Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2746

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
463243 / KG RK 26-139
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens gebrek aan gegronde partijdigheid

De wrakingskamer van de Rechtbank Gelderland heeft op 13 maart 2026 een wrakingsverzoek behandeld van een verzoeker die de wraking van drie rechters had gevraagd in een civiele procedure. Het verzoek betrof de weigering van de rechters om direct mondeling uitspraak te doen over een eerder wrakingsverzoek tegen een andere rechter.

De wrakingskamer oordeelde dat het niet direct doen van een mondelinge uitspraak geen aanwijzing is voor vooringenomenheid of de schijn daarvan. De rechters handelden conform het Wrakingsprotocol, dat een termijn van twee weken voorschrijft voor de beslissing op een wrakingsverzoek. Het verzoek werd daarom afgewezen.

Daarnaast constateerde de rechtbank dat de verzoeker meerdere wrakingsverzoeken had ingediend zonder feitelijke onderbouwing, wat leidde tot onredelijke vertraging van de procedure. Dit werd aangemerkt als misbruik van het wrakingsrecht. Daarom werd bepaald dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak niet meer in behandeling worden genomen.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak worden niet meer in behandeling genomen wegens misbruik.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/463243 / KG RK 26-139
Beslissing van 13 maart 2026
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. S.C.A.M. Jansen, mr. F.M.C. Boesberg en mr. M.J. Wasmann,
rechters in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechters.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het proces-verbaal van 10 februari 2026 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;
  • de schriftelijke reactie van de rechters van 10 februari 2026;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 10 februari 2026.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechters in de zaak
met nummer C/05/460500 / KG RK 25/890 tussen verzoeker en mr. Sijsma. Op 10 februari 2026 heeft de wrakingskamer zitting gehouden in vermelde procedure. Tijdens deze zitting is verzoeker in de gelegenheid gesteld om zijn wrakingsverzoek tegen mr. Sijsma mondeling toe te lichten.
2.2
Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd.
“De wrakingskamer weigert om direct een beslissing te nemen in plaats van over twee weken.”
2.3
De rechters hebben laten weten niet in de wraking te berusten en hebben op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
Verzoeker vindt de rechters vooringenomen omdat zij hebben geweigerd direct mondeling uitspraak te doen op zijn wrakingsverzoek tegen mr. Sijsma. De rechters hebben aangegeven binnen twee weken uitspraak te doen.
3.3.
Het niet direct nemen van een mondelinge beslissing op het wrakingsverzoek van verzoeker is geen grond die iets zegt over de (schijn van) vooringenomenheid van de rechters. Het betreft immers een procedurele beslissing van de rechters die is gegrond op het Wrakingsprotocol waarin staat dat de beslissing op een wrakingsverzoek binnen twee weken moet worden gegeven. Hieruit volgt dat het wrakingsverzoek niet toewijsbaar is.
3.4.
Verzoeker heeft in deze procedure reeds meerdere wrakingsverzoeken gedaan die geen van alle zijn gehonoreerd danwel die feitelijke onderbouwing missen en die hebben geleid tot onredelijke vertraging van de rechtspleging. Naar het oordeel van de rechtbank gebruikt verzoeker het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
  • wijst het verzoek tot wraking af;
  • bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzitter, mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg en mr. L.M. Vogel, leden in tegenwoordigheid van de griffier [...] en in openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.