Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2742

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
05/189649-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22b SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijke geweldpleging tijdens jaarwisseling 2023/2024 in Hedel

Tijdens de jaarwisseling 2023/2024 vonden ernstige ongeregeldheden plaats in het centrum van Hedel, ondanks voorzorgsmaatregelen zoals een vuurwerkvrije zone en cameratoezicht. Verdachte was aanwezig vanaf ongeveer 01:00 uur en stak zwaar illegaal vuurwerk af, waaronder shells, en droeg bij aan het in brand steken van een auto en het creëren van een gevaarlijke sfeer richting de Mobiele Eenheid (ME).

De rechtbank oordeelde dat verdachte een significante bijdrage leverde aan openlijke geweldpleging tegen politiefunctionarissen en goederen, waaronder brandstichting en het afsteken van zwaar vuurwerk. Verdachte werd vrijgesproken van enkele andere tenlastegelegde gedragingen wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 2 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf van 200 uur op.

Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €1.201,00 smartengeld aan een benadeelde partij die letsel opliep door het geweld. De vordering tot materiële schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing. De straf werd gematigd vanwege het tijdsverloop, persoonlijke omstandigheden van verdachte en de schending van de redelijke termijn.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 dagen gevangenisstraf en 200 uur taakstraf voor openlijke geweldpleging met schadevergoeding aan benadeelde partij.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/189649-24
Datum uitspraak : 9 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. K. Lans, advocaat in IJmuiden.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 01 januari 2024 te Hedel, openlijk, te weten, op/nabij een plein gelegen op/aan de Voorstraat en/of de [adres 2] en/of op/aan de Wethouder Michelshof, in elk geval op of aan (de) openbare weg(en) en/of op/nabij (een) voor het publiek toegankelijke plaats(en), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en), te weten
-één of meer politiefunctionaris(sen), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening als lid van de mobiele eenheid Gelderland Zuid
en/of (een) goed(eren), te weten
-één of meer nabij gelegen (bedrijfs)pand(en) en/of
-een personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken] )
door
-één of meermalen een illegaal stuk zwaar vuurwerk, te weten (onder meer) een shell (mortierbom) voorzien van een aansteeklont en/of een Cobra6 en/of een Big Shock Xtra Loud en/of een Panzerfaust, aan te steken en/of (vervolgens) één of meermalen voornoemd (aangestoken) illegaal stuk zwaar vuurwerk naar en/of in de richting van één of meer politiefunctionaris(sen) en/of voornoemde personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken] ) en/of één of meer (daken van) (bedrijfs)pand(en) te werpen en/of te gooien en/of (onder meer) (horizontaal) af te schieten/vuren vanaf en/of over de grond en/of
-één of meermalen overig vuurwerk naar en/of in de richting van één of meer politiefunctionaris(sen) en/of voornoemde personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken] ) en/of één of meer (daken van) (bedrijfs)pand(en) te werpen en/of te gooien en/of
-één of meermalen (een) ste(e)n(en) en/of (een) bierfles(sen) naar en/of in de richting van één of meer politiefunctionarissen te werpen en/of te gooien en/of
-vuurwerk naar en/of in de richting van één of meer brandende personenauto(‘s) te gooien en/of brandbaar materiaal (onder meer karton en/of een kerstboom en/of één of meer kliko(‘s)) op en/of in deze personenauto(‘s) te werpen en/of te gooien en/of
-met behulp van (zwaar) vuurwerk een reclamebord en/of een POST NL brievenbus en/of één of meerdere ondergrondse (glas)container(s) te vernielen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Inleiding
Na meerdere zeer onrustige jaarwisselingen heeft de gemeente Maasdriel een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen om de jaarwisseling van 2023/2024 in Hedel in goede banen te leiden. Er is onder andere een vuurwerkvrije zone ingesteld en er was sprake van tijdelijk cameratoezicht. Desondanks hebben zich tijdens de jaarwisseling van 2023/2024 in het centrum van Hedel ernstige ongeregeldheden voorgedaan. Er werden op verschillende tijdstippen twee voertuigen in brand gestoken op het plein bij de Voorstraat en [adres 2] . Vervolgens werd er vuurwerk gegooid naar en in de richting van de brandweer die beide keren naar het plein is gekomen om de voertuigen te blussen. Na het vertrek van de brandweer bleef het onrustig op het plein. Er werd zwaar vuurwerk afgestoken en men gooide vuurwerk en brandbare voorwerpen in en naar de voertuigen op het plein. Door de burgemeester is vervolgens een noodbevel afgegeven. Om 02:10 uur arriveerde de Mobiele Eenheid (hierna: ME) met de eenheden Bravo 40, 50 en 60 en speciale aanhoudingseenheden van de politie. Ook de brandweer kwam voor de derde keer naar het plein. De opdracht van de ME-eenheden was om het plein ‘schoon te vegen’ zodat de brandweer de bluswerkzaamheden kon afronden. Door diverse aanwezige personen werd zwaar illegaal vuurwerk afgestoken. Om 02:39 uur verlieten de brandweer en de ME het plein.
