Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2743

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
05/189647-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 36f SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijke geweldpleging tijdens jaarwisseling 2023/2024 in Hedel

Tijdens de jaarwisseling 2023/2024 in Hedel vonden ernstige ongeregeldheden plaats waarbij verdachte samen met anderen openlijk geweld pleegde tegen politiefunctionarissen en goederen, waaronder het afsteken en gooien van zwaar illegaal vuurwerk. Verdachte was aanwezig bij de groep die het geweld pleegde en leverde een wezenlijke bijdrage door vuurwerk af te steken en goederen in brandende voertuigen te gooien.

De rechtbank oordeelde dat verdachte wettig en overtuigend schuldig is aan openlijke geweldpleging in vereniging tegen politie en goederen, maar sprak hem vrij van enkele specifieke geweldshandelingen wegens onvoldoende bewijs. De strafmaat werd bepaald rekening houdend met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, en het tijdsverloop sinds het delict.

Verdachte kreeg een taakstraf van 180 uur opgelegd, met vervangende hechtenis bij niet-nakoming, en een schadevergoeding van €1.201 aan immateriële schade aan een benadeelde partij. De vordering tot materiële schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causaliteit. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf deels omgezet in een taakstraf.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 uur taakstraf en betaling van €1.201 smartengeld wegens openlijke geweldpleging tijdens jaarwisseling.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/189647-24
Datum uitspraak : 9 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres 1], [postcode] te [woonplaats].
Raadsman: mr. J.B. van Faassen, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 01 januari 2024 te Hedel, openlijk, te weten, op/nabij een plein gelegen op/aan de Voorstraat en/of de [adres 2] en/of op/aan de Wethouder Michelshof, in elk geval op of aan (de) openbare weg(en) en/of op/nabij (een) voor het publiek toegankelijke plaats(en), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en), te weten
-één of meer politiefunctionaris(sen), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening als lid van de mobiele eenheid Gelderland Zuid
en/of (een) goed(eren), te weten
-één of meer nabij gelegen (bedrijfs)pand(en) en/of
-een personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken 1])
door
-één of meermalen een illegaal stuk zwaar vuurwerk, te weten (onder meer) een shell (mortierbom) voorzien van een aansteeklont en/of een Cobra6 en/of een Big Shock Xtra Loud en/of een Panzerfaust, aan te steken en/of (vervolgens) één of meermalen voornoemd (aangestoken) illegaal stuk zwaar vuurwerk naar en/of in de richting van één of meer politiefunctionaris(sen) en/of voornoemde personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken 1]) en/of één of meer (daken van) (bedrijfs)pand(en) te werpen en/of te gooien en/of (onder meer) (horizontaal) af te schieten/vuren vanaf en/of over de grond en/of
-één of meermalen overig vuurwerk naar en/of in de richting van één of meer politiefunctionaris(sen) en/of voornoemde personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken 1]) en/of één of meer (daken van) (bedrijfs)pand(en) te werpen en/of te gooien en/of
-één of meermalen (een) ste(e)n(en) en/of (een) bierfles(sen) naar en/of in de richting van één of meer politiefunctionarissen te werpen en/of te gooien en/of
-vuurwerk naar en/of in de richting van één of meer brandende personenauto(‘s) te gooien en/of brandbaar materiaal (onder meer karton en/of een kerstboom en/of één of meer kliko(‘s)) op en/of in deze personenauto(‘s) te werpen en/of te gooien en/of
-met behulp van (zwaar) vuurwerk een reclamebord en/of een POST NL brievenbus en/of één of meerdere ondergrondse (glas)container(s) te vernielen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Inleiding
Na meerdere zeer onrustige jaarwisselingen heeft de gemeente Maasdriel een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen om de jaarwisseling van 2023/2024 in Hedel in goede banen te leiden. Er is onder andere een vuurwerkvrije zone ingesteld en er was sprake van tijdelijk cameratoezicht. Desondanks hebben zich tijdens de jaarwisseling van 2023/2024 in het centrum van Hedel ernstige ongeregeldheden voorgedaan. Er werden op verschillende tijdstippen twee voertuigen in brand gestoken op het plein bij de Voorstraat en [adres 2]. Vervolgens werd er vuurwerk gegooid naar en in de richting van de brandweer die beide keren naar het plein is gekomen om de voertuigen te blussen. Na het vertrek van de brandweer bleef het onrustig op het plein. Er werd zwaar vuurwerk afgestoken en men gooide vuurwerk en brandbare voorwerpen in en naar de voertuigen op het plein. Door de burgemeester is vervolgens een noodbevel afgegeven. Om 02:10 uur arriveerde de Mobiele Eenheid (hierna: ME) met de eenheden Bravo 40, 50 en 60 en speciale aanhoudingseenheden van de politie. Ook de brandweer kwam voor de derde keer naar het plein. De opdracht van de ME-eenheden was om het plein ‘schoon te vegen’ zodat de brandweer de bluswerkzaamheden kon afronden. Door diverse aanwezige personen werd zwaar illegaal vuurwerk afgestoken. Om 02:39 uur verlieten de brandweer en de ME het plein.
