Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats], eiser,
de Staat der Nederlanden(de minister van Justitie en Veiligheid).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Eiser verzocht de staatssecretaris om verwijdering van alle over hem bekende medische en psychische gegevens. Het NIFP verwijderde enkele dossierstukken, maar Justid weigerde verwijdering van bepaalde rapportages. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat de staatssecretaris pas na het instellen van het beroep volledig heeft beslist, waardoor het beroep feitelijk overbodig is geworden.
Eiser voerde tevens een verzoek tot schadevergoeding in verband met onrechtmatig handelen en overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wijst het verzoek wegens onrechtmatig handelen af, omdat eiser onvoldoende concrete gegevens over aantasting van zijn persoon heeft aangevoerd en er geen sprake is van verwijdering van gegevens. Wel wordt een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer acht maanden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het griffierecht. De uitspraak bevestigt dat het besluit van Justid van 21 februari 2024 in rechte vaststaat en niet ter beoordeling ligt in deze procedure. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en een schadevergoeding van €1.000 wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.