Het Openbaar Ministerie is een onderzoek gestart met de naam Broc 2. In dit onderzoek zijn, naast verdachte, als verdachten aangemerkt [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] .
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging jegens personen of goederen. Zijn gedragingen blijven beperkt tot het ter plaatse aanwezig zijn en het afsteken van vuurwerk de lucht in. Deze gedragingen kunnen niet worden gekwalificeerd als een significante of wezenlijke bijdrage aan openlijk geweld. Hierdoor ontbreekt het bestanddeel ‘in vereniging’.
Beoordeling door de rechtbank
Bewijsmiddelen
[verbalisant 1] heeft camerabeelden uitgekeken vanaf het moment dat de Opel Agila op het plein werd geparkeerd, op 1 januari 2024 omstreeks 00:27 uur. Te zien is te zien dat een auto op de parkeerplaats nabij de Jumbo te Hedel geparkeerd werd. Omstanders kwamen vanaf de Trekpleister naar de auto toe gelopen. Omstreeks 00:32 uur is op de beelden te zien dat de auto in brand werd gezet. Tot de komst van de brandweer (
de rechtbank begrijpt: de komst van de brandweer rond 02.10 uur) werd het auto diverse keren bestookt met vuurwerk of werd deze door personen in brand gestoken. [2]
Op 1 januari 2024 omstreeks 02.00 uur hebben verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] een Ford Transit, voorzien van kenteken [kenteken] , aangetroffen op De Wielwijck te Hedel. Verbalisanten hadden eerder een melding gekregen dat er vuurwerk uit deze bus werd gehaald. Een bewoner had gezien dat meerdere personen vuurwerk uit de bus haalden en dit via een gangpad naar de Voorstraat/ [adres 2] droegen. In de bus werden dozen met 3 inch en 5 inch shells (mortierbommen), Super Cobra’s 6 en Big Shocks Xtra Loud aangetroffen. [3]
Uit een getapt gesprek tussen [medeverdachte 2] en een persoon die [naam 1] wordt genoemd blijkt dat een Panzerfaust op het plein is gegooid. [4] Verdachte heeft gezien dat een Panzerfaust aanwezig was. [5]
Omstreeks 02:10 uur werd vanuit de groep bij de Trekpleister vuurwerk gegooid dat op de Voorstraat tot ontploffing kwam. Er kwam een ME-voertuig aanrijden door de steeg (de Wielwijck). De groep ter hoogte van de Trekpleister keek in de richting van die steeg, waarna in de steeg vuurwerk ontplofte en een grote vuurbal te zien was. Daarna, om 02.11 uur, renden meerdere personen weg richting de [adres 2] . Op datzelfde moment kwam brandend vuurwerk in de lucht tot ontploffing. Om 02:12 uur kwam de ME van het district Gelderland-Zuid het plein opgelopen en bevond zich voor de Trekpleister. Twee personen, waaronder [medeverdachte 2] , staken vuurwerk aan, plaatsten dat onder hun voet en schoten het weg in de richting van de ME. Omstreeks 02:13 en 02:14 uur werd er twee keer een shell richting de ME gegooid die zich op het plein bevond. De ME ging op dat moment voorwaarts over het plein richting de Wethouder Michelshof. De tweede keer werd het vuurwerk gegooid ter hoogte van de Wethouder Michelshof. [6]
Aangeefster [aangever 1] heeft aangifte gedaan van mishandeling met als pleegdatum en -tijd
1 januari 2024 om 02.10 uur. Zij heeft verklaard dat zij op oudjaarsnacht in haar appartement aan de [adres 2] was. Haar appartement en die van anderen bevinden zich boven winkels op het plein in Hedel. Voor 00:00 uur was er al veel bedrijvigheid op het plein. Er was een groep van een man of vijftien die daar vuurwerk aan het afsteken waren, ook die harde bommen. [aangever 1] zag dat de politie voor 00:00 uur naar de buren was gegaan. [aangever 1] had bij de buren navraag gedaan en toen bleek dat er vuurwerk op hun balkon terecht was gekomen waardoor er een klein brandje was ontstaan. Na middernacht was de groep groter geworden. De groep gooide bij [aangever 1] en haar partner vuurwerk op het balkon. De groep was daar zeker een half uur mee bezig. [aangever 1] en haar partner gingen op een gegeven moment op het balkon kijken of het vuurwerk geen brand veroorzaakte. Op het moment dat [aangever 1] buiten op het balkon stond, werd er een vuurwerkbom gegooid. Deze vuurwerkbom kwam dichtbij het balkon, op ongeveer anderhalve meter afstand, tot ontploffing. Door de harde knal schrok [aangever 1] en viel zij voorover op het balkon. [7]