Het Openbaar Ministerie is een onderzoek gestart met de naam Broc 2. In dit onderzoek zijn, naast verdachte, als verdachten aangemerkt [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4].
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van openlijke geweldpleging ten aanzien van de Volkswagen T-Roc, een PostNL brievenbus en ondergrondse glascontainers. Ook dient verdachte partieel te worden vrijgesproken van openlijke geweldpleging door het gooien van stenen en bierflessen en het vernielen van een reclamebord. Niet is komen vast te staan dat verdachte aan deze gedragingen een bijdrage heeft geleverd. Zowel qua plaatsing in tijd als in plaats zijn deze gedragingen te ver van verdachte verwijderd. Verdachte heeft op 1 januari 2024 om 01.12 vanaf de plek voor de Trekpleister eenmaal een shell op straat gegooid, hij was aanwezig bij de Trekpleister toen anderen daar illegaal vuurwerk afstaken en hij was aanwezig op het plein toen de ME het plein betrad. Hij is nadien weggegaan richting de Wethouder Michelshof. Om 2.15 uur heeft hij van onder zijn voet nog een stuk consumentenvuurwerk afgestoken op het plein. Gelet op onder meer deze gedragingen kan openlijke geweldpleging tegen politiefunctionarissen en (bedrijfs)panden bewezen worden.
Beoordeling door de rechtbank
Bewijsmiddelen
Verbalisant [verbalisant 1] heeft camerabeelden uitgekeken vanaf het moment dat de tweede auto, een Opel Agila, op 1 januari 2024 omstreeks 00:27 uur op het plein werd geparkeerd. Te zien is dat een auto op de parkeerplaats nabij de Jumbo te Hedel geparkeerd werd. Omstanders kwamen vanaf de Trekpleister naar de auto toe gelopen. Omstreeks 00:28 uur was er een flits in de auto te zien. Daarna kwam de brandweer ter plaatse. Een dame en twee mannen waren bezig met het in brand steken van de auto. Een gele doos of jerrycan werd door één van die mannen in de auto leeggeschonken/-geschud. Omstreeks 00:32 uur is op de beelden te zien dat de auto in brand werd gezet. Uit de auto kwamen diverse gekleurde vuurwerkdelen. Tussen 00:40-00:42 uur liep een persoon met een doos onder de arm en deponeerde deze doos in de auto. De persoon stak iets brandends aan en gooide dit in de auto. Wat in de auto was gegooid, ontplofte. Tussen 00:42-00:44 uur werden er diverse goederen, waaronder dozen, een kerstboom en twee containers, in de auto gegooid. De personen die dit deden renden terug naar de groep bij de Trekpleister. Omstreeks 00:44 uur vatte de auto opnieuw vlam. Vervolgens vonden er meerdere vuurwerkexplosies plaats in de auto. Tot de komst van de brandweer (
de rechtbank begrijpt: de komst van de brandweer rond 02.10 uur) werd de auto diverse keren bestookt met vuurwerk of werd deze door personen in brand gestoken. [2]
Op 1 januari 2024 omstreeks 02.00 uur hebben verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] een Ford Transit, voorzien van kenteken [kenteken 2], aangetroffen op de Wielwijck te Hedel. Zij hadden eerder een melding gekregen dat er vuurwerk uit deze bus werd gehaald. Een bewoner had gezien dat meerdere personen vuurwerk uit de bus haalden en dit via een gangpad naar de Voorstraat/[adres 2] droegen. In de bus werden dozen met 3 inch en 5 inch shells (mortierbommen), Super Cobra’s 6 en Big Shocks Xtra Loud aangetroffen. [3]
Uit een getapt gesprek tussen verdachte en een persoon die [naam 1] wordt genoemd blijkt dat een Panzerfaust op het plein is gegooid. [4]
