh te veroordelen om te doen toekomen aan [de verzoeker] binnen 5 dagen na datum van het vonnis op verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag bij het in gebreke blijven van tijdige toekoming:
- een bijbehorende bruto/netto specificatie van de voornoemde te betalen bedragen;
- Jah-Jireh te veroordelen tot betaling van de billijke vergoeding aan [de verzoeker] van € 19.942,84 bruto, dan wel een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding;
- aan [de verzoeker] een vergoeding wegens onregelmatige opzegging toe te kennen, zijnde een bedrag van € 6.645,67 bruto;
- Jah-Jireh te veroordelen tot betaling aan [de verzoeker] van de wettelijke transitievergoeding van € 902,19 bruto;
- Jah-Jireh te veroordelen tot betaling aan [de verzoeker] van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen tot aan de dag van volledige betaling;
- Jah-Jireh te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, het salaris van de gemachtigde daaronder begrepen.