Aangever [aangever 2] heeft namens de Jumbo Hedel aangifte gedaan. [aangever 2] heeft verklaard dat hij op 1 januari 2024 omstreeks 01.12 uur een alarmmelding op zijn telefoon kreeg. Dit betrof een trilalarm. Op 2 januari 2024 werd [aangever 2] gebeld door een collega. De collega gaf aan dat er waterschade in de winkel was. De gehele vloer bij de ingang van de winkel stond blank van het water. Hierop heeft [aangever 2] het dak geïnspecteerd. Hij zag dat de ruit beschadigd was. Er zaten diepe haarscheuren in het glas en de sponning was ontzet. Hierdoor is de lekkage ontstaan. [8]
Betrokkenheid verdachte
De rechtbank stelt vast dat verdachte de persoon is die in het dossier op de camerabeelden wordt beschreven als [verdachte] . [9] Verdachte is voor het eerst op de beelden te zien op het plein bij de Trekpleister om 01:01 uur. Daarna is te zien dat verdachte shells heeft afgestoken met behulp van een buis en dat hij met [medeverdachte 2] dozen/goederen in een vuur heeft gegooid. Verdachte is voor het laatst te zien op de beelden om 02:03 uur. [10] De rechtbank constateert dat de aanwezigheid van verdachte (pas) vanaf ongeveer 01.00 uur past bij de bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] die verdachte om 00.50 uur in de richting van de [adres 2] heeft zien lopen. Dat verdachte daarvoor al aanwezig was blijkt uit het dossier niet. Verder kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat “het vuur” ziet op de brandende Opel Agila. Zoals hiervoor is overwogen, is deze auto tot 02.10 uur diverse keren in brand gestoken.
Verdachte heeft verklaard dat hij vuurwerk uit de Ford Transit heeft gehaald en naar de Trekpleister heeft gebracht. [11]
Verdachte heeft verder verklaard dat hij vooral bij de Trekpleister is geweest en dat hij shells heeft afgestoken met behulp van een buis, de lucht in. Hij had drie of vier shells bij zich. Hij heeft verklaard dat hij het plein heeft verlaten toen de ME kwam. Hij heeft gehoord “Hier spreekt de ME iedereen moet het plein verlaten”. Hij is weggelopen, in eerste instantie naar de overkant toe. Hij liep in eerste instantie weg met zijn broertje (de rechtbank begrijpt: [naam 2] ) en hij was hem ineens kwijt. Hij denkt omdat die toen aangehouden zal zijn. [12] [naam 2] is om 02:15 uur aangehouden door de politie, op de Wethouder Michelshof, omdat hij kort daarvoor twee shells in de richting van de ME-linie had gegooid. [13] De telefoon van verdachte is onderzocht en daarbij is gebleken dat op 1 januari 2024 om 02:18 uur een video is geüpload naar Snapchat. Op de beelden is het plein in Hedel te zien met een brandende auto en er is te zien dat divers vuurwerk wordt afgestoken. Bij deze video is de tekst ‘de ME moet vluchten’ onderaan geplakt. [14] Verdachte heeft verklaard dat hij die video heeft gemaakt. Hij stond op het plein te filmen. [15]
Gelet op deze bewijsmiddelen, in samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat verdachte aanwezig was op het moment dat er ter hoogte van de Wethouder Michelshof zwaar illegaal vuurwerk naar de ME werd gegooid.
Over de video merkt de rechtbank in dit verband nog op dat zij, anders dan de verdediging, geen reden ziet om deze niet voor het bewijs te gebruiken. Het tijdstip van uploaden, de geplaatste tekst over de ME en de verklaring van verdachte maken duidelijk dat hij de video heeft gemaakt toen hij op het plein stond met zicht op de op het plein aanwezige ME.