Op de is beelden te zien dat tussen 00:51 en 00:54 uur [medeverdachte 3] meerdere malen vanuit het hoekje van het steegje en de Voorstraat, waar de Trekpleister is, naar verschillende containers rent, vuurwerk aansteekt, het vuurwerk in de containers gooit waarna een explosie plaatsvindt. Twee containers zijn door het vuurwerk volledig uit elkaar geklapt en de stukken van de containers vlogen door de lucht. [5] [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij heeft gedronken op het plein, dat er een muziekbox kwam bij de Trekpleister en dat er een hele grote groep was. Er werden harde klappers gegooid, van shells die over de grond heen gingen naar auto’s die in brand gingen. [6]
Omstreeks 02:10 uur werd vanuit de groep bij de Trekpleister vuurwerk gegooid dat op de Voorstraat tot ontploffing kwam. Er kwam een ME-voertuig aanrijden door de steeg (de Wielwijck). De groep ter hoogte van de Trekpleister keek in de richting van die steeg, waarna in de steeg vuurwerk ontplofte en een grote vuurbal te zien was. Daarna, om 02.11 uur, renden meerdere personen weg richting de [adres 2]. Op datzelfde moment kwam brandend vuurwerk in de lucht tot ontploffing. Om 02:12 uur kwam de ME van het district Gelderland-Zuid het plein opgelopen en bevond zich voor de Trekpleister. Twee personen, waaronder verdachte, staken vuurwerk aan, plaatsten dat onder hun voet en schoten het weg in de richting van de ME. Omstreeks 02:13 en 02:14 uur werd er twee keer een shell richting de ME gegooid die zich op het plein bevond. De ME ging op dat moment voorwaarts over het plein richting de Wethouder Michelshof. De tweede keer werd het vuurwerk gegooid ter hoogte van de Wethouder Michelshof. [7]
Aangeefster [aangever 1] heeft aangifte gedaan van mishandeling met als pleegdatum en -tijd
1 januari 2024 om 02.10 uur. Zij heeft verklaard dat zij op oudjaarsnacht in haar appartement aan de [adres 2] was. Haar appartement en die van anderen bevinden zich boven winkels op het plein in Hedel. Voor 00:00 uur was er al veel bedrijvigheid op het plein. Er was een groep van een man of vijftien die daar vuurwerk aan het afsteken waren, ook die harde bommen. [aangever 1] zag dat de politie voor 00:00 uur naar de buren was gegaan. [aangever 1] had bij de buren navraag gedaan en toen bleek dat er vuurwerk op hun balkon terecht was gekomen waardoor er een klein brandje was ontstaan. Na middernacht was de groep groter geworden. De groep gooide bij [aangever 1] en haar partner vuurwerk op het balkon. De groep was daar zeker een half uur mee bezig. [aangever 1] en haar partner gingen op een gegeven moment op het balkon kijken of het vuurwerk geen brand veroorzaakte. Op het moment dat [aangever 1] buiten op het balkon stond, werd er een vuurwerkbom gegooid. Deze vuurwerkbom kwam dichtbij het balkon, op ongeveer anderhalve meter afstand, tot ontploffing. Door de harde knal schrok [aangever 1] en viel zij voorover op het balkon. [8]
Aangever [aangever 2] heeft namens de Jumbo Hedel aangifte gedaan. [aangever 2] heeft verklaard dat hij op 1 januari 2024 omstreeks 01.12 uur een alarmmelding op zijn telefoon kreeg. Dit betrof een trilalarm. Op 2 januari 2024 werd [aangever 2] gebeld door een collega. De collega gaf aan dat er waterschade in de winkel was. De gehele vloer bij de ingang van de winkel stond blank van het water. Hierop heeft [aangever 2] het dak geïnspecteerd. Hij zag dat de ruit beschadigd was. Er zaten diepe haarscheuren in het glas en de sponning was ontzet. Hierdoor is de lekkage ontstaan. [9]
