ECLI:NL:RBGEL:2026:2786
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting ongegrond verklaard
Belanghebbende was houder van een motorrijtuig waarvan het kentekenbewijs van 19 juli 2024 tot en met 24 november 2024 was geschorst. Op 24 augustus 2024 is vastgesteld dat met het motorrijtuig gebruik is gemaakt van de openbare weg. De inspecteur legde een naheffingsaanslag MRB en een verzuimboete op, welke belanghebbende betwistte.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk is, ondanks dat het beroepschrift digitaal één minuut te laat was ingediend, omdat de verwijtbaarheid gering was en er onzekerheid bestond over de datum van terpostbezorging van het papieren beroepschrift. De rechtbank beoordeelde vervolgens de inhoud van het beroep.
Belanghebbende stelde dat het motorrijtuig gedurende de schorsingsperiode in een afgesloten loods stond en dat de controlefoto niet overtuigend was. De rechtbank vond de inspecteur aannemelijk hebben gemaakt dat het motorrijtuig op de openbare weg is gebruikt en verwierp het verweer van belanghebbende. De naheffingsaanslag en verzuimboete zijn volgens de rechtbank terecht en naar het juiste bedrag vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de aanslag en boete in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag MRB en verzuimboete wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete blijven in stand.