Voor zover verdachte heeft bedoeld te verklaren dat hij
uit eigen bewegingis weggegaan toen de ME kwam, gaat de rechtbank daar niet in mee. Uit de beelden blijkt duidelijk dat de ME meerdere personen van het plein heeft gedreven, richting de Wethouder Michelshof, kennelijk omdat die personen nog niet uit eigen beweging (en na een vordering daartoe van de ME) vertrokken waren. Naar kan worden aangenomen, was verdachte een van die personen.
Het zware illegale vuurwerk is blijkens de aangifte van [aangever 1] en de camerabeelden [16] ontploft in de nabijheid van het balkon van het appartement van [aangever 1] , de andere daar gelegen appartementen en de onder die appartementen gelegen winkels.
Tot slot was verdachte ook nog aanwezig voor de Trekpleister toen er zwaar illegaal vuurwerk in de steeg, de Wielwijck, werd gegooid in de richting van het naderende voertuig van de ME.
Openlijke geweldpleging
Volgens vaste rechtspraak is sprake van het "in vereniging" plegen van geweld indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat openlijk geweld is gepleegd tegen de ME en tegen goederen, namelijk de in brand gestoken Opel Agila en bedrijfspanden (de [bedrijf] en de onder het appartement van [aangever 1] gelegen winkels).
Anders dan de verdediging meent, was verdachte niet slechts een omstander. Het bewijs, waaronder de door verdachte gemaakte video, laat een heel ander beeld zien. Verdachte heeft de groep van waaruit het geweld plaatsvond niet enkel getalsmatig versterkt, maar heeft door zijn aanwezigheid in die groep bijgedragen aan de gevaarlijke en dreigende sfeer richting de ME. Door op eerdere momenten zelf ook zwaar illegaal vuurwerk af te steken en door de Opel Agila brandend te houden, heeft hij bovendien actief aan het geweld tegen goederen deelgenomen. Dat de door hem afgestoken shells alleen de lucht in zijn gegaan en niet op het plein zijn gegooid, zoals de verdediging heeft betoogd, maakt dat, gelet op de reikwijdte en impact van dat vuurwerk, niet anders.
Met zijn handelen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank opzet gehad op de te bewijzen geweldshandelingen en daaraan een significante en wezenlijke bijdrage geleverd. Dat verdachte niet al die geweldshandelingen zelf heeft verricht, staat aan een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging tegen de ME en tegen de goederen niet in de weg. Verdachte is in strafrechtelijke zin medeverantwoordelijk voor het handelen van zijn mededaders.
Van het plegen van openlijk geweld door het gooien van illegaal vuurwerk richting de Volkswagen T-Roc, het gooien van ander vuurwerk (dan zwaar illegaal vuurwerk) richting personen en goederen en het gooien van stenen en bierflessen naar politiefunctionarissen zal verdachte worden vrijgesproken. Ook zal verdachte worden vrijgesproken van het gooien van een kerstboom en kliko’s in een personenauto (de Opel Agila) en het vernielen van een reclamebord en een PostNL brievenbus met behulp van zwaar illegaal vuurwerk. Uit het dossier is niet gebleken dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan die gedragingen of aanwezig was toen anderen die gedragingen verrichtten.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks 01 januari 2024 te Hedel, openlijk, te weten, op/nabij een plein gelegen
op/aan de Voorstraat en
/ofde [adres 2] en
/of op/aande Wethouder Michelshof,
in elk geval op of aan (de) openbare weg(en) en/of op/nabij (een) voor het publiek toegankelijke plaats(en),in vereniging geweld heeft gepleegd tegen
(een)perso
(o)n
(en
), te weten
-
één of meerpolitiefunctionaris
(sen
), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening als lid van de mobiele eenheid Gelderland Zuid
en
/of (een)goed
(eren
), te weten
-
één of meernabij gelegen (bedrijfs)pand
(en
)en
/of-een personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken] )
door
-
één ofmeermalen een illegaal stuk zwaar vuurwerk, te
weten (onder meer)een shell (mortierbom) voorzien van een aansteeklont en
/ofeen Cobra6 en
/ofeen Big Shock Xtra Loud en
/ofeen Panzerfaust, aan te steken en
/of (vervolgens
) één ofmeermalen voornoemd
(aangestoken
)illegaal stuk zwaar vuurwerk naar en
/ofin de richting van
één of meerpolitiefunctionaris
(sen
) en/of voornoemde personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken] )en
/of één of meer(daken van) (bedrijfs)pand
(en
)te werpen en
/ofte gooien en