Betrokkenheid verdachte
Verdachte is voor het eerst op de beelden te zien om 23:56 uur. Hij staat dan in de groep voor de Trekpleister. Hij is voor het laatst op de beelden te zien om 02:12 uur. Om 00:59 uur geeft hij een rode staaf aan een andere man die de staaf aansteekt en weggooit. Op andere momenten deelt hij goederen uit een doos uit aan anderen en geeft hij een shell aan Verkuil. Verdachte heeft vanuit de groep bij de Trekpleister in ieder geval eenmaal een shell aangestoken en van zich af gegooid, om 01.12 uur. Er werden ook Panzerfausts afgestoken. Om 01:59 uur is verdachte naar de berg goederen rond de brandende Opel Agila gelopen en heeft hij samen met anderen goederen in de Opel Agila gegooid. Hij was nog op het plein toen de ME ter plaatse kwam, wat ook blijkt uit de hiervoor al genoemde omstandigheid dat hij op om 02.12 uur op beelden te zien is terwijl hij vuurwerk van onder zijn voet afsteekt. [10]
De rechtbank neemt aan dat het hier siervuurwerk betreft, zoals verdachte ter terechtzitting heeft verklaard. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij het plein heeft verlaten toen de ME kwam en dat hij heeft gezien dat [naam 2] werd geschopt en geslagen. [11] [naam 2] is om 02:15 uur aangehouden op de Wethouder Michelshof door de politie, omdat hij kort daarvoor twee shells in de richting van de ME-linie had gegooid. [12] De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat verdachte hierbij aanwezig was.
Voor zover verdachte heeft bedoeld te verklaren dat hij
uit eigen bewegingis weggegaan
toen de ME kwam, gaat de rechtbank daarin niet mee. Uit de beelden blijkt duidelijk dat de
ME meerdere personen van het plein heeft gedreven, richting de Wethouder Michelshof, kennelijk omdat die personen nog niet uit eigen beweging (en na een vordering daartoe van
de ME) vertrokken waren. Naar kan worden aangenomen, was verdachte een van die
personen.
Het zware illegale vuurwerk is blijkens de aangifte van [aangever 1] en camerabeelden [13] ook ontploft in de nabijheid van het balkon van het appartement van [aangever 1], de andere daar gelegen appartementen en de onder die appartementen gelegen winkels. Tot slot was verdachte ook nog aanwezig voor de Trekpleister toen er zwaar illegaal vuurwerk in de steeg, de Wielwijck, werd gegooid in de richting van het naderende voertuig van de ME.
Openlijke geweldpleging
Volgens vaste rechtspraak is van het "in vereniging" plegen van geweld sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat het ten laste gelegde openlijk geweld tegen de ME (politiefunctionarissen) en tegen goederen, namelijk de in brand gestoken Opel Agila, bedrijfspanden (de [bedrijf] en de winkels onder het appartement van [aangever 1]) en containers, wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Over de containers merkt de rechtbank nog op dat verdachte in de groep bij de Trekpleister aanwezig was toen [medeverdachte 3], komende vanuit deze groep, zwaar illegaal vuurwerk in de containers gooide. Dat deze gedragingen “te ver van verdachte verwijderd waren”, volgt de rechtbank daarom niet.
Verdachte heeft de groep van waaruit het geweld plaatsvond niet enkel getalsmatig versterkt, maar heeft door zijn aanwezigheid in de groep bijgedragen aan de gevaarlijke en dreigende sfeer richting de ME. Door zwaar illegaal vuurwerk op het plein tot ontploffing te brengen en goederen in de brandende Opel Agila te gooien heeft hij bovendien actief aan het geweld tegen goederen deelgenomen.
Met zijn handelen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank opzet gehad op de te bewijzen geweldshandelingen en daaraan een significante en wezenlijke bijdrage geleverd. Dat verdachte niet al die geweldshandelingen zelf heeft verricht, staat aan een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging tegen de ME en tegen de goederen niet in de weg. Verdachte is in strafrechtelijke zin medeverantwoordelijk voor het handelen van zijn mededaders.
Van het plegen van openlijk geweld door het gooien van zwaar illegaal vuurwerk richting de Volkswagen T-Roc, het gooien van ander vuurwerk (dan zwaar illegaal vuurwerk) richting personen en goederen, het gooien van stenen en bierflessen naar politiefunctionarissen en het vernielen van een reclamebord en een PostNL-brievenbus door het gooien van illegaal vuurwerk, zal verdachte worden vrijgesproken, nu uit het dossier niet is gebleken dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan die gedragingen of aanwezig was toen anderen die gedragingen verrichtten.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks 01 januari 2024 te Hedel, openlijk, te weten, op/nabij een plein gelegen
op/aan de Voorstraat en
/ofde [adres 2] en
/of op/aan de Wethouder Michelshof,
in elk geval op of aan (de) openbare weg(en) en/of op/nabij (een) voor het publiek toegankelijke plaats(en),in vereniging geweld heeft gepleegd tegen
(een)perso
(o)n
(en
), te weten
-
één of meerpolitiefunctionaris
(sen
), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening als lid van de mobiele eenheid Gelderland Zuid
en
/of (een)goed
(eren
), te weten
-
één of meernabij gelegen (bedrijfs)pand
(en
) en/of
-een personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken 1])
door
-
één ofmeermalen een illegaal stuk zwaar vuurwerk, te weten
(onder meer)een shell (mortierbom) voorzien van een aansteeklont en
/ofeen Cobra6 en
/ofeen Big Shock Xtra Loud en
/ofeen Panzerfaust, aan te steken en
/of (vervolgens
)één of meermalen voornoemd
(aangestoken
)illegaal stuk zwaar vuurwerk naar en/of in de richting van
één of meerpolitiefunctionaris
(sen
) en/of voornoemde personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken 1])en
/of één of meer(daken van) (bedrijfs)pand
(en
)te werpen en
/ofte gooien en
/of(onder meer) (horizontaal) af te schieten/vuren vanaf en
/ofover de grond en
/of
-één of meermalen overig vuurwerk naar en/of in de richting van één of meer politiefunctionaris(sen) en/of voornoemde personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken 1]) en/of één of meer (daken van) (bedrijfs)pand(en) te werpen en/of te gooien en/of
-één of meermalen (een) ste(e)n(en) en/of (een) bierfles(sen) naar en/of in de richting van één of meer politiefunctionarissen te werpen en/of te gooien en/of
-vuurwerk naar en
/ofin de richting van één
of meerbrandende personenauto
(‘s)te gooien en
/ofbrandbaar materiaal (onder meer karton en
/ofeen kerstboom en
/of één of meerkliko
(‘s
)) op en
/ofin deze personenauto
(‘s)te werpen en
/ofte gooien en
/of
-met behulp van
(zwaar
)vuurwerk een
reclamebord en/of een POST NL brievenbusen
/of één of meerdere ondergrondse (glas)container
(s
)te vernielen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn, een taakstraf binnen de brandbreedte van 100 tot 180 uren dient te worden opgelegd, al dan niet gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van een jaar.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte, waaronder het strafblad van 9 januari 2026.