/of(onder meer) (horizontaal) af te schieten/vuren vanaf en
/ofover de grond en
/of-één of meermalen overig vuurwerk naar en/of in de richting van één of meer politiefunctionaris(sen) en/of voornoemde personenauto (VW T-Roc v.v.k. [kenteken] ) en/of één of meer (daken van) (bedrijfs)pand(en) te werpen en/of te gooien en/of-één of meermalen (een) ste(e)n(en) en/of (een) bierfles(sen) naar en/of in de richting van één of meer politiefunctionarissen te werpen en/of te gooien en/of
-vuurwerk naar en
/ofin de richting van één
of meerbrandende personenauto
(‘s)te gooien en
/ofbrandbaar materiaal (
onder meerkarton
en/of een kerstboom en/of één of meer kliko(‘s)) op en
/ofin deze personenauto
(‘s)te werpen en
/ofte gooien
en/of-met behulp van (zwaar) vuurwerk een reclamebord en/of een POST NL brievenbus en/of één of meerdere ondergrondse (glas)container(s) te vernielen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte een taakstraf wordt opgelegd, waarbij zij voor de duur heeft gewezen op de LOVS-oriëntatiepunten (60 tot 120 uren) en vergelijkbare jurisprudentie. Hierbij dient verder nog rekening te worden houden met de geringe rol van verdachte in het geheel en met de schending van de redelijke termijn.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte, waaronder het strafblad van 9 januari 2026.
Hedel is tijdens de jaarwisseling van 2023/2024 opgeschrikt door ernstige ongeregeldheden. Door de grote onrust op het plein, die mede is veroorzaakt door verdachte die vanaf ongeveer 01.00 uur aanwezig was, is uiteindelijk de ME ter plaatse gekomen. De ME moest het plein schoonvegen, omdat verdachte en anderen niet uit eigen beweging vertrokken, en is daarbij bestookt met zwaar illegaal vuurwerk. Verdachte heeft er met zijn handelen aan bijgedragen dat de situatie volledig uit de hand is gelopen. De gebeurtenissen hebben blijkens de informatie in het dossier diepe indruk gemaakt op de politieagenten. Verder heeft omwonende [aangever 1] letsel opgelopen. Ook hebben de gebeurtenissen voor onrust gezorgd in de maatschappij, omdat het geweld is gepleegd tegen onder meer politieagenten. Het gedrag van verdachte en de mededaders kan absoluut niet worden getolereerd en levert een ernstig strafbaar feit op. Het bestoken van politieagenten met zwaar illegaal vuurwerk is crimineel gedrag dat niets heeft te maken met het vieren van oud en nieuw. Naar het oordeel van de rechtbank zou dit feit, vooral omdat het tegen politieagenten gericht was, op zichzelf de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere maanden rechtvaardigen. Niettemin zal de rechtbank daarvan afzien vanwege het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van een zaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn van in beginsel twee jaren is aangevangen op 26 maart 2024, de datum waarop verdachte in verzekering is gesteld. De rechtbank doet op 9 april 2026 uitspraak in deze zaak. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een minimale schending van de redelijke termijn en zal hieraan daarom geen gevolgen verbinden.
Niettemin zijn sinds de jaarwisseling van 2023/2024 ruim twee jaren verstreken. Dit aanzienlijke tijdsverloop is niet aan de verdediging te wijten. De strafzaak had eerder kunnen en moeten worden afgedaan, zoals wel is gebeurd in de vier strafzaken van onderzoek Broc 1. De rechtbank zal met het tijdsverloop in het voordeel van verdachte in vergaande mate rekening houden.
Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte zijn leven inmiddels op de rit heeft. Hij werkt als zelfstandige als vloerenlegger. Ook uit het reclasseringsadvies van 15 september 2025 komen geen zorgelijke signalen naar voren. Verdachte woont samen met zijn vriendin in een koopwoning en heeft geen financiële problemen. Het contact met zijn familie is goed en er zijn geen aanwijzingen voor een negatief sociaal netwerk. De reclassering acht verdere reclasseringsbemoeienis niet nodig en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat sprake is van recidive. Hij is op 15 mei 2019 veroordeeld voor openlijke geweldpleging in 2017. Aan hem is daarvoor onder meer een taakstraf opgelegd en verdachte heeft deze taakstraf ook verricht (naar mag worden aangenomen voor 1 januari 2024). Dat betekent dat artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, wat eraan in de weg staat dat wordt volstaan met een taakstraf.