Hedel is tijdens de jaarwisseling van 2023/2024 opgeschrikt door ernstige ongeregeldheden. Door de grote onrust op het plein, die mede is veroorzaakt door verdachte die vanaf middernacht aanwezig was, is uiteindelijk de ME ter plaatse gekomen. De ME moest het plein schoonvegen, omdat verdachte en anderen niet uit eigen beweging vertrokken, en is daarbij bestookt met zwaar illegaal vuurwerk. Verdachte heeft er met zijn handelen aan bijgedragen dat de situatie volledig uit de hand is gelopen. De gebeurtenissen hebben blijkens de informatie in het dossier diepe indruk gemaakt op de politieagenten. Verder heeft omwonende [aangever 1] letsel opgelopen. Ook hebben de gebeurtenissen voor onrust gezorgd in de maatschappij, omdat het geweld is gepleegd tegen onder meer politieagenten. Het gedrag van verdachte en de mededaders kan absoluut niet worden getolereerd en levert een ernstig strafbaar feit op. Het bestoken van politieagenten met zwaar illegaal vuurwerk is crimineel gedrag dat niets heeft te maken met het vieren van oud en nieuw. Naar het oordeel van de rechtbank zou het feit, vooral omdat het tegen politieagenten gericht was, op zichzelf de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere maanden rechtvaardigen. Niettemin zal de rechtbank daarvan afzien vanwege het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een zaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van in beginsel twee jaren is aangevangen op 29 april 2024, de datum waarop verdachte in verzekering is gesteld. De rechtbank doet op 9 april 2026 uitspraak in deze zaak en dit valt binnen de redelijke termijn van twee jaren. Naar het oordeel van de rechtbank is dus geen sprake van schending van de redelijke termijn.
Niettemin zijn sinds de jaarwisseling van 2023/2024 ruim twee jaren verstreken. Dit aanzienlijke tijdsverloop is niet aan de verdediging te wijten. De strafzaak had eerder kunnen en moeten worden afgedaan, zoals wel is gebeurd in de vier strafzaken van onderzoek Broc 1. De rechtbank zal met het tijdsverloop in het voordeel van verdachte in vergaande mate rekening houden.
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij ten tijde van het bewezenverklaarde feit in een proeftijd liep. Hij is in 2021 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden voor een Opiumwet-feit, gepleegd in 2021 (waarover hierna meer). Verder is hij in 2024 (in het buitenland) bestraft voor handel in verdovende middelen op 29 juli 2023 en in 2025 voor een overtreding van de Wegenverkeerswet, wat maakt dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Van recidive is geen sprake en het strafblad werkt daarom niet strafverhogend.
Ter terechtzitting is gebleken dat het delictverleden van verdachte verband houdt met het feit dat hij drugsverslaafd is geweest. Hij heeft die verslaving met hulp onder controle kunnen krijgen en gebruikt geen drugs meer. Hij werkt als stratenmaker/kraanmachinist, heeft een goed inkomen en, afgezien van een hypothecaire lening, zijn er geen schulden. Verdachte heeft zijn leven inmiddels dus goed op de rit. Bovendien heeft verdachte zich ter terechtzitting schuldbewust getoond.
De rechtbank vindt de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere maanden op dit moment niet meer passend. Dit zou teniet doen wat verdachte in positieve zin heeft opgebouwd, wat onwenselijk is. Daarbij komt dat de rechtbank uitgaat van een minder vergaande betrokkenheid van verdachte bij het openlijke geweld dan de officier van justitie. Zij komt om die reden tot vrijspraak van diverse onderdelen van de tenlastelegging (onder meer het openlijke geweld tegen brandweerlieden en het door het gooien van vuurwerk ernstig beschadigen van de Volkswagen T-Roc waarin zich op dat moment een politieagent bevond). Bovendien is niet gebleken dat verdachte zelf zwaar illegaal vuurwerk naar de ME heeft gegooid. Naar het oordeel van de rechtbank kan worden volstaan met een taakstraf.
Alles afwegende acht de rechtbank passend en geboden een taakstraf van 180 uur, subsidiair
90 dagen hechtenis. Hierop komen 4 uren in aftrek omdat verdachte 2 dagen in voorarrest heeft doorgebracht (2 uren per dag). De rechtbank ziet geen aanleiding om daarnaast nog een voorwaardelijke straf op te leggen. Afgezien van de overtreding van de Wegenverkeerswet, is verdachte na de jaarwisseling van 2023/2024 niet opnieuw in beeld gekomen bij politie en justitie.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.108,38 aan materiële schade en € 1.201,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat de hoogte van het toe te wijzen bedrag dient te worden gematigd.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
De gevorderde materiële schade ziet op de reparatiekosten van het raam van het appartement van [aangever 1] dat volgens haar door het vuurwerk dof is geworden. Het is blijvende schade die niet meer kan worden verholpen door schoonmaken, aldus de toelichting op de vordering. Ter onderbouwing is een ongedateerde foto van het raam en een offerte, gedateerd op 26 november 2025, bij de vordering gevoegd. De rechtbank merkt op dat tussen 1 januari 2024 en 26 november 2025 ruim 22 maanden zijn verstreken. Een onderbouwing met stukken waaruit blijkt dat de schade in de nacht van 1 januari 2024 is ontstaan, ontbreekt. Het causale verband tussen het handelen van verdachte en het ontstaan van de schade is daarom niet vast te stellen. De rechtbank zal [aangever 1] om deze reden niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot vergoeding van materiële schade. Dat brengt mee dat zij zich met haar vordering nog tot de burgerlijke rechter kan wenden.
Smartengeld
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en de schriftelijke toelichting op de vordering, stelt de rechtbank vast dat [aangever 1] door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt. Door het ontploffen van het zware illegale vuurwerk in de directe nabijheid van het balkon van het appartement van [aangever 1], is [aangever 1] geschrokken, gevallen en op haar linkerelleboog terecht gekomen. [aangever 1] is volgens overgelegde medische informatie op 1 januari 2024 naar de spoedeisende hulp gegaan en daar is vastgesteld dat zij een breuk in haar linkerelleboog heeft opgelopen. Het causale verband tussen de openlijke geweldpleging en het ontstaan van het lichamelijk letsel van [aangever 1] is naar oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd. Het ontstaan van het letsel is (mede) aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het letsel en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.201,00 vaststellen.
Verdachte is vanaf 1 januari 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank zal bepalen dat verdachte en de mededaders ieder voor het hele schadebedrag hoofdelijk kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de mededaders de schade hebben vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-061398-21)
De politierechter heeft verdachte op 23 augustus 2021 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden.
De standpunten
De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.
De raadsman heeft bepleit dat dat proeftijd met een jaar dient te worden verlengd.
De beoordeling door de rechtbank
Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank ziet aanleiding te bevelen dat de straf gedeeltelijk ten uitvoer wordt gelegd, namelijk 2 weken gevangenisstraf. Echter, de rechtbank zal in plaats van een gevangenisstraf de tenuitvoerlegging van een taakstraf van 60 (zestig) uren gelasten, omdat de rechtbank het ten uitvoer leggen van de straf in de vorm van een gevangenisstraf om de hiervoor bij de strafmaat genoemde redenen niet passend acht. Omdat de 60 uren taakstraf wordt opgelegd ter vervanging van 2 weken gevangenisstraf, zal de rechtbank de vervangende hechtenis bij het niet uitvoeren van de taakstraf bepalen op 14 dagen.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

11.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;
 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
 verklaart de benadeelde partij [aangever 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van materiële schade;
  • veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 1.201,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1] , een bedrag te betalen van € 1.201,00 aan immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 12 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de mededaders (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
 gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf de tenuitvoerlegging van een taakstraf gedurende 60 (zestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 14 (veertien) dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en
mr. M.J. Wasmann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 april 2026.
Mr. I.D. Jacobs is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer BROC/ON5R024002, gesloten op 29 mei 2024, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 595-607; Proces-verbaal van bevindingen, KREMK09 13-17.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 375, met bijlagen p. 378-393, en p. 410A-410Z-4; Proces-verbaal van bevindingen, p. VERKV99 19.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. HENSR96 44-45.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. OUDEN99 9; Proces-verbaal van bevindingen, p. OUDEN99 16-18.
6.Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3], p. OUDEN99 32.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 10-12; Proces-verbaal van bevindingen, p. 32-33; Proces-verbaal van bevindingen, p. 637-659.
8.Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] , p. 315-317
9.Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , p. 318-326.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. HENSR96 112-129; Proces-verbaal van bevindingen, p. VERKV99 103; De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2026.
11.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. HENSR96 210.
12.Proces-verbaal van bevindingen, p. 34.
13.Proces-verbaal van bevindingen, p. AD BROC 656 (foto 35).