Gelet op al het voorgaande concludeert de rechtbank als volgt.
De rechtbank vindt de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere maanden op dit moment niet meer passend. Dit zou het leven van verdachte fors ontwrichten, wat onwenselijk is. Daarbij komt dat de rechtbank uitgaat van een minder vergaande betrokkenheid van verdachte bij het openlijke geweld dan de officier van justitie. Zij komt om die reden tot vrijspraak van diverse onderdelen van de tenlastelegging (onder meer het door het gooien van vuurwerk ernstig beschadigen van de Volkswagen T-Roc waarin zich op dat moment een politieagent bevond). Bovendien is niet gebleken dat verdachte zelf zwaar illegaal vuurwerk naar de ME heeft gegooid. Naar het oordeel van de rechtbank is passend een taakstraf van 200 uren, te vervangen door 100 dagen hechtenis, en daarnaast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 dagen, met aftrek van 2 dagen die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarnaast nog een voorwaardelijke straf op te leggen. Verdachte is na de jaarwisseling van 2023/2024 niet opnieuw in beeld gekomen bij politie en justitie.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.108,38 aan materiële schade en € 1.201,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat de het toe te wijzen bedrag dient te worden gematigd.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
De gevorderde materiële schade ziet op de reparatiekosten van het raam van het appartement van [aangever 1] dat volgens haar door het vuurwerk dof is geworden. Het is blijvende schade die niet meer kan worden verholpen door schoonmaken, aldus de toelichting op de vordering. Ter onderbouwing is een ongedateerde foto van het raam en een offerte, gedateerd op 26 november 2025, bij de vordering gevoegd. De rechtbank merkt op dat tussen 1 januari 2024 en 26 november 2025 ruim 22 maanden zijn verstreken. Een onderbouwing met stukken waaruit blijkt dat de schade in de nacht van 1 januari 2024 is ontstaan, ontbreekt. Het causale verband tussen het handelen van verdachte en het ontstaan van de schade is daarom niet vast te stellen. De rechtbank zal [aangever 1] om deze reden niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot vergoeding van materiële schade. Dat brengt mee dat zij zich met haar vordering nog tot de burgerlijke rechter kan wenden.
Smartengeld
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en de schriftelijke toelichting op de vordering, stelt de rechtbank vast dat [aangever 1] door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt. Door het ontploffen van het zware illegale vuurwerk in de directe nabijheid van het balkon van het appartement van [aangever 1] , is [aangever 1] geschrokken, gevallen en op haar linkerelleboog terecht gekomen. [aangever 1] is volgens overgelegde medische informatie op 1 januari 2024 naar de spoedeisende hulp gegaan en daar is vastgesteld dat zij een breuk in haar linkerelleboog heeft opgelopen. Het causale verband tussen de openlijke geweldpleging en het ontstaan van het lichamelijk letsel van [aangever 1] is naar oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd. Het ontstaan van het letsel is (mede) aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het letsel en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.201,00 vaststellen.
Verdachte is vanaf 1 januari 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank zal bepalen dat verdachte en de mededaders ieder voor het hele schadebedrag hoofdelijk kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de mededaders de schade hebben vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22b, 22c, 22d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) dagen;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 legt op een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 (honderd) dagen;
 verklaart de benadeelde partij [aangever 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van materiële schade;
  • veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 1.201,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1] , een bedrag te betalen van € 1.201,00 aan immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 12 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de mededaders (een deel van) het schadebedrag betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en
mr. M.J. Wasmann, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 april 2026.
Mr. I.D. Jacobs is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer BROC/ON5R024002, gesloten op 29 mei 2024, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 595-596, 600-607.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 375, met bijlagen p. 378-393 en p. 410A-410Z-4; Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. VERKV99 172; Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2026.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. HENSR96 44-45.
5.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2026.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 10-12; Proces-verbaal van bevindingen, p. 32-33; Proces-verbaal van bevindingen, p. 637-659.
7.Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] , p. 315-317
8.Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , p. 318-326.
9.Proces-verbaal van bevindingen, p. VERKV99 13-15; Proces-verbaal van bevindingen, p. VERKV99 97-105; De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2026.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. VERKV99 97-105; De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2026.
11.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. VERKV99 172: De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2026.
12.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. VERKV99 174, 177 en 180.
13.Proces-verbaal van bevindingen, p. 34.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. VERKV99 85.
15.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2026.
16.Proces-verbaal van bevindingen, p. AD BROC 656 (foto 35).